Oostzee 1998
Otterndorf - Otterndorf in zeven en tachtig dagen.

Na een min of meer voorspoedige reis afgemeerd in de buitendijkse haven van Otterndorf aan de Elbe. Na het welkoms biertje gedronken te hebben met de havenmeester, die ons gelijk herkende van de vorige maal, de masten gezet en de benzine voorraad op peil gebracht.
Het tij voor de volgende dag was gunstig. Laagwater was morgen vroeg om zes uur, dat werd dus een vroegertje.

Vrijdag 5 juni 98 2/3 NNO 10 gr, droog/ koud. 05.00 Overal. (Overal = tijdpunt van ratelen wekker!).

Na het ochtendritueel op de motor de haven uit, hij moest op de laagwaterstand vanwege het waterpeil van de vaargeul. Ik was toch iets te vroeg gestart want buiten op de Elbe liep de eb nog. De wind was ongunstig om te zeilen, het werd in lange slagen kruisen.
Op dit vroege uur was er al een druk verkeer van grote zeeschepen. Na een paar slagen en uitwijkkoersen vond ik het raadzamer om de zeilen te laten zakken en de motor te starten.

De Duitse waterpolitie is hier zeer waakzaam en vlot in het uit schrijven van boetes. Ik bleef dus veilig tussen de groene boeien en de recreatie tonnen varen (In Duitsland bekend onder de naam: bühnetonnen. Bij de kleine sluis aangekomen kon ik gelijk de voorhaven en de kolk invaren. Het leek wel of ze op me gewacht hadden, want achter me ging onmiddellijk de deur dicht.

Om 09.10 zwaaide de deuren open, en lag er 100 km Noord-Oostzee kanaal op me te wachten. De inmiddels pittige en koude wind had ik recht op kop, zeilen was dus uit den boze. Zeilen is namelijk alleen op een bezeilde koers toegestaan. De motor bleef dus ploffen, en de blik werd op oneindig gezet. Ik kon gelukkig redelijk beschut achter de kajuitopbouw blijven sturen. En zo, koffie lurkend en muziek luisterend, gleden de kilometers onder de boot door.

Na zo’n zeven uur ploffen lagen we ± 3 km voor het zijkanaal naar Rendsburg en werden we opgelopen door een Nederlands jacht. Ik riep hem aan, want na inspectie van mijn brandstoftank bleek de bodem in zicht te komen. Ik vroeg hem of hij de laatste kilometers tot het zijkanaal naar Rendsburg gelijk met me op wou varen. Voor het geval dat ik zonder benzine zou komen. In het zijkanaal kon ik dan halverwind naar Rendsburg zeilen. Nee, dat ging niet, want hij had vreselijk veel haast. Slepen op top snelheid wou hij wel. Maar dat zag ik nou weer niet zo zitten, de boel kapot trekken zeker. En weg was hij weer met zijn haastige vacantie. Van je collega sportschippers moet je het maar hebben! De zorg bleek voor niets, want in de haven aan gekomen bleek er nog ongeveer één liter in de tank te zitten.

Zaterdag 6 juni 2/3 zw 20gr. Bew./droog.
Rustdag in Rendsburg: victualiën laden, schoonschip, stad bekeken. ‘s Avonds mooi weer met een lekker zonnetje. O ja, in het clubhuis tappen ze een heerlijk pilsje.

Zondag 7 juni 2/3 zw 20 gr. dr. Re. Onweer.
05.30 Ratelende wekker. Wat hebben we toch een vreemde hobby. Bij nacht en ontij uit de zak en het dan nog leuk vinden ook. Voor een baas zou ik zo mijn bezwaren hebben. De nacht was met veel onweer en regen verlopen. We lagen goed beschut tussen twee jachten met grote masten die de eventuele inslagen konden opvangen. Alleen voor anker liggende voel ik me nooit zo happy. Nu sliep ik rustig door het geweld heen.

Na de ochtendbeslommeringen gingen al vlug de landvasten los en waren we snel weer op het hoofdkanaal. Het inmiddels afgeslapte briesje uit zuidwest was niet sterk genoeg om de zeilen gevuld te houden, dus bleef de motor vlijtig ronken. Na ongeveer een uurtje kwamen we voorbij een klein baaitje, waar, tot mijn verbazing, de haastige zeiler van vrijdag lag. Wat een slapjanus! Tegen 12.00 meerden we af in de grote sluis en konden we geschut worden. Het schutten duurde ditmaal wat langer, omdat de opvarenden van een Pools jacht plotseling geen woord Duits verstonden en weigerden te betalen. En dan blijven de deuren gesloten. Uiteindelijk werd de boot met kettingen vastgelegd, en kon de rest vertrekken. De wind was te verwaarlozen, dus bleef de motor zijn plicht doen. Na het afmeren in Laboe verdween al vlug het zonnetje, en zaten we weer in de stromende regen. Plus dat de wind uitschoot tot een dikke zes. Kreeg bezoek van een Engelsman, die vertelde dat hij veel met een Drascombe in Schotland zeilde.

Maandag 8 juni 4/7 B zw, 20 gr z.bew. dr. re.
07.00 Overal. Na het ochtend ritueel victualiën inslaan en in de jachthavenwinkel set twee van de Duitse watersportkaarten gekocht. Een behoorlijke rib uit mijn lijf. Tegen twaalf uur de landvasten los, en onder voorzeil en gereefd druiltje koers gezet op Strande voor benzine. De bakstagwind was fors. Halverwege moest ik bij gaan liggen om vier beroepsschepen door te laten, waar onder twee oorlogsschepen. Ze vonden het geloof ik wel leuk zo’n klein bijliggend zeilbootje uit Holland, er werd tenminste van de laatste bodem druk gezwaaid. Daarna kon de fok er weer bij om een uurtje later in Strande af te meren.

Het havengeld was ook hier fors gestegen, morgen maar een ankerplek opzoeken. Het zal tenminste morgen wel weer een verplichte rustdag worden, er waait nu al een dikke zeven Beaufort. En het weerbericht geeft voor morgen hetzelfde weerbeeld af.

Dinsdag 9 juni 6/7 B Z.W. 20 gr, z.bew. dr.re
Na een winderige nacht tegen elf uur de haven uit. En een paar honderd meter verder, tegen de buitenpier van de jachthaven van Schilksee afgemeerd. Goed beschut tot o.n.o., en havengeld vrij.

