Hemelvaart-Waddentocht 2000

"Winderig en opwindend", zo kan de traditionele tocht op de Waddenzee in het weekend van Hemelvaartsdag, dit jaar worden getypeerd. Van tevoren had zich al een record aantal (12) schepen aangemeld. Weliswaar vielen er enkele af, maar er kwamen ook wat extra, zodat er in totaal 14 Drascombes hebben deelgenomen.

De lotgevallen van het grootste deel van de vloot

Op de ochtend van Hemelvaartsdag, donderdag 1 juni, verzamelden zich twaalf schepen met hun bemanning in Makkum, of lagen reeds voor de sluis van Kornwerderzand. Het waren: Whisper of Sunart met schipper Tom Colville, Windroos met Fred en Els Roos, Olle met Chris en Ko van den Broek, Skua met Frans en Arjan Zeegers, Kloin Pittigie van Eric Zwaanswijk, Midi met schipper Eugène van Corstanje, Antipas met Jeroen Brakelé, Pebble met Diederik Broekman en opstapper Jelle Gernaat, Columba met Paul en Louis Verstraeten, Kobbe (Peterboat) met Paul Hofman en Ben van de Wetering, Riddle of the Sands met Jacoba en JanMaurits de Jonge en last but not least - uit Engeland - Hippo van Jim Hopwood met als opstapper Richard Stroud. Ergens in het noord-westen, namelijk op het Posthuiswad bij Vlieland, lag Yraida met Michel Maartens en Mylène Blok aan boord op ons te wachten, althans dat dacht iedereen. Michels broer Antoine was intussen met zijn open longboat Navis (overgenomen van onze onovertroffen BAD-secretaris Gerard te Kloese) onderweg via Den Oever om zich bij de vloot te voegen. Hun relaas volgt aan het slot van dit verslag. Wij misten (al of niet met afzegging):Timshel, White Seal en Pride of the Fleet. De schipper van laatstgenoemde zeebodem, onze oer-admiraal Hans Vandersmissen, manifesteerde zich nog wel even bij de sluis, alvorens wij uitvoeren. Zijn trotse schip was ook dit jaar niet op tijd klaar.

Molenrak, Klik voor vergroting Precies volgens plan was iedereen rond 12.30 uur door de sluis en om 13.00 uur voer de vloot het Wad op, 3 uur na hoogwater (HW). Het was bewolkt maar droog en er stond een stevige bries (5 Bft) uit het zuiden, met een voorspelling om te draaien naar het westen, toe te nemen en regen te brengen. De open longboat Pebble verkoos al direct de kortste weg naar Harlingen te varen. De tien overige schepen waren van plan naar de Richel te varen, daar het laagwater af te wachten en vervolgens naar het Posthuiswad te gaan voor de nacht. Het lot zou anders beschikken...

Omstreeks 14.00 uur waren we met het grootste deel van de vloot het Zuidoostrak gepasseerd. Het was inmiddels halverwege de eb en er stond daar nog maar weinig water, waardoor het roer er even uit moest en op de riem moest worden gestuurd. Inmiddels was de wind omgelopen naar WZW en in kracht toegenomen, waardoor het pittig zeilen was; uiteraard had men al gereefd in de sluis. Direct voorbij het Zuidoostrak werd geankerd om op de achtersten te wachten, maar er braken zware regenbuien los en de wind nam verder toe, zodat het aantrekkelijker werd om nog maar even te blijven liggen. Bovendien zou de Richel met dit weer geen prettige ankerplaats zijn en stond er te weinig water om rechtstreeks naar het Posthuis te varen; ook was de wind daarvoor inmiddels veel te hard geworden. Kobbe verkoos hier om alsnog naar Harlingen af te zwaaien.

De vloot danste achter haar ankers. In de schepen hadden de bemanningen zich teruggetrokken in het kajuitje. Vader en zoon Verstraeten verkleumden in hun open longboat en werden aan boord van de Riddle verwarmd met hete soep en thee. Zo verstreken enkele uren. De wind huilde en de windmeter wees 5 tot 6 Beaufort met uitschieters dik in 7.

