Drascombetorial

Drascatharsis
Klik voor vergroting Van die BaD's, zoals in oktober, waarin zo wordt gesmeekt om mijn geschrijf, word ik altijd zo ontroerd. Kentweljankun. Door de tranen heen greep ik naar het toetsenbord. Moeders zat in de bus naar Boedapest met haar Sneker cantorij, ik had een bandje op met Vera Lynn, zingend over White cliffs of Dover en it's a sin to tell a lie (moet bekennen de versie van Fats Waller een stuk aardiger te vinden), van het boek dat ik langszij de Teleacserie Waterwerk moest schrijven waren net de opgemaakte proeven binnengekomen (bijna drie maanden na inlevering tekst en de serie was al bijna afgelopen), ik was bijna 50 en voelde me nog een student (ben ook nog niet afgestudeerd, dus dat gevoel kan kloppen) en het banksaldo leek op een echolood boven het wrak van de Titanic. Wie in dergelijke omstandigheden niet labiel wordt en onmiddellijk gaat schrijven zodra er toch iemand blijkt een stukkie van'em te willen lezen, moet wel spijkerhard zijn. Maar het is een wonder hoe snel emoties kunnen worden overspoeld door werk. We zijn nu een ruime maand verder en nou is dat BaD-kerstnummer nog steeds niet af. Te paard dus; de helft van wat ik geschreven had is alweer achterhaald en kan er uit. Gelukkig regent het op deze zondag waarop ik had voorgenomen te gaan zeilen, dus we kunnen er tegenaan.

Harses
Bergeenden Liep met onvolprezen stamhouder Victor langs het bezoekerscentrum op Schiermonnikoog, om onze dames Jeannette en Cathelijne bij de oude vuurtoren te ontmoeten. Op de gevel van het centrum het halfmodel van een bergeend. 'Weet je of dat een mannetje of een vrouwtje is?' vroeg ik, nooit te beroerd mijn nageslacht in vaders superieure kennis te laten delen. 'Een mannetje' luidde zijn antwoord. 'Ja dat klopt, maar waarom?'. 'Omdat'ie een groene hárses heeft'. Mijn belerend geneuzel over de knobbel op 's mans snavel was eindeloos saai.

Tabatchcombe
Russisch ingenieur Adolf Tabatchnik heeft van een Drascombewrak een schoener met stahoogte gemaakt. Toen hij mij belde, in de aanvang van het project, heb ik gezegd niet zo te geloven in het volledig omgooien van de gedachte achter een ontwerp en er iets volslagen anders van maken. Koop dan ineens een gekloonde comfort-container; die zijn niet voor niets relatief veel goedkoper dan okkazie- Drascombes.
Mijn grootste ongerustheid gold de stabiliteit: met 30cm diepgang kun je te weinig koppel in je ballast krijgen om zo'n enorm vrijboord, hogere kajuit en binneninrichting en ook nog eens een schoenertuig met twee enorme masten, te compenseren. Onze inventieve Rus heeft het stabiliteitsprobleem kennelijk naar tevredenheid opgelost door zijn schuit met een stempel 30cm breder te drukken (tijd voor de eerste neut als anestheticum). Dat heeft de zeeg wel enigszins eigenaardig gemaakt. Door de romp 25cm op te boeien verkreeg Adolf voldoende vrijboord om opbouwgewicht en 250kg ballast te compenseren. Die opboei-operatie heeft de hekplank nogal hoog gemaakt. Misschien wordt dit bij een volgende operatie omgebouwd tot paviljoen, met glas-in-lood-raampjes en een paar van die vergulde blote meiden op de hoeken? Als we de Waterkampioen mogen geloven is Adolf er toch in geslaagd een goed zeilend apparaat te bouwen en laten we eerlijk zijn, de boot heeft haar gelijke niet. But hear that spinning noise? Old John Watkinson in his grave. Dit staaltje van omgekeerde Peter de Grote (hij komt uit St Petersburg) is verdienstelijk in its own right, al heeft het evenveel met een Drascombe te maken als een Saab met een Opel -die hebben ook hetzelfde chassis.

