"Riddle of the Sands" in het kielzog van "Dulcibella"

Twintig jaar geleden voeren wij voor het eerst met onze Drascombe Cruiser "Chimera" op het duitse Wad. Sindsdien keerden wij vele malen met haar, later met haar opvolgster "Riddle of the Sands", terug naar dat prachtige vaargebied. Gefascineerd door de schilderachtige eilanden, de zandbanken met zeehonden en vogels, het tij en de felle stromen, de leegte en de rust.

Klik voor vergroting Soms vertrokken wij uit Nederland; dan weer lieten wij de boot te water in Noord-Duitsland, te Norddeich of Dornumersiel. Telkens zeilden we langs de eilanden, van Borkum tot Minsener Oog. Enkele malen gingen wij zelfs daar voorbij, de Jade in, verleid door het Jade-Busen en op zoek naar het legendarische drijvende veengebied: het 'Schwimmendes Moor'.

Nog sterker werden wij aangetrokken door de overkant van de Jade: de "Hohe Weg" naar de Weser; en nog verder over het wad in de richting van de Elbe. Waarom lokte ons juist dat gebied? De trouwe lezer van het boek "Riddle of the Sands", waarnaar onze Drascombe Coaster natuurlijk genoemd is, weet het antwoord: dr, bij de kleine eilandjes Scharhorn en Neuwerk, ligt de plek waar de Dulcibella ooit strandde, op laaghartige wijze in het verderf gelokt door de duitser Dollmann, die later blijkt een engelse overloper te zijn. Daar speelt zich het boeiende avontuur af van Davies, die met zijn kleine schip in z'n eentje de razende branding doorzeilt, in beschut water belandt en daar de dan toch onvermijdelijke stranding overleeft met weinig schade aan zijn bootje.

Al jaren wilden wij deze historische plaats zo dicht mogelijk benaderen. Het is daar moeilijk varen: de afstand buitenom is te lang zelfs voor een Drascombe, het waddengebied is relatief onbeschermd tegen de vaak sterke noorden- of westenwind, er zijn weinig beschutte ankerplaatsen en nauwelijks haventjes en het gebied is vergeven van de Robben- en Vogelschtzgebiete. (Verder RSG en VSG te noemen. Ze zijn streng verboden en het betreden of bevaren schijnt bestraft te worden met boetes van DM 800 per persoon.) Het eiland Scharhorn is zelfs geheel verboden. Toch bleven wij hopen en als wij naar het duitse Wad gingen, hielden we de mogelijkheid van de trip over de "Hohe Weg" in gedachten. Maar telkens hielden storm, tegenwind en het naderend einde van onze vakantie ons tegen. Nog nooit was het ons gelukt; zou het in 1998 .... ?

Woensdag 15 juli 1998 arriveren wij met Riddle op de trainer in Lauwersoog. We hebben twee-en-een-halve week de tijd. Om 16.00 uur ligt de boot te water; om 17.00 uur zijn we de sluis gepasseerd en varen we op het Wad, koers Noordpolderzijl. Daar komen we tegen 21.00 uur voor de geul, lopen vast en vallen snel droog. Anker uit en diner; lamp gehesen voor de nacht.

Klik voor vergroting Donderdag 16 juli kunnen we door de droogte pas om 12.30 uur weg en varen we met grijs weer en een stevige ZW wind, 3-4 Bft, in enkele uren naar het duitse Wad. Om 16.30 uur passeren we het duitse baken Randsel op de Z-hoek van de gelijknamige plaat. Ik probeer een nieuw instrument uit, een hand-GPS, die ik bij mijn afscheid als directeur van de Rotterdamse Sociale Dienst van mijn naaste medewerkers heb gekregen. Dat is erg leuk spelen! Enkele uren later bewijst het ding zijn eerste serieuze nut, als we een ankerplaats zoeken aan de O-kant van de Randsel om beschut te liggen voor de nacht. Wij vinden op de kaart een positie, waar de zandbanken bij LW goede beschutting zullen bieden tegen W wind. Maar deze plek ligt circa 200 m. ZZO van een RSG, waarin we liever niet betrapt willen worden. Op deze onafzienbare watervlakte is de juiste plaats niet makkelijk vast te stellen, want boeien liggen hier nauwelijks en ze zijn niet te zien bij dit regenachtige weer. Maar met hulp van de GPS bepalen we uiterst nauwkeurig het goede plekje en gooien daar het anker uit. We liggen in absolute eenzaamheid en wachten de gebeurtenissen af. Juist als we gaan slapen, vallen we droog.