Er staat nog een forse windkracht zeven, en de regen komt met bakken uit de lucht. Maar onder het zeiltje en in de kajuit is het gezellig en best uit te houden. Onder het genot van een biertje werd de kaart bestudeerd, en een plan voor het vervolg van de reis gemaakt. We hebben een ruime 40 zeemijlen open zee voor ons tot de brug bij Fehmarn. En het feit dat er een groot schiet en oefenterrein voor de kust ligt, verplicht me om een koers uit te zetten ruim om het gebied heen.

Het is inmiddels acht uur in de avond geworden, en de dag is in alle rust verlopen. De wind is wat handelbaarder geworden, hoewel het in vlagen tóch nog een dikke vijf is. En het hoost op het ogenblik ook weer.

Woensdag 10 juni 5/4 B zw, 16 gr. z.bew. re / dr.
05.30 Overal. Het weerbericht van halfacht gaf redelijk weer af, starten dus. Drie maal per etmaal een overvloedig zeeweerbericht. Zo een luxe kom je op het Nederlandse net niet tegen. Op het ogenblik regent het nog, maar in de loop van de dag zou het droog worden, en minder wind. De landvasten los en onder zeil. In het grootzeil hield ik één rif. Het signaalbaken van het oefengebied liet zijn waarschuwende flikkering zien, het werd dus de lange route buitenom. Hoewel ik de kriebels in de buik voelde, er ligt tenslotte een behoorlijke lap water voor onze neus, had ik er zin in. En Wallie was ook weer in z’n element. Er liep nog een flinke zee, maar op de prakties voor de windse koers was dàt geen probleem. Wallie spoedde zich, zonder druil, met ruim vier knopen en het dek keurig droog houdend, noord-oostwaarts. ± 10.30. Passeerden we op handbreedte de RW2 boei. De positie werd nauwkeurig in de kaart gezet. De eerste negen mijl zat er op.

Ter hoogte van de gele waarschuwingston H-2 kwam er een Duits patrouillevaartuig langszij, en die vertelde mij door de luidspreker dat ik op deze koers verder moest blijven varen tot ton H5 en vervolgens op koers 110° richting brug. Want er werd met groot kaliber geschoten. Dank uw wel en tot uw dienst, maar dat had ik zelf al gehoord en bedacht. En dat alles gebeurde in een fikse bui, met veel wind. Ik had mijn handen dus vol met Wallie, allemaal net echt. Ze vroegen ook nog of alles in orde was? Ja, alles was oké en op volle kracht stoven ze weer verder. Toch wel fijn dat ze zo bezorgd op me waren. Ze zullen wel gedacht hebben, wat doet hij met zo’n klein friemel bootje op die grote open zee. En misschien hebben ze wel gelijk. Maar aan de andere kant, een klein friemel bootje had waarschijnlijk die grote ijsberg op de Noord-Atlantik wel gemist. Ter hoogte van ton H5 werd er dus gehoorzaam van koers veranderd en kon de druil er bij getrokken worden. De fok trok er nu ook beter aan. Eén moment was er, bij opklarende lucht, de zuidpunt van Langeland Denemarken te zien. We zaten dus ver noordelijk. Tegen drie uur kwam er in de kijker héél vaag de boog van de brug in zicht. De hemel in het oosten was nog donker van de laatste bui die weg trok, maar hierboven mij begon het aardig op te klaren, en ook de wind zwakte duidelijk af. Maar we bleven wel goed vaart lopen.

Tegen zeven uur waren we dwars van de zuid-kardinaal die de vaargeul naar de Ortherbocht aan geeft. De wind viel weg, en van het westen uit kwam een zeer donkere lucht op zetten. Dat beviel me niet zo. Stilte voor de storm, zo gezegd. Mijn instinkt vertelde me: Reijer de zeilen naar beneden. En alzo gedaan. Verder op de motor de Ortherbocht in. En ja wél hoor, de hel brak los, een fel uithalende wind en gierende regen. Na een nat half uurtje, achter de oostelijke havenpier van Orth, op een half metertje water, een goed beschut ankerplekje gevonden. Het zeiltje over de giek, het vechtpak uit, een biertje op de goed verlopen oversteek, en dan een warme hap in elkaar stampen. Een goed besluit van een fijne zeildag.

Donderdag 11 juni l. Bew. 2/3 var. 26 gr. Droog.
06.00 Overal, en om 07.30 de spijker uit de grond. De prachtig opkomende zon beloofde een mooie dag. Op een slap briesje uit Z.W. zeilend de baai uit en koers gezet op de brug, die nog zo’n twee mijl in het oosten lag. Het GPS vertelde me dat we met een vaart van 3.5 knoop liepen, het meeste zal wel stroom geweest zijn, want de wind slapte steeds meer af. Na de brug, het was inmiddels flink warm geworden, kon de koers op 070° gelegd worden. Gedser op het eiland Falster, was het doel waar naar we streefden. Een afstand van 32 z.m., weer een lekker dagtochtje. De wind werd ook wat vlijtiger, wat wil je nog meer. Maar je moet nóóit te vroeg juichen. De wind begon gaande weg te krimpen en nestelde zich in het oosten. Mijn comfortabele bakstag koers werd een scherpe aan de windse koers. En daar is mijn zwaar beladen Wallie niet zo’n ster in. De koers op Gedser was in ieder geval niet vol te houden. Tegen twee uur lagen we dwars van de zuidoostelijke kaap van Fehmarn, en besloot ik om niet verder te gaan. Deze wind zou me ongeveer bij Rodbyhaven afleveren, en dat was te veel westelijk. En slagen maken zag ik ook niet zo zitten. Al kaart bestuderend kwam ik terecht bij Grössenbrode, een kleine goed omsloten baai op het vasten land, ± 9 z.m. in het zuidwesten. Het havenboek beloofde goede ankergrond, en beschutting tegen alle winden. Dat had ik wel nodig, want het weerbericht beloofde niet veel goeds uit het noordwesten. Dus werd de steven op het zuidwesten gericht. Grootzeil weg, en ontspannen op een bakstag windje die, nadat het besluit gevallen was er zin in kreeg, richting ankerplek. Ter plaatse eerst de twee jachthavens bekeken, ik had eigenlijk wel trek in een koud pilsje! Maar nee, ze zagen er te marina-achtig uit. Dat wil zeggen te groot en te duur. Dan maar tevreden zijn met een blikje bier. In de zuidhoek een goed ankerplekje gevonden voor de nacht, die rustig verliep.

