Drascombetorial

Ayatollah’s

De wind giert door de bomen
Makkers staakt uw wild geraas
De dag des oordeels is gekomen
Het water wordt hier weer de baas.

De schoorsteen die moet roken,
Dan worden we allemaal rijk
Maar van al dat stoken
Komt global warming en bezwijkt de dijk.

De Drascombe voor’t plezier,
Mag nu in de kamer blijven
Het scheelt ons dan geen zier,
Als bankstel en tv langsdrijven.

Wij gaan aan boord en gooien los
Dag tuintje, dag gronds verkeren,
roeiend door het Witmarsumer bos
kan ons geen zondvloed deren.

Wij zetten koers naar Epe en Oldebroek
Op zoek naar hoge streken
Daar komen we met asielverzoek
De status A wacht vele weken.

Doch d’inburgercursus wordt teveel
Wij stokken stuitend in De Schrift
De vreeze des Heere vliegt naar de keel
En wij raken weer op drift.

‘Liever Turksch dan Paapsch’ door ‘t leven
en nog meer van dat soort leuzen
niets kan een Drascombe je méér geven
dan de vrijheid van de geuzen.

Communicatie

Je hebt van die jaren die de Britse vorstin met Ánnus Horribilis’zou aanduiden. Wij hadden in 1991 zo’n jaar: het begon met de geboorte van ons dochtertje Justien, die het na een maand al voor gezien hield in dit leven, in hetzelfde jaar overleed dierbaar NKDE-erelid Sieb van Hulst en even later mijn hyena de heer Bouterse. Er kan ook teveel gestorven worden. Bovendien was het hele jaar slap met orders voor de Koninklijke Smisgroep.

Precies 10 jaar later hebben we weer zo’n jaar. In december 2000 overleed Jeannettes moeder, ik had het erg druk met pro deo klussen, afgeblazen en uitgestelde projecten, vertrekkende counter parts en afscheid van een grote klant wegens ongeneeslijke zwerversmentaliteit, en nauwelijks waren wij op vakantie of het bericht bereikte ons dat Jeannettes vader aangesloten op gas, water en electrisch in een ziekenhuis in Lyon lag. De manier waarop dat bericht ons bereikte was heel apart.

We begonnen de zeilvakantie te laat, want het jaarverslag van ‘De Walrus’, mijn woordkraamcompagnie, moest nog af. Vervolgens was er wel wind, maar heel weinig en tegen. Zodat we de eerste nacht tegenover Den Helder doorbrachten op het strand van Texel, de tweede bij Oosterend op Texel en de derde bij De Cocksdorp, op de noordpunt van Texel. Die voortgang leek nergens op, maar van De Cocksdorp naar het Posthuiswad bij Vlieland genoten we een prachtige bezeilde tocht, met stralende zon, schitterende zandbanken en slapende zeehonden. Op het laatste restje eb vertrokken we van De Ccocksdorp en zeilden op het begin van de vloed onder de Vliehors langs, zodat de banken nog droog lagen en het Waddenzeeschap in volle glorie straalde. Aangezien de geul doodloopt, liepen we na een uurtje genieten vóór een lekker briesje tegen de banken op. Teutend, thee zettend en wachtend op water scharrelden wij geleidelijk naar de Dodemansbol, waar Hans en Dini Houkema met hun zeepunter bleken te liggen.

Na een avond lang met elkaar te hebben gesproken lieten Hans en ik rond middernacht onze hyena’s uit. Terwijl wij op de oever nog verder stonden te kleppen zagen wij een lichtje over het Wad onze kant op scharrelen. Niet bereid onze jachten en gezinnen weerloos voor onbekende woestelingen achter te laten, wachtten wij op de oever en riepen het lichtje aan toen dat nabij was. Het bleek mij te zoeken, althans Drascombe- Enedseae-schipper Wiersma die er aan vast zat. Hij lag met zijn coaster aan het eind van het dijkje van de Kroon’s polders en was dus in het donker, met zijn mobiele marifoon, het hele Posthuiswad overgelopen om mij te vertellen dat Kustwacht ‘Brandaris’ mij zocht.

