De kentering van de "Restless"

Dit is het verhaal van de kentering van de "Restless", een Drascombe Coaster uit 1979 (Bouwnummer 8).

In oktober 1994 was de "Restless" door mij uit Cornwall gehaald, alwaar zij haar leven tot nu toe gesleten had. De laatste paar jaar was er niet meer mee gezeild en had zij op de trailer doorgebracht. Na een grondige lak- en schuurbeurt deze winter, stralen en verzinken van zwaard en roerblad en het vervangen van de kiellat was het dan zover, half april ging zij te water.

Via de helling ging zij bij Kampen de IJssel in om de eerste kleine tocht te maken naar de Bovenhaven. Mijn zoon Geert (drie-en een half) zat enthousiast aan het roer maar kon door de kajuitopbouw niet zo goed zien waar het heen ging en zigzagde daardoor flink over de rivier. Met behulp van een helpende hand lukte het hem toch de boot de haven in te sturen en apetrots moest mama dit natuurlijk aanhoren.

Nadien maakten wij samen nog vaak s'avonds even tochtje naar de overkant van de IJssel, waar strandjes de volle aandacht van junior kregen. Er moesten dijken gebouwd worden, want Kampen moest niet onder water komen te staan!! De gebeurtenissen met de hoge waterstanden afgelopen winter hadden kennelijk een diepe indruk achtergelaten.

Het grote water op.
Om te kijken of alles aan boord werkte zoals het behoorde en of de inventaris wel compleet was besloten opstapper Eelco en ik om op zaterdag 20 mei naar Urk te zeilen en zondagmorgen weer bijtijds terug te keren naar Kampen, zodat we ca 13.00 weer thuis zouden zijn. We zouden dan op het komende Drascombe-weekend op de Wadden niet voor verrassingen komen te staan. Hoe anders zou dit verlopen!

's Middags om 13.30 uur vertrokken uit de Bovenhaven te Kampen, direct na de oude IJsselbrug de lappen erbij en met een windje 3-4 Bft de IJssel af, net bezeild, soms, bij een kronkel in de rivier een slag makend. Onder vol tuig liep "Restless" uitstekend en al snel waren wij, geholpen door de stroom, bij de splitsing Kattendiep/Keteldiep.

We besloten het Kattendiep in te duiken, dit was bezeild. Eenmaal buiten de beschutting van de strekdam van het Keteldiep begon "Restless" nogal onstuimig op haar kant te liggen, zodat wij besloten om een rif in het grootzeil te trekken. De reefinrichting was thuis al gecontroleerd en terwijl Eelco de kop een beetje in de wind hield trok ik het rif er snel in. Dit beviel haar beter en vol goede moed bruisten wij verder, richting Ketelbrug.

Het Ketelmeer moesten wij kruisen, een korte slag en een lange, en omdat er nogal een golf liep kwamen wij niet zo snel vooruit. Om ca 18.00 onder de brug door en eerst een slagje richting Flevocentrale gemaakt. Omdat we toch wel wat trek kregen en ook het grondtakel eens wilden uitproberen gingen wij ten anker om ca 18.15 en werd er door de schipper een blik snert in de pan gegooid, waarvan de inhoud even later met smaak werd verorberd. Gesterkt door deze eenvoudige doch voedzame maaltijd werd het anker weer thuis gehieuwd en koers naar Urk gezet.

Te ca 19.30 Urk aangelopen en een plekje gezocht in de achterste vissershaven aan stuurboord, alwaar gemeerd werd tegen "De stad Kampen", een oude B2-sloep die onlangs door een stel enthousiaste Kampenaren gevonden was in vrij verwaarloosde staat op het terrein van een Genemuider tapijthandelaar. Deze beste man wilde hem wel afstaan toen hij hoorde dat men de sloep wilde opknappen om er daarna de Harlingen-Terschelling race mee te varen. De sloep was, aangedreven door ellebogenstoom, onderweg naar het vertrekpunt voor deze race.

Ongewisse nachttocht
Wij gingen Urk even in om bij de plaatselijke patatboer de inwendige mens te versterken. Toen wij daarna weer terug liepen, filosofeerden wij hardop over het plan om nog een tochtje te maken naar de Trintelhaven aan de dijk Lelystad-Enkhuizen. Het was prachtig weer, glashelder windje 3-4 Bft uit de noordwest, Trintelhaven bezeild. We besloten het te doen, de schatting was om daar ca. 24.00 te arriveren, een mooi besluit van een prachtige dag. De volgende dag zouden we dan met een mooie bakstagwind weer op Kampen aan kunnen bruisen.

Terwijl Eelco de boot de haven uitstuurde hees ik de zeilen en maakte de olielamp klaar en hees hem in de mast. Er stond een leuk windje en genietend met volle teugen prutste ik nog wat in de kajuitopening. Eelco was ondertussen onbewust wat afgevallen en loefde net op, toen een plotselinge vlaag de boot zeer sterk deed overhellen. Hij probeerde de schoten nog te lossen, maar was te laat. "Restless" kenterde, de luiken vielen los en ze schepte zoveel water dat ze volliep en op de kop draaide. "Wat moeten we doen" riep Eelco! "Eerst nadenken", zei ik. Ik besefte ten volle dat wij in een zeer ernstige situatie verzeild waren geraakt. We lagen ca 30 minuten varen van Urk 's avonds in het donker, niemand had ons om zien gaan en niemand zou ons serieus missen voor zondagavond.