Molenrak, Klik voor vergroting Om 18.00 uur waren we bezig de plannen te herzien en kwam er een verlossend telefoontje van Paul Hofman, die Harlingen inmiddels was binnengelopen: "Het is hier heerlijk rustig en er is plaats genoeg in de jachthaven van WSV Harlingen". Dat gaf de doorslag en spoedig was de vloot vóór-de-wind onderweg naar deze geriefelijke haven. Een prachtige zeiltocht volgde door het schaars betonde Molenrak, surfend over de steeds hoger wordende golven naar de lagerwal. Slechts één scheepje bleef achter op de ankerplaats: Eugène de schipper en tevens enig bemanningslid van Midi gaf er de voorkeur aan om in prinselijke eenzaamheid te blijven liggen.

De rest van de vloot denderde Harlingen binnen en schutte door de Tjerk Hiddeszsluis naar het rustige binnenwater. Daar vonden wij inderdaad een geriefelijke, rustige jachthaven, waar wij met uitsluitend ons vlootje werden geloodst naar de stille binnensingel achter de oude stadswal, waar het geruis van de bomen en het gekwaak van enkele eenden de enige geluiden waren die de vermoeide zeemansoren bereikten. Geen wonder, dat er die nacht lekker werd geslapen.

Harlingen, Klik voor vergroting Vrijdag 2 juni zag ons om 10 uur door de sluis naar buiten gaan. Het was de dag van de grote roeisloepen race van Harlingen naar Terschelling en het grote merendeel van de Drascombers koos ervoor om vóór de drukte uit zijn eigen koers te volgen. De twee open boten, Pebble en Columba, bleven om verschillende motieven achter en zouden later een ander tracé varen. De "vloot" was van plan naar Terschelling te varen; eerst naar de Wierschuur, later werd dat gewijzigd in: de Vierde Slenk, aan de oostkant van het eiland. Het was weer bewolkt, maar gelukkig droog en de wind was westelijk, 4 Bft.

De meesten hadden een mooie tocht door het onbetonde Kimstergat, waar in verband met de geringe diepte op enkele plekken het zwaard omhoog - en zelfs het roer eruit moest. Daar overkwam de Skua de pech, dat de bovenkant van haar zwaard afbrak, waardoor zij aan de grond liep en feitelijk hulpeloos werd. Gelukkig was Chris van den Broek met zijn Olle in de buurt. Chris had de (soms ondankbare) taak van "Rear Admiral" op zich genomen, dus het in de gaten houden of er pechvogels of afzwaaiers zouden zijn en deze desgewenst helpen. In dit geval een geweldig geluk voor de bemanning van Skua.

Later hoorden wij, hoe bekwaam Chris de Skua te hulp is gekomen; daarbij zij vermeld dat hij zelf alleen voer: broer Ko was meegevaren met Jeroen Brakelé (Antipas). Chris en vader en zoon Zeegers hebben met vereende krachten Skua provisorisch weer varend gekregen. Daarvoor werd een anker uitgebracht, de boot losgetrokken, een stuk ankerketting onder de Skua door gehaald en zodoende het neerhangende zwaard omhoog gesjord. Dat deze operatie ruim een uur duurde, zal niemand verbazen. Vervolgens moest Skua helaas terugkeren naar haar thuishaven Makkum en was voor haar de tocht afgelopen. Domme pech, maar volgend jaar meer geluk toegewenst.

Cruiser Antipas gevolgd door Longboat Columba op het Terschellinger wad, Klik voor vergroting Inmiddels was het tij voor Olle behoorlijk verlopen, maar zette Chris de achtervolging van de vloot in. Deze was, onwetend van dit onheil, vrolijk de Oostmeep in westelijke richting uitgevaren en daarna voor het lapje het Terschellinger wad opgegaan, door het Oosterom. Daar werd ook het plan opgevat om door te zeilen naar de Vierde Slenk.

