Verslag zeilwedstrijd wv Saeftinghe 2007


Enigszins slingerend loop ik over de steiger naar het palaver dat stipt om 9.15 zal beginnen.

Ik vraag me af hoe we gisteravond aan boord zijn gekomen. Oemoemenoe ligt met de kop naar de steiger toe. Normaal meren we aan met de kont naar de steiger. Stapt lekker makkelijk aan boord.


Gistermiddag zijn we aangekomen terwijl het eb was. Zo’n 50 meter na de ingang van de Speelmansgeul lopen we al vast. We gaan ankeren, trekken zwaard en roer op. Opeens forse golven terwijl ik aan het ankeren ben. Blijkbaar was er een groot schip met een forse gang langsgekomen. De ankerlijn is nog niet belegd. En we liggen vlak voor een bank waar de golven op breken. De hoogste golven breken precies voor de boeg van Oemoemenoe. Het lukt me net om de lijn vast te houden. Even wat drinken, wat eten en na een half uurtje kunnen we weer een stuk varen tot vlak bij de boeien die de bocht naar bakboord aangeven. Daar lopen we weer vast. Weer een poosje wachten, het water stroomt als een gek. Na een kwartiertje kunnen we door naar de haveningang. Tot mijn verbazing zie ik een geultje van ruim 2 meter breed de haven in gaan. Voorzichtig motorend varen we naar binnen. Het wateroppervlak ligt een halve meter lager dan het modderbed waarop de schepen zijn drooggevallen. Bij het eerste motorjacht aan stuurboord komt een man naar buiten, hij vraagt of we willen overnachten. We bevestigen dit. Hij wijst naar het motorjacht achter het zijne en zegt dat we daar kunnen vastmaken. Ik vraag of hij even voor het water wil zorgen zodat we ernaar toe kunnen varen. Hij lacht en zegt dat het water vanzelf komt. We zitten vergenoegd rond te kijken. Weer terug in Paal.


De haven ziet er goed verzorgd uit. Hij is groter dan we kenden. Ruim 30 jaar geleden hebben we 3 jaar in Paal gewoond, onze eerste gezamenlijke woning. Er staat een clubgebouw dat er aantrekkelijk uitziet.

Eindelijk is er genoeg water om aan te kunnen leggen. We kiezen niet voor het aangewezen motorjacht maar voor een zeiljacht wat daar achter ligt. Het motorjacht is te hoog om vanaf een Drascombe op te klimmen. We hebben nou eenmaal geen laddertje aan boord. We bewonderen de haven vanaf de steiger en gaan naar het clubgebouw. Daar zitten wat mensen aan de bar en een bedrijvige gastvrije man verwelkomt ons. Bij de vraag naar de havenmeester vertellen ze dat het wel in orde is. We herkennen de losse relaxte manier van omgaan en de gastvrijheid weer. Tja, we zijn weer in Zeeuwsch-Vlaanderen. Theo de man achter de bar vertelt dat hij niets kan koken voor ons, maar dat hij wel een broodje haring kan leveren. We eten enkele broodjes haring. Een meer dan uitstekende wijze om je avondmaal te doen, gelet op de kwaliteit. Tja, we zijn weer in Zeeuwsch –Vlaanderen. We zitten rustig aan een tafeltje, en krijgen wat de drinken aangeboden van de mensen aan de bar. Tja , we zijn weer in Zeeuwsch-Vlaanderen. We gaan ook aan de bar zitten en bestellen ook een rondje. Theo vraagt mijn naam. Ik vertel die en hij zegt nadat we de s en de au eruit hebben gehaald, "zo heet ik ook". Hij heeft trappist van het vat en dat lust ik erg graag. We drinken er nog een en hij vertelt wat over zichzelf.


Ik ga effekes de boot checken. Het is een getijhaven en dan wil ik wel weten of Oemoemenoe goed ligt. Ik bel mijn vader en die weet te vertellen dat Theo een achterneef is. Bij de boot aangekomen is de eigenaar van het zeiljacht ook gearriveerd. Zijn boot is pas geverfd en hij is bang voor krassen in de verf bij het droogvallen. Hij wijst een box aan waar Oemoemenoe goed in past. Ik leg mijn bootje daar neer en wandel terug. Lekker even die frisse lucht, ik knap er van op. Terug in het clubgebouw zit Kitty aan de koffie. Het blijkt dat ze zoveel kreeg aangeboden dat het haar bijna teveel werd. We vertellen gewoond te hebben in Paal. Er wordt gevraagd waar. We vertellen: Duivenhoeksestraat 18. "Wel……. maar dat is mijn huis." vertelt Peet. Hij woont al weer wat jaren in het huis. Deze kennismaking leidt weer tot wederzijdse drankjes. Tja, we zijn weer in Zeeuwsch-Vlaanderen. Er wordt gevraagd of we meedoen aan de zeilwedstrijd morgen? Hoezo? Nou morgen is de jaarlijkse zeilwedstrijd. Er wordt gezeild op de Westerschelde. Natuurlijk doen we mee. Er wordt een formulier onder onze neus gehouden en ik vul het in. Tja, we zijn weer in Zeeuwsch -Vlaanderen. De tap stroomt.