Klik voor vergroting

Hetgeen niet wegneemt dat Adolf Tabatchniks doorzettingsvermogen en inventiviteit hem tot een bijzondere eend in de Drascombebijt maken. Zo tegen kerstmis zijn we allemaal extra gevoelig voor het redden van verloren zieltjes in het aangezicht van overmachtige elementen, zoals de tand des tijds. Zonder Tabatchnik was mistroostige decompositie het vreselijk lot van zijn Drascombe geworden. Nu, december 2000, zou niets meer hebben gerest dan wat glasvezel en bronsresten. Maar ziet, daar vaart een trotse schoener; haar eigen moeder zou haar niet meer herkennen, maar zij blijft een Drascombe. Eens een Drascombe, altijd een Drascombe, ondanks die Opel. We hebben daarom iets aardigs voor Adolf bedacht. Zie verderop.

Plathje
Door Pride pas in juli waterdicht te hebben en pas in augustus de plomp in te knikkeren, hebben we een groot deel van de zomer gemist. Maar we compenseren dat door lang door te gaan. Omdat Jeannette tijdens de herfstvakantie in Hongarije in het Fries zong over de Heer (tweede en derde neut voor anestheticum), had ik Pride naar Elahuizen gehaald, waar onze vriend Bernd Kamp de zeilschool 't Stekelbaarsje heeft. Zo kon mijn trotse tweemaster als hulpschip dienst doen terwijl Victor met zijn piraatje Viswoef in de weer was. Hij probeert daarmee een vriendje uit het dorp te leren zeilen, opdat hij deze volgend jaar als fokkenist in Flitswedstrijden kan gebruiken. Aan het slot van de vakantie werd ik 50 en kreeg van de verzamelde vrienden een buitengewoon chique sextant, een Cassens & Plath. De eerste dagen na de verjaardag bleef de lucht dichtbewolkt. Zodra de zon zich liet zien sjeesde ik naar Elahuizen, gooide de schuit los en pakte midden op de Fluessen mijn Plathje uit zijn kissie. De zon kwam prachtig op de horizon -allicht, want daar stond'ie al bijna, 's middags om 1600 uur- en twee Snelliusjes gingen ook prachtig. Plathje ligt heerlijk in de hand.
De heren in witte jassen waren langszij voor ik het wist. 'Wist u dat de Fluessen bij Loch Ness ligt?' vroeg ik in mijn ontwapenende onschuld. 'Tuurlijk meneer en wilt dat straks de dokter ook uitleggen?' Ze waren alleraardigst bij het RIAGG en de spanlakentjes knellen heus niet zo erg. Ik mocht na een week m'n sextant zelfs weer meenemen.

Grijze haren
KR&ZV 'De Maas' bestaat volgend jaar 150 jaar. Dat raakt ons, want wij worden 25 en tenminste vier Drascombes voeren de Maasvlag, terwijl voorzitter Jan Bernard al teveel boten heeft (waaronder de oude Modalimar van de KMJC en antieke whitehall) om er ook nog zo'n Drascombe bij te houden, maar ons soort wel Pavlovvend voorbij ziet gaan. Het ledenbestand begint dus al aardig te overlappen. Een aanzienlijk deel van de Maasleden is weliswaar 'sociaal lid', omdat de club wel keurig is, maar de harde kern bestaat uit buitengewoon actieve roeiers en zeilers die met elkaar een erg hartelijke en vrolijke vriendenclub vormen. Het gehalte aan nog steeds stevig roeiende en zeilende krasse knarren is er ongebruikelijk hoog.
Om het jubileum niet slechts etend en drinkend te vieren, staan tal van activiteiten op stapel waar watersportend Nederland in brede zin iets aan heeft. Zo is er een nieuwe eresloep in aanbouw. Het is namelijk de bedoeling onze zelf actief watersportende Koningin in stijl over de Nieuwe Maas te roeien. Aangezien Willem Bijleveld, directeur van het Amsterdams Scheepvaartmuseum, geen zin had zijn muurtje uit te breken voor een stel Rotterdammers, kon de Koningssloep niet gebruiket worden. Typische Maasbenadering: dan bouwen we'em zelf. Aldus geschiedt.
Er komt een fraai jubileumboek en een aantal enthousiasten is in de weer de tentoonstelling Vrolijk varen - 150 Jaar Watersport in Rotterdam in te richten. Deze opent op 18 mei 2001 in de Zwammerdamzaal van het Maritiem Museum Prins Hendrik te Rotterdam. Er komt een kleurig geďllustreerde catalogus bij met een compact overzicht van watersporthistorie, vooral gericht op Rotterdam en De Maas.
Tenslotte, en dat maakt het jubileum interessant voor Drascombevarenden, wordt een ontwerpwedstrijd uitgeschreven voor een boot die zowel volwaardig zeilt als volwaardig roeit. Om de gedachte te bepalen: een Drascombe zeilt goed maar roeit erg zwaar, een wherry roeit goed maar zeilt alleen met de wind mee. Verderop staan de ontwerpeisen. Hier zal een echte deskundige jury zich over inzendingen buigen; het ritselt van de scheepsbouwers, roeiers, zeilers en roeizeilers in het ledenbestand, dus reken op een oordeel dat de moeite waard wordt. Ongetwijfeld kan datzelfde te zijner tijd over de inzendingen worden geschreven.