Omstreeks 15.00 uur (twee uur voor LW) passeerden wij het Wantij. We besloten om daar te ankeren om de Engelsen en de nieuwkomers op het Wad een droogvalling "in the middle of nowhere" te laten beleven. Toen wij dus in ondiep water voor anker waren gegaan en wij een uurtje later op die gigantische vlakte van zand en modder droogvielen in die immense stilte en weidsheid, konden de Engelsen uit de grond van hun hart opmerken dat zij het "very impressive" vonden. Wij slenterden wat van boot naar boot en bespiedden parende krabben en andere geheimzinnigheden van de natuur.

Tegen 20.00 uur dreven wij allang weer te dobberen en werden de ankers gehieuwd. Een korte, serene zeiltocht met afnemende wind bracht ons bij de Vierde Slenk. De schepen werden enige tijd tegen elkaar aan gemeerd en de bemanningen vergeleken elkaars voorraad sterke drank en vulden hun voorraad sterke verhalen aan.

De Hippo van Jim Hopwood, Klik voor vergroting Intussen zal men zich afvragen, waar toch de Yraida en de Navis bleven? Zij zouden zich immers bij de vloot voegen? Reeds de eerste dag waren er van Michel kleine SMS-berichtjes binnengekomen, waaruit bleek dat hij zich op het Posthuiswad kostelijk amuseerde. Ook deze tweede dag bleef ons mobieltje piepen en elke keer was het een berichtje van Yraida. Het begon steeds meer te lijken op Samuel Beckets "Wachten op Godot" en sterker nog: ook in dit geval kwam hij nimmer opdagen. Evenals zijn broer Antoine met Navis. Samen vormden zij, inmiddels versterkt met Midi (die eerder in dit verhaal eenzaam voor anker was achtergebleven) een westelijk flottielje van onze vloot, dat de "hoofdvloot" niet meer zou bereiken. Hun bloedstollende verhaal met culinaire hoogstandjes volgt aan het einde van dit verslag.

Die mobieltjes hebben deze tocht een belangrijke rol gespeeld: de losvaste coördinator die wel eens wordt getooid met de belangrijke titel "admiraal", werd voortdurend op de hoogte gehouden van de bewegingen van die vloot-onderdelen, die aan zijn scherpe oog ontgingen. Zo was er geen reden zich ongerust te maken over het lot van de Skua, want de Zeegers'en meldden hun ongerief en hun redding. Ook Kobbe, die de meesterlijke wijziging in het Wierschuurplan was ontgaan (zij voeren een eigen, zeer slimme koers) kon langs mobiele weg op de hoogte gebracht worden.

Sommige berichtjes gaven een indruk van grote nauwkeurigheid, die - zoals wij weten - in de navigatie op zee maar zelden kan worden waargemaakt. Zo kwam er op het eind van die middag een SMS-je binnen van Chris: "Olle's ETA 22.00", waarmee hij ons voorspiegelde dat zijn Estimated Time of Arrival omstreeks dat uur zou zijn. Natuurlijk geen mens die dat geloofde. Wel werd er al gesproken over een inzameling voor Chris' broer Ko, die op Antipas meezeilde. Zijn slaapzak, kleren en toiletartikelen verbleven immers op de Olle. Er ging dan ook niet alleen bewonderend maar ook opgelucht applaus op toen Olle enkele minuten over tienen in het halfdonker kwam aanzeilen. Kijk, dat is zeemanschap!

4de slenk, Klik voor vergroting Tot ieders aangename verrassing voeren Kobbe en Columba in zijn kielzog mee en wist hij te melden dat men Pebble bij West Terschelling had gezien, bezig om haar opstapper af te zetten op het openbaar vervoer.

De nacht was uiterst rustig en de volgende ochtend vond de vloot terug op de bekende drooggevallen zand- en moddervlakte. In alle vroegte overkwam Paul Verstraeten nog een onaangenaam avontuur. Op een ochtendwandeling naar het eiland, waarbij zijn zoon Louis even een andere route had gevolgd om een duin te beklimmen, zakte Paul zonder enige overgang van de ene stap op de andere tot zijn middel in de modder. Hij kon zichzelf niet bevrijden zonder dieper in het drijfzand te zakken en moest om hulp roepen. Gelukkig werd dit gehoord door mensen van een grote catamaran, die vlak bij onze vloot droog lag. Zij trokken hem eruit en zo kwam hij met de schrik en bemodderde kleding vrij. Een verschijnsel om te onthouden: ga niet in zulke slenken in je eentje aan de wandel, of neem een prikstok mee.