Nu heb ik een reputatie te verliezen als botterik, dus stelde wat knorrig vast dat de boot droog lag en de veerboot niet meer voer dus, wat er ook voor vreselijk bericht was, ik kon er toch niets mee. Ik mocht toch ‘s alarmeerders marifoon gebruiken en uiteindelijk lukte het ‘Brandaris’ te praaien, die wist te vertellen dat ik mijn zwager moest bellen.

We wisten genoeg: Jeannettes vader was al met een zwak hart op reis gegaan, zodat zij onmiddellijk, met haar zeer tegen mijn zin aan boord zijnde mobieltje, haar broertje belde. Deze wist inderdaad te vertellen dat ‘opa’ in het hospitaal lag. De volgende dag zat Jeannette in het vliegtuig naar Lyon. Daar ging de vakantie. Opa is niet meer uit zijn coma ontwaakt en overleed binnen enkele dagen. Natuurlijk was het beter dat schoonpa door zijn kinderen omringd werd –stel dat hij was bijgekomen. Maar als je de middelen voor dit soort razendsnelle alarmering niet hebt, aanvaard je de rust van het Wad toch gemakkelijker en ben je nog op tijd voor de crematie.

Uiteraard liet ook opa een mobieltje na en omdat ik niets van die dingen moet hebben, wist Victor niet hoe snel hij het moest inpikken. Aangezien Jeannette het mobieltje van oma had georven, besloot Cathelijne deze akelige episode met één van haar bekende bon mots: ‘het wordt tijd dat er weer eens iemand de pijp uitgaat, krijg ik tenminste ook een mobieltje!’ Ik voel me ineens een stuk veiliger zonder zo’n ding.

Hoe ouder hoe kleiner

Een merkwaardig groeiproces doet zich voor: vroeger droomde ik veel van grotere jachten. Weliswaar verwaterden die dromen snel zodra ik me realiseerde dat iedere gulden meer geïnvesteerd in een groter jacht dan Pride zeker niet naar evenredigheid meer vaarvreugde zou verschaffen. Integendeel: hogere kosten, meer werk, zwaarder sleuren en op minder plaatsen kunnen komen waren het vooruitzicht. Maar toch, dat realisme vervaagde als in een herfstige bui de schuimkoppen en regenvlagen horizontaal overgutsten en verkilde ledematen lethargisch om helmstok en schoten verkrampten. Een kacheltje ‘down below’ en een droge kajuit om naar te retireren worden dan node gemist.

Misschien komt het doordat tegenwoordig iedere hydrofobe neauvau maritime rondvaart in een Hallberg Rassey 43 zodat jachthavens niet meer te harden zijn, maar ik droom steeds meer van een kleiner bootje naast Pride: een whitehall of een wherry, om af en toe lekker uit te sloven aan de palen en roeitochtjes door het mooie Friese land te maken.

In Canada worden mooie, maar prohibitief dure, plastic whitehalls gemaakt die precies bieden wat een onderhoudsschuwe figuur zoekt: mooie lijn, roeit heerlijk, leverbaar met rolbank, voldoende weerbaar voor open water en goed te gebruiken voor kampeertochten.

Lambrechtsen & Meijer in Sneek hebben de mallen van Jan Busman gekocht en bouwen nu diens mooie polyester enkel- en dubbelwherry.

Kelten Boats in Den Bosch bouwt een high tech dubbelwherry, waarvan de lijnen zijn ontleend aan de Plevier, de lekkerst roeiende wherry van ‘De Maas’. In Engeland kun je nog prachtige overnaadse river skiffs bekomen, wat wij een scheehouten wherry noemen en op z’n Vlaams prachtig wandelgiek heet.

Heerlijke roeibootjes, te kust en te keur en wat ze allemaal gemeen hebben: de lijnen zijn vele malen prachtiger dan van alle gekloonde comfortcontainers bij elkaar en bovendien is het varen erin veel gezonder: je beweegt nog eens een beetje, wat?

Maar dat alles hebben wij natuurlijk al in onze Drascombes, die de gezonde beweging van de wherry combineren met (bijna) het comfort van voormelde container..