Fries Blok
Klik voor vergroting Het behaagt Friese politici plaatsnamen slechts in het Fries aan te duiden. Het kost een paar honderd ruggen om de bordjes te verhangen en uiteindelijk zal geen Nederlander meer begrijpen waar in Friesland hij wezen moet en mijden serieuze bedrijven de regio. Dat leidt tot het bekend Fries collectief verneukcomplex en er is niets dat ethnische sentimenten zo heerlijk aanwakkert als armoe en het naar Noord Amerika wegtrekken van Friese asielzoekers. Jaarlijks, na herdenking van de Slag bij Warns (1345), trekt het Fries Blok huiswaarts met het heilig voornemen een daad te stellen. Dat worden dus de bordjes. Maar in onze gemeente Wűnseradiel, de enige met een Fryske Nasionale Party burgemeester, is het gelukkig afgeschoten door opstand van de bewoners. Provinciale politici drammen echter dat alle stukken van lokale overheden alleen nog in het Fries moeten. Een millennium politieke vooruitgang, waarin staat- en taalkundige eenheid van ons land een vredig paradijs hebben gemaakt, is aan dit soort weekhoofdigen voorbijgegaan. Heel Europa leert Engels; de separatistische politici in Fries-, Basken- en Keltenland zwelgen des te hijgender in hun historisch spraakgebrek, maar vragen daar wel subsidie voor in hun respectieve nationale hoofdsteden

Klik voor vergroting

Peter de Grote prijs
Met enige regelmaat worden Drascombe-eigenaren betrapt op ingrijpende verbouwingen van hun schuit. Wij hebben daarom besloten een prijs in te stellen voor de meest originele en technisch bekwaam uitgevoerde verbouwing van een Drascombe, met dien verstande dat verkrijging van een zeiljacht het doel van de verbouwing moet zijn. Wie zijn Lugger in de tuin zet vol guppies of geraniums, of wie er een triple expansie-machine in monteert, doet niet mee. Om tot een onkreukbare, onomstotelijk rechtvaardige toekenning van de prijs te geraken, hebben we een gezaghebbende jury aangezocht, bestaande uit de voorzitter, de secretaris en de penningmeester van het Drascombe-bestuur, aangevuld met de columnist uit Friesland.

Aangezien Adolf Tabatchnik met zijn schoenergetuigde Emily de, naar de jury bekend is, tot nu toe meest originele Drascombe-verbastering heeft geproduceerd en deze met grote technische bekwaamheid en met minimale middelen heeft uitgevoerd, hebben wij, telefonisch in commissie bijeen, eenstemmig besloten de prijs voor de eerste keer toe te kennen aan Adolf Tabatchnik. De prijs zal hem worden uitgereikt tijdens de Voorjaarsbijeenkomst op 17 maart 2001.
Met toekenning van de prijs aan een bootbouwende Rus, lag de naam van de prijs ook voor de hand. Czar Peter kwam ook naar Nederland om boten te bouwen en ze praten daar in Rusland nog steeds over. Bovendien stamt Adolf uit St Petersburg.

