Rondje Edam, op stap met Navis Longboat

Wanneer u verwacht een stuk over torenhoge golven, gierende stormen, striemende regens en karaktervormende ontberingen te gaan lezen, stop dan nu met lezen en zet The Perfect Storm op. Dit gaat over familie geluk, wind in de rug, zand en schelpjes – sommigen zouden het zelfs ranzig willen noemen. Het beschrijft wel een tochtje waarvan boze tongen beweerden dat het ons huwelijk zou kosten en tot gillende schreeuwpartijen zou leiden. Misschien dan toch wel een beetje spannend maar geheel anders dan gebruikelijk.

Thijs en Marnix We besloten na afloop van een betrekkelijk teleurstellend en kostbaar tochtje naar Corsica in 2002 en in overweging nemende tanende inkomsten, om het wat rustiger aan te gaan doen. We zouden een met-de-wind-mee tochtje gaan varen over de wadden - van west naar oost, gebruikmakend van de dominant heersende windrichting. We zouden stoppen als het teveel zou regenen, als het te hard zou waaien, als we er geen zin meer aan hadden of als we Lauwersoog, Noordpolderzijl, Eemshaven dan wel Varel zouden hebben bereikt. We zouden dan naar huis toe reizen, de trailer ophalen en Navis Longboat dan daarop naar huis toe halen. En ook die dagen als vakantie zien. Kortom een flexibel plan, als alternatief was er ook nog het schilderen van het huis, thuis blijven dus. Grote onzekerheid was hoe Thijs en Marnix, onze zonen van respectievelijk 7 en 5, het zouden gaan doen op de Waddenzee. Recentelijk was er tijdens een tochtje op de Gouwzee wat groen water door Navis Longboat gelopen – het gevolg van een feestelijk vlaagje voor Marken. Dat had een traumatiserend effect op de mannen en zette een flinke domper op hun voorpret. Hoe ver door te zetten?

We werkten voor deze gelegenheid extra secuur onze checklist langs. Alles om kou en nattigheid te bestrijden, maar daarnaast werden ook nieuwe pionierschopjes gekocht bij Apollo's Dumpstore te Middelie om grote hoeveelheden kokkels te kunnen verschalken voordat de Zeeuwen dat voor ons zouden gaan doen. Er werd fors ingekocht met eten en tijdens de koninginnenrit van de Tour de France werd in een sessie van acht (8) uur onze immense nieuwe wrikriem voorzien van een genaaid lederen manchet. Langzamerhand kwam een misselijkmakende berg van onmisbare bagage tot stand. Ter leringh ende vermaeck beschrijf ik die hieronder met daarbij aangetekend de opbergplek.

Denk aan twee grote zuurkooltonnen - één voor de slaapzakken en de handdoeken en één voor de kleding van de kinderen - voor goed weer, tegen slecht weer, tegen koud en tegen nat. Deze tonnen komen naast de mast onder de nagelbank vastgeklemd en geborgd met dyneema lijnen op de nagelbank. Op deze tonnen een flinke polyethyleen tas voor alle zeilkleding en fleece jacks en laarzen. Voor de mast, op de nagelbank, in een zak eigenlijk bedoeld voor een reddingvlot, de achtertent met de stokken en het drijfanker. Daarvoor in de boeg, de vijf kilogram Bruce op tien meter ketting en vijfentwintig meter lijn. Aan de linkerzijde daarvan twee riemen, de grootzeiluithouder en de bootshaken. Aan de rechterzijde in de punt, in een hoes, de voortent - snel beschikbaar en met lijnen geborgd aan de boot. Bovenop dit de riemen en op de voortent, geborgd aan de verhaalkammen, bakboord en stuurboord, de oversized stootwillen van Navis Longboat. Naar achter kijkend vanaf de mast, aan iedere kant, geborgd aan de wantputtingen, een 17,5 liter watertank. In de linker zijkastjes het kistje met de petroleumvergasser met toebehoren, het kistje met het instant brood (bak met grijpklare instant brood maaltijd), drie Spa flessen met water, de Kloezophone en de daarvoor de stoeltjes (twee grote en twee kleine). Aan de rechterkant de twee M60 munitie kistjes met noodvoorraden electriciteit, een reserve telefoon, laders, dan alle speeltjes (GPS, bijna legale marifoon, lampen, reserve patronen voor de zwemvesten etcetera), de gereedschapskist, de hoorn, twee sets landvasten en lange lijnen en twee sets kaarten 1811 en 1812 van 2002 en 2003 - interessant en voor als er eens iets over boord gaat. Onder het achterdek de vier Thermarest opblaasmatjes, een kist met speelgoed, een kist met droogvoer, een kist met fruit en een kist met groente, vijf liter petroleum, twee stormlampen, een nieuw kooktoestel met bijbehorend grillapparaat, een Tefal pannenset, een rugzak voor instant leesplezier en een grote kist met borden, bestek, kruiden etcetera. Op het achterdek het vijf kilogram paraplu anker met tien meter ketting en vijfentwintig meter lijn, alles gestouwd in twee putsen achter de druilmast. En dan, als piece de resistance in de motorbun, twee zuurkool tonnetjes met de ouder kleding. We varen inderdaad zonder motor. (ALLES, behalve het drijfanker, is gebruikt...) De Kloezophone, klik voor vergroting