Vrijdag 12 juni z.b.w. 6/7 B. N.W. 15 gr. dr. re.
Tijdens de nacht een draaiende wind op noordwest en aanwakkerend tot een stijven bries. ± 04.30 Uit de slaapzak voor emmer bezoek en controle van de ankerplek. We liggen nu op lagerwal, maar het anker is een rots van vertrouwen. Wat meters lijn bij gegeven, dan weer terug in de zak en verder gonzen tot 08.00. Na de koffie ankerop en een nieuwe ankerplek gevonden in de noordwesthoek naast de jachthaven. Een stuk rustiger. De rest van de dag werd in rust door gebracht.

Zaterdag 13 juni z.bew. 6/7 B N.W. >3/4wnw 20 gr.

Na een onrustige nacht met véél wind en regen, begon het in de loop van de ochtend wat rustiger te worden. Het bleef droog, en het zonnetje kwam er goed door. De wind was nog stevig. Half en half had ik me al weer op een rustdag in gesteld er werd dus kalm aangedaan met de ochtendklusjes. Het zeeweerbericht van elf uur gaf zon en afflauwende wind uit N.W., morgen draaiend naar Z.O. en toenemend tot zes B. Een kort moment van overleg en dan razende actie. Grootzeil dubbel reven, koers uit zetten, anker omhoog en dan zeilend de baai uit. Tegen 12.00. waren we buiten en kon de koers op Gedser gelegd worden. De zon scheen strálend. Hier en daar een stapelwolk en een stevige bries schuin in de poeperd. Het ware zeilplezier. De Oostzee vind ik een geweldig zeilgebied. Binnen een afstand van 30 à 40 z.m. is alles te bereiken. Overal havens en stille strandjes (om te ankeren) binnen handbereik. Met 30 c.m. diepgang, en een stel roeiriemen om te roeien en te sturen, is er geen plekje onbereikbaar. Weinig last van getijdestroming, dus de navigatie is ook vrij eenvoudig. Alleen tussen de eilanden kan er, met veel wind, flink wat windstroming staan en daardoor kunnen er flinke hoogteverschillen optreden.

± 13.50. Passeerden we de zuidoost kaap van Fehmarn. De eerste negen mijlen van de drie en dertig zaten er binnen twee uur op. Maar na de kaap kwam de open Fehmarn-Belt, en daar bleek nog een forse deining van de vorige dag te staan. We gingen er goed door heen, zonder een spat aan dek. Alleen de schipper kreeg een licht gevoel van zeeziekte. Het was de eerste maal in mijn Drascombe bestaan. Maar een kleintje rum en een half pak knäckebröd was een probaat middel om dat te bestrijden.

Het is een fantastisch gevoel om zo in alle vrijheid over de open zee te zeilen. Je gaat dieper ademhalen om de zee te ruiken, en, normaal ben ik niet zo’n zanger, zingen van pure levensvreugde. Dan kan je ook de oceaanzwervers begrijpen, die nóóit meer terug willen. Tussen vijf en zes uur kruisten we de Kiel-Oostzee route, waar een druk beroepsverkeer was. Oppassen dus! Eénmaal ging er een groot vrachtschip duidelijk een paar graden stuurboord uit, om achterlangs te gaan (dank uw wel), en éénmaal moest ik bij gaan liggen om er een voorlangs te laten gaan. Er werd vriendelijk naar me gezwaaid.

Elke twee uur werd er een GPS positie in de kaart gezet, zo dat ik zeker wist dat we de goede kant op gingen. Hoewel ik een cursus navigeren gevolgd heb en met goed gevolg door het examen gerold ben, is er niets zo gemakkelijk als een knop op dat wonderapparaatje in te drukken en praktisch op de meter nauwkeurig te weten waar je zit. Bovendien krijg je ook nog eens gratis de koers en vaart over de grond voorgeschoteld. Inmiddels had ik het grootzeil ontreefd, want de wind was wat handelbaarder geworden. Er was nog steeds niets van Denemarken te zien en ik had geen zin om in het donker een vreemde kust aan te lopen. Ook ging ik wat hogerop sturen, want de zuidpunt van het eiland is maar klein en ik wou niet het risico lopen om er aan de verkeerde kant voorbij te tuffen. En plots waren daar de windmolens, het eerste teken van naderend land. De laatste GPS positie vertelde me dat we iets teveel westelijk zaten. Maar dat was geen ramp, een klein beetje ruimer varen en het einddoel kwam snel naderbij.

± 22.00. Konden we in een plotseling uitschietende wind afmeren in de kleine gezellige jachthaven van Gedser. Drie flesjes bier gehaald en geproost op de prachtige overtocht. Zo’n dag maakt alle regenachtige en winderige dagen goed. Wat kan een mens dan tevreden en gelukkig zijn, zo alléén met zijn bootje en de zee! Het éérste wat de meeste mensen me vragen als ze met me in gesprek komen is; of ik me niet eenzaam voel zo alleen op zo’n bootje? Meestal krijgen ze dan als antwoord: "Je kan je soms eenzamer voelen in een groep van onbekende mensen. Op mijn boot ben ik nog nóóit eenzaam geweest. Je bent in gezelschap van de natuur, en de dieren om je heen. En dat is groots".

Zondag 14 juni h.bew. 5/ 6 B. Z.O. 20 gr. Droog.
Tot 12.00 geluierd in de haven, plunje gewassen en schip gekuist, zo als onze zuiderburen het zo mooi uitdrukken. De wind was ongunstig voor het verdere verloop van de reis. Mijn voorlopige einddoel lag namelijk in het oosten. Dat werd dan een aandewinds rak, wat met zo’n licht scheepje als Walllie in 6/7 B meer stilliggen als vooruitkomen betekend. Voor morgen was er weer wind uit de westelijke hoek beloofd, daar wachten we dan maar op. Het Drascombe treffen start de 28ste juni. We hebben dus nog een zee van tijd. Voordat de havenmeester met een begerige blik in zijn ogen voorbijkwam de landvasten los. Een paar honderd meter verder op het hekanker tegen een strandje aan. Voor een lijn aan een paal, en klaar is kees. Havengeld vrij, en even goed de mogelijkheid om de benen te strekken. Voor 80 kronen, ( ± 35 gld.) kan je een hoop andere nuttige dingen kopen. Het is nu negen uur in de avond en ik geniet onder het tanden poetsen van een schitterende zonsondergang. Vlammend rood en geel achter een donkere wolk, en op de horizon de contouren van het eiland Lolland. Zoiets zie je niet elke dag.

