Omdat Klaas Hoogewerff dit jaar weer een rally in Denemarken organiseert is de redaktie van de ElectroBaD in het archief gedoken om verhalen te zoeken van de Denemarken-rally in 1996. Nu het eerste verhaal van Jan Maurits en Jacoba de Jonge. Binnenkort het verhaal van Reijer Bergsma.



Tegenbezoek aan de Vikingen!

Nederlandse en Britse Drascombes in Denemarken

Al meer dan een jaar was hij aangekondigd: de gezamenlijke vaartocht in Denemarken. Klaas Hoogewerff tekende voor de voorbereiding en hij heeft dat uitstekend gedaan! Klaas en zijn al even enthousiaste vrouw Regitse hebben een huisje op Ærø, een van de vele prachtige eilanden van het Deense rijk. Vanuit de havenplaats Søby startte op 29 juni de Drascombe expeditie, bestaande uit (bij aanvang) zestien schepen.

Enkele zeilers, die het aandurfden én de tijd ervoor hadden genomen, waren vooraf naar Denemarken gezeild: Timshel en Yraida kwamen samen en ook de Walvis was over water vanuit Vlissingen gekomen. De overigen waren per trailer gekomen en hadden hun schepen op diverse plaatsen te water gelaten.

Zo trof de vloot elkaar op vrijdagavond 28 juni gezellig aan één steiger in Søby, die door Klaas was vrijgehouden. Vier engelse schepen en de rest Nederlanders. Een grote welkomstborrel deed reeds bij aanvang drie schepen bijna zinken en bracht de alcoholvoorraad op een bedenkelijk laag peil.

Zaterdag 29 juni begon in de.. regen ! Dàt had Klaas toch niet goed voor elkaar. Maar hij belegde een schipperspalaver, waar hij een ruw vaarplan presenteerde voor de komende dagen. De route was zó gekozen, dat men gemakkelijk van de groep kon afwijken en zich daar dan een of meer dagen later weer bij kon voegen. Dat bleek een goede formule: diverse deelnemers voeren soms naar een afwijkende bestemming en kwamen dan een volgende dag weer opdagen. Slechts twee schepen (Rietgans en Homerus) haakten wegens diverse redenen af.

Die zaterdag zeilde ongeveer de helft van de vloot naar Lyø en de rest naar Fåborg. Fåborg is een havenplaats, waar diverse opstappers met openbaar vervoer zouden aankomen. Het weer was grauw en regenachtig, de wind WZW, 4 en afnemend. Lyø bleek een charmant eilandje met een comfortabele, rustige ankerplaats.

Zondag 30 juni begon met zon, later betrok de lucht maar echt regenen deed het niet. We wandelden met een grote groep het eiland op; voor velen was het een kennismaking met elkaar; voor anderen een vernieuwing van reeds bestaande vriendschappen.

Rond het middaguur hieuwden we de ankers en zetten met allerlei leuke omwegen koers naar Avernakø. Er woei een lekker briesje uit het westen zodat het ons grotendeels vóór de wind ging. Doordat het zicht nu mooi helder was, kregen we een goede indruk van dit prachtige gebied met zijn kleurrijke eilanden en glashelder water. Onverwacht vastlopen is er niet bij, als je maar zo nu en dan een blik naar beneden werpt (en ook op de kaart kijkt!).

De ZO punt van het lange eiland Avernakø heeft een halvemaanvormige baai, waarin ruimte was voor wel honderd Drascombes; we lagen er met tien en hadden de wereld voor ons alleen. Nu organiseerden de Britten de borrel op het schone strand, met een weids uitzicht en met alle gelegenheid om de eigen schepen met elk zijn speciale handigheden te vergelijken.

De volgende dag was het ook weer droog, met een rustig ZW windje. Iedereen rommelde wat over het strand en kletste wat met elkaar. Tegen twaalven vertrok de één na de ander; de afspraak was: Troense op het eiland Tåsinge. Pal vóór de wind schommelden we naar de Svendborg Sund, tussen Fyn en Tåsinge. In die Sund (doorgang) stond een stevige stroom tégen en was het wat drukker dan op het grote water. Achter in de middag verzamelde zich het gros van de vloot in of bij het volle haventje van Troense om wat boodschappen te doen. Later zeilden de meesten nog een paar mijl verder om in twee groepen te ankeren onder de wal van het heuvelige en mooi beboste eiland. In het zicht van een luisterrijk kasteel brachten we de avond borrelend en dromend door ....