En een goede vraag, ‘waar bevind u zich dan zelf wel niet’ - wel op de Freebag, een nieuwe iteratie van de zestiger jaren zitzak, vermomd als hightech overpriced speeltje voor yuppen op het strand van Bloemendaal of Blijburg, u weet wel, voorbij die hippe strandtent met dito-overpriced capucino. Enfin deze zak met vulling zwerft los door de boot, voor de eerste die haar in zijn bezit krijgt. Dan is er ook nog een min of meer losse rubber tas met boeken en met handleidingen van alle electro speeltjes en de almanakken.

Op maandag 14 juli in de loop van de middag en behoorlijk achter op het beste schema wordt bovenstaande berg in twee ritten naar Navis Longboat gebracht. U begrijpt dat het inladen van deze berg troep in de jachthaven tot enig publiek leidt... Het antwoordt op de vraag waar de reis heen gaat, leidt tot veel betekenende blikken, waarschuwingen en verwijzingen naar de dienstdoend psychiater. Ik word een beetje zenuwachtig – maak ik niet weer een beoordelingsfout? Achter mij kleurt het zwerk langzaam donkergrijs maar na beraad besluit de bemanning door te zetten. Nog een uurtje zuchten en steunen over wat, waar en hoe en hebben we alles – nee, nog even heen en weer naar huis (dat kan bij ons, gelukkig) varen we af. Onmiddellijk valt op dat het leer op de wrikriem goed zit en goede diensten gaat bewijzen. Onwaarschijnlijk hard kun je met dit ding wrikken en een kantoorklerk als ikzelve kan daar dan ook onwaarschijnlijk snel onwaarschijnlijk moe van worden. We steken de neus buiten de Edammer pier, de wind valt weg en het begint te regenen. Dat was dus niet de bedoeling. Onmiddellijk valt het geheel ontbreken van enige leidinggevende capaciteit bij de schipper op – hier houdt hij niet van. Na drie kwartier waait de bui over zonder verder noemenswaardige neerslag en draait de wind naar waar zij zijn moet – het zuidwesten. Navis Longboat begrijpt de bedoeling en brengt ons verder zonder problemen naar onze eerste nacht in de vluchthaven van Wijde Nes. De schipper wil eerst nog door naar Enkhuizen maar de echte schipper, de schipperse, weet wat goed is op de eerste dag. Ze stelt heel terecht voor om het lekker rustig aan te doen en te werken aan de cruising routine. Was daar nog nooit geweest, in Wijde Nes, maar het blijkt er heerlijk te zijn. We liggen met nog vijf bootjes langs de wal, er zijn kinderen om mee te spelen, een strandje om te zwemmen. Het had allemaal een stuk slechter gekund. We slapen als rozen.

Op dinsdag 15 juli blaast het wat harder, we doen het lekker langzaam aan. Het plan is om benoorden Enkhuizen een plek voor de nacht te zoeken. Een klein stukje maar toch. Eerst zwemmen en uitgebreid ontbijten. Wat een genot – korte broeken weer, zwemmen in adamstenue, lekkere koffie, meegenieten van een verjaardag bij de buren enz. Rond een uur of elf varen we af. Voor de zekere zekerheid gaan we op de fok, met name na weer die bezorgde blikken van de medeschippers. Zijn we iets geks aan het doen? Misschien wel. Na het afvaren gaat alles heerlijk soepel. Windkracht vier uit het zuidwesten met een lekker zeetje (als je het mee hebt). Na een tijdje het grootzeil er bij en al ras doemt het Naviduct op. Hier zijn we nog nooit geweest, en daarom alles bijtijds voorbereid. Dollen klaar om de willen aan op te kunnen hangen. Lijnen belegd en opgeschoten en iedereen bijtijds verteld wat er gaat gebeuren en wat ze moeten doen en vooral niet moeten doen. We gaan battle ready de sluis in – kan ik dit nog met de wind in de rug? En ja, ik kan het nog. Kan zelfs bijtijds afstoppen als voor ons een jacht al voor de kolk dwars komt te liggen. Wordt daarna nog uitgescholden omdat we zonder motor varen en daarom deze chaos veroorzaakt zouden hebben. Onbegrijpelijk, we lagen stil langs de beschoeiing toen de voordekker op het jacht voor ons, eerst de voorlandvast belegde en toen pas de achterlandvast. Nou ja, een heer als ik klaagt daar niet over. We worden door onze buren de sluis weer uitgesleept, heel handig. We lunchen op het Kooizand en gaan dan verder naar Oosterdijk, weer een soort vluchthaven. Dat wordt bijna het einde van de vakantie.