Maandag 15 juni l.bew. 1/ 2 B var. 25 gr. Zomer
Het weerbericht was gunstig. Zonnig, droog, en naar N.W. draaiende wind 3/4 B. Ik had het hier wel weer gezien. Er was nog zoveel te beleven achter de horizon, starten dus. ± 09.15. Lagen we onder zeil op een slap briesje uit het oosten. Na een half uurtje was ook dat briesje verdwenen en dreven we maar wat rond. Er stond een klein piele-pietsie stroom wat ons langzaam maar zeker weer terug bracht naar onze ankerplek. Vanwege het geklapper had ik het druiltje en de fok weggehaald, en net toen ik van plan was om maar weer voor anker te gaan begon het uit het zuiden te zuchten. Dat was uit de goede richting, alle lappen weer omhoog en aan de wind richting vaargeul. Om het laveren te vermijden nam ik de kortste route over een grote ondiepe zandplaat. Dus moest al snel het zwaard en roer omhoog en werd er met de riem gestuurd. Zo over de plaat schipperend, kwam er spoedig een rubberboot van de Deense reddingsdienst op ons af gevlogen en werd er gevraagd of ik problemen had? Nee, dàt had ik dus niet. Nou dan moest ik maar zo snel mogelijk terug in de vaargeul gaan. Want de veerboot kwam eraan en die maakte nogal een pittige hekgolf. En daar had de goede man natuurlijk wél gelijk in. Dus werd de motor gestart en gehoorzaam naar de vaargeul getuft.

± 12.00 Waren we dwars van de buiten vuurtoren en konden we 90° voor gaan liggen. Richting Darsser-ort, ± 20 zm verder in het oosten op het schiereiland Zingst dat weer bij Mecklenburg behoort. De wind nestelde zich langzaam in het westen en bleef slap. Het werd dus een oversteek met geduld. De druil kon weg, op de giek kwam een bulletalie en de fok ging over bakboord op de fokkeloet. Het was prachtig blotevoeten weer, maar véél actie zat er niet in. Het was, zoals later bleek, stilte voor de storm, want de volgende dag zou ik het goed voor mijn kiezen krijgen. En moest ook Wallie laten zien wat hij waard was.

Tegen 17.00. was de wind totaal op en werd de zee spiegelglad met een flauwe deining. Onder het genot van een hap en een slok werd de wind een uurtje de tijd gegeven om weer op te starten. Maar nee, het bleef bladstil. Fok weg en de ijzeren genua aan het werk gezet. We hadden nog ± 10 zm te gaan en ik wou niet in het donker ronddolen. Om negen uur afgemeerd op aanwijzingen van de havenmeester, die me gelijk negen mark afknoopte en me vertelde dat we morgenvroeg voor elf uur weer weg moesten zijn. Deze haven lag in beschermd natuurgebied en was een noodhaven. In de DDR tijd was dit een marinehaven geweest, en streng verboden gebied.

Dinsdag 16 juni z.bew. 3/4 wnw. > 8/9B. wnw.14 gr. Regen, koud!
De ochtend begon vroeg, de wekker ratelde om vier uur. De gewoonlijke blik uit het luik vertelde me dat het donker, koud en onplezierig weer was. Er waren nog zo’n 20 zm te gaan naar Der bock, een klein eilandje oostelijk van een grote ondiepe zandplaat tussen het schiereiland Zingst en het eiland Hiddensee. Dit alles behoort bij het Boddengewässer gebied rondom het grote eiland Rügen. Het weerbericht melde: 3/4B. wnw in de ochtend, later op de dag flink toenemend. Vandáár de vroege start. Een slok water, grootzeil dubbel reven, druil reven, vechtpak plus reddingsvest aan, lifeline ingepikt, de landvasten los en dan zeilend de haven uit. Uitgewuifd door de vroegopstaanders van een Hollandse charterboot.

Buiten gekomen gingen we over op een noordelijke koers, richting oost-kardinaal, die in de verte naar ons knipoogde. De ondieptes die hij afdekte lagen gelukkig aan loef. Het was koud en nat, brrr. Ik was kwaad op mezelf, ik had de tijd moeten nemen om een pul koffie te zetten en wat te eten. Nu zat ik met de gebakken peren! Niks geen warme drank om het geraamte op peil te houden. De wind was inmiddels té fors geworden om Wallie zelfsturend te trimmen, om zo alsnog koffie te zetten. Ook bijliggen vond ik, aangezien de haast die ik had, tijdverspilling. Het werd dus warme gedachte maken, en fluiten blijven. Na een uurtje waren we ver genoeg uit de kust om de koers te verleggen. Druil weg en voort vlogen we op een bakstagwind, 90° op het kompas.

Alras bleek dat het weerbericht een beetje met de tijd in de war was. Het later flink toenemend begon iets eerder. De zee begon zich ras op te bouwen, de golven vertoonde al snel witte kammen en begonnen te breken. Na een paar maal al planerend met een golf mee gelift te zijn werd het tijd om het grootzeil weg te halen en het voorzeil een paar slagen in te rollen. Het was wel sensationeel zeilen, maar ik wou de boel wél graag heel houden. Ter compensatie het gereefde druiltje er bij. Zo ging het een stuk rustiger. Wallie hield zich intussen uitstekend. De golven werden, met het dek keurig droog houdend, gelaten genomen. Ik probeerde wel ijverig de brekende golven te ontwijken. De Engelsen hebben voor zo’n bak water op het halfdek een mooi woord, wat me helaas nu niet te binnen wil vallen. Ik verbaas me steeds weer over de prestaties die de Drascombe’s in slecht weer leveren. En slecht weer was het. Buiten de steeds meer aanwakkerende wind regende het flink en was het zicht miserabel slecht geworden.