Het weer beloofde deze zaterdag mooi te worden en bovendien was uitgekomen wat de vorige dagen was voorspeld: de wind was oostelijk! Eerst nog vrij matig, zou deze later op de dag toenemen tot 5 - 6 Bft.

Bij het plannen maken bleek een deel voorkeur te hebben voor een snelle terugkeer naar de vaste wal, of juist plannen te hebben voor een lange, snelle tocht naar Den Oever, om daar contact te maken met Yraida, Midi en Navis. Een ander deel wilde de buurt van West-Terschelling verkennen en terugkeren naar Korwerderzand via de Vliestroom en het Inschot. Zo gebeurde het, dat de vloot uiteenviel in twee gelijke delen. Olle, Hippo, Columba, Kobbe en Antipas voeren via Harlingen naar het Amsteldiep, waarbij Columba, Antipas en Kobbe onderweg afzwaaiden. Windroos, Whisper of Sunart, Kloin Pittigie en Riddle of the Sands maakten een eveneens mooie tocht naar de Slenk en ankerden daar enkele uren in stralende zon en toenemend harde wind. Op enige afstand waren vele tientallen zeehonden te zien en verder joeg er van tijd tot tijd een veerboot langs.

Later op de middag, tegen het einde van de eb, voeren zij het Schuitengat uit, dat tegenwoordig geheel is verzand en met laagwater nog maar een voet water bevat. Daar schurkten onze boten met de buiken over het zand naar buiten, achteloos langs een aantal grote jachten die daar vastgelopen waren. Eenmaal in de Vliestroom aangekomen, volgde een pittige zeilpartij met lopende wind, die behoorlijk tegen de 6 Bft aanliep, naar Kornwerderzand. Vooral knap werk van Tom Colville, die in z'n eentje een magistraal stukje zeilen liet zien. Kloin Pittigie liet het vooral door haar motor opknappen. Het ondiepe Zuidoostrak werd opnieuw, nu in andere richting, met schurend zwaard en roer doorgevaren, waarna dit deel van de vloot om 20.00 uur door de sluis was. De nacht werd op zoet water, voor anker, rustig doorgebracht.

Klik voor vergroting Zondag zou een anticlimax zijn geworden als er nog zou zijn gerekend op mooi weer: het was regenachtig en er woei een harde westenwind, zoals ook was voorspeld. In Makkum vonden diverse leden van de vloot elkaar terug. Bij het optraileren van de boten wisselden wij ervaringen uit. Er werd geconstateerd, dat het ook dit jaar weer een prachtige tocht was geworden, ondanks niet zo mooi weer en steeds iets te krachtige wind. Maar het feit dat deze die ene dag zo mooi uit het oosten waaide, maakte veel goed. Geestig was ook, dat een deel van de vloot het andere deel nimmer heeft bereikt, al is er wel veel telefonisch- en SMS-contact geweest. Jammer van de pech van de Skua, maar eigenlijk is het bijzonder dat verdere averij de vloot bespaard is gebleven.

Een bijzondere vermelding verdienen de alleenzeilers. Het is knap om in je eentje te schipperen, te navigeren, zeil te zetten en te reven, het zwaard te bedienen en zelfs het roer omhoog te halen als het te ondiep wordt. De echte goede zeilers lukte dat ook deze dagen en zij verdienen een compliment. Al varen we samen, toch is ieder verantwoordelijk voor eigen veiligheid en die van zijn schip. En als er dan een bemanning pure pech overkomt, zoals nu de bemanning van de Skua, dan is hulp van anderen, zoals in dit geval de "Rear Admiral", voor wie hulde! De solotcht van Antoine (zie hierna) dwingt alle respect voor goede voorbereiding, navigatie en zeemanschap af.

Een goede zomer toegewenst, ieder op eigen kiel!