Ontwerpwedstrijd

Ook in de schoot van de Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging ‘De Maas’ –met inmiddels zeven Drascombes in de vloot, inclusief voorzitter Jan Bernard himself- wordt de hang naar kleiner gevoeld, vandaar dat vanwege het 150 jarig jubileum een ontwerpwedstrijd werd uitgeschreven. De opdracht was een boot te ontwerpen die roeit als een wherry, zeilt als een Drascombe en slaapt als een Contest. Oeps neen, dat ging mis: ook de kampeerfaciliteiten mochten van Drascombeniveau zijn. Vanwege de bewoonbaarheid hadden we gesteld dat de roeibreedte 1,60 moest bedragen, te bereiken zonder uitleggers. Roeibaarheid en noodzaak van gemakkelijk landtransport dicteerden een maximum gewicht van 300kg. Beide maten werden door veel deelnemers als (te) ruim beschouwd.

De uiteindelijke winnaar bij de professionals, ir Hanno Smits, had zijn ontwerp Slagen in de Wind voorzien van een soort vleugels langs de gehele kuip, waar de dollen op staan en ook student maritieme techniek Michiel Schuilings had iets dergelijks toegepast op zijn ontwerp Ars Creatur Sentione. Smits heeft zeer uitgebreid gerekend aan diverse variaties in lengte en breedte voor de functies roeien en zeilen en kwam uiteindelijk tot zijn gevleugeld gevaarte.

Zowel de letter als de geest van de wedstrijdbepalingen werden nauwer nageleefd door de genomineerde amateurs: winnaar van de eerste prijs ir Pieter Kuipers met Master en van de tweede prijs, Ton den Boon met Arisaig.

Vooral de boot van Kuipers, een soort kruising tussen een whitehall en een peapod biedt precies wat de bedoeling was. Terwijl de meeste inzenders hun luchtkasten in voor- en achterpiek en in de bodem stopten, houdt Kuipers het op luchtzakken in de zijden. Dat is natuurlijk een veel betere oplossing omdat je dan het binnengekomen water in de midscheeps verzamelt, waar het de stabiliteit niet al te negatief beïnvloedt.

Ook Den Boon, roeicommissaris van de Koninklijke Dordtse Roei- en Zeil-Vereniging, heeft de afwatering goed geregeld met een vrijwel geheel ingedekte boot en miniscule voetenkuipjes. Hij is een fervent roeier in Gallische achtriems zeesculls en dat platte, lichte zie je ook in zijn ontwerp, dat oogt of het heerlijk zal roeien. Zowel het zijaanzicht van de romp als het catschoenertuig met sprietzeilen, gevoerd aan één stel riemen, doen sterk denken aan het type kahn zoals dat voorkwam op het Steinhuder meer bij Hannover. Het tuig zal misschien niet van de superloefbijterige zijn maar is een wonder van multifunctionaliteit.

De jury, gevormd door ir Jaap Gelling, ir Wim Stapel, Otto Kelderman, Cees van Tongeren en mij, was verdeeld over het braafst ogende bootje: het Maasje 150. Ir Stapel en ik waren zeer enthousiast over de mate waarin dit weerbare bootje, met gezond lijnenplan om roeien, zeilen en slapen te combineren, aan de ontwerpeisen voldeed. De overige juryleden vielen echter over het gewicht en de oubollige aankleding van het ontwerp. Het bleef daarom bij een eervolle vermelding, welke eer ook prof. Wubbo Ockels te beurt viel, die met zijn compaan Petersen een bijzonder modern maar nog niet geheel uitgewerkt ontwerp had ingediend.

De prijzen werden uitgereikt tijdens een gezellige borrel met diner op de societeit van ‘De Maas’.

Uitslag 150 Jaar De Maas Ontwerpwedstrijd

Juryrapport, ontwerpwedstrijd roei-zeil-kampeerboot

Individualisten

Ons type seriebouw wordt aangeprezen omdat je er zo individualist voor moet zijn. Vooral tijdens Drascombe-groepsreizen hoor je dat ook vaak zeggen.