Tegen 08.00. waren we dwars van de oostpunt van Zingst en kwam de grote ondiepe zandplaat in zicht, met daarop een handvol duinachtige mini eilandjes en het iets grotere Der-Bock. En dan moest daar, ergens in de hoek, de zeer nauwe geul naar rustiger vaarwater liggen. Wat de zaak moeilijk en gevaarlijk maakte was dat Der-Bock met een hoek van negentig graden op het eiland Hiddensee lag en alzo een in elkaar vloeiende kustlijn vormde. Plus dat die hele hoek een wel zéér dreigende lagerwal was geworden. Een extra handicap was dat de kijker in zulk weer vrij nutteloos is. Ten eerste heb je de handen vol om de boot onder controle te houden, en als het je dan lukt om een moment door de kijker te loeren, zie je alleen maar lucht of een massa water. Je hebt geen moment een vast punt in het vizier. Dan helpt alleen een adelaarsblik. Door middel van het G.P.S. kon ik wel een positiepeiling nemen, maar die positie in de kaart zetten was een tweede. Even rustig met kaart en liniaal te keer gaan was er niet bij. Eerlijk gezegd had ik nu wel een paar extra ogen en handen kunnen gebruiken. En zo voortjakkerend op de stormachtige wind bemerkte ik dat we langzaam maar zeker dichter bij de branding van de zandplaat kwamen. Maar alles wat ik zag, van de vaargeul geen spoor. Ook boeien waren in deze waterwildernis niet te onderscheiden. Het werd zo langzamerhand tijd voor plan B. Die dreigende lagerwal maakte me tóch wel wat ongerust. Ik besloot rond Hiddensee te zeilen, en via de veel bredere toegang aldaar rustiger water op te zoeken. Het werd nu halve wind zeilen, en dat was weer heel andere koek. Om vlugger vrij te komen van de lagerwal en de zandplaat, zette ik ter ondersteuning de motor bij. Ik volgde de tactiek van halve wind zeilen, en in de extra hoge golven opsturen, zodat Wallie met de boeg aan de wind de waterberg omhoog ging. Over de top kon er dan weer afgevallen worden. Dat werkte prima. Het was half genieten van de sensatie en half balen dat ik die geul niet kon vinden. Eenmaal dacht ik een rood boeitje aan bakboord te zien. Als dat zo was, was ik toch door de geul gevaren. En ook had ik toch wel de kriebels in de buik, als dit maar goed ging.

Stormen op zee had ik in mijn marine loopbaan veel meegemaakt, maar dit was de eerste keer dat ik zo’n heksenketel met Wallie meemaakte. Maar in de nood, als het nog erger werd, kon ik de boot altijd nog op het strand zetten. Er lag een mooi wit zandstrand ± 2 mijl aan s.b. Maar dát kon ik Wallie toch eigenlijk niet aandoen. En waar maakte ik me druk om, Wallie hield zich prima. Het water klotste wel door de kuip van de extra grote en brutale golven, die via de bak (voordek) naar binnen waren gerold. Maar dat was niet te vergelijken met het water wat buiten de muur bleef. Ik merkte dat er steeds zo’n twee à drie extra grote golven kwamen en dat het dan weer wat rustiger werd, wat je dan rustig noemen kan. En zo vochten we ons langs het ± 10 zm lange eiland. De kriebels waren zo langzaam aan ook verdwenen, het genieten van het zeilen in deze stormachtige wind kreeg de overhand. De zee is geweldig groots en mooi in zo’n stormachtig geweld. Vroeger op H.M. oorlogsbodems kon ik ook altijd, ergens beschut in een hoekje, uren lang genieten van het geweld van een storm.

Tegen 12.00 konden we de ± zeventig meter hoge loodrecht uit het water opstijgende rotskaap Dornbosch van Hiddensee ronden, en konden we wat ruimer varen. De kaap moest wel ruim genomen worden, want de kaart gaf stenen onder water aan. Na het passeren van twee diep gereefde jachten, die nog naar buiten gingen en waarvan de bemanning driftig zwaaide, konden we de geul oppikken van de veel bredere baaiachtige toegang naar de binnenzeeën en zo langzaam in kalmer water komen. Aan s.b. zag ik de masten van een jachthaven, het bleek Vitte te zijn. Het was geen weer om met ondiepten te experimenteren, dus ging in de vaargeul de motor weer aan. Na het afmeren vernam ik van de inboorlingen, die verbaast vroegen waar ik met zulk weer vandaan kwam, dat de windmeters een ruime 8/9 B. afgaven! Een kleintje rum, koffie, drie eieren met spek en brood later was ik weer bijgevuld en kon er, met een tevreden gevoel dat we veilig tussen de palen lagen, een tukje gedaan worden! Het was een hele belevenis geweest.

Vrijdag 19 juni h.bew. 2/3 B. zw. 25 gr. Warm.
Na twee stormachtige dagen is nu de wind tot rust gekomen. De stop benut om het eiland te verkennen. Het is een prachtig stukje natuur, veel bos en duinachtig land schap. Plus het grote voordeel, het is verboden voor gemotoriseerd verkeer. Wat een rust zonder die roestbakken. Alles gaat hier, in alle kalmte, met paard en wagen en Fahrrad.

08.00. Roeiend de haven uit, zo als meestal met verbaasde gezichten en lovende woorden. Buiten de haven, op ongeveer twee voet water, voor anker om de boel te klaren, en wachten op wat wind. Na twee uurtjes was het zo ver, de zeilen konden gehesen worden. We moesten nog negen dagen zoet brengen voordat de mini bijeenkomst in Stralsund begon, ik had dus tijd genoeg om de omgeving te verkennen. Het gehele Boddengewässer gebied is onder verdeeld in zones. Zone één is buiten de vaargeul verboden gebied en in zone twee is het alleen toegestaan te varen zonder motor, en zone drie, het grootste deel, is vrij te bevaren. Alleen is er voor een kieljacht buiten de vaargeul niet veel ruimte, want het is overal vrij ondiep. Plus dat er een latent gevaar van stenen onder water aanwezig is. Gelukkig meestal aangegeven op de kaart. Maar niet altijd, zo als ik later merkte, nadat Wallie met een forse klap op een steen geknald was. Buiten een krom roer om, gelukkig geen schade. Voor dit gebied is een jacht met ophaalbaar zwaard en roer ideaal. En als je dan ook nog een stel roeiriemen tot je beschikking hebt, zijn ook de motorvrije zones vrij om te ontdekken en te bevaren.

Tegen twee uur, voor benzine, afgemeerd in Schaprode. Op Hiddensee was het géén auto’s, dus ook géén brandstof. Daarna weer onder zeil en op een zwak briesje uit Z.W., en af en toe een buitje tegen het stof wat rond gezeild. Twee ankerplekjes uit geprobeerd en voor de gezamenlijke tocht genoteerd op de kaart. ± 19.30 Achter de spijker, op een prachtig stekkie, rondom riet en bomen. Een real hurricane hole. Het eiland Hiddensee is hier zó smal dat je de golven aan de westkant op het strand hoort rollen. Het is een mooie avond, met een lekker zonnetje. Onder het genot van een licht alcoholische versnapering wat rommelen met bootklusjes, een vette hap brouwen ( zo als ze dat bij de marine zo leuk uit weten te drukken) en genieten van de natuur. Wat kan een mens dan tevreden zijn. Ik kreeg bezoek van echtpaar zwaan met kroost, en zag een roedel herten, vlak achter de boot, door het riet de ingang van het baaitje over steken. En dan zijn er mensen die vaak vragen of ik me niet verveel zo alleen op zo’n boot? En wat te denken van een vreemd soortig insect wat hier als een mini straaljager rondvliegt.

