Uit het archief van de NKDE


Goeroe?

"We kennen slechts één goeroe; dat is en blijft John Watkinson, de vader van ons aller boten", las ik in de laatste BaD. Niets afdoende aan de lof, die ik de nieuwe redactie van BaD zou willen toezwaaien is deze uitspraak me toch op de maag blijven liggen. Hiermede zijn we, beste Drascombe Eigenaren (DEN) m.i. niet op de goede weg.

Als rechtgeaarde Nederlanders moeten we deze, overigens goed bedoelde, anglofilie afwegen tegen de nagedachtenis van onze 17e eeuwse zeehelden en de zoveelste posthume rotatie moet hun bespaard blijven. We hebben recht op een eigen goeroe, die ik in dit verband liever onze voorganger zou willen noemen, met overigens alle respect voor Watkinson.

Elke Nederlandse (afscheids)beweging, denominatie of sekte kent zijn rekkelijken en zijn preciezen, maar één ding staat vast, de voorganger moet een precieze zijn!
Niets is de rechtgeaarde rekkelijken liever, ook al zijn ze in een ruime meerderheid, dan van tijd tot tijd gekapitteld te worden. Dat kapittelen gaat echter zomaar niet; er moeten regels komen. Om in zonde te kunnen leven, moeten we wel weten wat die dan zijn, anders is er geen aardigheid aan. Ik heb daarom maar een beginnetje gemaakt en de volgende leefregels voor de DEN bedacht.

Bijvoorbeeld:

1. Regels m.b.t. kleding

Een DEN draagt een jopper met manchester broek. Daaronder kan gerust een blazer en overhemd met das gedragen worden. Voor dames een mantelpakje. Veelkleurige zeil- of regenkleding is verkeerd, zeker indien daar letters of symbolen opstaan die verwijzen naar andere, niets met Drascombes te maken hebbende gemeenschappen, verenigingen of congregaties.

2. Regels m.b.t. de voeding aan boord

Ontbijt: gebakken eieren met spek. Elke andere maaltijd: soep uit blik, witte bonen in tomatensaus. Brood mag. Dranken: thee of koffie, op zon- en feest- dagen bier en jenever.

3. Regels m.b.t. voortdrijving

Wind en spierkracht zijn de enig toegestane voortbewegingsmiddelen. Geen benzine of diesel dus. Petrofilie is tegennatuurlijk en derhalve uit den boze. De aard van de regel brengt met zich mee dat juist hier de slang op de loer ligt. Opgepast dus. Ter voorkoming van teveel afvalligheid zou compensatie kunnen worden overwogen voor minder-valide dan wel bejaarde DEN. Een dialoog hierover zou de moeite waard zijn op een komende winterreünie. (Hier moet ik redactioneel ingrijpen: over leerstukken kan slechts worden gediscussieerd op concilies, niet op gewone reünies ! HV.)

4. Regels m.b.t. geslachtelijk verkeer

De ruimte in een Drascombe en de voorgaande regels in aanmerking nemende, worden aan het geslachtelijk verkeer tijdens de vaart geen verdere belemmeringen opgelegd. Het concipiëren van kinderen aan boord verdient zelfs alle lof.

5. Regels m.b.t. de omgang met niet-DEN

Omgang met niet-DEN dient afstandelijk te zijn. In noodgevallen moet uiteraard alle mogelijke hulp worden geboden, te meer omdat bij zulke gelegenheden de tekortkomingen van andersoortige vaartuigen onomstotelijk kan worden aangetoond. T.a.v. de aanvangsstabiliteit is enige mildheid geboden. Hiermede voorzichtig dus. Dit geldt echter zeker niet voor de wijze waarop andere vaartuigen dienen te worden aangeduid. Hier gelden de bestaande benamingen, zoals: modale motor- of zeilcaravans, geriefcontainers van tupperware, planerende strijkijzers etc. Met dat tupperware weer even oppassen.

Het niet aflatend bestrijden van andere watersport "liefhebbers" in woord en geschrift is het kenmerk van de ware DEN. Ik laat het maar hierbij. Het verdere werk moet nu door enkele preciezen in onze kring worden verricht en als ik mij niet vergis zullen zij zich dat geen twee keer laten zeggen. Intussen bereid ik mij voor op een zondige zomer die nooit meer onschuldig èn onwetend kan zijn.

S. Lansdorp (u weet wel, van Nuus, met binnendiesel).


De prijs van een gezond milieu

Yraida’s buik is schoon, haar vlak is niet getooid met een in het oog lopende kleur. Mocht ze ooit kapseizen dan zal ze zeker niet zeer opvallen in het dan ongetwijfeld wilde water en de rollende zeeën. Haar bemanning zal dan echter verdrinken in de blijde wetenschap dat ze het milieu nooit heeft bezoedeld, nooit algen heeft onderworpen aan chemische tortuur. Dit zelfgenoegzame betoog dient geen ander doel dan een verhaal te beginnen over hoe Yraida’s bodem zonder anti-fouling toch fouling-vrij blijft.

Het is een eenvoudige receptuur. Men zette de achterzijde vast, men krenge het scheepje en met het dan rijkeljk voorhanden zijnde water reinige men het vlak. Dit doet men minstens vier maal per jaar, minstens. Eén maal voor de gein als de boot het water ingaat, één of twee maal tijdens het vaarseizoen, bijvoorkeur op mooie dagen zonder wind en één maal voor de winterstop, voorzover aanwezig.

Deze laatste schoonmaakbeurt werd door mij geïnitieerd en georganiseerd tijdens het laatste weekend van oktober. Yraida moest van onze vriendelijke havenmeester per 1 november de wal op. Dit uitsluitend om bureaucratische redenen. Dat het wellicht mogelijk is om ook in de winter nog prettig te varen overstijgt ‘s mans bevattingsvermogen ten enemale.