Ik nam het besluit om de boot rechtop te zetten om te zien of hij zodanig dreef dat er gehoosd kon worden. Met zijn tweeën konden we de boot weer rechtop krijgen, maar de boeg dreef onder water, de korrels piepschuim kwamen ons al tegemoet. Ik heb het grootzeil neergehaald, de druil opgebonden en het voorstag losgemaakt zodat de mast naar beneden kwam, terwijl Eelco de boot over de spiegel recht hield. De situatie was vrij uitzichtloos. De boot dreef zo diep dat er aan hozen niet gedacht hoefde te worden, de golven rolden er in de hele lengte overheen. Zo erin blijven zitten had ook geen zin, ik zat tot over mijn middel in het water. Of, zo als er zo treffend in de Drascombe- manual staat:
It is rarely possible to bale out a Drascombe in a swamped position. How very, very true !

Survival of the driest
Ik besloot om nog een kijkje te nemen in de kajuit om te proberen de noodsignalen en ander handige utiliteiten te vinden, die ons leven op dit wel erg natte en koude stukje Nederland zouden kunnen veraangenamen. Omdat wij beiden zeer ervaren duikers zijn, zijn wij wel bekend met de gevaren van volgelopen boten waar van allerlei touwwerk los in rond zwerft. Een inspectie van de kajuit leverde echter niet veel meer op. De noodsignalen waren onvindbaar, weggedreven, wel vond ik nog een 8 Watt waterdichte flashlight en een Xenon flitslichtje.

De zwemvesten nam ik ook maar mee, dat is wel zo prettig voor de nabestaanden. Eenmaal weer uit de boot besefte ik dat we uit het water (temperatuur 12 C) moesten, anders zouden we de nacht niet overleven. We namen het besluit om de boot weer te kenteren. De gedachte was dat er lucht onder zou blijven zitten, waardoor wij op de bodem zittend alleen onze benen nat zouden houden. Zo gezegd zo gedaan en inderdaad, er bleef een redelijk stabiel platform over waar wij opkropen. De golven spoelden met grote regelmaat ca 20 centimeter over onze "semisubmersible".

Tot nu toe hadden we geen van beiden ook maar enige last van de kou gehad. Onze beschermende kleding was echter doorweekt en ik maakte me zorgen of we wel op temperatuur zouden kunnen blijven. In deze staat hebben we geprobeerd de aandacht te trekken van mensen op de wal mbv de lamp (SOS) en het flitslicht, maar na een uur hadden we wel door dat van die kant geen redding zou komen. Scheepvaart was er ook niet, iedereen was weekend aan het vieren.

Recapitulerend stelde ik vast:

We moesten deze klus samen klaren, want hulp zou wel niet komen.

Zelfredzaamheid
Zo zijn we aan één van de langste nachten begonnen, die we ooit hadden meegemaakt. Ik heb nog een stuk van het grootzeil afgesneden en om ons heen gedaan; het "laagjesprincipe" moest ons maar redden. Eelco zat achter het zwaard met het gezicht richting spiegel, ik zat op mijn hurken tegen hem aan, met mijn rechterbil op een puntje zwaard, wat naar buiten was blijven steken omdat er een stag op de een of andere manier klem tussen het zwaard en de zwaardkast zat. Het deed zeer, maar de noodzaak om zover mogelijk uit het water te blijven gaf moed. Het werd koud, de wind bleef waaien en de golven bleven komen. Gelukkig ging het niet harder waaien.

Langzaam dobberden we richting felverlichte Flevocentrale. We zagen vooruitgang, maar tergend, tergend langzaam. Omdat Eelco niet op zijn hurken kon zitten werd hij natter en kouder dan ik. We zeiden niet veel tegen elkaar, onze gedachten hielden ons bezig en we letten op elkaar, eraf vallen was een groot gevaar. Toch durfde ik ons niet vast te binden aan de boot, als zij zou omdraaien zou ik niet weten of wij ons nog wel op tijd los zouden kunnen krijgen met onze verkleumde handen.

Tegen 05.30 uur kwam het eerste vrachtschip van Lelystad richting Enkhuizen. Wij waren de scheepvaartroute uitgedreven maar het leek net of hij toch redelijk dicht bij ons langs zou komen. Seinen als een gek met de lamp. Het schemerde al. Plotseling ging zijn gehele navigatieverlichting een keer uit en aan! Zou hij ons gezien hebben? De koers veranderde echter niet en hij ging gewoon door. Dit zouden wij nog vele malen meemaken. Het besef in mij groeide dat wij het zelf zouden moeten klaren, hulp is leuk voor anderen!