Op de steiger lopen de twee mannen die het formulier onder mijn neus hebben gehouden. Voor mijn oog slingeren ze minder dan ik, maar echt fris ogen zij ook nog niet. Het is mooi helder weer. In het clubhuis is het druk. Het blijkt dat ik nog niet officieel ingeschreven ben. Oemoemenoe wordt ingedeeld in de platbodemklasse. Nou ja eerst koffie. Theo zet heerlijke koffie, wat heet, de koffie is verrukkelijk. Ik word al wat helderder.

Het palaver begint om 9.40 en er wordt verteld dat de start om 10.30 is voor de haveningang. De route wordt uitgedeeld en de lastige punten worden verteld. Op het zwart wit kopietje kan ik niet zo snel die punten vinden en het zijn er nogal wat. Ik wordt uitstekend geholpen door mensen die ook gaan meezeilen. Ik vraag nog naar het weerbericht. Windkracht 4 wordt tegen me gezegd. Ideaal voor een Drascombe bedenk ik.

Ik loop terug naar de boot. Kitty heeft de boot al wat opgeruimd. We maken de boot vaarklaar en varen naar buiten. Zetten de zeilen en kunnen gelijk over de start, want het is 10.30 geweest. Een prachtige witte hoogaars is ons een stukje voor. Het Speelmansgat is goed bezeild voor ons. De eb staat al stevig door. In de vaargeul is geen groot schip en ik besluit over te steken en daar slagen te maken tot aan Walsoorden. Er is daar een boei waar we omheen moeten zeilen. Af en toe moeten we snel overstag omdat het zwaard de bodem raakt, maar het is redelijk zacht zand, we gaan lekker. We zien ondertussen dat de scherpe jachten ook gestart zijn. We ronden de boei aan de juiste kant en gaan aan stuurboordwal langs de vaargeul naar Hansweert. Er komen enkele buitjes over, jas aan en uitzitten. We zijn nog gekleed in tshirt en korte broek. Van Walsoordeen naar Hansweert komen de scherpe jachten ons langzaam opgelopen, ze hoeven in het eerste stuk minder slagen te maken en halen ons zo in. Vlak voor Hansweert varen we keurig uiterst stuurboordskant dan toetert een zeeschip. Hij toetert weer en wijkt helemaal uit naar de andere kant van de vaargeul. We snappen niet waarom. Hij kon er gemakkelijk langs. Voor Hansweert lopen de meeste scherpe jachten ons voorbij. Er komt een felle bui over ons heen en de golfslag wordt vervelend. We krijgen water aan boord en worden nat. In de bui neemt de wind stevig toe. Ik hou de boot bijna niet meer.

We nemen de druil weg en het gaat tot na Hansweert net goed. Voorbij Hansweert is het wat rustiger met scheepvaart en kunnen we even droge kleding aantrekken en onze zeilpakken maar aandoen. We leggen een rif in het grootzeil en gaan weer op pad. De boot is erg lijgierig en slecht onder controle te houden. We rollen de fok een flink stuk in en het gaat beter. Voor mijn idee staat er dan windkracht 6. In de verte zien we de andere boten. We voelen ons niet zo lekker na gisteravond. We besluiten toch door te varen. Bij Hoedekenskerke zien we het haventje. Dat roept: kom binnen. We weerstaan de lokroep van deze Sirene en zeilen door. We zien de andere boten om de hoek van de dijk verdwijnen, behalve de hoogaars. Die vaart terug. We komen bij die hoek en zien forse golven( voor een Drascombe) en besluiten de fok helemaal weg te rollen. Zodra we uit de beschutting van de dijk vandaan zijn begint de boot heftig op en neer te springen. Na de hoek is het niet bezeild, maar moeten we laveren. We maken slagen van ruim een kilometer en zijn dan elke keer een vier tot vijfhonderd meter opgeschoten. Het gaat ondanks de omstandigheden best lekker. Soms als we overstag willen gaan komt net een golf en ligt Oemoemenoe stil. Dan lukt het niet. Even afvallen, weer gang maken en opnieuw proberen. Dit maakt dat ik niet tot de rand van de vaargeul durf te varen om de slagen te optimaliseren. Een keer moeten we drie pogingen doen voor we overstag zijn. De boot gaat zo tekeer dat eten of drinken niet lukken. We hebben al onze aandacht nodig om te zeilen. We genieten.