Vrijdag 17 juli om 5.30 uur op, na een aanvankelijk rustige, maar later - toen de vloed opkwam - nogal bonkige nacht. Rommelige zee; wind WZW 3-4, mooie zonsopgang! We plannen O-waarts te varen tot waar we zullen komen, ergens onder Baltrum.

Die ochtend zeilen we lekker voor de wind, zoveel mogelijk buiten het vaarwater om de harde ebstroom te vermijden. Om 10.00 uur het wantij onder Juist bereikt; daar krijgen we de stroom m. Roer eruit en op de riem gestuurd. Geen ander mens te zien, alleen vogels, zeehonden en zon. Om 10.30 uur bereiken we het zeegat tussen Juist en Norderney, en hier krijgen we de eb juist weer tegen. Gaan dus voor anker op de punt van een plaat, om de vloed af te wachten. Wind ZW 3 parallel aan stroom, dus blak water. Lunchen.

's Middags is de wind wat aangewakkerd en het tij gekeerd. We gaan verder en stuiven onder vol tuig en net iets teveel wind onder Norderney langs; ergens leggen we een rif. Dan varen we van de zuidelijkste punt van het Norderneyer Wattfahrwasser recht O over de ondiepten, naar de meest zuidelijke bocht van het vaarwater onder Baltrum. Maar we vinden geen bleesjes; kennelijk klopt de kaart niet meer. Als we snappen wat er aan de hand is, gaan we voor anker, waar we van plan waren. Zodra we stilliggen, begint het te regenen. 's Nachts steekt een stevige wind op en klettert de regen. Wij liggen er warm bij.

Klik voor vergroting Zaterdag 18 juli is de ZW wind rustiger geworden; het is grijs weer. We maken plannen voor Spieker- of Wangerooge. 9.00 uur anker op. We zeilen lekker, ondanks harde tegenstroom en soms kletterende regen. Halverwege de dag gaan we een tijd voor anker om LW af te wachten; de zon breekt door en we zeilen verder richting Wangerooge. Om 18.20 uur komen we daar aan en zoeken op de kaart een goede ankerplek vlakbij het dorp. Het knusse verenigingshaventje in de hoek van de baai heeft moeten plaatsmaken voor een VSG. Mooie rustige avond.

Zondag 19 juli: heldere dag met onverwacht keiharde ZW wind, 6 Bft. Liggen hier redelijk beschut en in erg ondiep water. Besluiten lekker te blijven liggen en de dag lezend door te brengen. Rond lunchtijd gaan we voor het eerst in vier dagen aan land en wandelen we naar het dorp: heerlijk rustig. 's Avonds neemt de wind af en wordt het mooi weer. Als we om 21.45 uur naar bed gaan, is het bladstil!

Maandag 20 juli: prachtig weer met ZO wind. We plannen vandaag terug te varen naar Spiekeroog voor boodschappen en water. Om 9.30 is het HW maar liggen we nog steeds vast; door de aflandige wind komt er kennelijk niet zoveel water. We realiseren ons, dat we snel moeten handelen; anders liggen we nog een hele dag vast! We springen overboord en trekken en sleuren Riddle over het zand naar diep water. Het lukt, we hijsen uitgeput de zeilen erbij en bereiken de geul. Om 10.30 bereiken we de ingang van de Alte Harle. We willen vlak onder Spiekeroog doorvaren, tussen een VSG en een RSG door, waar een corridor van 300 meter ligt, die niet door bakens is aangegeven! Dat kan alleen met de GPS en dit werkt fantastisch; leve het technische speelgoed!