Wij hadden s'nachts wat rekensommen zitten te maken om te kijken of wij niet onderkoeld zouden raken, maar de conclusie was dat we het wel erg koud hadden, maar we waren niet onderkoeld en we gingen de dag tegemoet. Dit gaf mij onnoemelijk veel moed om door te gaan (samen natuurlijk met het feit dat ik het vrij asociaal vond om er tussenuit te knijpen en een zoon van 3,5 en lieve vrouw achter te laten). We moesten trouwens binnenkort ook nog een ander pand betrekken en daar wilde ik ook nog wel van genieten!

Met het licht worden ben ik gaan staan en kon dit goed volhouden. Eelco was te stijf geworden om dit te doen. Door het staan zakte het water nog meer uit mijn kleren en daardoor was het nog wel koud maar het was niet zo koud dat ik nog veel moest rillen. Dit had niets met onderkoeling te maken maar wel met het feit dat mijn lichaam in staat bleek om het laagje water, wat zich in de kleding bevond die direct in contact met mijn huid stond, op te warmen tot een aanvaardbaar niveau.

Redders in het land der blinden
De rest van de tijd heb ik gestaan, Eelco heeft het ook nog geprobeerd, maar vertrouwde zichzelf niet en is weer gaan zitten. Zijn handen en polsen waren behoorlijk opgezwollen van de kou, maar ook hij kon het houden.

Omdat het zondagmorgen was kwam de scheepvaart pas laat op gang. Het was zonnig, er was weinig wind en wij gingen ook al niet hard. Ik had al berekend dat met de huidige voortgang wij ergens tussen 20.00 en 23.00 op de dijk bij het windmolenpark bij de Flevocentrale zouden moeten stranden, nog een lange dag!! Voorbijgaande schepen zagen ons niet of dachten misschien dat het een surfplank was, zwaaien, zwaaien, zwaaien tot je armen er bijna afvallen. De boei (HR-A) wil maar niet verder lijkt het wel. Wat is de wal dichtbij maar toch zover! Er komen drie sportvliegtuigen recht over ons heen op ca 150 meter, maar we worden niet gezien. Allways alone.

Weer een zeiljacht onder fok van Urk richting Lelystad. Wat is hij ver, er zijn er al meerderen dichterbij langsgegaan die ons niet gezien hebben. We zien de mensen aan boord lopen. Weer zwaaien, wat is dit??? Hij rolt zijn fok in en zet koers recht op ons af! Dit kan niet waar zijn, ik blijf zwaaien maar er is geen twijfel mogelijk, hij komt recht op ons af!! Ik geef Eelco een klopje op zijn hoofd, "Het is voorbij kerel, ze komen eraan!!" De "Jager", een joekel van een comfortcontainer op weg van Urk naar thuishaven Flevo Marina te Lelystad heeft een schipper aan boord met haviksogen en gevoel voor de zee. "Ik zag iets vreemds", sprak hij, " en ging eens even kijken". Er zijn dus toch nog mensen die hun doppen los hebben tijdens het varen, waarvoor dank. Hij zette zijn schip keurig met de zwemtrap tegen "Restless" en Eelco werd (goed vastgebonden) overgezet, alwaar hij uitbundig ontvangen werd door de rest van de bemanning van de "Jager". Ik zei tegen de schipper, laat de boot maar drijven, we bellen wel een berger, maar hier wilde hij absoluut niets van weten!! "Die boot nemen we mee" zei hij. Nu op de kop slepen zou ook niets zijn, ik voelde me goed dus weer het water in (wel met een touw om mijn middel) om de boot recht te zetten. Alleen lukte dit echter niet. Met een lijntje van de "Jager" en hulp van zijn motor ging het echter wel en al spoedig lag "Restless" in zijn normale positie op sleeptouw te zigzaggen.

Het was 11.00 uur. We werden volgedouwd met brood, koffie met Tia Maria. Kleren uit en kleren van de gastheer/gastvrouw aan, vertroeteld. Op de bank in een slaapzak bijgekomen. Eelco diepe rust. Moe, niet kunnen slapen, tevreden. Honderduit gepraat met onze redders, ondertussen op weg naar Lelystad. Om 12.45 moeders gebeld via Scheveningen Radio, die wist natuurlijk van niets. Ze kwamen ons halen en namen de trailer mee.

In de Flevo Marina werd de boot leeggepompt door de haven meester. Alle inventaris was weggespoeld, er was bijna niets meer over!! Grootzeil aan flarden, bezaan compleet weg + uitgebroken uit houder. Roer zwierf nog achter de boot, de knoop in de grootschoot had hem vastgehouden. Een zoektocht 2 dagen later aan de dijk leverde nog een paar dingen op, maar het meeste was weg.

Wijze lessen
Achteraf is natuurlijk alles te verklaren, maar op dat moment moet je het zien te klaren met wat je ter beschikking staat.

