Een mini zeetrip

Zaterdag 25 Aug. 2001, onbew. , zwakke wind, variabel, 25 – 34 gr. tropische hitte!
06.00 Uur overal *. We liggen achter de spijker in de luwte van de westelijke havenpier van Middelharnis. Ik heb een beetje veel last van een puntknijter van de vorige avond. Wallie en ik hadden de vorige dag namelijk grotendeels doorgebracht aan een strandje achter de oostelijke pier. Het was te heet voor actie! Het leek me verstandiger om in de schaduw, met een koel blikje bier in de buurt, Wallie in de gaten te houden. De versnaperingentent bleek daar een onuitputtelijke voorraad van te hebben ingeslagen! Bij de vraag tot hoe laat de bron bleef borrelen, kreeg ik als antwoord: tot laat in de nacht! Er bleek namelijk een wandeltocht van honderd en tien kilometer over het eiland Goeree te zijn. Zij liever dan ik met deze hitte! Vanaf een uur of negen in de avond zouden hier ruim zeshonderd lopers passeren. Deze plek was namelijk een foerage -en controlepunt.

De kombuis aan boord kon dus koud blijven, voor mijn natje en droogje werd hier gezorgd. De namiddag en avond verliep alzo met veel drukte en gezelligheid en er werd vlijtig mee gejuicht en geklapt als er lopers doorkwamen. Ik vind het een prestatie om met zo’n hitte honderd en tien kilometer te lopen! Nogmaals, mijn petje af! Voor dat ik het wist was het twaalf uur geworden en had ik er een paar teveel achter de kiezen zitten! Ik was nog wel in staat om Wallie, met het oog op uitslapen, naar de andere kant te verhalen. Bij deze hitte was het namelijk bij het strandje al snel weer een drukte van belang met baders en razende speedboten. Dus deden we na de éérste noodzakelijke bezigheden de oogjes maar weer wat toe. Er was sowieso geen wind!

± 11.00 Uur ontbijt en een paar rondjes om de Walvis zwemmen. De temperatuur was namelijk al weer tot tropische waarden gestegen. Daarna konden we tamelijk fris het anker bergen en de zeilen hijsen en de boeg in de richting van Hellevoetsluis draaien. De wind was variabel en zwak. Maar we kwamen, waarschijnlijk door de stroom, wel vooruit. Soms moet je als zeiler een hoop geduld meenemen.
Voor Hellevoetsluis aan gekomen bleek het daar een drukte van belang te zijn. Het lag er stampvol met ankerende boten. Er was groot feest in town! De schepen lagen voor anker om, zoals al spoedig bleek, te genieten van een vliegshow. Wallie en ik dreven er op het grootzeil alleen doorheen en genoten mee.

Na de vliegshow kreeg ik al snel een drascombe-druiltje in het vizier De éérste van deze zomer. Het bleek, zoals ik al dacht de Windroos van de familie Roos te zijn. Die hebben namelijk Hellevoetsluis als thuishaven. Even een klein uurtje buurten en wat bijpraten. Daarna weer onder zeil en verder naar Stellendam. Tegen 21.00uur kon het anker over de muur om zijn plicht te doen en kon ik een potje koken. Mijn plan was om morgenvroeg buitenom naar de Roompotsluis te zeilen. Het tij was uitermate gunstig; het weerbericht jammer genoeg niet zo!

Zondag 26 Aug. H. bew. 2-3 B. Oost > 3-6 NW. 20 – 25gr. re./dr.
Tot ± 03.00 uur een rustige ankernacht. Daarna begon het te waaien uit oostelijke richting en werd het onplezierig. 06.00 overal. Het weerbericht sprak van draaiende wind naar noordwest en toenemend. Dat is op zich een prima wind, maar het vervolg was niet zo gunstig. Stevige regen en onweersbuien met hagel en zware windstoten. Morgen in de loop van de dag weer afnemend en opklarend. Ik kan er niets aan doen, maar als ik onweersbuien en zware windstoten hoor, dan krijg ik de kriebels. We blijven nog maar wat aan deze kant van de sluis. Het Haringvliet is tenslotte ook een mooi vaarwater, met genoeg schuil mogelijkheden. Na de dag in alle rust zeilend te hebben doorgebracht, liggen we nu in een zijgeultje van het Spui. We liggen nagenoeg droog (eb), goed beschut, en vrijwel onzichtbaar, achter de bomen. Jaren geleden kon je hier nog vrij liggen, maar nu is alles beschermd natuurgebied en alzo verboden gebied! Maar wij, als Drascombevaarders, doen geen vlieg kwaad! Zelfs als we een mug dood meppen, die ons net heeft vol gezogen met ons kostbaar bloed, mompelen we nog: "sorry hoor"!