Van onderen geel geschubd plus twee maal drie poten. Ware grote. Ik heb er één, voor onderzoek, dood gemept. Sorry hoor. Ze hebben zo te zien geen angel, dus steken kunnen ze niet. Maar lastig zijn ze wel. Dus met dat alleen zijn valt het wel mee. En als je behoefte hebt aan een menselijke babbel zijn er genoeg jachthavens en bruine kroegen in de buurt.

Maandag 22 juni, Z. Bew. 2/3b Z.W. 17 gr. Re./dr.
Na twee prachtige zomer dagen, met veel zon en een lekker briesje uit de westelijke hoek, zeilend en luierend te hebben doorgebracht, was het nu weer gedaan met de zomer. De nacht was met veel regen en onweer verlopen. Gelukkig zijn er hier beschutte ankerplekken in overvloed. We liggen ± 2 z.m. zuidoost van Stralsund in een klein baaitje van het eiland Rügen. We moeten vandaag naar de haven want de voorraden worden krap, en de geldbuidel is ook leeg. En Stralsund is de enige stad in de wijde omgeving waar er geld uit de muur gehaald kan worden.

Bij het anker ophalen merkte ik dat de ankersteen, die ik bij slecht weer meestal mee uitvier, was verdwenen. Voor twee jaar terug had ik hem uit Denemarken mee genomen, en al die tijd had hij me trouw gediend. Nu weer terug op de Oostzee, was hij weer thuis en dacht hij bij zich zelf; bekijk het verder maar, ik ga weer een paar duizend jaar rusten. Steen: bedankt voor de bewezen diensten en Toedeloe. Roeiend het baaitje uit, en dan onder zeil. Het werd een kruisrak, richting Stralsund, waar we een goed uurtje later in de kleine gezellige verenigingshaven konden afmeren. De ontvangst was zeer vriendelijk en gastvrij.

Zondag 28 juni, h. Bew. 2/3 B oost 25 gr. Droog.
Na een week van dagtochten zeilen, stad bekijken, die op drie moderne winkel straten na een bouwvallige indruk maakte en biertjes lurken op terrasjes in de zon, moeten vandaag de eerste Drascombe zeilers, met de boten op de trailer, arriveren. In totaal zullen we hier met vier boten de boel onveilig maken. ± 19.00. Lagen de boten in het water en konden we tezamen gezellig eten in het clubkroegje.

Zondag 12 juli, l.bew. 3/4 wzw. 20gr, droog.
Vandaag ben ik weer solo. Na veertien dagen zeilen, met redelijk tot slecht weer, is het flottielje vandaag weer uiteen gevallen. De vacantie zat er weer op voor ze. Gisteren waren de boten al uit het water gehaald en hadden we uitgebreid het afscheidsdiner gevierd. Zodat ik nu een béétje met een dikke kop zit. Het plan voor vandaag was, rustdag, wasdag, en kaarten kopen voor de tocht door Noord-Duitsland richting Mecklenburger-binnen-seeën. Het is inmiddels zes uur in de avond geworden en de klusjes zijn gedaan. De dag heeft zich ontwikkeld tot een mooie zomerse dag, maar de weerberichten zijn somber voor de eerst volgende dagen. Veel regen en oplopende winden tot 7/8 uit het zuidwesten. Het mooie weer blijkt dus een eendaags vlinder te zijn.

Woensdag 15 juli h.bew. 4/5,b.zw. 15-20 gr. dr./re.
Na twee dagen van bar slecht weer, hebben we nu weer een pauze tot de volgende depressie ons overrold. De weerberichten zijn licht optimistisch naar het weekend toe. We moesten maar eens koers nemen op de Greifsbalder-bodden.

± 11.30 Waren we onder zeil op een nog pittige zuidwester. Het druiltje was gereefd en het dubbel gereefde grootzeil moest er bij tijd en wijlen tussenuit, om de boel onder controle te houden. Bij het uitvaren van de haven werden we hartelijk uitgezwaaid door de plaatselijke zeilers. We hadden samen heel wat slecht weer avonden in het clubkroegje doorgebracht. Ik zou een boek kunnen schrijven over de verhalen die ik te horen kreeg over de DDR periode. Het zwaarste woog wel het totale vrijheids gebrek. ‘s Avonds ergens rustig in een stil hoekje voor anker liggen, om de nacht door te brengen, was er bijvoorbeeld niet bij. Er kon overdag gevaren worden, maar ‘s avonds had je eigen te melden in de haven. En als je dat niet deed werd je voor de loop van een geweer terug gebracht, en wachtte je een onzekere toekomst. Je zou anders wel eens, ‘stiekem' koers kunnen nemen op de vrijheid. Er waren natuurlijk ook lieden bij die het véél beter vonden in de DDR tijd. Achter hun rug hoorde ik dan van de anderen dat dàt de lieden van de "Stasi" waren. Die hadden nù natuurlijk niets meer in de melk te brokkelen, en werden met de nek aangekeken.

Bij de overgang van de Strelasund in de Greifswalder-bodden had ik drie opties. Eén, ik kon door zeilen naar Freest, wat nog zo’n 20 z.m. in het oosten lag. Twee, ik kon afmeren in Strahlbode, waar druk veerboot verkeer was. En drie, ik kon ankeren in de vrije natuur. Doorzeilen trok me, door de dreigende donkere wolken boven de Greifsbalder-bodden niet zo aan. Druk veerboot verkeer leek me ook niets. Dus werd het ankeren in de Puddeminerwiek, een fjordachtige inham van de Strelasund. Tegen vier uur lagen we voor anker op een prachtig beschut plekje, rondom tientallen meters manshoog riet. Een ideale windbreker. En dat was ook wel nodig. Want we zijn nu een paar uur verder in de tijd en er zijn al een paar flinke onweersbuien met veel wind en regen over getrokken. Ik was blij dat mijn instinkt me had gewaarschuwd voor de Bodden. Het zou daar nù niet prettig toeven geweest zijn. Het werd door de plaatselijke zeilers ook als gevaarlijk vaarwater beschouwt. Ondiep, met als gevolg een snel opbouwende korte golfslag. De havenmeester wist te vertellen dat er elk jaar wel, vooral onder de onbekende watersporters, slachtoffers vielen. Ik maakte het me gezellig, met een biertje, onder het zeiltje en wachtte op betere tijden.