Willem Heinen
Zondag 28 mei 1995
a/b Sturgeon 22 'Endeavour'

Naschrift van de redactie BaD: Het zou mogelijk moeten zijn een volgeslagen Coaster leeg te hozen indien het onderste kajuitdeurtje geplaatst is en de achterluiken goed zijn dichtgetrokken. Probeer met puts of hoosvat door het bovendeurtje water weg te werken en laat de man in de kuip pompen (als de pomp zo ondergedompeld werkt, wat kan tegenvallen). Aldus herkrijgt de boot, dankzij een lens rakend achteronder haar drijfvermogen. De Coaster is hier, met zijn dichte zwaardkast, in het voordeel boven de Cruiser Longboat.HV


Kenterervaringen met een Lugger

Met mijn Drascombe Lugger rustig voor de wind zeilend in een 4 à 5 Beaufort werd ik op de Nieuwe Merwede tussen de Moerdijkbruggen en de Ottersluis(Wantij) overvallen door een zware onweersbui.

Overvallen is het juiste woord. Die ochtend volgde de ene regenbui de andere op, maar tegen de middag klaarde het op. Om de snelle beroepsvaarders te ontlopen ben ik buiten de geul (dat kan met een Drascombe) langs de bakboord oever gaan varen. Lekker lui aan het stuur, genietend van de mooie natuur.

Vrij plotseling ging de boot harder lopen. Achter begon het te rommelen. Toen ik dan eindelijk eens goed achterom keek, zag ik een gevaarlijke inktzwarte lucht vlakbij. Snel kwamen er schuimkoppen op de golven en een regengordijn naderde. Nogal naief veronderstelde ik dat de wind wel eens toe zou kunnen gaan nemen tot 7 Beaufort. De bezaan stond niet bij, dus voor een Lugger geen groot probleem op een voordewinds rak.

Bij nader overwegen besloot ik de fok toch ook maar te laten zakken. Een beetje lastig voor de wind, omdat een Lugger dan prompt uit het roer loopt (M'n rolfok beviel me niet). Verdere actie was echter niet meer haalbaar. Er waren een serie heftige windstoten. Het zicht verminderde tot bijna 5O m. Tijd om van voren naar achteren te springen om de schoten uit de klemmen te rukken was er niet. Heel langzaam sloeg de boot plat en liep vol.

Uiteindelijk lag de mast met een hoek van ca. 45 onder water. Verder bleef ze goed drijven.

M'n eerste daad was om de boot heen te zwemmen. Volgens mij zou de boot zich weer oprichten als ik op het midzwaard zou gaan staan (Tenslotte zeil ik ook in een Laser). Vanwege de naar beneden gerichte hoek van 45 was het zwaard echter omhoog geklapt. Op de romp klimmen lukte niet, wegens gebrek aan houvast. Terug aan de binnenkant was wel veel houvast. Het best beviel me n hand aan een geborgde roeidol en de voeten op de mast. Dit vroeg nauwelijks krachtsinspanning. Toen de bui wat was overgewaaid, kreeg (na 25 minuten) een motorboot me in de gaten (Mijn toeteren was aan de kant niet opgemerkt). Een lijn werd vastgemaakt aan de overloopstang voor de grootschootring. Zodra de motor begon te trekken kwam de Lugger overeind. Het losliggende anker was in het water gevallen en de lijn moest worden gekapt,

De boot was in dit geval niet fout, de bemanning dus wel. Welke lessen heeft het gebeurde me geleerd?

Allereerst wel dat men wat voorzichtig moet omspringen met de mythe. "Drascombe boten kunnen niet omslaan". Na alle verhalen (Watkinson:"Capsize is most unlikely; swamping is the thing to reckon with) wordt je wat overmoedig op dit punt. Zelfs een test in Yachting World van een aantal open, klassieke boten, waar de Lugger qua initile stabiliteit en qua "Swamping factor" matig uitkwam hadden me niet aan't twijfelen gebracht. Anders had ik onmiddelijk de kop in de wind gegooid, geankerd (dat kon daar) en de zeilen gestreken c.q. verder gereefd.

Eveneens werd te weinig rekening gehouden met het feit, dat de Lugger een vrij langzaam schip is. Bovengenoemde test in Yachting World laat zien dat dit vooral geldt op koersen met ruime wind. Dit betekent dat ik voor vertrek de kaart beter had moeten bestuderen. A1ternatieve aanloopplaatsen, ankerplaatsen etc. waren me niet bekend. Ik sloeg om 300m. van een kleine jachthaven naar later bleek. Aan de andere kant bleek dat een snelle Randmeer, die bij de Moerdijk nog naast me voer, vr de bui reeds bij de Ottersluis was.

De andere lessen zijn:

Een andere belangrijke ervaring was dat het standaard drijfvermogen onvoldoende is om een volgepakte boot met aanhangmotor (6pk) weer leeg te krijgen. Zelfs al stop je de zwaardkast dicht; het water blijft via het achterdek in de kuip komen.

Mijn eindconclusie is dat de Lugger een goed schip is dat je volledig geeft waarvoor je hem gekocht hebt. Toch wil ik over de volgende punten nog eens goed nadenken.
Zeileigenschappen:
De langzame snelheid, vooral bij licht weer. Zou er een beter zeilplan en een betere (interne) ballastvoering te bedenken zijn??
Veiligheld:
Veel meer drijfvermogen, vooral achter- en onderin is nodig. Om toch niet teveel bergruimte te verliezen zouden waterdichte schotten voor het achterluik en de zijvakken geconstrueerd moeten worden.
Alles moet vastgezet kunnen worden. Metalen ogen op de bodem.
Houvast aan de stootrand maken, om bij omslaan op de romp te kunnen komen (Reddingboot systeem?).