Spiekeroog heeft een idyllisch dorpje, rustiger en schilderachtiger dan Vlieland en Schier bij elkaar. We doen inkopen, slenteren terug naar de boot en lunchen uitgebreid. Er waait een zwak ZO windje en het is heel warm. 's Middags varen we weer uit en zeilen met de stroom mee naar de vaste wal, waar we dicht onder de kust voor anker gaan om beschut te liggen tegen eventuele onweersbuien vannacht. We zien ontelbaar veel zeehonden op hun vaste plaat bij de ingang van de Hullbalje, bij de O-punt van Langeoog. Een jonge zeehond nadert ons tot 12 meter afstand en snuift vriendelijk. 'n Gouden avond. Maar het werd een onrustige nacht. Rond 3.30 uur toen we hardstikke droog lagen met de boeg naar het ZO, barstte een onweersbui los uit het NW, zodat we de kajuitopening moesten afsluiten en het was toch al zo warm!

Dinsdag 21 juli blijkt de wind weer ZZO, 4-5; de zon schijnt en het is weer warm. Aanvankelijk plannen we om onder de kust te blijven, maar als we onder zeil gaan, varen we zo lekker dat we besluiten toch naar Langeoog te gaan waar we ook rustig onder de wal kunnen liggen. Het is mooi zeilen, vooral bij de havenmond van Langeoog, waar we surfen op de lange golven. Op de kaart hebben we een plekje gezocht O van de haven, waar wel paaltjes staan getekend, maar we vinden een veilige ankerplek in de luwte van de hoge dijk en een boomgroep. Om 12 uur wijst de windmeter 7 Beaufort in de vlagen.

Er blijkt hier wel een vreselijk diepe en weke modder te liggen. We merken dat, als we 's middags naar het eiland waden, elkaar stevig vasthoudend om niet om te vallen. Jacoba in haar laarzenbroek, ik in mijn laarzen; het gaat maar net. Wandelen naar het dorp en drinken wat op een terrasje.

Woensdag 22 juli: wolkenloos zonnig, wind ZZW 4. We maken plannen om, gebruikmakend van de W wind, weer naar het O te varen: eindelijk naar de Elbe? Om 10.00 uur gaat het anker op. Dan zeilen we in vier uur onder de eilanden Langeoog, Spiekeroog en Wangerooge langs. Met halve tot ruime wind loopt Riddle "als een trein" en we trekken ons met het HW niets aan van banken en geulen; alleen van de VSG en de RSG die hier ruim voorhanden zijn. De GPS bewijst goede dienst maar ook zonder dat hulpmiddel is de plaats goed te bepalen op hier en daar een boei, een baken, walmerken en soms bleesjes.

Om 14.00 uur bereiken we de Jade. Inmiddels staat er een sterke eb uit de Jade en die kunnen we niet doodzeilen met deze windrichting; dus we gaan voor anker om de kentering van het tij af te wachten. Maar om 17.00 uur slaat de wind plotseling om naar het N. We hijsen anker en zeilen tegen de stroom in; dicht onder de wal staat zowaar een "neer"! De Jade is een breed vaarwater, met vier grote laad- en losplatforms voor zeeschepen aan de vaste W-wal, die het natuurschoon niet verhogen. Maar door de grote ruimte en het weinige verkeer (grote zeeschepen) is het toch prettig varen. We plannen naar Eckwardersiel te gaan, diep in de Jade. Dat bereiken we pas om 22 uur, na een lange vaart constant tegen de afnemende ebstroom in. Ankeren W van Eckwardersiel dichtbij de vaste wal in een prachtig stille avond. 's Nachts liggen we in de sterke stroom constant te "varen": het water klotst tegen de boeg en ruist met grote snelheid om de kielbalk. Het zijn heerlijke geluiden om mee te slapen!