Navis kruist buiten de geul als er plotseling twee knallen klinken. Eerst komt het zwaard omhoog, daarna volgt een harde klap tegen het roer. We gaan overstag maar opnieuw die twee klappen. Blijven daarna in de geul en varen naar het einde maar zien nergens zo'n mooi plekje als het steigertje aan het begin. Draaien om en varen ruime wind terug, lekker hard. We komen bij het steigertje en nu komt de klap op het roer echt hard door. Bij een normaal Drascombe klaproer allemaal geen punt, maar Navis Longboat vaart met een speciaal raceroer, kleiner en zeker niet klappend. Na wat geneuzel om goed te komen liggen (ankertje voor, lijnen op de wal) en kinderen naar het daar aanwezige speeltuintje geholpen te hebben proberen we het roer te onderzoeken. Onmiddellijk blijkt dat de roerkoning flink is verbogen. Het kan wel heen en weer maar niet op en neer. Zo kan ik niet het wad op!

Wat nu? De schipper te water, met een dikke lijn een mastworp om het roer gemaakt en geborgd. Aan de bovenzijde de roerkoning met een waterpomptang goed vastgehouden, de roerkop losgedraaid en dan een lijn door het gat in de roerkop gedaan. Dan voorzichtig het roer laten zakken. Dit verloopt langzaam maar soepeltjes. Nu hebben we dus een verbogen roer met een behoorlijke knik. Eerst maar eens de jongens van de MIC gebeld of er nog ergens een roer ligt. Zij verzekeren ons dat de vakantie sowieso door zal gaan, links om of rechts om. Dat is goed nieuws. Daarna even kijken of we het niet zelf kunnen oplossen. Achter de dijk treffen we een mijnheer met een grote garage en uitgebreide werkplaats. We proberen het eerst met een knuistje hetgeen mislukt. Na het eten verschijnt hij bij de boot met een buurman, tien minuten later hebben we een recht roer terug: ‘hajeto buurman – niets meer aan doen!’ Ongelofelijk, twee mannen die onze vakantie even redden.

Op woensdag 16 juli maken we een langzame start. Nu is het doel Den Oever en wat rust. We maken een glorieuze tocht met opnieuw de wind in de rug. Jammer dat de dropvoorraden zo snel slinken. We moeten dan het laatste stukje kruisen naar de haven. Dat gaat gepaard met diverse slagen en in de vlagerige wind gaat Navis Longboat af en toe even op een oor. Weer is daar de schrik van de jongens en daarom weer bij mij de vraag gaat dit wel goed lopen op Waddenzee. De verwachting van de wind is flink en we hebben al twee en een halve dag achterelkaar gevaren. Kortom: tijd voor een rustdag. Op donderdag 17 en op vrijdag 18 juli brengen we door met hele leuke tochtjes door de kop van Noord-Holland. We gebruiken de fietsen van de haven van Den Oever en gaan naar Hippolytushoef en maken tochtjes langs het Amstelmeer. Heerlijke dagen zijn het: rustig, met middagdutjes, leuke ontmoetingen en lekker eten. We krijgen een heel groot kwartet spel met de welluidende naam De kop is top - onder bijzonder grote dankzegging aan de VVV te Hippolytushoef: we hebben het veel, vaak en met groot plezier gebruikt. Bakken heerlijk vlees op onze RestoGrill. Werkenderwijs bepalen we dat we niet afbuigen naar Friesland maar toch het zoute wad zullen kiezen.

Zaterdag 19 juli is het weer een heel prettige start. Pas om een uur of half tien varen we af – en dat is nog ruim op tijd ook. Als we de haven uitroeien worden we gepraaid door H. en vriendin M. vanaf hun imposante Ovni. Jaren schipperend op een vermaarde Terschellinger Coaster heeft de tijd hem zowel richting groot metaal als recentelijk ook in een Scaffie gedwongen. Bij de sluis aangekomen worden we vermaand door de sluismeester die ons verbiedt onder zeil de sluis te betreden – de gedachte! We krijgen meteen een lift van enkele sportvissers. Het is heel rustig, we liggen met acht bootjes in de kolk. Dan draaien de deuren, het wad is weer ongekend. Ik suggereer de jongens, om de juiste smaak te pakken te krijgen, het water meteen even te proeven. We kruisen een klein uurtje met de eb mee, kunnen dan afdraaien en gaan via het Vaarwater over de Bollen richting Vaarwaters naar de Cocksdorp. Daar krijgen we de eb tegen en schudden het rif uit het grootzeil om wat meer druk onderin te krijgen. Het is weer een zuidwestelijk wind, een dikke vier, zodat we, als we het ondiepste water opzoeken, toch goede voortgang maken. Doel is het gemaal van Cocksdorp, maar niet nadat we eerst even flink hebben gegeten, warm, droog zijn gevallen en natuurlijk nog wat spelletjes hebben gedaan.