Enfin op zaterdag 6 november j.l. moest Yraida worden ontakeld. Met pijn in het hart ontruimden wij haar lounge. Het bleek dat wij voor nog minstens een hele vakantie conserven aan boord hadden met als culinair hoogtpunt het etiketloze blik BP, Babi Pangang.

Een kille zuidwester blaast met kracht 7 (volgens de radio) over de plas. Er is gemuit: Mylène zit toch werkelijk niet de zin van het zeilen met een bijna onttakelde boot. Zo ontakeld is ze toch ook weer niet. De mast staat er tenslotte nog op. Er moet worden gemotord, aldus M. Ik houd mijn poot stijf en krijg snel de schipper aan mijn zijde, zij het met een compromis om slechts fok en druil te voeren. Vlug varen we af en kan onze outboard het zwijgen worden opgelegd. Het is werkelijk een prachtige dag om te zeilen. De vele tinten grijs van het Gooimeer stralen ons vanuit een volledig bewolkt zwerk toe met nu en dan een fikse bui hagel er tussendoor. Wat een leven. Yraida voelt dat ze nog een maal naar buiten mag voordat ze in maart weer het koele nat in gaat.

Al gauw doemt aan de einder het eiland op waar de schoonmaak beurt moet plaatsvinden. Dit eilandje is in de zomer een heerlijk poedeloord voor onschuldige surfmeisjes. Eind oktober is het er minder idyllisch. Het lijkt er zelfs op dat ‘s Rijks Waterstaat al in de weer is geweest met het weghalen van allerhande kunstwerken. Deze maken het aanlanden anders tot een zo eenvoudige activiteit. We moeten dan ook meerdere keren rondvaren voordat we een enigszins bruikbare plek vinden om te landen. Er rest niets dan botweg de kant op te varen en overboord te springen. Om vervolgens te ontdekken dat de koude van het water mijn meest zwarte verwachtingen vele malen overtreft. Dit belooft niet veel goeds.

Zelden, nee nog nooit, heeft zo’n heftige koude op zo’n onvermijdelijk wijze bezit van mij genomen. Ik vlucht snel de wal op. De kou doet eenvoudigweg pijn. Wat ben ik een watje. Het was mijn plan dus nu moet ik ook maar even doorbijten. Alleen wat kan koud, koud zijn!! De rest van de bemanning komt nu ook van boord, via het water. Mijn populariteit neemt drastisch af. Michel, Mylène en Nicola laten mij weten dat het toch een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is dat Yraida volgend jaar in de anti-fouling zal moeten. Ik kan mij slechts verdedigen dat ik de omstandigheden heb onderschat. Nicola is de enige die haar schattig gekleurde laarsjes heeft meegenomen en aangetrokken. Dat is zeer goed van haar. Ook Mylène heeft laarzen bij zich maar die blijken lek te zijn. Klik voor vergroting

Na de ankers uitgebracht te hebben op de wal, krengen we Yraida en gaan aan de slag. De schoonmaak moet natuurlijk goed gebeuren. De laatste maal was na het zomerweekend in september en reeds nu is Yraida’s buik diep zwart. We moeten daarom flink boenen. De gesprekken verstommen als de volgende bui overtrekt. Michel en ik werpen ons op als schoonmakers terwijl M. & N. in de gaten houden dat Yraida blijft liggen. Dat houdt ze in iedergeval uit het water weg. Wat een ellende. Af en toe komt er een gezellig buitje over. M. en N. zien wel dat het voor hun schoonmakers toch een tikkeltje te koud is en nemen alsnog over. Hun laarzen schijnen hen beter te beschermen. Wat ons in september twee uur kostte, doen we nu in veertig minuten, inclusief het draaien van de boot. Dat moeten we onthouden.

Klik voor vergroting Na afloop van het geboen varen we terug, nu ruime wind. Michel en ik trekken ons terug om weer wat warmere voeten te krijgen. Het is een vreemd gevoel, of liever gezegd geen gevoel, het lijkt wel of mijn voeten niet meer aan mijn lijf zitten. Na een minuut of twintig beginnen ze zeer te tintelen. We nemen een kopje soep uit de thermosfles om weer een beetje bij te komen, ogenschijnlijk zonder enig effect. Het duurt uiteindelijk een uur voordat Michel en ik weer een beetje op temperatuur komen. Mylène en Nicola, die laarzen hadden lijden ook zeer onder de koude maar komen toch weer sneller bij.

Genoeg geklaagd.

De moraal van dit verhaal? Het blijkt niet echt nodig te zijn om met een zwaardboot anti-fouling te gebruiken. De boot zelf is zo handelbaar dat het eenvoudiger is om haar af en toe even op haar kant te trekken en te boenen, dan om een blik vieze troep op haar buik te smeren. Deze methode geeft bovendien de mogelijkheid om regelmatig de onderkant van de boot te inspecteren en te repareren als dat noodzakelijk is.

Wat we volgend jaar echter veel beter moeten regelen is de bescherming tegen de koude. Het duurde te lang voordat we weer warm waren. Gelukkig dat bij terugkomst onze vader klaar stond met een grote pan snert. Desalniettemin, zonder knielaarzen, wellicht zelfs lieslaarzen is het beter om de najaars schoonmaak op een andere manier uit te voeren. Dat zou ons echter van een leuk tochtje beroven.

Antoine Maartens, november 1993.

Naschrift: Een tip die ik later in het CTC blad lees is om de aanslag op bovenstaande manier te lijf te gaan met behulp van een weinig WC Eend. Inmiddels proefondervindelijk getest: Gaat super snel en is voor 99,98% biologisch afbreekbaar.