Klik voor vergroting Donderdag 23 juli: rustig, zonnig weer. Langdurig beraad levert op: vandaag naar Varel en eventueel vanmiddag naar Wilhelmshaven. In Varel is een sluis, maar die draait slechts tweemaal per dag: 2 uur vr en 2 uur n HW en dat alleen overdag. We komen echter te laat voor het schutten vr HW en blijven dus maar voor de sluis aan een steiger liggen. Als het tij gekenterd is, zeilen we naar Wilhelmshaven. Door de harde ebstroom voor de haven langs, zeilen we daar met veel moeite binnen. Een vriendelijke man wenkt ons naar een vrij plekje. Hij heet Kurt Mross en heeft ook een Drascombe Coaster. Wij vragen waar we kaarten van de Hohe Weg kunnen kopen (die zitten niet in de kaartset van dit gebied) maar daar is geen sprake van: hij wil ons de zijne lenen en zal daarvoor 's avonds terugkeren. Wij moeten nog inkopen doen en vragen een echtpaar de weg naar een supermarkt. Ook daar is geen sprake van: wij moeten plaatsnamen, zij rijden ons erheen en wachten op ons en op de terugweg rijden zij ons door de gehele stad om die te bezichtigen. Wat een gastvrijheid! 's Avonds komt Kurt terug met zijn vrouw Regina en de kaarten; wij bekijken de kaarten onder het genot van een flesje wijn. Rollen tenslotte doodmoe in onze kooi; voor het eerst van deze tocht in een haven.

Vrijdag 24 juli. Mooi weer met een vlagerige NW wind. Omdat het pas om 14.30 HW is en we de ebstroom nodig hebben, kunnen we nog niet weg. We bezoeken het Marinemuseum: modern, interessant met schepen buiten, waar je "in" kunt, o.a. een U-boot van na W-O II.

's Middags varen we in twee uur op de eb en ankeren halverwege de Jade tegen de dijk aan de W-oever, recht tegenover de ingang van de Kaiser Balje waar we morgenvroeg met de eerste vloed in willen varen. We liggen niet ver van een grote laad- en lossteiger, maar verder is het er kaal, vrij onbeschut en zeker niet erg mooi. In de loop van de avond verhalen we nog tweemaal iets verder uit de wal, omdat het door zakkend water steeds ondieper wordt en we niet droog willen komen.

De Hohe Weg bij LW, Klik voor vergroting

Zaterdag 25 juli: een prachtig blauwe lucht, rustig ZZO windje. Vandaag gaan we over de Hohe Weg! Om 8.30 uur (LW) ankerop en koers 90' naar de ingang van de Kaiser Balje. Rond 9.20 uur varen we deze in; er staat nog weinig water en aan weerszijde liggen hoge zandbanken. We lopen vast bij het wantij, dat nog geheel droog ligt. Een zware regenbui laten we, zittend in de kajuit, over ons heen gaan. Zodra er voldoende water is opgevloeid, hijsen wij anker en zeilen weer. Juist dan komen twee grote platbodems en vijf motorboten aanvaren, die ons willen volgen. Maar wij met onze kleine Drascombe kunnen nu het wantij passeren, terwijl achter ons de hele vloot droevig vastloopt.

De Hohe Weg bij opkomend getij, Klik voor vergroting

In het Feddewarder Wattfahrwasser krijgen we de forse vloed mee; de wind draait hier naar het NW. Een mooi stuk zeilen brengt ons bij het wantij van het Lang Lutje Sand. Er ligt daar een lange strekdam als stroomgeleider, maar lastig omdat je er omheen moet. Als dat is gelukt, voert de koers weer naar buiten en daar krijgen we dus de vloed tegen. Daarom ankeren we, aan de O-kant van het Wremertief voor de lunch.