Het is een plaag van ons tijdsgewricht. Vroeger was individualisme asociaal, tegenwoordig zijn we zó bevrijd van alle rituelen ingegeven door God, de Koningin en het Vaderland, dat iedereen zich in alles moet onderscheiden van ‘de massa’. Dat wil zeggen: van de bevolkingsgroep waar men hoopt niet toe te behoren, want voor al dat onderscheid zijn toch wel veel nieuwe rituelen in de plaats gekomen, van merkkleding en mobieltjes bij de jeugd tot Volvo V70, de NRC, een ‘jaren ’30’-huis en het crematorium een uur afhuren voor de ouders. In Amsterdam zijn rituelen rond geboorte, trouwen en begraven tegenwoordig zó individualistisch dat er 13 curieuze familieberichten in een dozijn gaan. Zelfs Nederlands grootste en bekendste bouwer van gekloonde comfort-containers adverteert ermee: ‘Het schip straalt individualiteit uit omdat rompkleur, uitrusting en bekleding uw keuze zijn’ lezen wij in de advertentie van de Contest 44CS. Mag je toch hopen ja, dat je voor een speeltje van meer dan een miljoen florijnen toch tenminste de kleur en de gordijntjes zelf mag uitzoeken! Conyplex bouwt sterke zeegaande boten met een geweldige hoeveelheid comfort, maar je moet wel een heel erge individualist zijn om het je te kunnen permitteren in zo’n opzichtige seriebouw te varen.

Begin december bezocht ik in het Rijksmuseum een symposium over het scheepsontwerp in de 18e eeuw. Na afloop wat door de stad en over het onherkenbaar gemutileerde Museumplein wandelend kwam ik hoofdzakelijk lui tegen die in hun mobieltje liepen te leuteren. Niemand die een blik wisselde, niemand in de markt voor een praatje. Een mooie poes die haar leuke hond uitliet was het beest op zeker moment geheel kwijt (hij stond met mij te soften) omdat ze alleen maar aan dat lulijzer dacht… Zou dat het nieuw individualisme zijn waar iedereen het over heeft? Typisch menselijk: het ideaal is nooit onder handbereik maar altijd buiten zicht: wat God is voor de Calvinist is de figuur aan de lijn van het mobieltje voor de moderne individualist. Contactgestoord heette dat vroeger.

Paaltjes pikken

In het kielzog van der muzelmannen aanval op het New Yorkse WTC werd rond marine-etablissementen in Den Helder de staat van beleg uitgeroepen: Pride moest weg uit de KMJC-haven. Laat op vrijdagmiddag 12 oktober weg, door inzakkende wind zit er geen schot in. Tegen de tijd dat ik, vanwege invallende eb, toch niets anders meer haal, steekt een zuidoosten koelte op. Komen bij Oosterend op Texel ten anker, dat nu juist op de lagerwal ligt. Het alternatief is Oudeschild en daar voel ik niets voor. Na schaften, walkies met Rataplan (prachtige avondlucht) en ‘effe legge’ maar niet slapen door golvenrumoer, te 0140 uur ankerop. Het is aardedonker maar in het neonstrooilicht van de aanpalende beschaving zie ik genoeg. Wind zuid 3, enkele sterren. ‘Hakken’ zou mijn zoon zeggen.

Ik zit te suffen in de kajuitopening maar Pride schiet lekker op en spoort als een Intercity: op koers oost ten noorden, bij deze zuiden wind met een puntje zwaard bij, druil zeer los, grootschoot iets te los, fok precies goed en het stuurtouwtje ‘Pleunie’ op wacht. Te 0230 floept het rode licht van de T24 gasboei dwars in het zuiden en zet snel naar achteren door. Vloed mee, wind half, het bruist heerlijk. Na drieën komt de maan op; er is, drie dagen voor Nieuwe Maan, niet veel van over, maar zij geeft toch voldoende licht om het leven te verrijken. Vanwege de duisternis had ik al flink boven de betonning gestuurd –het ontgaat me waarom betonners in hoofdgeulen met sterk getij blinde boeien neerleggen, want ‘s nachts kun je er slechts tegenop knallen- maar nu zie je alle objecten liggen. Aanschouw als groot maanaanbidder het licht genietend.

Niet lang helaas, de slaap bekruipt me onhoudbaar. Naar het noorden loeren weinig gevaren: het water is hoog gekomen; wel staan her en der mosselpercelen, maar de bijbehorende houten staken zijn niet zo hard. Ik haal fok, grootzeil en roer weg, trek het midzwaard op en de druil strak, om Pride, over stuurboord liggend achter de druil, te laten deinzen. Zo zie ik vanuit de kajuitopening waar we heen varen. De koers wordt globaal noordoost –lijkt me prachtig- en ik duik te 0320 uur op kooi. Behaaglijk strekt zich het stramme lijf. Slapen. Nou ja, liggen, rusten, tevreden zijn, genieten dat je een bootje hebt waarmee dit kan.