Klik voor vergroting

Ontwerpprijsvraag roei/zeilboot vanwege 150 jaar KR&ZV 'De Maas'
Aangezien de kern van de roei- en zeilvereniging 'De Maas' bestaat uit ongewoon sportieve dames en heren, kwam de gedachte op het jubileum te vieren met een waardevolle bijdrage aan de Nederlandse jachtvloot. Immers, gekloonde plastic comfort-containers zijn er genoeg, om niet te schrijven over stinkpots, yuppensloepen en Miami Vice-strijkijzers, maar goede roei- en zeilboten zijn er nauwelijks. In Canada worden mooie plastic Whitehalls gebouwd die goed roeien en zeilen, en in Nederland hadden we een eeuw geleden de marine-sportsloep, maar het aanbod is nog geen fractie van het soort totale plezierbotenaanbod. Er is behoefte aan boten met een lage hinderlijkheidsfactor, die geen lawaai maken, minimale 'zichtbelasting' opleveren, milieuvriendelijk en gezond zijn om in te varen.

De ontwerpeisen komen neer op:
- Volwaardig roeivaartuig waarmee tenminste 7km/u kan worden gehaald in vlak water
- 2 roeiposities met (wegneembare) glijbanken of 1 roeipositie met stuurman
- gemakkelijk wegneem-, opberg- en oprichtbaar tuig
- volwaardige zeileigenschappen doch geringe diepgang (b.v. midzwaard)
- economische, lichte bouw, bouwmateriaal vrij, max. gew. 300kg
- 2 (kampeer)slaapplaatsen aan boord en droge opbergruimten
- goede zeewaardigheid: onzinkbaar, lens te pompen, vanuit het water te richten en te beklimmen.

Er zijn drie categorieën: beroepsontwerpers, amateurs en jonge ontwerpers tot 18 jaar. Hoofdprijzen respectievelijk f 4.000,-, f 2000,- en f 2000,- . Van ieder ontwerp in te leveren een lijnenplan, algemeen plan, tuigplan en gewichtsberekening. Bij de professionals moet het rekenwerk compleet zijn; van amateurs wordt vooral verwacht dat zij de gedachte achter hun trouvailles kunnen aangeven en blijk geven de principes van het scheepsontwerp te begrijpen. Bouwmateriaal etc. is nadrukkelijk vrij: we hopen op originele ontwerpen. Sluitingsdatum: 1 juli 2001

Drascombewebsite
Verwoede internetgangers -wie is dat vandaag de dag niet; ik krijg al E-mails vanaf het Wad van communicatiedolle NKDE-leden!- kunnen op www.drascombe.nl hun hart ophalen. Op 1 december kwam het hierbij afgedrukte E-mail bericht binnen en inderdaad: alles wat er te vertellen valt over Drascombes vind je daar, bovendien zit er een heel fotoboek vol smikkelige libidineuze plaatjes bij:
De 'ElectroBaD' nr 1 is uit! Kijk gauw op www.drascombe.nl en lees de ontberingen van Sod en andere reisverhalen.
Deze 'ElectroBaD' is getest met Netscape versie 4.6 en Internet Explorer versie 5.0 onder windows 95.
Heeft u problemen met het bekijken van de ElectroBaD geef dit dan door aan frans@drascombe.nl met vermelding van browser (Netscape, Internet Explorer, Opera enz.) en versie; welk platform: (Windows 95/98, Unix, Linux, iMac enz) Foto's zijn altijd welkom en kunnen per E-mail of per post naar mij gestuurd worden:
Frans Schaake, Koppelweg 66, 3704 GJ Zeist.
Op- en of aanmerkingen zijn ook altijd welkom. Heeft u ideeën om de site levend en up to date te houden, laat het me weten.
Frans Schaake