Naar mijn smaak te vroeg moeten we al over naar blad 1811.7 en bergen we de zeilen. De schrik over het roeravontuur zit er blijkbaar nog goed in. Nabij de VC2 gaan we voor anker, voegen de daad bij het woord en maken een warme maaltijd klaar zodat we 's avonds wat langer door kunnen varen. Als de vloed weer loopt is het plan om via het VC baken dan toch echt richting de Cocksdorp te gaan. We willen door ondiep water, op de riem sturend, via de staakjes aan rand van de geul van het Vogelzwin toch tegen de vloedstroom op proberen te werken. Navigatiegewijs valt tijdens dit tochtje het kwartje bij Thijs. Hij kan zien waar hij is door de staken op de kaart te tellen en de kaart te vergelijken met wat er zoal langskomt met als belangrijk ijkpunt het VC baken zelf. Er vaart slechts een enkel bootje op tegenkoers. Met het zwaard op, het roer er uit en sturend op de riem zoeken we onze weg. Marnix meeroeiend en peilend, Thijs navigerend en iedereen op het achterschip om de diepgang zoveel mogelijk te verminderen. Zo scharrelend bereiken we ontspannen de Cocksdorp en gaan op het ondiepste deel voor anker. Hier liggen we zeer beschut achter een steigertje en kunnen al onze zooi op de wal kwijt. We liggen op een plekje dat maar heel kort voor een drijvende boot zorgt (een uur of drie) waarna Navis zich weer lekker in de blauwe modder nestelt. In de nacht blaast een harde oosten wind met wat buitjes recht op de achterkant van de boot. Ik word er wakker van en maak een rondje om te kijken of alles zich goed houdt. Het is 03:20 uur, maar eigenlijk niet donker. Wat een rust, ondanks de wind toch al die vogelgeluiden, werkelijk geweldig. Wat ben ik blij met mijn enorme tent – ze lekt totaal niet, klappert niet, staat mooi strak en biedt voor zover dat mogelijk is op een bootje van nog geen zeven meter een redelijk ruim huis aan de mijnen.

Zondag 20 juli begint druilerig met de wind nog steeds uit het oosten. We hadden gisteren na aankomst vrienden gebeld. Zij zijn behoorlijk zwanger en hadden daarom dit jaar geen grote vakantieplannen. Hun kindje, het vijfde, zal begin september geboren worden. Maar voor de reeds aanwezige kinderen lijkt een dagje strandlucht niet te versmaden. Het zijn bepaald geen Utrechtse bleekneusjes, in tegendeel, maar desalniettemin. Rond 13:00 rijdt de familie Van B. in hun superdeluxe AvanTime, een speeltje van vaders, aan op de Cocksdorp. We voorzien iedereen van een eerste rondje pannenkoeken en hangen lekker lang op het strand bij De Vriendschap. Maken een wandeling naar het bootje alwaar de kinderen onmiddellijk bezit nemen van de kuip en in allerlei spelletjes verzeilen terwijl de ouders op het rustieke steigertje de voorraden wegwerken. Jan Willem, oud VAG-er (Veritas Alpinisten Gezelschap), de man met wie menig regenachtige fietstocht door België werd gereden en nog immer liefhebber van zelfverkozen afzien, ziet meteen de lol van onze reisopzet - de onafhankelijkheid, to go where no man has gone before, etcetera. We zien met hen de vloed terugkomen in ons kommetje en JW "staat paf" ,zijn woorden, van de snelheid het opkomend water. Het water komt inderdaad heel rap en in no time drijft Navis weer. Na het diner, tweede ronde pannenkoeken voor de kinderen, stapt de uitgewaaide familie weer in hun automobiel en halen nog net de boot van 21:00 uur naar de wal. Een genoeglijke dag met een lekker verkoelende wind onder prachtige luchten vloog voorbij.