Alle statistieken bewijzen dat omslaan de grootste boosdoener van ongelukken op zee is. Met een Laser weet ik precies wat in zo'n situatie te doen. Bij een fikse bui gooi je je boot zelf wel eens plat. Zeilend met een Lugger was ik er volkomen niet op voorbereid. Maar ook bij volledig vollopen van de kuip had ik het alleen niet kunnen redden. Daarvoor was het drijfvermogen te gering.

Henk Jonkers.


De stranding van de Zeezot
Een ervaring rijker, een illusie armer

Even voorstellen mijn naam is Joop Blikman schipper van de Zeezot wonende op Terschelling parel der Wadden. Ik had met maat Wim op Zondag 25 september 1983 om zeven uur afgesproken op de haven om ons reisje naar Ameland en Schiermonnikoog te maken. We hadden het al 2 weken uitgesteld maar nu was het een prachtige morgen en het beloofde de komende dagen mooi te blijven. Ik was al om half zeven op de boot want ik had slecht geslapen door verkoudheid en ook spookte de N.W.wind kracht 6 van zaterdag me nog door het hoofd, want onder Terschelling was de zee wel als een spiegel maar hoe was het in het zeegat bij Ameland?

De boot had ik al helemaal klaar liggen toen Wim om zeven uur kwam opdagen, ik had hem bijna uit bed gehaald zijn vader stond ook op de haven om ons uit te zwaaien en mopperde dat we, veel te laat waren want de vloed liep al twee uren en we hadden twee uur na laag water gepland om de vloed flink mee te hebben. Op de motor de haven uit, de zeilen er bij en daar gingen we met een klein windje uit NWW aan de wind op weg.

Het liep voortreffelijk, de boeien vlogen voorbij met anderhalf uur kwam de Riepel boei voorbij. Doordat er inmiddels voor ons genoeg water stond konden we van hieruit een koers uitzetten, precies over het wantij. Toen we dat bereikt hadden moesten we meer in de wind op, maar die liet verstek gaan dus de moter er bij om het tij niet te laten verlopen. Vanaf het wantij koers uitgezet op de laatste rode staak in de Oosterom, daar aangekomen was de wind er ook weer en konden we zeilend richting Bosgat al waar de situatie verder bekeken kon worden hoe we het Amelander Gat zouden oversteken. Het was ruim anderhalf uur voor hoogwater op Ameland. Er liep een flinke zwel uit zee het gat in.

We zouden oorspronkelijk door het slenkje onder de zandplaat naar het Bornrif maar daar braken de zeeën behoorlijk zodat we bang waren daar vol te slaan door een zeetje. Naar buiten stond een ronde zee zodat we besloten dat maar te doen; hoog op naar buiten en dan op het lichtje van Ameland. Bij de een na laatste ton gingen we over, het schip liep prima over de ronde zee, er was weinig wind zodat we niet erg opschoten dus de motor er maar weer bij. Toen we halverwege waren zouden we ruimwinds en met de stroom mee naar binnen gaan, we hadden nog een uur vloed te goed. Maar door onze relatief lage snelheid waren we door de stroom te veel naar binnen gezet en begon de zee achter ons te breken, we waren te veel naar de plaat Bornrif gezet. Ik probeerde de golven af te rijden maar door te weinig wind lukte het niet om het schip op koers te houden.

Ook met de motor er bij werd het schip te veel dwars gezet. Op een bepaald moment kwamen er twee krullers achter elkaar, de eerste zette ons dwars en de tweede kwam in volle glorie binnen, liep over het schip en in het zeil zodat we omsloegen, we riepen nog naar elkaar hou je vast! Toen het geweld gepasseerd was zijn we op het schip geklommen om het weer recht op te zetten, dat lukte eerst niet maar na een paar pogingen kwam het overeind.


Klik voor vergroting

We bekeken de schade eens en zagen dat de gaffel gebroken was (achteraf bleek dat hij in de grond gezeten had). De bezaansmast dreef achter het schip aan de schoot. We hebben het grootzeil geborgen en ook de bezaan binnen gehaald wat nogal moeite kostte omdat er iedere keer als we achter op zaten er weer een breker over ons kwam.

Uiteindelijk hadden we de boel vast en we bespraken de situatie eens. Het schip kan niet zinken door het ingebouwde drijfvermogen, dus maar zien dat we voor wind en stroom door de branding op de plaat konden zeilen op de fok, om daar te ankeren bij de kentering van het tij, om hem droog te laten vallen.

Maar inmiddels kwam er een rubberboot van de KNZHRM van Ameland aan en bood ons hulp. Na overleg hebben we eerst geprobeerd het schip te slepen maar de boeg werd te ver onder water getrokken, zodat dat niet ging. De mensen van de reddingboot stelden voor ons mee te nemen en het schip aan zijn lot over te laten. Dat vond ik prima "Maar dan leg ik hem eerst voor anker om bij laag water, als hij droog valt, te kunnen kijken of we hem nog bergen kunnen".