Te paard
Een nadeel van de winter is dat je minder beweegt: het roeien en zeilen liggen grotendeels stil, een lekkere fietstocht lokt ook minder. Na wekenlang achter de computer, pijp in de mond, koffie, neut, afhankelijk van de tijd van de dag... Deze stralende decemberochtend weer eens hard gelopen. Als een 50-jarige jonge god, met de vederlichte tred van een rinoceros, twee keer rond het Witmarsummerwoud. Dikke boterham met knoflook, pataks, rauwe ui en oude kaas toe. Loeiend van de energie weer aan de schrijverij. En dan die martelende aquarelletjes in het journaal moeten verdragen. Nog 100 nachtjes slapen en dan begint het seizoen weer ergens op te lijken....

Klik voor vergroting

Lekker soppen
We leven in een heerlijke tijd, waarin het inzicht doordringt dat het in ijzer, beton en rechte lijnen vatten van de natuur niet werkt: het is niet leuk en de natuur laat zich niet persen. Bij de grote rivieren is dat in 1995 zuur opgebroken: door alle harde kades en premiewoningwijken in het winterbed, kon de rivier niet uitdijen bij grote waterafvoer en overstroomde. 'Ruimte voor de rivier' is nu het motto, op grond waarvan uiterwaarden worden verbreed en harde oevers worden omgespit ten behoeve van 'natuurbouw'. Omdat er door verschillende overheden zóveel nota's over de toekomstige inrichting van het IJsselmeer zijn geschreven dat het wel lijkt of het gebied al een eigen ministerie heeft, hebben Hiswa, BBZ, KNWV, RECRON, Natuurmonumenten, NVVS en de provinciale landschappen een visie geformuleerd op de gewenste invulling van deze grootste zoetwaterplas van West Europa.

Molkwerum anno nu, Klik voor vergroting

Het ziet er prachtig uit. Harde basaltdijken, waar dikbilganzen blaasontsteking oplopen en Wadpiepers niet kunnen broeden, moeten soppige, moerassige vooroevers krijgen waar de meest exquise pietjes zich zullen thuisvoelen. Zo worden buitendijks natuurlijke overgangen gecreëerd naar vogelparadijzen zoals de Friese polders, de Weerribben, de Oostvaardersplassen en het Noord-Hollands weidegebied.

In het Ketelmeer is de 20 miljoen mł grote berging voor klasse 3 en 4 gifslib aangelegd, waarin de resten van 50 jaar per ongeluk openstaande afsluiters van Wirtschaftswunders kunnen worden opgeborgen. Vrijkomend zand en klei zijn gebruikt om rond dit 'IJsseloog' en voor de kust van Kampereiland lagunes en soppige oevers aan te leggen, waar vegetatie en vogels welig tieren. Langs de Afsluitdijk wordt een brakwaterzone ingesteld, met een ring van eilandjes die het zoetwatergebied ten zuiden ervan tegen zout-intrusie beschermt -de drinkwaterinname bij Andijk mag geen gevaar lopen- en beschutte ankerplaatsen biedt aan zeilers. Rijkswaterstaat zal in het vroege voorjaar het IJselmeerpeil enige tijd op NAP-niveau houden (omhoog van NAP-40 winterpeil), alvorens naar zomerpeil NAP-20 te zakken. Zo kunnen lage vooroevers lekker soppen, opdat 's zomers moerassen ontspruiten. Kleinschalige, beschutte ankerplaatsen langs onder andere de Friese kust, zoals bij het oude sluisje van Molkwerum, moeten de overvolle havens ontlasten en pleziervaarders meer kans geven van de natuur te genieten. Doordat er minder fosfaten en andere algenstimulators in het water komen zal ook het Markermeer verhelderen, wat waterplanten meer kans geeft, waardoor allerlei vissies zich lekkerder voelen en de helderheid van het water nog verder toeneemt omdat de plantjes het slib binden.

