Stormvast

Voor de zoveelste keer klapt de wind met een knal in de fok. De mast staat er van te schudden en het lijkt of ik de stiksels van het zeil hoor kreunen. Witte schuimkoppen komen in slagorde van achteren op me af. Regelmatig drukt zo'n roller de boot uit de koers met het gevolg dat het zeil alle druk verliest. Wanneer ik de koers corrigeer, dan knalt die verrekte wind weer in het zeil. Grootzeil en druil voer ik niet, voor de wind en bij deze windsterkte zou dat tot ongelukken leiden. Pal voor de wind knok ik voor de steile zee uit richting Oude Schild. Wind tegen stroom. Vijf tot zes Beaufort tegen twee en een halve knoop ebstroom in. Dat levert een interessant golfslagbadeffect op. Bezorgd kijk ik naar de witte koppen die het op de spiegel van de Nemo gemunt hebben. Ze tillen de boot keurig op dat wel, maar dat uit de koers lopen kan tot broachen leiden, dus verleg ik mijn koers en vaar lange slagen met bakstagwind. De bootsnelheid neemt nog toe, maar ik kan het zaakje toch net beter in de hand houden.

Op het IJsselmeer heb ik wel eens flinke golven gehad, maar deze knapen boezemen echt ontzag in. 'Er moet nu niks kapot gaan' spookt er steeds door mijn hoofd en ik laat mijn bezorgde blik van de masttop tot aan de spiegel glijden. Alles blijft heel, de kleine Nemo trekt het wel, ondanks een beverige schipper aan het helmhout.

Die ochtend gaf het KNMI nog een waarschuwing voor de scheepvaart met windkracht zes voor IJsselmeer en Waddenzee maar in de middag wordt die ingetrokken. Opklaringen belooft weermeneer Krol en dus schut ik door de Koopvaarderssluis in Den Helder naar zout water. Nog in de Marinehaven rol ik de fok uit. Alles aan boord van de Nemo is zeevast gezet, de kajuit stevig dicht gesjord, de juiste zeekaart zit in een plastic hoes met klitteband tegen de kajuitschotjes en zelf draag ik mijn stormoutfit: zeilpak, zwemvest en lifeline. Op het Marsdiep stuur ik richting de Mokbaai. De boot gaat er lekker door en na 40 minuten laat ik het anker vallen om de nacht in de Mokbaai door te brengen.

Natuurlijk had ik op de kaart het onvriendelijke 'verboden toegang' gelezen, maar ik hield me van de domme. Ten onrechte, want even later stopt er een blauw busje op de oever en wordt ik door een gezagdrager gesommeerd om op te krassen. 'U bent op militair terrein', roept hij. Het is duidelijk, ondanks de totale afwezigheid van enige activiteit claimt de marine zijn rechten. Vreedzame co-existentie tussen een rust zoekende burger en het militaire bedrijf is hier onmogelijk. Jammer want het is een mooi plekje. De keuze terug naar Den Helder tegen de wind in valt als ik de Waddenzee weer op vaar snel af. Het blaast en hoe!

Surfend kom ik precies uit voor Oude Schild en vaar de hoge beschutte haveningang binnen. Tevreden lik ik het zout van mijn lippen. Op de basaltblokken staat een man naar me te roepen. 'Dat zag er schitterend uit, Drascombe zeker?' Ik voel me als een echte thrill seeker na een veilig uitgevoerde bungee jump en gloei. Even klop ik zacht met mijn vlakke hand op de kajuit. 'Goe gedaan jochie', mompel ik tegen Nemo.

De volgende ochtend loop ik buurman Rolf uit Durgerdam tegen het lijf. Hij ligt met zijn Ovni ook in de haven. 'Was jij dat gisteren avond?' Ik zei nog tegen Thea, 'Daar komt Vandersmissen aan'. Kijk dat doet een novice nou echt goed. Pas een paar jaar keutel ik wat rond met mijn Coastertje en dan zien ze je ineens voor de hogepriester van het Drascombewezen aan, omdat ik tegen wil en dank in een schuimend zeetje aan kom surfen bij Texel. Van mij zullen ze niet horen dat ik de halve tocht met samengeknepen billen aan het roer zat. Wij zijn namelijk stoer, Nemo en ik. Nemo mag dan het kleinste bootje van de zeilclub zijn, maar wij deinzen nergens meer voor terug. Nemo, de trots van Durgerdam.

Ton Wegman