Donderdag, 16 juli, h. bew. 3/4,z.w. 20gr. droog.
04.15 Overal, na een slechte nacht met weinig slaap. De oversteek zat me toch wel wat in de kop. Vooral na ál die verhalen van de inboorlingen. Het weerbericht van vijf uur stelde me toch wel wat gerust, ze waren gunstig. Anker omhoog en laverend de geul uit. Iets na halfzes konden we een bezeilde koers van 140° voor gaan liggen. Het zicht was slecht, en het was fris.

De koffie, die ik déze keer, niet vergeten was te zetten, was hard nodig om het geraamte op temperatuur te houden en de levensgeest te wekken. Maar de zon, die aarzelend op kwam, beloofde daar spoedig verandering in te brengen. De zeilen konden vol ontplooid worden op de bakstagwind die ons met een ruime vijf knopen naar het zuidoosten bracht. Het was groots zeilen.

± 08.00. Waren we dwars van een rode ton en konden we 90° sturen. Ik kon gelukkig nog wel de druil blijven voeren, zodat we vaart bleven maken. We zaten tegen de zes knopen aan, en dat is voor Wallie een flinke snelheid. Het zicht bleef nog steeds slecht, al was dit maal de zon de hoofdschuldige. Boeien zijn slecht te zien als je tegen de zon in staat te kijken.

± 11.00 Lagen we dwars van een mooie oude vuurtoren, die een grote ondiepte afdekte, en konden we op een zuidoostelijke koers de Peenestroom in zeilen. Ik speelde eerst nog met het idee om via het eilandje Ruden of Greifswalder-oie te zeilen, die nog wat verder oostelijk liggen, en dan vervolgens via de Pommerse-Bucht koers te zetten op Swinemunde in Polen. Maar het onstabiele weerkarakter deed me tenslotte kiezen voor de wat meer beschuttende route. Die, toeristisch gezien, ook aantrekkelijker was dan de route buiten om.

De Peenestroom scheidt het grote eiland Usedom ( dat in de laatste oorlog berucht was door de proeven met de V1 en V2) van het vaste land Mecklenburg-Vor-Pommern. De Peenestroom is een Veersemeerachtig vaarwater. Ik haalde het grootzeil weg om op mijn gemak te kunnen genieten van de omgeving. De natuur was prachtig, veel bos en licht heuvelend. En langs de oever overal strandjes en rietkragen. Tegen zes uur afgemeerd in een klein gezellig haventje, genaamd Tannenhof. Kort voor de Wolgasterbrug. Ik werd verwelkomd door zeilers die ik al kende van Stralsund. Het werd dus weer een dorstige avond.

Vrijdag 17 juli, l.bew. 0 B. zuid, Mooi weer.
De flauwte uit zuidelijke richting zorgde er voor dat ik het besluit nam om een rustdag te nemen. Mijn stijf van de vuiligheid staande spijkerbroeken moesten eindelijk eens gewassen worden en ook mijn sokken konden wel een sopje verdragen. En deze jachthaven had de hier zeldzame luxe van een wasmachine en een droger. Verder het aardige plaatsje Wolgast bekeken en toch maar 54 mark gelapt voor de binnenvaartkaart no.2. Deze bestrijkt het Oder gedeelte vanaf Stettin tot Berlijn. De Oder-delta is nogal verwarrend. Er is namelijk een west en oost Oder, verbonden door talloze meren en kanaaltjes. Ik moest de west Oder volgen, die namelijk ± 80 km stroomopwaarts door een sluis stroomvrij geworden is. Volgens de luitjes hier moet de natuur daar erg mooi zijn. Ik ben benieuwd.

Zaterdag 18 juli, Z. Bew. 3/4.B. zw. 20 gr. droog.
06.00 Overal en, na het ochtend ritueel, de Walvis vaarklaar gemaakt. De weerberichten geven zw. 5 B. af; plus regen en onweer. Voorzichtigheidshalve maar een dubbel rif gezet. Ik kon vrij goed beschut onder de hoge wal blijven varen en eventueel ankeren. En een vluchthaven genaamd Lassan was ook voor handen. 08.30 Konden we door de brug, die hier overal vaste openingstijden hebben. Het massale opkomen van brugverkeer verhinderde het gelijk zeil zetten, dus bleef de motor nog wat ploffen. ± 09.15 Konden de zeilen omhoog en hadden we er, op de inmiddels pittige, wind flink de sokken in.

De natuur bleef mooi, het was weer rondom genieten. Ik mocht zelfs het moment beleven, dat er, op ± 10 meter van de boot, een prachtige grote visarend een prooi van ongeveer 30 cm uit het water greep. Tot nu toe had ik zoiets alleen maar op de T.V. gezien. Tegen elf uur waren we dwars van Lassan, we vlogen er voorbij. We hadden geen vluchthaven nodig. Maar dan kwam de bocht in het vaarwater, en werd het kruisen in de nauwe vaargeul. Dat ging tijd kosten. De twaalf uur opening van de brug bij Zechrin konden we wel vergeten. Ik was tussen haakjes wel de enige die bleef zeilen, de rest van de toerzeilers tufte op de motor voorbij. Klokslag drie uur waren we bij de brug, en kon het anker zijn plicht doen. De volgende brugdoorgang was om 16.35. Daarna nog drie mijltjes naar de in de oorlog verwoeste spoorbrug bij Karmin. Een geweldig verroest geval. Het plan om door te varen naar Monkebude liet ik, door de dreigende wolken die aan kwamen drijven, maar vallen. Vlak bij de brug was een klein vervallen haventje, genaamd: Kamp. En dat was nu precies het soort waar ik me thuis voel.