Het gaat een half uur goed. Ineens een schurend geluid en zodra dat over is stokt de vaart abrupt. Ik krabbel de kooi uit en, jawel: Pride is aan de noordzijde van een mosselstaak langsgegaan, de jol aan de zuidzijde. Stroom en wind spannen nu samen dat zo te houden. De klassieke situatie waarin Old Harry zich pleegt te bevinden: de door Des Sleightholme geschapen, geteerd manilla in zijn pijp rokende, grootbeneusde Old Gaffer, die steevast aan de andere zijde van de staak passeert als zijn jol.

Ik probeer de sleeplijn in te trekken, wat erg moeizaam gaat; Pride is vóór wind en stroom gedraaid. Het kwartje voor de juiste aanpak valt langzaam. Slaag er uiteindelijk in met de bootshaak de jol langszij te nemen, lijntje over te brengen, sleeplijn los en we kunnen weer. Ga toch nog een half uurtje naar ‘het lek luisteren’. Dat gaat verder goed, maar als ik te 0430 uur eindelijk ontstijg aan de klamme lappen verdwijnt de maan achter de wolken. A pity. Dan maar eerst een ontbijt: gloei de primus, zet thee, schroei een vissie en eet luxueus. Als het uitrusten nocturnaal te wensen overlaat kan dit oraal wel een beetje gecompenseerd worden.

Rest van de tocht uneventful: in een rechte lijn bruisen we naar Harlingen, nog steeds met matige zuidelijk koelte. Te 0745 aanloop haven en als ik te 0830 m’n mandje wil induiken begint het carillon Britannia Rules the waves te klepelen. Pride rules the waves, wat u zegt.

HISWA 26 februari-3 maart 2002

Wie in de beklagenswaardige positie verkeert dat hij na evenementen in de RAI de persberichten daarvan ontvangt, krijgt een blinde vlek op zijn netvlies voor gejuich. Altijd zijn de tentoonstellingen ‘geslaagd’, ook als de bezoekersaantallen, die tijdens zo’n evenement angstvallig in het oog worden gehouden, flink dalen. Het heet dan dat er wel minder, maar ‘kwalitatief hoogwaardige’ bezoekers waren, ofwel: minder kijkers, meer kopers.

Lees het al lang niet meer. De laatste jaren daalde lusteloosheid neer over de voorjaars-Hiswa: te snel wisselende staf bij de RAI, te lang doorslaan op oude aambeelden, you name it. Veel mensen konden ons Zeehistorisch Paviljoen, ver weg in de Amstelhal tussen de motorsloepen, niet eens vinden, de bezoekersaantallen bij lezingen liepen terug. Bij HISWA 2001 leek de keer ten goede: we hadden weer flink wat roeimaterieel neergezet en dat trok een eigen, enthousiast publiek. Ook de lezingen, hoofdzakelijk verzorgd door Gerald de Weerdt en mij, werden beter bezocht.

Het werd de RAI duidelijk dat stevige aanpak van een andere opzet geen kwaad kon. Onder leiding van Annick Conijn, inderdaad, de dochter van Frits van Conyplex, zijn de panelen flink verschoven en zeer merkbaar voor mijn paviljoen, dat behalve zeehistorisch, nu ook roeipaviljoen wordt en een prominent plaatsje krijgt aan het begin van de Europahal. Het is de bedoeling over de gehele linie de kleine, sportieve watersport wat meer aandacht te geven dan tot dusverre gebruik was. Dat we het nog mogen meemaken.

In 2002 is het thema van het Zeehistorisch paviljoen ‘400 jaar VOC’, want in 1602 werd deze koloniale afknijp-NV opgericht. Daarom dit jaar veel aandacht voor ethnic cleansing in de Banda eilanden, retourschepen, inter-insulair vervoer, de Batavia, de Nederlandse replica die bijna failliet ging aan de repatriëring per dokschip vanuit Australië, en de Duyfken, de Australische replica die thans op eigen kiel naar Nederland onderweg is.

Agenda:

Openingstijden: dinsdag t/m vrijdag 1100-2100.Weekend: 1000-1800
Globaal is de indeling van iedere dag: We werken weliswaar met ‘horizontale programmering’ (iedere dag dezelfde indeling) maar toch heeft ieder dag een eigen thema. Het voorlopig schema is: Hans Vandersmissen