Jan Maurits de Jonge

Het westelijk Flottielje

Yraida was zaterdagmiddag al vanaf Huizen vertrokken met een ZW Bft 8 ruim van achteren. Dat was leuk tot even voorbij het Paard van Marken, waar overnacht werd. De voorspellingen voor zondag luidden 's middags aantrekkende wind tot Bft 9 hetgeen deed besluiten om 06.30 het anker te hieuwen richting Enkhuizen. De 'Kanaalrat' rende echter harder dan verwacht zodat in een al 's ochtends vroeg opbouwende wind en zee ter hoogte van Edam op een ZW koers naar de veilige rede van Marken werd verlegd. Daar werd tussen Monnickendam en Marken achter de Waterlandse Zeedijk de storm uitgereden. VC IJsselmeer gaf Bft 10 met stoten 12 af terwijl de wind van ZO via ZW naar W kromp: een waar natuur spectakel.

Maandag volgde een zonnige tocht: 09.30 onder fok en druil naar Enkhuizen, 12.00 door de Krabbersgatsluizen, lunch op het Kooizand en in een lange slag naar De Vlieter, 22.30 afgemeerd in de gastvrije Marina Den Oever. Dinsdag zee gekozen en overnacht bij de Cocksdorp, woensdagmorgen windstil wrikkend het Eierlandsche Gat over en de stralende dag doorgebracht met vallend water (bijna) tussen de zeehondenkolonie op de Steenplaat. 's Avonds met ruime wind door naar het Posthuiswad alwaar om 21:00 met HW de schuit aan de grond gezet. Donderdag, Hemelvaart, erg harde wind, grauw, grijs met regen, dus lunch in het Posthuys (nieuwe eigenaar, prettige bediening!) en met de bus naar Oost Vlieland de binnenlopende schepen bekeken. Om 17.30 terug aan boord, maar waar blijft Navis met Antoine? Deze meldt van tijd tot tijd telefonisch hoe hij nadert en tegen donker vraagt hij of we een lichtje aan willen steken... En jawel, het loopt tegen middernacht maar dan laat Navis het anker vallen naast Yraida.

De Richel, Klik voor vergroting In de verwachting op de Richel aansluiting met de hoofdvloot te maken vertekken Navis en Yraida vrijdag met HW in oostelijke richting om tegen 13.00 voor anker te gaan in het Fransche Gaatje ten NNW van de FG8. Nog maar nauwelijks is alles shipshape of het bekende silhouet van Midi verschijnt in de Vliestroom om even later, nog amper drijvend, vast te maken. Een prettig weerzien/kennismaking die gevierd werd met de inwijding van Eugène's nieuwe rookoven. Een door Navis meegebrachte zalm wordt op een eiken/essen mengsel gerookt en even later geconsumeerd met aspèrges, nieuw aardappelen, veldsla salade en een Sancerre/room sauce...

Met opkomend water retour Dodemansbol die echter in een wegvallende flauwte ondanks de inzet van elleboogstoom niet gehaald wordt. Overnacht op de Waardgronden, zo'n anderhalve NM ten O van de knekelplek. De wens tot aansluiting bij de NKDE vloot is inmiddels vervlogen zodat we die avond nog besluiten tot een lange tocht zaterdag naar het Amsteldiep om zodoende niet te ver van Den Oever te liggen als het weer, zoals voorspelt, omslaat op zondag. Op een ruime aan de windse koers vertekken we om 09.30 in zuidelijke richting, zo'n twee uur voor HW. Dit heeft als voordeel dat met een verhoging van 2.30 meter het roer op de platen rustig kan blijven zitten, wel zo comfortabel! Er wordt al bijliggend uitgebreid koffie gedronken op de Binnen Breesem. Dan is het tijd voor sport: al peilend en rafelingen interpreterend worden in tussen de anderhalf en twee voet water de westelijke randen van de Lutjewaard verkend. In de laatste eb lukt dat op het nippertje, vlak voor de plaat helemaal droog valt. We komen uit in het Visjagersgaatje, verleggen NW om even later, tegen het staartje wegvloeiend water in, het Amsteldiep te navigeren. Het lukt om een roedel zeehonden ruim te ronden, spijker er in om 15.30.