Om 15.00 uur is het HW en wordt de stroom gunstig. We gaan ankerop en laveren tegen de NW wind in. Deze is 4-5 en er staan hoge golven door de stroom-tegen-wind. We steken grote stukken af over de platen en bereiken de ingang van het Weser-Elbe-Wattfahrwasser. Bij-de-wind over het Wurster Watt en over het wantij Meyers Legde en het wantij voor Spieka. Daar komen we in het gebied, dat in The Riddle of the Sands is beschreven! Klik voor vergroting

Om 18.30 uur werd het te ondiep om over de banken te laveren en de geulen werden te smal. We besloten te ankeren op een plek waar het Spiekar Tief aftakt. Geen prikjes te zien in deze onafzienbare watervlakte, maar wel een grote lichtboei die de kruising van vaarwaters aangeeft. Ofschoon het ter plaatse 6 meter diep was, moesten bij LW de omliggende banken zorgen voor veel beschutting. En zo bleek het te gaan: met LW om ca 21.00 uur lagen we comfortabel in rustig water, met om ons heen hoog oprijzende banken. 's Nachts raasde de vloed weer onder ons door en sliepen we op het ruisen van de snelle vaart.

Zondag 26 juli: een mooie ochtend; half bewolkt, mooie zonsopgang; zwakke W wind. Om 6.15 uur hijsen we het anker en de zeilen en varen we met een loeiende stroom m, langs het Knechtsand, door de geulen in N richting naar Neuwerk. Veel zeehonden, waarvan er n bijna op aai-afstand bij ons komt. Hier kruisen we het kielzog, dat de Dulcibella hier 97 jaar geleden heeft getrokken!

Droog voor Neuwerk, Klik voor vergroting Om 8.15 uur liggen we voor anker droog te vallen aan het eind van de priel ZW van Neuwerk, die tussen twee VSG doorloopt. De kaart is hier onbetrouwbaar: de geul staat op de kaart, maar zonder bleesjes. Hij blijkt wl beprikt te zijn, maar onnauwkeurig: als we de bleesjes volgen, lopen we vast en komen los door overboord te springen en te duwen. We blijven de prikjes volgen maar die eindigen een heel eind van het eiland; daar lopen we dan ook muurvast en vallen snel droog. Dan zien wij dat er een veel betere geul, onbeprikt, op enige afstand van ons doorloopt tot vlakbij het eiland!

We lopen naar Neuwerk. Daar komen juist de paard-en-wagens met toeristen van de vaste wal over het drooggevallen wad aanrijden. Men beklimt de Alte Leuchtturm en bekijkt de boerderijen. Hier zijn we dan op het eiland, in de luwte waarvan Davies zijn reparaties verrichtte! Het is een vriendelijk eilandje met een hoge dijk eromheen, enkele boerderijen, een kroeg en de vuurtoren. Aan de Z-zijde liggen wat jachtjes stilletjes op het zand; er is duidelijk geen levendig verkeer.

Terug aan boord, zijn we precies op het goede moment, gelijk met het water. We drinken koffie in de zon en constateren dat onze bedevaart de moeite waard is. Twee jonge zeehonden spelen vlakbij ons in de vollopende geul.

Om 11 uur is het windstil geworden, maar het heeft geen zin hier langer te blijven; we gaan op de motor terug. Nadat we de priel hebben verlaten (weer vastgezeten) suizen we langs het Knechtsand terug, waarop grote kudden zeehonden liggen. 14.30 uur zijn we bij de uitgang van het Weser-Elbe Wattfahrwasser en we besluiten m het N-eind van de Robbensand-strekdam te varen en van daaruit de Hohe Weg te benaderen. Dat lukt en dan komt ook de wind terug en kunnen we de zeilen weer hijsen. We hoeven ons met HW niet aan de geul te houden en stuiven, met de franse slag in grote lijnen de prikken volgend, door het Hohe Weg vaarwater terug in de richting van de Jade.

Weer hebben we op de kaart een beschut ogende plek uitgekozen in de Kaiser Balje. We bereiken die om ca 16.45 uur en gaan daar voor anker. Het wordt een mooie avond, maar de beschutting tegen de aanwakkerende wind valt hier tegen: het wordt erg onrustig met hoge golven. Vroeg naar bed, maar een matige nachtrust.