Molkwerum anno 1930, Klik voor vergroting

Het zou voor handhaving van de rust- en stiltegebieden en de Vogelrichtlijn natuurlijk het beste zijn als vooral de epoxypiranha, de polyestersnoek en de Monnickendamse mensenhaai zich als konijnen zouden vermenigvuldigen. Genetische manipulatie staat bij het RIVO echter nog in de kinderschoenen, zodat het blijft bij spieringen en baarsen, en de pietjes het moeten doen met bescherming op grond van artikel 17 van de Natuurbeschermingswet, waar windsurfers en waterschooters zich natuurlijk niets van aantrekken. Ik pleit krachtig voor het gebruik van akoestische mijnen. Een geluk is dat de meeste bescherming behoevende flapperdewappers ons niet tijdens het zeilseizoen hinderen, maar porseleinhoen (Schepers, laat je geweer zakken) en visdief schijnen gemakkelijk van de leg te raken.

Toen een jaar of 25 geleden de Waddenzee ietwat levenloos werd door het enorm succes van de boomkorkotters op de Noordzee, stortten de kleine Wadvissers uit Makkum zich op het IJsselmeer. Sindsdien zijn er nog een paar bijgekomen en nu zorgen ruim 80 beroepsvissers voor stevige overbevissing. 'Lariekoek', zeggen de vissers, dat komt 'omdat aalscholvers zoveel vis eten'. De sportvissers willen dat de minister van LNV de beroepsvissers uitsaneert, want sportvissen schijnt om de één of andere reden niet bij te dragen aan overbevissing, maar van hen mogen de aalscholvers blijven. Softies, die hengelaars.

Klik voor vergroting Als het aan de recreatie- en natuurbehoudclubs ligt wordt het IJsselmeer dus prachtig, maar bij de verschillende overheden die zich ermee bemoeien liggen plannen voor megawindmolenparken, die de oude Zuiderzee een poel van ontucht voor Don Quichottes zal maken; voor gaswinning, zodat de nieuwe Amerikaanse president zich bij zijn eerste bezoek aan het IJsselmeer een beetje thuis zal voelen tussen de boortorens; voor een internationaal vliegveld in de Markerwaard om al die olie- en gasboeren in te vliegen en talloze plannen voor buitendijkse bouwprojecten. Wie in al zijn naďviteit zal denken: 'maar al die overheden dragen de natuur toch een warm hart toe, want de hebben het hele IJsselmeer onder de vogelrichtlijn gebracht en alle leuke oevers vallen onder artikel 17 van de Natuurbeschermingswet?' moeten we wijzen op het vermaledijde plan Makkum Noord, dat de ultra heilige artikel 17 Makkumerwaard voor een deel zal omspitten. Als wij daar in onze Drascombes een scheet laten krijgen we een boete, maar de gemeente Wunseradiel mag er een industrie- en woonterrein aanleggen. Industrie? Neen, de bedrijven zijn, ondanks jaren lobbyen, nog niet verleid, maar de vroede vaderen alhier denken dat je door een terrein aan te leggen vanzelf de industrie lokt. Dat dachten plaatselijke politici in de jaren '70 wel vaker, onder andere bij de Eemshaven. Die ligt na een kwart eeuw nog steeds braak. Maar zelfs Harlingen, aan zee, heeft het moeilijk het hele industrieterrein vol te krijgen.Zo slacht men de kip met gouden eieren, want als mooi vissersplaatsje met een natuurgebied voor de deur lokt Makkum winstgevende toeristen; braakliggende industrieterreinen lokken alleen koolzaad en kraaien. Reken op de helaas dominante mediocriteit van lokale bestuurderen om van het IJsselmeer een puinhoop te maken. Maar het had prachtig kunnen zijn.


Roeien

Tot vervelens toe zullen we Drascombevarenden om de oren slaan met argumenten om hun riemen meer en hun motoren minder te verwennen. Motoren worden op de binnenwateren zo verschrikkelijk overvloedig gebruikt dat het daardoor lijkt dat die wateren overvol zijn. Op de Kaag, in de herfst, de winter en het voorjaar een prachtig landelijk gebied, is in de zomer geen plek te vinden waar niet voortdurend motorlawaai te horen is.