De dinsdag (2 juli) bracht prettig, droog weer en een briesje 2 - 3 uit het ZW. In de loop van de ochtend zeilden de vloot richting Langeland. In de smalle doorgang tussen de twee eilanden kregen we te maken met lelijke buien, waaruit harde windstoten kwamen en een kletterende regen viel.
Toch bereikte het gros van de vloot geleidelijk (in kleine groepjes of alleen) de Lindelse Nor, een prachtige, grote maar hier en daar ondiepe baai. Ideaal voor Drascombes!

In die baai ligt een heel klein, hoog, onbewoond eilandje, Burø, waar André en Co Hartensveld in voorgaande jaren al waren geweest. Natuurlijk gingen we daar met z'n allen voor anker, weer in zo'n baaitje dat gemáákt lijkt voor een klein aantal Drascombes. We lagen er dan ook in strikte privacy. 's Avonds werd op de oever een luisterrijk kampvuur aangelegd, waaromheen de schepelingen onder leiding van Han van Vlierden oude shanty's zongen. Staande (dat wel), want het was nogal koud. Een maan maakte tegen middernacht het geheel nog onvergetelijker.

Woensdag voeren we terug naar het eiland Ærø, nu naar het ZO deel daarvan. Een tochtje áán de wind en zelfs deels laverend. Rustig ZW windje, 3 à 4. Een deel van de vloot voer over heel ondiep water (in Waddenstijl); anderen prefereerden de route door de vaargeul. De meeste schepen liepen even de haven van Ærøskøbing binnen en bewonderden dit karakteristieke en vriendelijke plaatsje. 's Avonds vonden veel schepen elkaar in de ondiepe baai van Ommel, ZW van Ærøskøbing.

Donderdag 4 juni was de laatste gezamenlijke dag van deze expeditie.
Eerst grauw, later een waterig zonnetje en een zwak ZZW windje. In de loop van de dag voeren de schepen naar Ærøskøbing terug. Tot de laatsten, die uit die baai wilden vertrekken, behoorde Jim Hopwood. Toen hij terugkwam van een lange wandeling, bleek het water zo'n twintig cm. gezakt te zijn en zijn cruiser Kate lag muurvast in het zand. Gelukkig waren er twee andere Drascombe-bemanningen ook nog niet vertrokken en kregen we Kate met z'n vijven weer in haar element terug. Zo blijkt, dat ondanks het practisch ontbreken van het tij, de waterstand toch kan variëren, voornamelijk door op- en afwaaiing. Later ondervonden wij, dat bij harde wind de verschillen in waterstand kunnen oplopen tot een meter hoger of lager dan het gemiddelde peil.

's Avonds had Klaas in een mooi gelegen restaurant in Ærøskøbing een groot afscheidsdiner georganiseerd. Waar in de afgelopen week de vloot voortdurend van samenstelling had gewisseld, waren nu alle schippers met hun bemanning aanwezig. Speeches werden gehouden en veel lof werd toegezwaaid aan Klaas en Regitse voor het initiatief en de organisatie van deze tocht. Het was grappig, dat bijna iedereen er achteraf voor uitkwam met grote reserves naar zo'n "groepsreis" te hebben uitgezien. Maar dankzij de slimme formule en het prachtige gebied, had ieder zijn eigen tempo en zijn eigen mate van privacy kunnen bepalen.

Er werden dan ook al plannen gemaakt voor het volgende jaar. Na afloop hiervan zocht iedereen voldaan zijn schip weer op. Dit was voor velen de eerste keer in deze week, dat zij in een haven overnachtten.

De volgende dag viel de vloot uit elkaar. Geleidelijk nam de ene bemanning na de ander afscheid en verliet Ærøskøbing. Sommigen gingen terug naar hun uitgangshaven en zetten het schip weer op de trailer, anderen knoopten er nog een of meer weken aan vast.

Riddle of the Sands deed het laatste. Wij voeren nog veertien dagen rond de eilanden Als, Ærø en nog een aantal andere. We bezochten ook nog enkele plaatsen, die door Klaas Hoogewerff oorspronkelijk waren aanbevolen en waaraan we niet waren toegekomen. We zeilden, ankerden en fietsten en zagen o.a. het Valdemarsslot in Troense en het scheepvaartmuseum in Marstal. Ofschoon het koud bleef en de wind op sommige dagen dik boven de 5 beaufort kwam, was het mooi zeilen tussen de prachtige eilanden en in de ondiepe fjorden in dit gebied.

Zó groot is het, dat we nog maar eenmaal een Drascombe tegenkwamen en overigens was het leeg en rustig op het water en in de ruime en geriefelijke ankerplaatsen, waar we de nachten doorbrachten.

Tenslotte: nog eens hulde aan Klaas Hoogewerff voor het initiatief en de voorbereiding van de gezamenlijke excursie in dit prachtige land!

Jan Maurits en Jacoba de Jonge