Maandag 27 juli. En humeur aan boord is door de rumoerige nacht danig verstoord en wordt met het lekkerste gebakken ei weer op peil gebracht. Het weer is bewolkt maar droog. We moeten langzamerhand naar huis en de matige O wind komt ons goed uit. Om 7.10 uur ankerop en vr de wind uit de Kaiser Balje en dan de Jade af met ruime- tot halve wind. Later krimpt de wind en varen we aan-de-wind en er dreigt een pikzwarte lucht O van ons. Weer een uur later is de lucht geklaard en wordt het heerlijk warm. We besluiten om buiten om Minsener Oog en Wangerooge te zeilen; het gaat lekker en zo schieten we goed op.

Om 10 uur zitten we 'op zee'. We zeilen volstrekt alleen, dicht langs de kust. Overig verkeer houdt angstvallig de tonnen, die meer naar buiten te zien zijn. Om 11.50 varen we N van de W-punt van Wangerooge en besluiten we ook Spiekeroog 'erbij te pikken'. Het is leuk om langs het strand te varen, de duinen te bewonderen, wandelaars en paarden te zien en de badgasten te verrassen. Ergens is een groot motorjacht op het strand gelopen; het wordt met een dragline losgegraven. Waar badgasten zijn, blijven we wat uit de wal, aangezien het anders mensen in verleiding brengt naar ons toe te zwemmen.

Om 14.45 uur komen we weer binnengaats tussen Spiekeroog en Langeoog, door een onbetond vaarwater. Wij vinden dit door ons te orinteren op een - zelfs bij dit rustige weer - angstaanjagende branding op een zandbankje. We zetten onze koers voort langs de binnenzijde van Langeoog, daarna van Baltrum en krijgen om 18.00 uur de haven van Baltrum in het zicht. Daar ankeren we, als we het wantij hebben gehaald, net naast de geul. Om 20 uur zitten we, na een heerlijke zeildag te genieten van een prachtig stille avond op het wad met uitzicht op Baltrum.

Dinsdag 28 juli. We varen naar Baltrum om inkopen te doen en water te halen. Het eerste stukje geul is nog zo ondiep en smal dat ik moet roeien. We passeren de mooie botter BU 130 'Trui'. Om 9.00 uur in de haven; met LW ligt deze grotendeels droog. Het dorp is vriendelijk en schoon. We varen op de motor - in de wind - de haven uit en zeilen dan naar de O-punt van Norderney, waar we ankeren om op de vloed te wachten. Veel zeehonden. Het is zonnig en de wind neemt toe: 3 Bft.

Om 11.45 uur ankerop en we laveren het vaarwater onder Norderney in. De Trui laveert hier ook maar loopt uiteindelijk vast. Wij schuiven verder met lange slagen over het wad en passeren nog een aantal vastgelopen tjalken en andere platbodems. Het weerbericht is slecht: toenemende W wind 6-7. We besluiten naar Norddeich te gaan. De jachthaven is heel ruim, leeg en rustig. Vriendelijke havenmeester. Havengeld DM 14,-, gratis douches. We zijn blij om een avond vroeg te stoppen en in zo'n haven is dat ook geen straf.

Woensdag 29 juli. Het weer is regenachtig; de wind is ZW 4 met vlagen. Gezien de heilloze weersvoorspellingen en de eindige vakantie willen we snel terug naar Nederland en proberen vandaag Lauwersoog te bereiken; hoe dat ook moet met ZW wind? Om 6.50 uur vertrekken we en een uur later zitten we vast in het drooglopende Norddeicher Wattfahrwasser: toch nog te laat vertrokken! Duwen helpt niet meer; het slik is boterzacht. Mopperend zitten we urenlang te lezen. Zodra mogelijk gaan we met lange slagen over het wad.