Het plan is vandaag, maandag 21 juli, in twee hopjes over te steken naar Vlieland. Eerst met de eb een stuk naar buiten, dan lekker lang droogvallen en vervolgens met de vloed naar het Posthuiswad, onvolprezen rustplek voor mensen zonder diepgang. Weer hoeven we pas laat af te varen. Terwijl Nicola de boodschappen haalt in de Cocksdorp verplaats ik de boot naar wat dieper water achter de grote Lemsteraak 'Sudersee' die naast ons is komen te liggen. Ik maak shipshape, tent er af en een rondje koffie met een koek in de heerlijke luwte achter de dijk. De wind zit weer in het westen, we bevinden ons onder een wolkenloze hemel. De jongens onderhouden zich met de drie kids die op de Sudersee aan boord zijn. Er worden krabben races op het strand gehouden en onze verzameling autootjes wordt aandachtig geïnspecteerd en besproken. Onderwijl bewonder ik met de schipper zijn prachtige schip, ze hebben zelfs een wasmachine en televisie aan boord! Het blijken schippers van de binnenvaart te zijn. Dat moeten dus wel èchte waterliefhebbers zijn. Nicola kan in de Cocksdorp geen gasvulling vinden voor onze RestoGrill zodat de petroleumvergasser waarschijnlijk uit de mottenballen mag – iets wat zij niet prettig vindt maar ik niet versmaad.

We varen af onder goedkeurende blikken van de binnenschipper en gaan voor de winds richting Steenplaat. Voorzichtig zoeken we onze weg langs de staakjes om niet, het is eb, ongewild vast te geraken. Het lukt allemaal nèt. De stroom zet ons precies de goede kant op en we lopen na een heel rustig tochtje midden op de Steenplaat vast. Het is voor de jongens de eerste keer dat ze echt droogvallen. Ze vinden het machtig interessant maar toch ook een beetje eng. Als ik overboord stap willen ze me meteen achterna maar moeten nog even wachten. Eerst slacht ik een weerloos kokkeltje om aanschouwelijk te maken wat daar nu allemaal inzit en waar het voor dient waarna we, als we hem terug zetten in zijn natuurlijk biotoop, bekijken hoe de kokkel onmiddellijk door allerlei ander gedierte wordt verorberd.

We eten een heerlijke spagettini a la pesto maaltijd, snel, lekker en veel en wachten vervolgens met anderhalf hoofdstuk uit De Kameleon tot het water echt weg is. Ik word een beetje melig van het taalgebruik van die boeken maar Thijs en Mar krijgen er geen genoeg van. Onderwijl worden we onderbroken door de KLU die aan het oefenen slaat op de Vliehors. Ik ben de enige die het echt mooi vind. Later sluit Nicola even de ogen en gaan de jongens aan het werk met een dijk die het volgend hoog water zal tegenhouden èn waar bovendien nog een flessenrace in gehouden kan worden. Ze komen onder de drek terug maar ‘dat droogt aan het lijf en dan kun je het er zo weer af wrijven’, hopen we tegen beter weten in. Om een uur of vijf komt het water en spoelen we als een raket richting Posthuiswad. Veel te vroeg, we gronden en krijgen de beruchte/fameuze ‘bult’ goed in beeld zodat we die voor altijd in de GPS kunnen zetten. We nuttigen een kleine tussen-maaltijd van chips en Fristi voor de kinderen en met water en brood voor de ouderlingen maar zelfs daarna is er nog niet voldoende water. Ik hooijkaas de boot uiteindelijk over de uiterste rand van de bult en dan varen we tot vlak voor de wal van de Dodemansdol, achter de prut en op het harde zand. Het is 21:30 als we liggen en ik geloof dat we om 22:15 slapen. Buiten is het nog bijna licht. Er is geen golfje te horen, slechts een zacht geschuif als Navis zich in het zand vlijt. Een lange rustige nacht is ons deel. Het is heerlijk warm als ik 's nachts de druil strijk. Alle palen (wrikriem, roeiriemen en uithouder) staan naast de ongestaagde druilmast gestouwd. Dat kan makkelijk want er is geen deining.

Op het Posthuiswad De daarop volgende twee dagen ligt Navis op het Posthuiswad en verkennen wij Vlieland per fiets. Thijs verslaat mij regelmatig met schaken wat zowel een goed als een slecht teken is. We slapen uit – zelfs Thijs en wel tot 07:30 uur, één keer tot 07:55 uur en luisteren voor de goed orde naar de Kustwacht. Alleen maar mooi weer, prachtige luchten en heerlijke wind uit het westen. Ochtend: we doen het rustig aan met spelletjes, knutselen en lezen. Middag: we eten warm op het Posthuys en voeden ons 's avonds met liflafjes en soep hetgeen de vakantiestemming zeer ten goede komt. Tussen elf en een uur of zeven zijn we op pad. Het is steeds zeer hoog water zodat we dichtbij de wal kunnen blijven liggen. We douchen in Oost en genieten van een tjokvolle haven die dag in dag uit door de Brandaris als ‘gesloten’ wordt aangekondigd. Wij liggen alleen met de eidereenden en de scholeksters. De fietsen huren we op het Posthuys zelf en zetten die daar dan ook – zij het net iets te laat – weer terug. Het is daar dan geheel verlaten.