Na een zalige avocado dip, weggespoeld met Corona's, zien we tegen 19.00 een omvangrijk silhouet aan de noorder verschijnen. Het is Hippo, gevolgd door Olle die even later vastknopen. Jim serveert gin-tonic en wiskey, ons na een uur gedesoriënteerd achterlatend om de laatste schutting van de Stevinsluizen nog te halen. Met de aantrekkende wind en wassend water wordt het steeds ruiger in het zojuist bij LW nog zo lieflijke Amsteldiep. Aan elkaar varen we ZO verder de plaat op hetgeen een rustige nacht moet garanderen. En zo geschiede, droog rond middernacht en weer water in de vroege ochtend. Om 11.00 met achterlijke wind op de fok naar Den Oever gevaren, maar niet nadat alle nog eetbare voorraden voor anker in de Zuiderhaven soldaat zijn gemaak. Olle, Midi en Yraida werden achtergelaten in de jachthaven voor thuisvaart rond Pinksteren, Navis gaat op de trailer mee terug naar Edam.

Michel Maartens

Van enen helle- en hemelvaart van Navis.
Woensdag de 31e was het zomer, Donderdag 1 juni was alles anders...

Medio April 2000 kocht ik Navis van de de heer Te Kloese. Het kostte hem moeite afscheid te nemen van zijn mooie schuit - logisch! Ik mocht de naam gebruiken. De kinderen hadden al ingezet op Tuimelaar maar Dhr. Te Kloese gaf toch toestemming om de naam Navis te handhaven. Ik had mazzal met het vinden van een ligplaats in mijn woonplaats Edam. Daarna begon te tijd te dringen om de Naaf zoals Navis inmiddels werd genoemd, klaar te krijgen voor het Wad. Veertien jaar trouwe dienst op zoet water moest worden omgebouwd tot een kustvaardertje. De transom werd door mijn vader gereed gemaakt voor heavy duty gebruik, de motor werd afgekoppeld. Ik besteedde voor een fortuin in Apollo's dumpshop te Middelie en bij Dekker's Watersport te Zaandam. Het roer moest worden opgelast en opnieuw verzinkt. Enfin, een drukte van belang die culmineerde op Woensdag 31 mei in een providanderingstocht door de Appie Happie van Purmerend. Aldaar ontdekte Thijs, mijn oudste zoon, een strategisch aan het plafond gemonteerde rijdende spoortrein die ervoor zorgde dat wij de gehele immense winkel doorkruisten en daarom ook met dito voorraden de winkel veel te laat weer verlieten. Vervolgens de Naaf voorbereid op de gang naar Den Oever, daar te water gelaten en naar de jachthaven gevaren.. Dat was allemaal tijdrovend want veel te gezellig zo samen met Thijs en met dat heerlijke weer. Hij stond voor het eerst aan het roer en vond dat prachtig - en ik ook! Pas rond 22:00 waren we weer in Edam. Het was 01:00 uur 'ochtends voordat ook de bagage eindelijk in de zuurkool tonnetjes was geperst. De wekker om 05:30 uur gezet.