Af en toe een bui en voor de rest helder weer. Helder weer, dan moeten we de andere boten zien die ergens voor Terneuzen liggen te wachten. We zoeken ze steeds als we op de top van een golf zitten. Uiteindelijk zien we waar ze liggen. Op de kaart is daar geen beschutting te zien. De avond tevoren heeft ons een katerig gevoel bezorgd. De golfslag is vervelend, wind tegen stroom. De wind is, schat ik, windkracht 7. We zijn al meer dan anderhalf uur hier aan het zeilen en het duurt schat ik, nog tussen de een en twee uur voor we bij de finish zijn. Ik maak de afweging en beslis om terug te gaan. We gaan in een hoek van de dijk een oppertje zoeken, uitrusten en daar wachten op de rest. Om terug te gaan moet het zeil ingenomen worden zodat we op de fok of op de motor terug kunnen. Motor gestart en Kitty gaat aan het roer. Het is nog een hele worsteling om het zeil netjes en goed vast te binden zodat we voor de wind geen gekke dingen hoeven te verwachten. Ik zie een paar keer bijna golven over de boeg slaan, maar ondanks dat ik twee keer de motor hoor gieren omdat de schroef vrij kwam, lukt het toch zonder ongelukken of schade de boel te klaren. Binnen het half uur zijn we bij het beoogde oppertje. Een meter of 50 uit de kant pak ik het anker en wil ankeren. We hebben een ankerlijn van 10 meter en het anker raakt niks. We varen door tot zo’n 20 meter uit de kant. Hetzelfde effect. Nu varen we tot een meter of drie uit de kant en we horen het zwaard de grond raken, terwijl we maar een puntje zwaard hebben staan. OK het is hier steil. Ankeren en ik ga een dutje doen op de kuipbank. Wanneer ik weer wakker wordt, eten we wat. We zien de andere jachten om de hoek komen. Anker op en we doen weer mee.

We voelen ons een stuk fitter. Er staat nog steeds veel wind. We varen alleen op de fok. Alles onder controle en we hebben een lekker gangetje. Nabij Hansweert komen zeeschepen van beide kanten aan. We wachten even en kunnen dan veilig de geul oversteken. Rustig zeilen we naar Walsoorden. We zien een onweersbui voor ons langs gaan. Meer zeil zetten betekent dat we in die bui verzeild raken. Al gezellig kletsend en de buien scherp in de gaten houdend varen we met de vloed mee. We zien de andere schepen al bij Paal naar binnen gaan wanneer we bij Walsoorden zijn. Een aantal kunnen we niet naar binnen zien gaan, omdat er felle buien tussenin zitten. We krijgen wel een hoop regen over ons heen, maar geen onweer. Wij varen rustig stuurboordwal door naar het baken Baalhoek en varen de Speelmansgeul in. Nu is er genoeg water om door te zeilen. Bij de haven rollen we de fok in.

We gaan niet over de finish lijn, omdat we niet gestart zijn in de tweede etappe. We varen op de motor de haven in en meren weer aan in de box. Zeilpakken uit en snel naar het clubgebouw voor het eten. We maken kennis met de bemanning van de hoogaars die terugkeerde. Ze vertellen dat hun kinderen zeeziek waren en dat ze water in de kuip kregen van overkomend water. Hun kinderen eten lekker pannenkoeken . Ze zijn gelukkig niet meer ziek. Wij hebben reuze honger na een lange dag op het water. We kijken haast de pannenkoeken van hun bord af. Na wat wachten krijgen we onze biefstukjes met frietjes. Het eten smaakt prima. Een ijsje toe. We zijn weer in conditie.


Tot onze verrassing krijgen beide boten uit de platbodem categorie een certificaat bij de prijsuitreiking. De onze staat trots op de schoorsteen in de eetkamer. Het was een schitterende wedstrijd, wanneer we kunnen doen we graag nog eens mee.

Oemoemenoe
Kitty en Alex Rombout