En zulke plekjes bezoek je natuurlijk altijd zonder motorgeronk; roeien is wat we hier doen. We hebben net de éérste onweersbui achter de rug. Het was tot nu toe een stralende dag met veel zon en een fijne bries uit noordwest. Eigenlijk jammer dat ik vanmorgen niet gegaan ben; maar ja dat is nakaarten. Morgen in de loop van de dag naar Middelharnis om geld uit de muur te halen, wat ik dan weer in kan ruilen voor verse victualiën. Vervolgens kunnen we dan dinsdag een nieuwe poging wagen! Alleen is dan het tij wat ongunstiger.

Maandag 27 Aug. L.Bew. 5-6 B. NW. 16> 22gr. Droog!
06.00 Uur overal, na een onrustige nacht. Een ruim drie uur durende onweersbui maakte het onplezierig. De bui was zo extreem én mooi te gelijk dat ik het in de boot niet meer uithield. De gedachten dat ik getroffen door een blikseminslag, totaal verkoold, hier misschien maanden zou moeten liggen voor dat ze me zouden vinden, dreef me naar buiten (bange broek!). Eigenlijk vreemd, want als je totaal verkoold bent dan heb je nergens meer weet van. Of, misschien kan je toch wel ergens van bovenaf bekijken hoe je er bijligt.
Hè Reijer gauw stoppen met die rare spinsels! Regenpak aan, zuidwester op en gehurkt schuilen op ± 10 cm. water. Het was balen en genieten te gelijk. Wat een geweld! De hemel was, onder de stromende regen, bijna constant en rondom verlicht door vuurbollen en bliksemflitsen. En dan die knetterende donderslagen; Thor en die oude Wodan hadden weer eens flink ruzie met elkaar daarboven!
En daar zat ik dan, met mijn kont in het opkomende water, van het spektakel te genieten! Het tij gaat namelijk gewoon z’n gang. Maar gelukkig lag de trouwe Wallie nat, maar ongeschonden, het noodweer te trotseren. Na de ellende kon ik zo weer in de, misschien nog wel, warme slaapzak kruipen. Die gedachte hield me op de hurken!

Nadat het geweld eindelijk tot rust gekomen was, als mosterd na de maaltijd, de ketting van het hekanker om het want gewikkeld en het anker over de muur gezet. Bliksemafleider alla Drascombe. En dan vlug de natte rommel uit en een droge pendek * aan. De slaapzak was nog warm, wat een genot!
Met het volgende ‘buitje’ van een klein uurtje bleef ik in de zak, vertrouwend op de ‘bliksemafleider’. ± 06.30 Uur overboord gestapt om Wallie uit de zachte blubber te trekken, we dreigde weer droog te vallen. De geul uitroeien werd nog een probleem; de wind, die fors was, woei recht de geul in. Plus rechts en links stenen in het water. De enige manier was om de boot andersom te roeien. De voorkant werd dus de achterkant. Dat voorkomt het wegwaaien van het voorschip. Vooral ook omdat het roer, en het zwaard omhoog moesten blijven. Het hekanker bleef naast me om in geval van nood overboord te gaan. En daar gingen we tussen de stenen door, spierballen werk dat kan ik je vertellen! Maar de truc lukte, langzaam maar zeker kwamen we vrij van de stenen en in dieper water. Het hekanker ging uit, om ons een moment van rust te geven, en om de motor te starten.
Om zeilend weg te komen, en om vrij van de hongerige stenen te blijven had ik nog minstens twintig meter verder moeten roeien.