Dus zo gezegd zo gedaan, het anker over de hek uitgelegd zodat de stroom ervoor zorgt dat de ronddrijvende spullen de kajuit in drijven en er niet uit. Toen zijn we in de rubberboot gestapt en met een rotgang naar Ameland gevlogen. Aldaar aangekomen werden we opgewacht door de mensen van de reddingbrigade die ons hartelijk welkom heten en controleerden of we niet onderkoeld waren. Maar dat viel nogal mee, we hadden ons warm gekleed en droegen drijfvesten zodat we niet te hard afkoelden bovendien was het zeewater niet erg koud (dat was een uitgangspunt voor onze tocht).

We zijn naar hotel de Zwaan gebracht in Hollum waar wij onder een warme douche zijn gestapt en van droge kleren zijn voorzien. Waarna we met de reddingploeg en hun commandant de heer Douwe Gorter gezellig aan de bar even hebben zitten napraten onder het genot van een Zwanebitter oftewel Terschellinger juttersbitter. Met de heren Mosterdman werd de afspraak gemaakt dat we bij laag water zouden kijken of we de Zeezot konden bergen, we hadden van de kustwacht vernomen dat hij rechtop ergens tussen de platen lag.

Onze kleren werden gedroogd door mevr. Gorter die ze 's middags weer keurig opgevouwen terug kwam brengen. 's Middags na drieën werden we door de Blinkert uit Nes op het strand van Hollum opgepikt waarna we op weg gingen naar de Zeezot. Na veel gescharrel door een slenk met Ameland 1 en de Blinkert kwamen we bij het schip; op zo'n 50 m afstand ten anker. Hij lag keuring recht op in een priel, we zijn met de bijboot er heen gevaren met vier man en drie putsen en hebben hem leeggehoosd, wat een berg water zit er dan in zo'n klein scheepje, je bleef aan het scheppen.

Maar uiteindelijk dreef hij weer als vanouds maar wat een rotzooi aan boord en alles is nat en verrot; de portable marifoon, 27mc portable, fotocamera, radio en alle kleren en kussens, mijn handige Zeiss minikijker was op zee gebleven. Hij rust in vrede of misschien vindt een of andere jutter hem nog eens? Het schip werd op sleep genomen achter de Blinkert en op weg naar Ameland gebracht. Onderweg de berging gevierd met een boven water gekomen fles juttersbitter. In Nes aangekomen de schepen afgemeerd en weer naar hotel de Zwaan in Hollum, aldaar een afzakkertje en onder de veren.

's Maandag morgens uitgeslapen en uitgebreid ontbeten, om 10.00 uur heeft Douwe Gorter ons weer naar Nes gebracht, waar we alles te drogen hebben gehangen en met de noodreparatie begonnen, een stuk hout gekocht om een nieuwe gaffel te maken de papegaaistok gerepareerd, motor uit elkaar gehaald en bij de plaatselijke garage in orde gemaakt. Het hele schip schoongemaakt en uitgedroogd en weer getuigd voor de terugreis de volgende dag. Ook hadden we reeds fietsen gehuurd om ons te kunnen verplaatsen o.a naar het hotel. Dus 's avonds de toeristische route naar het hotel via de badweg van Nes naar zee en toen over het fietspad door de duinen naar de vuurtoren. Er waaide een straffe zuiderwind zodat we met de tong op de schoenen in Hollum aankwamen we zeiden al tegen elkaar "de wind kan wel tegen zijn maar we hebben in ieder geval wind morgen".

We zouden dinsdags met de staart van de eb naar het Amelander Gat maar dan moesten we 's morgens om vier uur op, hetgeen bij Wim nogal bezwaarlijk overkwam en ik zat er ook niet om te springen. We besloten om twee uur na de eb tegen vloed in naar het gat te zeilen en dan met hoogwater dwars over alle platen heen naar het wantij onder Terschelling om vandaar met de eb naar Terschelling West te zeilen. Achteraf een goed besluit, want 's morgens om zes uur zat alles potdicht van de mist en er was geen spat wind dus maar weer onder de lappen gekropen. Ik werd om 07.30 uur weer wakker en ben toen maar opgestaan, Wim wakker gemaakt en na heerlijk engels ontbijt, eieren met spek zijn we op de fiets gestapt.

Acht uur 's morgens nog steeds dichte mist en geen spat wind, op de fiets richting Nes wel een frisse maar ook een mooie tocht door de benevelde weilanden. In Nes aangekomen fietsen ingeleverd en lopend naar, de haven. Motor aangetrokken en op weg. Buiten het aanloop geultje de zeilen gehesen, er was inmiddels een lichte koelte opgestoken uit zuidelijke richting dus tegen wind en stroom in zeilen. Het ging niet erg hard maar we kwamen vooruit. Tegen een uur of 11 zaten we in het gat, er liep een dikke stroom zodat we op de moter tegen de stroom in moesten om hoogte te krijgen en bij het slenkje te komen, onder de door ons zo verwenste plaat waar we op waren gestrand.