Auto's, kantoorbanen, liften en een gemakzuchtige opvoeding maken ons lui en slap. Roeien kúnnen we niet eens meer lang volhouden, al zouden we het willen.

Toch is er gelukkig een door "boven" gezonden soort werven, dat zich toelegt op het bouwen van roei-,wrik- en zeilbare boten. De meeste schouwen, wildtsjitters, punters, grundels (niet die stalen Kooiman en de Vries bakken), Lelyvletten, Cobles, noorse jallen en andere Drascombes kunnen worden voortbewogen op milieu-vriendelijke wijze. Oh, kommer en kwel echter: op vrijwel al die boten hangen buitenboordmotoren aan de spiegel, doorgaans zeer ten detrimente van het uiterlijk en de trim. Zelfs op de Drascombe Scaffie (zie mijn ervaringen ermee verderop), die kan worden geroeid als een veertje, komt men motorfiele luiwammesen tegemoet door een buitenboordmotorbun, die het uiterlijk beslist niet ten goede komt.

Het bestaan van de (buiten)boordmotor heeft ervoor gezorgd dat een generatie zeilers is opgegroeid die uit de meest simpele situaties geen uitweg meer weet onder zeil, met de vaarhaak, de jaaglijn of de wrikriem.

Deze "Blij dat ik rijers" starten de motor als het lastig wordt en kunnen alleen nog maar rechte stukken zeilen. Wat precies de rechtvaardiging is van de term water"sport" wanneer het varen van zeilers onder mooie weersomstandigheden (en ook alleen dan), maar geplof op de motor zodra de wind tegen- of weg is, en het geproest van vormloze motorkruisertjes, wordt bedoeld, is mij niet duidelijk: De dichtslibbing van de bloedvaten wordt op die manier eerder bevorderd dan tegengegaan. Uiteindelijk zit een zeiler de hele dag.

Misschien hechten we zo aan de machine, omdat we niet gewend zijn ná vijven "vast werken" te blazen: Kantooruren worden tijdens de vaart stug aangehouden. De schoonheid van de vallende avond ervaren, terwijl we roeiend kunnen genieten van de kreten van de watervogels die hun bed op-aken, is ons meestal vreemd.

Velen van ons bukken onder de terreur van "moeders die met de aardappelen wacht" en moeten daarom zes knopen gemiddeld aanhouden. Of we lijden aan een onbestemd zwevend gevoel in de buik "omdat het zo eng donker wordt en we nog nooit in het donker gevaren hebben". Ondanks onze wil "terug naar de natuur" te gaan in onze Drascombe, blijven we varen als een jachtige "Blij dat ik rijer".

Echte milieuvriendeliJke en mensvriendelijkewatersport vraagt een instelling die ingeeft schijnbaar ongerief te aanvaarden in ruil voor het bevrijdende gevoel op natuurlijke wijze de spierbundels voor wegebben te behoeden. Drie uur roeien met knagende honger en een echtelijke ruzie toe is veel gezonder, en eigenlijk véél spannender dan met motormigraine volgens dienstregeling thuis te varen.

Jaren geleden zag ik bij Hoek van Holland het prachtige jacht "Zwerver" van ir. Van Der Vorm de Nieuwe Waterweg in de wind opkruisen. Onder grootzeil, boomfok en kluiver ging ze telkens moeiteloos overstag. Een paar uur later verscheen ik net op tijd in de Rotterdammer Veerhaven om de Zwerver op stroom de voorzeilen te zien innemen. Vervolgens werd vlak voor de haven het grootzeil gestreken en gleed het jacht majestueus de haven in. Twee heren in duffelse kleding en alpinopet stapten in het gangboord en met de druif van de vaarhaak in de schouder duwden zij de l5 m. lange dame op haar plaats.

Deze heren konden niet alleen zeilen, ze konden váren!

HV


Drascombe Longboat door de "North West Passage"?