Nadat we genoeg ruimte hadden gemaakt kon de motor uit en zeilde we op fok en druil naar Middelharnis. Waar we een goed uurtje later in het kleine havenkommetje konden afmeren. Eerst een paar uurtjes de oogjes toe en dan douchen en ontbijten. Vervolgens voorraden inslaan en om 16.40 uur de haven weer uit. Om vijf uur komt namelijk de havenmeester voorbij om te incasseren. En daar voel ik niet veel voor. Stellendam werd het nieuwe doel. De wind was nog steeds hard uit noordwest, het werd dus een kruisrak. ± 21.00 Uur konden we afmeren aan de wachtsteiger van de sluis. De kombuis bleef, op een kop soep na, koud. En spoedig daarna heerste er een diepe stilte in de roef.

Dinsdag 28 Aug. L. Bew. 2-5 B NW. 16 > 24 gr. droog.
06.30 Uur overal. De weerberichten zijn gunstig; op naar de Roompotsluis. ± 08.00 Uur door de sluis. De schipper van de ‘Rijnzalm’, waar ik gisteren in Middelharnis mee had gesproken, was nergens te bekennen. Hij had net een nieuwe GPS gekocht en wou de trip op ingeprogrammeerde waipoints varen. Waarschijnlijk wachtte hij op het tijdstip van hoogwater, ± 11.30. Ik voelde daar niets voor. De stroomgegevens op de kaart vertelde me dat de stroom met wat wind wel dood te zeilen was. Plus dat de rode A verlichting op de spui-sluis vertelde dat er gespuid werd.
08.00 Uur lagen we onder zeil op een zacht briesje uit noordwest. Het eerste stuk van het ‘Slijkgat’ werd dus een kruisrak. Aan stuurboord waren duidelijk de schoorstenen en andere vreemde bouwsels van de ‘Maasvlakte’ te zien. En aan bakboord lagen de nog droogliggende platen van ‘Goeree’.
Ik kreeg eerst nog de neiging om tegen de platen op te kruipen, en te wachten op de kentering. Maar nee, er lagen zon tweeëndertig zeemijl op me te wachten, elke mijl die ik tegen stroom kon maken was meegenomen. Door zeilen dus.

Héérlijk om weer eens de zilte lucht van de platen en de zee te ruiken. Het viel alweer op dat ik de enige was die de zeilen hees, de rest verdween al motorend snel uit zicht. Tegen 11.45 uur hadden we ons met twee korte en twee lange slagen tot aan ton SG.5 weten op te werken. Van hier uit konden we 260˚ voor gaan liggen. Richting west kardinaal SH, ± 7 mijl zuidwestelijk. Je kon merken dat we zo langzaam aan uit de luwte van de Maasvlakte kwamen, er begon, hoewel de wind zwak was, een hoge deining te staan. Naweeën van de harde wind van gisteren. Ook waren duidelijk de ondieptes op te merken, door de grondzeeën die er stonden.
Daar moet je niet wezen met slecht weer. Er vormen zich duidelijk kleine eilandjes voor de Zeeuwse kust. Het was een heerlijk gevoel en een prachtig gezicht hoe Wallie de deining beklom en weer afdaalde. Meeliggende jachten, die het ene moment vol te zien waren en het volgende moment achter een golf verdwenen; een mini oceaandeining na een storm. Dit was weer volop genieten geblazen!