Navis, Klik voor vergroting Bij het ontwaken om 06:55 uur (!) bleek het heerlijk te miezeren. Het soort regen dat nooit meer stopt. Dit beloofde een feestdag te worden! Eindelijk om 08:30 uur naar Den Oever afgetaaid. Kijkend naar de ruitenwissers en de strakstaande vlaggen. In de haven hijgde de wind door het wand en zorgden vele vallen voor een hels kabaal. Eerst maar eens de boot inladen. Dat duurde een hele tijd want alles moest voor de eerste keer een plaatsje krijgen - zeevast en geborgd. Inmiddels was ik ook weer lekker bang geworden door al dat kabaal. Het tempo van de voorbereidingen daalde. Om 14:45 uur afgevaren. Een opwindend moment, zo voor het eerst zeilen op mijn eigen Dras! Uiteraard was er van alles mis maar een ding klopte goed - Navis deed precies wat ik wilde en ik was in control. Door de sluis getrokken en geschrokken van de kracht van de wind. In de sluiskom kwam de fokroller vast te zitten dus eerst alles nog een keer langsgelopen. Geankerd net buiten de havenkom achter het dijkje. Het was inmiddels laagwater geweest en langzamerhand groeide het eigenlijk al van te voren bedachte plan om laat in de vloed te vertrekken en dan het laatste deel van de avond en het begin van de nacht te gebruiken om op Vlieland te komen. Laat in de vloed was 18:30 uur - het was op dat moment ongeveer 16:00 uur - wat te doen. Zomaar in de gierende storm zitten leek me niets.
Daarom maar wat geëxperimenteerd met de dektent - Navis is immers een open boot. Deze was mij liefdevol door bezorgde geesten te leen gegeven. In windkracht 7 ontstond vervolgens een haat-liefde verhouding met deze uit zijn krachten gegroeide wax coat. Uiteindelijk kreeg ik 'em er wel op en stond-ie ook wel, maar daar was ook alles mee gezegd. Nu wist ik in ieder geval hoe hij er in het donker op moest. Onder de tent was het werkelijk zeer ruim. Toen ik klaar was met dit gedoe diverse malen met Yraida gebeld over wat ik zou doen. Ook Piet van de Brandaris geconsulteerd. Allen waren eenduidig in hun oordeel: het waait hard - alsof ik dat nog niet door had. Bovendien hoorde ik dat het hoofdflottiele was uitgeweken naar Harlingen.

Waarom ik uiteindelijk toch het zeegat heb gekozen was omdat ik alles goed had gecontroleerd en dat het een ruime, bezeilde koers was met vaste harde wind uit het ZZW. Het moest dus wel heel raar lopen wilde er iets mis gaan. Het zou hoogstens oncomfortabel kunnen worden als ik de nacht achter Bruce zou moeten uitrijden. Verder leken er geen navigatie problemen of ge-emmer met op te halen roeren en of zwaarden te wachten te staan. Den Oever naar het Posthuis is in wezen gewoon 0 graden sturen met een beetje correctie voor het tij. Het was al zo laat in de vloed dat er overal wel voldoende water zou staan voor het roer. De wind zou ons overal wel overheen laten stuiteren als we toch de bodem zouden raken. Verder waren er het eerste uur afdoende vluchtroutes naar de Vlieter en eventueel nog verder naar Makkum. Ik veronderstelde dat eenmaal boven de banken, vluchtroutes eigenlijk overbodig zouden zijn. En bovendien: het moest er toch een keer van moest komen. Er zijn immers altijd wel redenen om niet te gaan. De tocht naar het Posthuiswad was behoorlijk ruig. Ik had het geen moment koud door twee lagen fleece en termo ondergoed. Er was genoeg witte chocolade onder handbereik om ieder hongergevoel in de kiem te smoren. Er stond slechts een puntje zwaard, de druil was weg, de fok was een aantal slagen gereefd. Soms planeerden we, ook op dit tuig, van de golven af. Het was een prachtig gezicht hoe het weer telkens veranderde van heel dreigend naar heel vriendelijk met zelfs een zonnetje er bij. Navis nam niet veel water in en was de hele tijd onder controle. Af en toe even met Yraida gebeld om de voortgang door te geven. Na de Texelstroom de platen over. Alleen maar botweg de juiste koers gestuurd. Weinig nautisch maar wel effectief. Onderwijl viel de nacht en keek ik reikhalzend uit naar het verschijnen van het silhouet van Vlieland tegen de donker wordende avondlucht. Het leek heel lang te duren voordat dat eindelijk een beetje verscheen. Het was al bijna donker toen ik Michel belde om even een lampje aan te steken zodat ik bij hem in de buurt zou kunnen komen. Op de rede van Vlieland zonder veel plichtplegingen Bruce de diepte ingekieperd en Yraida gezegd dat ze maar naast mij moesten komen liggen - hetgeen ze gelukkig deden want ik was wel een beetje moe na dit tochtje. Na het opzetten van WaxC, de tent, werd ik aan boord van Yraida genood voor een warme maaltijd. Gelukkig maar want ik had zelf waarschijnlijk alleen nog maar BonBonBloc tot me genomen, zo moe was ik. Na het eten in de overheerlijke warme zak. De rest van het hemelvaart weekend verslag vind U elders in dit blad.

Antoine Maartens