Van Mike Jaques te Hadnall (UK) kwam een briefje binnen waarin mijn oordeel werd gevraagd over de geschiktheid van de Longboat Cruiser om ermee de "North West Passage te nemen", hetgeen de Jaques klaarblijkelijk van plan is. Alhoewel Willy Roos er met zijn "WILLIWAW" er niet al teveel problemen mee heeft gehad, waag ik te betwijfelen of hetzelfde traject met de veel kleinere Longboat ook succes belooft. Voor een dergelijke Ultra-frisse trip heb je toch een ruime kajuitaccomodatie en een ruime voedselbergplaats (je moet er desnoods mee kunnen overwinteren) nodig. Eerlijk gezegd geloof ik, ondanks mijn niet te schokken vertrouwen in de Longboat, dat het innemen van vergif een net zo zekere manier van zelfmoord plegen is. In elk geval kost deze laatste methode een stuk minder.

Naar aanleiding van dit geval lijkt het mij niet onverstandig een enkel woord aan de zeewaardigheid van de Drascombes te wijden.

Uit de vele reisverslagen van lange tochten met Drascombes kan worden opgemaakt dat ze met zware zeeën niet zoveel problemen hebben. Het is beter om brekend water te vermijden, maar, ook al slaat de boot regelmatig vol, je blijft boven water, en min of meer rechtop.

Comfortabel is anders, maar verdrinken doe je niet. Anders wordt het wanneer je dagenlang brekende zeeën aan boord krijgt en al die tijd zonder slaap met natte kleren en een lege maag boot en lijf boven water probeert te houden. Een normaal mens houdt dat eenvoudig niet uit, ook al blijft de boot zelf boven water. Geoffrey Stewart, die in 1973 met zin open Longboat de Atlantische Oceaan overstak, werd op een kwade dag op z'n kant gesmeten. Vervolgens is hij een etmaal in de weer geweest om de boot weer rechtop te krijgen en lens te pompen. Een 20ste eeuwer met een kantoorbaan bezwijkt onder deze omstandigheden. Gelukkig was Stewart zo verstandig om zijn tocht in warme streken te makene Had hij richting North West Passage de Longboat moeten bergen, rondjes zwemmend, proestend, trekkend, duwend etc... , dan was ie binnen een uur dood geweest. Kleren drogen na dergelijke escapades kun je ook wel vergeten.

Een redelijke mate van comfort, en de mogelijkheid lichaam en kleren droog en warm te houden cq. te maken, zijn onmisbare ingrediënten bij het maken van meer dan dagtochten op open water. De conditie van de opvarenden speelt natuurlijk ook een grote rol: Men moet in staat zijn lange tijd niet, of slecht te slapen, en toch inzetbaar te blijven. Fysieke conditie en moreel spelen hierbij een even zware rol. In de winter, thuis, reeds oefenen om in de kou lange tijd stil te zitten, waar 's nachts zeilen in voorjaar en herfst toch eigenlijk op neerkomt. Draai de kachel gerust flink laag, en probeer het bij 10°C. in de woonkamer gezellig te vinden. 'T klinkt misschien een beetje overdreven, maar aan kou kun je tot op zekere hoogte wennen. De overlevingskansen zullen dan stijgen, de stookkosten dalen. Mensen die hun woonkamer op 23°C. stoken lopen de kans eerder door kou en ontbering stijf en slaperig te worden, waardoor de juiste reactie op een spannend moment te laat komt of zelfs geheel achterwege blijft. Ik heb ooit twee mannen uit een klein bootje zien komen die van angst en kou niet meer konden praten en nog slechts schokkend bewogen. En dat was nog maar bij harde wind in de Gouwzee, hartje zomer"

Terugkomend op de zeewaardigheid van de Drascombes: Ze kunnen vreselijk veel hebben, maar ze confronteren de bemanning in veel sterkere mate met de overwegend natte en koude omgeving dan aan boord van een groter jacht gebeurt, Taaiheid, onder alle omstandigheden te gebruiken kookgerei en - daarmee samenhangend - een volle maag, zijn noodzakelijke aanvullingen op de eigenschappen van de boot. En alleen de bemanning kan die leveren..............
HV