Eenmaal in de slenk had Wim een koers uitgezet op het wantij en konden we weer zeilen. We kwamen met de stroom mee precies bij de gele tonnen op het wantij uit, na een paar slagen gemaakt te hebben konden we de Oosterom in komen en met de eb naar West spoelen. We kwamen om half zes aan en bekende gezichten stonden ons op te wachten met de nodige nieuwsgierigheld en kritiek. Wij waren een ervaring rijker en een illusie armer: Branding zeilen is geen favoriete hobby voor een Drascombe Coaster. Dat moet worden overgelaten aan de Cats en surf planken.

Met dank aan de kustwacht en redders van Ameland voor hun attentie.

Joop Blikman schipper van de Zeezot


Bericht van een Drascombe-overlevende

Behalve mijn schoonzoon, een neef en een toevallige collega ken ik geen Drascombe-schippers. Het water zoek ik juist om de stilte en de romantiek van het eenzaam avontuur. Maar als de 'Berichten aan Drascombe-varenden' tussen alle zakelijke post opduiken worden zij meteen verslonden. Je bespeurt toch even een gevoel van saamhorigheid. Zelfs de namenlijst wordt gespeld. Nu, op kerstavond, herinnert het je aan de genoegens van de zomer en vooral onder de redaktie van Vandersmissen heeft het heerlijk informele blaadje iets van het jongens-avontuur.

Zijn boeken haalden mij destijds over om het bezit van zo'n bootje na te jagen. Ik had geen ambitie om het kielzog van de heroïdische tochten die hij beschreef te zoeken. Maar het wad is hier vlakbij, de Lauwersmeer biedt wat beschutter water en een tochtje over de Friesche wateren leek ook mooi. HV overtuigde mij van de handzaamheid van de Drascombe's, van hun relatieve veiligheid en dat je zeilen f riemen f een motortje (ik schaam nu al!) ter beschikking hebt leek welkom voor een 'schipper' met weinig zelfvertrouwen.

Hoewel in mijn eigen ogen behept met een redelijk overmoedig karakter, weet ik maar al te goed dat ik op een bootje z verrast kan worden door een lichte onregelmatigheid, dat ik de schoot voor een ankerlijn, de mast voor die van een oploper, het westen voor het oosten en een golfje voor een strekdam aanzie: paniek dus. In mijn jonge jaren had ik een Lark, maar na een drie-weekse tocht over de Friese meren is die chinese klerenkast gezonken, der zeen zat en versleten. Pas vijfentwintig jaar later kwam de lust weer boven en TIJ, een witte longboat, in ons bezit. Dat is inmiddels een jaar of zes geleden, maar het ziet er naar uit dat ik een eeuwige amateur zal blijven. Vooral sedert een schipbreuk met mijn ega op de Lauwersmeer is het relativerend vermogen te sterk ontwikkeld om mij nog in die sterke verhalen te kunnen verplaatsen: Over dat perfecte bestek, die trouwe scheepshond, het ter kooi gaan bij Beaufort 8 en de nachtelijke wake midden op de Euroroute in het Kanaal. Misschien is het goed om ook maar eens wat landrottenpraat te laten horen:

Ach ja, windkracht acht is prachtig! De romp vibreert, alle tuig staat als een snaargespannen, het water vliegt in groene gordijnen over je gele regenpak, kolkend schuim in de bun. Oktober. Witte strepen over 'de Slenk' tussen Oostmahom en Ezumazijl. We kruisen zwaar gereefd terug naar de haven. Een staak vooruit boven de schuimkopjes. Als de fok bak moet om door de wind te komen kun je je maatje niet beschreeuwen. Even een beklemde schoot en hopla... voor je het weet bubbelen de bellen uit je regenpak omhoog langs je neus'. Boot plat. De buikdennings zijn weggedreven voor je je laarzen uithebt.

Mijn eerste reaktie was, twee ronddrijvende korvijnagels te grijpen, maar daarmee had ik meteen de handen vol. Je probeert ander scheepsgerei aan te binden met een lijntje, ontdekt dat anker met ketting en lijn verdwenen zijn (slecht gestouwd en belegd natuurlijk) en begint dan een poging te doen om watertrappend de zeilen te bergen. Aan lij kun je de kop nog redelijk boven water houden, maar de romp danst voor je op en neer. Daar drijft je zware van Nelle en ginder de puts die je toch wel nodig denkt te hebben... Hoe krijgen we dit geval in hemelsnaam,overeind... vruchteloze pogingen. De golfslag drijft ons langzaam naar de lage wal, maar het is daar breed water.

De enkele kruisers die nog buiten zijn varen zwaaiend door. Een zwarte Cornish-crabber zien we pogingen doen om in de buurt te komen maar hij deinst toch terug voor de ondiepte. Dan zien we de bemanning in de verte spullen opvissen. De schrik, de slappe lach, een kort bekvechten over de schuldvraag en, na een half uurtje ploeteren, een nerveus klappertanden volgen elkaar op. Elke aktiviteit lijkt vruchteloos. Met deze teil vol water en overal tuig en lappen valt werkelijk niets aan te vangen.