Om 15.30 is het HW en we laveren nabij de ZO punt van de grote bank Randsel. Het is ondoenlijk om met de toenemende tegenwind en straks de ebstroom naar Lauwersoog of naar Delfzijl te komen. Wel kunnen we binnenlopen in Greetsiel maar dat lokt ons niet aan. Dan krijgen we een briljant idee: uitwijken naar Borkum. We kunnen daar met deze wind bezeild - en precies tussen twee VSG en RSG door - naartoe. En morgen zien we wel weer! We stuiven met ruime wind naar de ingang van die corridor (twee vage gele tonnetjes en onze GPS) en bruisen vervolgens bij-de-wind recht W. Dan worden wij overvallen door een hevige bui en de wind blijft daarna 6 Bft. We strijken het grootzeil en gaan door op fok en bezaan. Door de regensluiers krijgen we met moeite de haveningang van Borkum in zicht; wat zijn we hier al lang niet geweest! De wind staat recht in de haven; ervr staat een rotzee met hoge onregelmatige golven. We prikken Riddle midden tussen de dammen en schieten als een kogel de haven in. Er lopen meer boten op spectaculaire wijze binnen. Heel wat lieden staan medelevend te kijken; of zijn zij benieuwd of er zich iemand te pletter vaart? Om 17.30 uur liggen we vast en warm, met opgezette kuiptent. De hele avond blijft het loeien en regenen; we maken plannen (morgen naar Delfzijl?) en gaan vroeg naar bed.

Donderdag 30 juli. Het weer is prachtig, de wind 5 Bft en precies ZW. We besluiten definitief naar Delfzijl te gaan en niet meer het wad op. Om 9 uur gooien we los en varen met hulp van de motor uit, met gereefd grootzeil, fok en bezaan. We hebben nog even de eb mee om in de Eems te komen, maar er staat gelukkig niet zo'n idioot hoge golfslag meer als gisteren. Te vroeg zijn we in het zeegat; de eb staat nog stevig door en die blijft nog twee uur tgen. Maar het gaat mooi met krap halve-wind; grote rollers maar geen brekers.

Tegen 12.30 uur naderen we Delfzijl, maar daar krimpt de wind naar ZZW, waardoor we moeten kruisen, en wordt akelig hard. We worden weer overvallen door een bui, met een pikwarte lucht. De windmeter geeft 7 Bft aan. We kunnen slechts met moeite het grootzeil strijken en reven fok en bezaan vrijwel geheel weg. Zo proberen we de hoog opgezweepte golven niet over ons heen te krijgen en vrij van de banken, in de vaargeul en in de stroom te blijven. Voortgang door het water maken we nauwelijks meer, alleen de vloedstroom brengt ons langzaam richting Delfzijl. Het is hier lastig laveren tussen veel oplopende en tegenliggende schepen: ponten, een vrachtschip, kustvaarders en jachten. Het ziet er korte tijd vrij griezelig uit, maar wij houden het hoofd koel en Riddle blijft keurig overeind. Tenslotte drijft (na ruim een halfuur) de bui voorbij en zijn we dicht bij de ingang van Delfzijl. Kunnen tenslotte kort vr de haven het grootzeil weer (gereefd) bijzetten.

Om 14.00 uur zijn we in de haven. We besluiten verder op de motor door de lange kanalen binnendoor naar Lauwersoog te varen. We schutten en beginnen de lange tocht door de kanalen, op de motor want de wind is recht tegen. Overnachten in een volle maar rustige jachthaven aan de O-kant van de stad Groningen.

Vrijdag 31 juli via het Van Starkenborchkanaat en de Kommerzijlsterrijte naar het Reitdiep; om 12.35 uur aangekomen in Zoutkamp. Het was weer zo hard gaan waaien dat we genoodzaakt waren te blijven liggen tot circa 16 uur. Toen nam de wind wat af en was het nog een mooi stuk laveren naar Lauwersoog, waar trainer en auto op ons stonden te wachten.

Jan Maurits en Jacoba de Jonge