Maar op woensdagavond wil ik toch wel weer eens een stukje varen. Het wordt tijd om naar Terschelling te gaan. Nicola en ik bereiden het tochtje voor alsof het de landing op Utah Beach betreft, we moeten immers een zeegat over. De boot wordt verhaald naar een slikkig gedeelte om wat vroeger te kunnen varen. Blijkt later allemaal niet uit te maken – ja hooguit een kwartiertje. Plan is om met de laatste vloed naar het zeegat te varen, vlak langs de Richel, daar een neer op te zoeken en daarmee een stukje tegen de stroom in richting Harlingen te varen. Vervolgens over te steken en met de eb naar het Schuitengat te worden gezogen, naar binnen te gaan en ook daar weer via ondiep water tegen de stroom in op te werken. Ik maak me zenuwachtig voor als het eventueel te hard of te zacht zou gaan waaien. Te hard vanwege de golven en te zacht vanwege het gebrek aan voortgang. Als het niet goed mocht gaan draaien we om en vallen in het Franse Gaatje droog – maar kan dat dan nog wel echt?

Donderdag 24 juli gloort en bewijst ‘de mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest en dat nooit op komt dagen’. Het is wederom een prachtige dag met een heerlijk windje drie à vier, super Drascombe weer. Thijs hanteert de kaart, Marnix roeit mee, Nicola stuurt en ik bijt op mijn nagels. We gaan heerlijk, varen vlak langs de Richel en kunnen net een nieuw bankje ontwijken. We sturen een heel stuk op de riem en maken aldoende goede voortgang. Zeehonden spelen snuivend rond de boot en ik moet de jongens ervan weerhouden de blikjes sardientjes te openen om ze te voeren. Aalscholvers kijken ons met uitgespreide vleugels drogend in de zon, loom na vanaf de kant, geen zeehond heft zijn kop op om te zien wat daar langs vaart – veel te heet.

Na de passage van de Richel gaat het roertje er weer in, kan het zwaard naar beneden en moeten we zowaar bijna een stukje aan de wind steken. Gelukkig duurt dat niet al te lang want al snel zijn we zover naar het zuiden afgezakt dat we kunnen oversteken. We steken over van de VL9 naar de VL6, inderdaad een blokje om, maar ja het is ook niet de bedoeling het zeegat uitgespoeld te worden. Nabij de VL6 gaat de bootshaak overboord, klein leed maar wel instructief voor allen. Ik roep ‘wijs!’ en gelukkig doen ze het want na de overstag manoeuvre vinden we de stok alleen daardoor weer terug. Hij was al bijna uit beeld en dat bij een volledig kalme zee. Opnieuw blijkt dat het geld dat mijn ouders aan de Eerste Friesche Zeilschool besteedden dubbel en dwars goed gebruikt wordt want daar leerde ik dit kunstje (en vond het toen volledig belachelijk). We schuiven over de Jacobsruggen en zien zowaar de Koegelwieck weer door het Schuitengat gaan – dat is een aantal jaren onmogelijk geweest vanwege ernstige verzanding. Niets waar wij ons druk over hoeven te maken overigens. Na wat gescharrel zetten we ons teneer op het Groene Strand en voelen ons geweldige zeevaarders – jongens van stavast enzo. De matrozen verdwijnen ogenblikkelijk met de pionierschoppen over the side om hernieuwd een dijk tegen het hoge water aan te leggen; we zien ze pas terug als er ijs moet worden gegeten bij de Walvis. Met tegenzin gaat men mee het dorp in voor de boodschappen maar alles komt weer goed als we voor de volgende dagen een voorop-fiets (een tandem met voorop een lage zit) voor Marnix en een vet koele mountainbike voor Thijs huren. Inderdaad, omkoperij maar makkelijk te rechtvaardigen vanwege gedane beloften door mij en het algemeen uitgebroken zomer- en vakantiegevoel.

Een leermoment is mijn deel als ik bij een naburige tjalk ga buurten. Dat schip weegt 35 ton en hangt aan een 25 kilogram Hollands stokankertje met 30 meter lijn en wat ketting. Navis Longboat daarintegen heeft een waterverplaatsing van 0,4 ton – laten we zeggen 600 kg met alle bemanning en toebehoren aan boord - en hangt aan een 5 kilogram Bruce anker met 10 meter kettingvoorloop en 25 meter lijn. Geen wonder dat Bruce zich meestal maar met één vloei ingraaft en de rest laat voor wat het is. Vroeg te kooi voor een paar mooie dagen.