Ik voel modder onder de voeten. Nu moet als de duvel dit schip gericht. Samen op het midzwaard en de mast tegen de storm in zien te krijgen. Het water is 16°C en alle kracht is uit mijn lijf verdwenen, maar Els heeft een natuurlijk isolatielaagje, die schijnt er nog even tegen te kunnen. Het zaakje komt recht. Dan loopt het midzwaard aan de grond. Hoe kom je in die kuip om de talie aan te halen en hou je tegelijkertijd de mast te lood. De boorden komen maar net boven water. Het lukt op een of andere wonderbaarlijke wijze. Nu kunnen we de boot hoger de plaat op krijgen maar van bergen kan geen sprake zijn tegen de rietkraag aan de lage wal. Ik durf deze dobber niet meer los te laten, onderkoeld zou ik ook in de ondiepte verdrinken. Els waadt naar de wal en komt waarachtig terug met de bemanning van de Crabber die achter een strekdam heeft aangelegd. Ze zijn gewapend met twee putsen. Het is een kwartiertje up-tempo hozen tegen de overkomende gofslag in voor de zwaardsleuf boven water blijft en het zielige zootje naar rustiger water verhaald kan worden.

Dan ben ik inmiddels strompelend naar de wal gesopt en zit aquamarijn-blauw te bibberen in een geleende groene pyama van een palingstroper die achter de rietkraag verscholen lag. Het heeft een uur geduurd voor ik er met kracht van jenever en tabak weer zover bovenop was, en de wind zover geluwd, dat we in de warme kajuit van de Crabber geloodsd konden worden om vandaaruit het verder verloop van de berging te volgen. Het stuurloze, onttakelde maar altijd nog elegante rompje kort achter het hek gebonden op sleeptouw naar Oostmahorn, dansend op de golftoppen. Goed dat er echte schippers en comfort-containers' zijn in zo'n geval.

Zeker, er zijn van onze dagtochtjes ook verhalen te vertellen van een maan boven een spiegelend wad, over zeehondensnoetjes naast het boord, over dikke palingen die we in de schemer ophaalden. Maar de werkelijkheid rond zo'n dierbaar bootje is toch even anders dan de meeste penvoerders suggereren. Ik ben nog het meest tevreden als TIJ weer op zijn trailertje op het erf ligt te pronken.

Gunnar Daan
25.12.1990


Door schade en schande ....?

Van Pieter van der Meer onderstaande kenter-ervaring. Als kanttekening voegde hij eraan toe:
Wil je van zoiets leren, dan is het toch noodzakelijk zo'n ogenblik nauwkeurig te analyseren. In de loop der jaren heb je voor jezelf steeds de grens verlegd, van wat er met zo'n boot mogelijk is. Hier is zo'n grens. Een grens, die voor een groot deel door de bemanning wordt gesteld (Een schip is zo zeewaardig als z'n .....).

OP ZONDAG 5 JUNI 1988 overkwamen mij en m'n Drascombe Coaster Chan een minder prettige ervaring. waarvan ik ook anderen graag wil laten leren. De afgelopen dagen is het weer zeer wisselvallig geweest. Voor vandaag wordt NW 4-6 voorspeld met buien. Ietwat zorgeloos laat ik mij omstreeks 10.00 uur door de oude sluis van Lemmer naar buiten schutten. Ik ben wat gehaast, omdat ik in Naarden bemanning wil oppikken.
Het eerste stukje doe ik op de motor, totdat de Friese Hoek bezeild raakt. Ondanks een golfhoogte van 20-30 cm ploegt Chan zich er prachtig doorheen. Om zo hoog mogelijk aan de wind te komen hijs ik alle zeilen. Tot zover niets aan de hand.

Op een gegeven moment wil ik het lei-oog van de fok bijstellen. Daartoe buig ik mij voorover naar de lage kant. Juist dan moet er een windvlaag geweest zijn, want de boot gaat waterscheppen. Ik probeer me ergens aan vast te houden, maar mogelijk geholpen door de golven, slaat de boot "plat". In enkele seconden zie ik zowel allerlei spullen, ... als m'n vakantie in het water vallen. Ik glijd naast de boot het water in, en durf niet meer op de hoge kant te klauteren. Gelukkig draag ik deze keer m'n zwemvest!! Binnen een paar tellen ligt de boot op de kop en rest mij niets meer, dan op de buik van Chan te klauteren. Gelukkig is er een stevig motorjacht in de buurt, hetwelk mij en de boot naar Lemmer brengt. Naast een steiger wordt de boot met vereende krachten weer overeind getrokken. Dit had ik in m'n eentje op het woelige IJsselmeer beslist niet kunnen klaren. Pas dan kan de schade worden opgenomen.

Wat heb ik hier nu van geleerd?

In een soort van na-noot verklaart Pieter, dat hij door te gaan zeilen een zekere mate van avontuur zocht, zich bewust zijnde van de daarbij behorende risico's. Vele jaren vaar je dan schadevrij, en als je dan zoiets overkomt, mag je eigen- lijk niet verbaasd zijn. Toch wil hij dit niet graag nog een keer beleven.