Even voorstellen.

Nu er op miraculeuze wijze een foto van mijn drascombe op de site terecht is gekomen moet ik me wel even introduceren. Als arme student van 23 heb ik een maximale studielening aangevraagd waarna ik me een Drascombe Coaster (met kapotte zwaardkast) kon veroorloven. Ik ben nu ongeveer een half jaar in bezit van zulks. (Een verslag van de reparatie v/d zwaardkast volgt later).

Heb ik een loopboot?

Sindsdien kijk ik natuurlijk élke dag op de Drascombe site. Zodoende heb ik een lichtelijk verontrustend patroon geconstateerd. Al plaatjes kijkend zag ik dat er meer foto’s zijn van mensen die hun Drascombe (al dan niet aan een touw) over het wad sleuren dan zeilende Drascombe eigenaren, en dat niet alleen bij mooi weer, maar ook bij bittere koude. Vinden deze mensen het lekker om in ijskoud water aan hun boot te sleuren of heb ik misschien per ongeluk een loopboot gekocht? Een andere verklaring zou kunnen zijn dat een Drascombe zoals een hond af en toe even ‘’uitgelaten’’ moet worden. Een aantal foto’s laat zien wat ik bedoel.

Spanning.

In de zes weekenden dat ik met mijn coaster voer heb ik al veel (zeil) plezier gehad. Ook heb ik al een wat minder leuke, maar leerzame ervaring gehad. Daarover gaat het volgende stukje.

Omdat het tijd werd om naar huis te gaan wilde ik eind vorig jaar met windkracht 7 terug kruisen naar Dokkumer Nieuwe Zijlen over het lauwersmeer. Voor de zekerheid had ik extra weinig zeil gezet. Op hooguit een kwart v/d fok en een kwart v/d druil kruiste ik een beetje ondertuigd over het lauwersmeer. Even dacht ik erover om wat meer zeil te zetten, maar besloot dat niet te doen. Ik had immers tijd genoeg. Ook kwam er een donkere lucht aanzetten dus leek het me veiliger het maar zo te houden.

Een paar minuten later nam de wind binnen enkele seconden wel héél sterk toe. Nog tijdens het oploeven werd het potdeksel ver onder water getrokken. Het water stond tot vlakbij de kajuitingang (bakboord) die ik gelukkig dicht had gedaan en in ik zat al op de zijkant. Ik merkte dat de boot niet rechtop kwam, maar ook niet verder doorsloeg. Hoewel ik de fok al los had gegooid was deze op de lier blijven steken. Ik kon kiezen tussen snel op het zwaard gaan staan of snel de fok los gooien met het risico dat de boot door de verplaatsing van mijn gewicht door zou slaan. Ik koos toch voor het laatste. Heel langzaam kwam ze weer rechtop. Tussen twee golven door lukte het me ook nog om vosje, de hond die zich aan de buitenkant van de boot vast klampte naar binnen te trekken. Ik probeerde weer verder te varen met de schoot op de hand, maar ging nog een keer bijna plat. Met los gegooide zeilen ging het potdeksel al onder water. Water waaide spontaan op vanaf het meer en mijn zeilpak flapperde als een dun regenpakje. Leuk is anders dacht ik nog.


Het leek me het beste om maar eens wat anders te proberen en voor de wind weg te lopen op een puntje fok. Dat doende had ik m’n handen vol aan het rechtop houden van de boot zodat ik het zwaard niet meer kon ophalen en de druil ook niet weg kon halen. Ruime wind zou alleen door de golven die zich inmiddels hadden opgebouwd lastig zijn, maar met zwaard en een stukje druil bij geen optie. Het werd dus voor de wind. De boot was moeilijk op koers te houden maar ik had geen keus. Een en ander werd nog lastiger daar ik geen laarzen aan had en mijn voeten droog probeerde te houden. De kuip die voor ongeveer driekwart vol stond met water kon ik dus niet gebruiken. Pas toen ik erover na dacht besefte ik hoe idioot het was dat ik in deze situatie probeerde mijn voeten droog te houden. Ik zei hardop tegen mezelf dat ik verkeerd bezig was. ‘’Je moet niet je voeten droog houden, je moet de boot rechtop houden!’’ Ik zette m’n voeten in de kuip en voelde het koude water langzaam optrekken. Het slingeren werd echter steeds erger en toen het linker en het rechter potdeksel om beurten onder water verdwenen leek het me weer tijd iets anders te proberen. Ik waagde het erop en draaide met de kop in de wind terwijl ik de fok helemaal wegdraaide en de druil strak zette. Daarbij kwam er een scheur in de fok, maar gelukkig draaide het zeil wel weg. Inmiddels waren we niet heel ver meer van lagerwal.

Ik had geen zin om met deze wind (kracht 10 hoorde ik later) mijn anker op de proef te stellen. Daarbij leek het me maar niets om op het stampende en onderwater verdwijnende voordekje te gaan zitten. Ik heb dus ‘’gezondigd’’ en de motor gestart, die gelukkig na 10 keer aan het touwtje te trekken startte. Met ruim driekwart gas (6pk) ging ik niet erg hard achteruit. Het leek me vrij onmogelijk dat deze bui die nu al ongeveer 10 minuten duurde nog veel langer aan zou houden. Inderdaad nam de wind daarna vrij snel af tot een ‘’normale’’ kracht 7 schat ik. De rest van de tijd heb ik kunnen gebruiken om de kuip weer leeg te pompen. Leuk is anders, maar leerzaam is het wel (Onhandig zo’n los drijvend vloertje). Voortaan zal ik er niet zonder meer op vertrouwen dat een zeiltje van ongeveer een vierkante meter niet te veel zal zijn. Ook blijkt het belangrijk dat je altijd één hand vrij hebt om handelingen uit te voeren zoals het ophalen van het zwaard. In mijn geval had ik dat moeten doen vóórdat ik besloot om af te vallen. Achteraf was het natuurlijk het beste geweest om vóór de bui te ankeren o.i.d. maar zo’n wind verwacht je gewoon niet. Als iemand tips heeft hoor ik dat natuurlijk graag.

Groet,
Wiemer Esenbrink
Abv Salomo (naam is nog niet helemaal zeker)

Jachthaven Lunegat.