Weer liggen we twee dagen, nu op het Groene Strand. Vrijdag blaast het in de ochtend behoorlijk en moet de schipper in te water om de boot naar ondiepere delen te hooijkazen. Gewoon deinzen kan niet omdat we dan midden in de kite-surfers terecht zouden komen. We belanden op een prettig plekje tegen de vloedlijn, bevrijd van de geniepige rollers van de grote ferry's en vissersschepen en genieten langdurig van de grote sprongen die de surfers maken in de ruige golfjes. Ik draag de jongens naar de wal waarna we de fietsen ophalen en een mooie tocht over het eiland rijden. Thijs is bijna niet bij te houden en Marnix doet steeds vreemdere capriolen voorop de voorop-fiets. Hij hoeft immers niet te trappen om toch het eiland te zien.

We eten pannenkoeken in Formerum aan Zee en blijven een uurtje op het strand hangen. Af en toe valt er een spatje. Als we terugrijden naar West is de wind afgenomen tot een zwakke koelte en valt het niet zo op dat hij tegen is. We crossen door het bos als bij het Groene Strand naast Navis zowaar Longboat Sil het strand op komt schuiven. De jongens zijn heel blij dat M. er ook is en we gaan, om dat te vieren, met z’n allen lekker uit eten. M. zit nog geheel in werk-modus maar het tij bepaalt nu het ritme hetgeen bepaald een onthaastend effect heeft. Wel zit er een immense Suzuki 9.9 achter zijn bootje, gestyled voor een vette RIB maar goed – hij moet dan ook op maandag al weer terug om dinsdag weer achter de computer plaats te nemen. Na besloten te hebben nog één dagje op het strand te blijven staan gaan we vroeg te kooi.

Het Groene Strand De zaterdag is een heerlijke dag. Snelle douche – met z'n vieren vier minuten omdat de gewisselde vijftig eurocent munten niet werken in een één euro douche automaat. Eerst even een bakkie doen met taart erbij. M. gaat het strand bekijken en past op de bootjes terwijl wij op Thijs' initiatief het Wrakken Museum in ogenschouw nemen. Na een prettige fietstocht een onverwacht interessant bezoek aan het volledig informeel maar adequaat ingerichte museum annex kroeg/etablissement. Verder biedt het een blik op Camping Appelhof – de gehuurde tenten zijn door muren van bierkratten vol leeggedronken flessen van elkaar gescheiden: bizar. Een jonge moeder met onschuldige baby komt van de camping afgelopen... dat wordt later deskundige hulp.....

Enfin, vroeg te kooi want dat bevalt goed en morgen gaan we naar de Vierde Slenk. Te middernacht verplaatsen we de schuiten naar de rand van de geul om zodoende rond een uur of tien af te kunnen varen. Ik denk dit eerst nog hooijkazend te moeten doen maar als ik rond 00:00 uur daadwerkelijk aan de gang ga lukt het me achterwaards wrikkend het bootje precies te krijgen waar ik haar hebben wil zonder de hele meute te wekken.

We zijn bijtijds op en varen die laatste zondagmorgen van juli om 10:00 uur af. Thijs crewt op Sil wat Marnix sikkeneurig maakt. Er is totale blakte, we liggen dwars in de stroom die ons met gierende vaart naar het oosten sleurt. Dat is de goede kant op maar veel controle hebben we niet. Na een paar uurtjes varen zien we een gestaag motorende Sil naderbij komen. We maken langszij vast en voorzien alle opvarenden van overvloedige hoeveelheden brood. Daarna moet de schipper u enige uren schuldig blijven, want hij dut rustig weg tot voor de Vierde Slenk. Slechts het monotone gedreutel van Suzuki verstoort de rust.

We presenteren bijtijds de ankers en na een uurtje borrelen kunnen we van boord. Er worden wandelingen gemaakt op zoek naar Vlierbessen maar er wordt een emmer vol kokkels gevangen – voor latere consumptie want ze moeten eerst hun zandige ingewanden een dagje filteren. Eindelijk tijd om de cruciale Vierde Slenk waypoints in de GPS te zetten en een route naar binnen te plotten – belangrijke zaken allemaal. Ik bak een schier eindeloze hoeveelheid pannenkoeken en zet 's avonds met M. een botlijntje. De jonge ondernemer opteert voor nog een dagje spijbelen nadat ik hem vertel dat voor morgen een voettocht naar de noordoostpunt van het eiland op het programma staat.

Maandag 28 juli. We liggen kostelijk op de Koffieboonenplaat net ten oosten van de Vierde Slenk. Met nog een uur of drie in de vloed laten we boten achter en gaan op pad. Het is een prachtige wandeling hoewel er overal verbodsbordjes staan. Nu is mijn oudste zoon, volledig in tegenstelling tot de jongste, onwerkelijk gezagsgetrouw zodat we gedwongen zijn om echt buitenom elk bordje te lopen. Bij voortduring de vraag of alles wel mag. Gelukkig komen we Jan Helder tegen, opsporingsbevoegd boswachter van Staatsbosbeheer die ons het één en ander uitlegt. Dit maakt Thijs een stuk rustiger.