14.45 Uur hadden we, op de inmiddels meeliggende stroom, de kardinaal dwars. De wind begon langzamerhand ook wat stabieler te worden. De hoop werd sterker dat ik voor donker op mijn plaats van bestemming zou wezen. Ik heb er wel geen problemen mee als ik in het donker moet oetelen, maar een beetje licht is toch mooi meegenomen.
Ter hoogte van de kardinaal ‘Ooster’ werd ik op gelopen door de ‘Rijnzalm’. Met deze wind was hij met z’n hoge tuig en grote genua duidelijk in het voordeel. Hij verdween snel over de horizon.
Vanaf de ‘Ooster’ kon ik pal zuidwest voor gaan liggen; ook al omdat de meetpaal, die ± drie mijl verderop lag, duidelijk te zien was. De wind begon er ook steeds meer zin in te krijgen; het was fantastisch zeilen. De hoge vuurtoren ‘Westhoofd’ van Goeree, hadden we nu duidelijk achter ons gelaten. Het is verbazend hoe lang het duurt voor dat de peiling op zo’n toren verloopt. Tegen17.50 uur kwam er door de verrekijker een rode ton in zicht, ik besloot er op af te koersen om de ondieptes zuidoostelijk er van vrij te varen. Door de kijker leek het en eenvoudig klein tonnetje te zijn, maar dichter bij komende bleek het een huis van een ton te zijn. Toch maar wat afstand houden om er door de harde stroom niet bovenop gezet te worden. Het was, zoals ik al dacht, de ton GB2.

Over stuurboord was duidelijk de branding te zien, die op de platen westelijk van me stuk sloeg. Als je hier ter plaatse niet goed bekend bent, is het wijselijk om met een ruime boog om de ondieptes heen te varen. Hoewel je je met een Drascombe natuurlijk iets meer kan experimenteren. Zo merkte ik bij het oversteken van de westelijke punt van de ondiepte ‘Noordland’ een duidelijk veranderd zeepatroon. Inmiddels was het tij ook weer gekenterd en begon de Oosterschelde in te lopen; alles keurig op tijd. De ± achtenhalve mijl van de ‘Banjaard’ geul werd op de inmiddels aangewakkerde wind in twee uur afgelegd. Tegen acht uur waren we door de sluis en konden we, goed beschut tegen de ruimende wind naar noordoost, afmeren aan de douanesteiger.

De landvasten werden bereidwillig door de schipper van de ‘Rijnzalm’ aangenomen. Hij vertelde dat hij de nacht in de jachthaven van Stellendam had doorgebracht; kosten fl. 26.50, en dat hij de hele Banjaard geul de stroom tegen had gehad. Zo zie je maar weer dat een langzaam schip ook zijn voordelen heeft, en dat je gauw fl. 26.50 kan verdienen. Voor het donker worden nog snel een warme hap eten koken; de éérste in twee dagen. En dan nagenieten van een prachtig zeiltocht!

Woensdag 29 Aug. L. Bew. 2-3 B. NO. 16>25 gr. mooi weer.
08.00 Uur overal. Verslapen tij. Dan maken we er maar een rustdag van. We liggen hier goed, als de douane ons tenminste met rust laat. De schipper van de ‘Rijnzalm’ ging verder naar Zierikzee; hij had daar een familie – reünie.
Tegen de middag een wandeling naar de sluis en de andere kant van de dijk gemaakt. Er was daar namelijk een frietkraam, waar ze overheerlijke verse gebakken vis verkochten. Vers aangeleverd door de ‘hobbyvissers’, die hier hun boten vanaf de trailers lanceren en weer uit het water takelen. Eerst als aperitief een paar biertjes in de zon en dan een grote friet, zonder klefdefsauce, en een overheerlijk stuk gebakken vis! En om het feestmaal af te ronden een borrel en een bak sterke zwarte koffie. Alles ter ere aan de verjaardag van de vriendin van mijn zoon; en de mooie zeiltocht van gisteren.
De terugtocht naar de Biesbosch, om een paar dagen met Klaas de omgeving te verkennen, nam via de Oosterschelde, Veersemeer en het Hollandsdiep drie dagen in beslag. De reünie vervolgens, was zo als gewoonlijk weer reuze gezellig; vooral ook door het weerzien van veel bekenden. Jammer genoeg werkte het weer niet zo goed mee. De zondag werd grotendeels doorgebracht in de beschutting van het café-restaurant. Verder een groet aan alle lezers en lezeressen en het gaat jullie allen goed.
Toedeloe.

Reijer Bergsma

* Overal = tijdstip dat de wekker rammelt. (Marine uitdrukking
* Pendek = onderbroek( Maleis + Marine uitdrukking)