De Koffieboonenplaat Wonderbaarlijk is de sfeer omslag van de wadden naar de Noordzee kant van het eiland. De terugtocht naar de bootjes is vrij zwaar omdat er inmiddels veel water staat. We moeten een aantal vollopende slenken doorwaden en uiteindelijk zelfs geheel uit de kleren om weer bij de schepen te komen. Deze tocht is zo vermoeiend geweest dat op beide Longboats een uitgebreide siësta wordt gehouden van een uur of twee. Ik ben te slap om Navis Longboat nu al wat meer naar de geul van het Oosterom te brengen voor tijdig vertrek de volgende dag.

Na het ontwaken nog een groot stuk voorgelezen, na het hernieuwd droogvallen nog wat gespeeld en het strafrondje rond de boot voor ondeugende bemanningsleden ingesteld. Dit leidt in eerste instantie tot grote hilariteit van de mannen, maar dat leren ze wel af na het tiende rondje! Er wordt geborreld met gekookte kokkels vanuit Sil. Te snel valt de kille nacht. We besluiten te blijven liggen totdat morgen het water weer hoog genoeg is om te drijven. Eerst denken we dat dat op onze plek rond 13:00 zal zijn. Maar midden in de nacht worden Nicola en ik tegelijkertijd wakker en denken ‘hier klopt iets niet’. We bespreken het slaperig en concluderen dat er nu toch echt een vrijwilliger dient te worden aangewezen om een nachtelijke hooijkaas actie uit te voeren. Ook de schipper van Sil blijkt druilwacht te houden en dus verplaats ik beide boten tot bovenbeendiepte richting Oosterom. Het waait lekker, ben blij in het aardedonkere opspattende water een jasje aan te hebben. Beide schepen wisselen middels lichtsignalen hun positie om nog enigszins bij elkaar in de buurt te ankeren en te voorkomen dat de nachtelijke wandelaar op zoek moet naar zijn eigen boot. Inmiddels is de wind naar het noordoosten gedraaid.

De Grande Finale is gepland voor dinsdag 29 juli. Om 13:00 uur gaan we anker op en varen vanaf de O66 pal zuid. Het is een beetje oneerlijk – nu we weer naar het westen moet gaat de wind naar het oosten – het geluk is met de dommen. De wind is dus nog immer noordoost en blaast met toenemende kracht. We beginnen met een tweetje en eindigen voor de Friese kust met een stevig doorstaande vier, eind vijf. De gedachte is om op het restje vloed dwars over de platen te steken om aan de Friese kant de eb op te pikken en meegesleurd te worden naar Harlingen. Zo gezegd zo gedaan: we denderen dwars over het wad naar het Vingegat, over de Vlakte van Oostbierum, via het Kimstergat (stroom en wind nu in de rug) naar Harlingen toe. Varen eerst onder vol tuig maar om niet te hard te gaan reven we terug tot fok alleen. Zo zien we Sil mooi oplopen en ons op een gegeven moment als een racepaard passeren – prachtige beelden van haar schipper met slechts een hoofdje boven de kuiprand uit. Toch nog een flinke tocht want we zijn pas om 19:00 uur in de Nieuwe Willemshaven waar de warmte ons als een deken over het lijf valt.

Tijdens de oversteek nog wat gelezen en wat voorraden opgemaakt want de bemanning gaat drossen. Nicola rijdt vanavond met M. mee en komt morgen de jongens halen en mij nog wat voorraden brengen. In Harlingen halen we Sil uit het water en vieren het einde van dit deel van de vakantie op een strandterras met een heerlijk diner, ondergaande zon en uitzicht over de verlaten Waddenzee.

Nadat Sil, Nicola en M. zijn uitgezwaaid lees ik de mannen een extra lang verhaal voor en slapen we tot 08:30 uur de slaap der onschuldigen – een record!

De volgende dag om 10:00 uur staat Nicola al weer paraat op de kade en wordt met kunst en vliegwerk de nu overtollige bagage van boord getakeld. Het is behoorlijk laag water zodat er nogal wat geklauterd moet worden. Nicola weet precies wat er nodig is om aangenaam te varen en heeft in Edam prettige voorraden ingeslagen omdat de schipper de boot naar huis zal varen. En zo komt er voor dit gezin een einde aan een werkelijk heerlijke vakantie. Ik ben benieuwd wat de jongens zich hier later van zullen herinneren

Rest nog de vraag of een gezin met een Open Longboat op de Waddenzee op vakantie kan. Een volmondig ja, mits:

Maar doet u vooral niet wat wij hebben gedaan, het moet haast onverantwoordelijk zijn geweest en wellicht een ernstige bedreiging van uw huwelijk?

Antoine Maartens

a/b Navis Longboat