Zondag 19 Juli h. bew. 3/7 B zw. 20 gr. droog.
Na het weerbericht van 06.40, besloot ik om zo snel mogelijk te vertrekken. Voor ons gebied: aanwakkerende wind tot zeven Beaufort uit zuidwest, plus onweer. Ik had geen zin om in dit op zich leuke haventje verwaait te liggen. Er waren namelijk totaal geen voorzieningen Roeiend het haventje uit en onder zeil. Even oppassen bij de brug voor onderwateropstakels, en dan de koers op Ueckermunde gezet. Het werd een bakstag koers op een ras toenemende wind. De druil kon al vlug weg genomen worden. Er stond een rot zee, kort en hol. Zwemvest en lijflijn waren weer nodig. Je bent tenslotte alleen en er is niemand in de buurt als je over de muur gaat. Zo langzaam aan begreep ik dat de inboorlingen gelijk hadden met deze wateren, ze waren gevaarlijk. Wallie gedroeg zich prima, maar nam meer water over als in de zware tocht van Darser-ort naar Vitte. Alweer een ééuwigheid geleden. Trots alle nattigheid was het toch genieten geblazen. Je weet tenminste waar je mee bezig bent. Onderweg een groet aan twee baardige vissersmannen, die in een open stalen boot met hun netten bezig waren. Die krijgen het ook niet voor niks. Het staat hier overal vol met vlaggetjes van stelnetten. Gelukkig hangen in alle havens tekeningen van deze netten, en waar je ze kan passeren. Ik had me de moeite gegeven om ze grondig te bestuderen. En dat kwam nu goed van pas.

Als je hier ‘s nachts wil varen is het noodzaak om in de vaargeul te blijven. De netten staan ± 50 cm onder de waterspiegel, dus zelfs een Drascombe kan hier in de problemen komen. Tegen elf uur kreeg ik de boeienlijn van de Ueckermunde vaargeul in het vizier. De bakstagkoers werd nu een halve windse-koers, en dat betekende dubbele nattigheid. Gelukkig kon ik met de sterke pomp, die in de kuip staat opgesteld, de dreigende inundatie de baas blijven. Wallie is van hechthout gebouwd, en moet dus, volgens de wet van Bartjens blijven drijven. Maar omdat de mens zoveel, nuttige en onnuttige, dingen aan boord verzameld ben ik daar niet zo zeker van. Ik wil het tenminste liever niet onder bewijs stellen! Bij de splitsing van de geul nam ik de verkeerde richting en kwam bij een haventje voor de beroepsvaart uit. Zeil weg, en onder de kust langs terug gevaren naar de geul van de Uecker. Een ingang die ± 10 m. breed was en goed verborgen lag tussen de bomen. En dan was er de rust van de jachthaven, die een kilometer of twee landinwaarts lag. Afmeren, ontbijten, en dan een tukkie doen.

Maandag 20 Juli l. Bew. 1/2 B zw >1B.zo. 15>35 gr. Hittegolf.
06.00 Overal, en, na het zeer gunstige weer bericht van 06.40, tegen zeven uur vertrek. Op de motor de Uecker uit en onder zeil. Er woei een slap briesje uit Z.W., het was dus bezeild. Met een klein rimpeltje voor de boeg spoedde Wallie zich noordoost waarts. De zon werd al vlug krachtig. Langzaam konden de lagen kleding afgepeld worden. Dat is op deze reis nog niet veel gebeurd, meestal zit ik zwaar ingepakt. Tegen tien uur krimpende wind naar zuid-oost en inslapend.

Tot aan de Poolse grens, die we ± 10.30 passeerden, kon er nog gezeild worden. Zeilen naar beneden, en melden bij de Poolse douaneboot, die bij de grensboeienlijn voor anker lag. De conversatie verliep in de Duitse taal. Vanwaar ik kwam, en waar ik naar toe wilde? Het: von Holland bis Holland, kwam geloof ik wat ongeloofwaardig over, want de hele bemanning kwam een kijkje nemen. Daarna kon ik de vraag of ik drugs of wapens aan boord had, met nein beantwoorden. Of het moet de slagersbijl zijn die ik voor noodgevallen aan boord heb. Daarna kreeg ik een kaartje in mijn handen gedrukt, met daarop de route naar Ziegenoort. En het bevel om me daarvoor pascontrole vandaag nog te melden. Zo gemakkelijk laten ze je hier ook weer niet naar binnen. Het plan om het laatste stuk van de Stettinner-Haff in lange slagen af te leggen liet ik vallen. Het warme weer maakte me wat lui, en de flauwe zucht uit zuid-oost zou daar een uren lange tocht van maken. Dus zette ik me lui tegen de achtermast, draaide de boeg op 130°, trok een nog vrij koel biertje open, en liet de motor ploffen.

Tegen twee uur afgemeerd aan de douanesteiger. En na de pascontrole, die met veel formulieren invullen en stempels gepaard ging, afgemeerd in de jachthaven. Ze nemen hier met glinsterende oogjes Duitse marken in ontvangst, dus geld wisselen hoeft niet. Doordat dit hele gebied voor de oorlog Duits grondgebied was, hebben de steden en dorpen een Duitse en Poolse naam. De Poolse naam voor Ziegenoort was niet uit te spreken, en daarom ook snel vergeten.

Dinsdag 21 Juli h.bew. 1/2B Z.O. 20>35 gr. Hittegolf.
00.50. Overal, en douchen. Ik kon niet meer slapen, omdat er om de vijf minuten een zwaar ronkende en hekgolf trekkende vissersboot voorbij kwam. De hekgolf zorgde voor een wild slingerende Wallie. Polen is voor onze begrippen een goedkoop land, dus zorgde ik dat de voorraad benzine en tweetaktolie op peil gebracht werd. Eén liter olie voor vier mark, dat is bijna voor niks.

Tegen negen uur was ik startklaar en besloot ik om maar te gaan. Er woei een slap briesje uit zuid-oost. Het werd dus kruisen op lange slagen naar de Oder monding. Tegen elf uur een ontmoeting met het vrachtschip „Antares" uit Maasdam. Er werd van beide kanten druk gezwaaid. ±15.00. Hadden we ons eindelijk tot aan de Oder monding opgekruist. Van hier uit, tot aan de „Mecklenburger-binnenseeën," werd het varen op de motor. Aan de ene kant jammer maar aan de andere kant verheug ik me op een rustige toer door een mooie natuur. En af-en-toe de gezelligheid van een bruine kroeg ( kneipe) met een vorstelijk glas bier. Hopelijk blijft het mooie weer een paar weekjes aan houden.

De natuur is hier overweldigend mooi. Een soort maxi Biesbosch. Maar, dan wel op de achtergrond heuvelend landschap. Om halfvijf een ontmoeting met het binnenvaartschip "Adriana" uit Terneuzen. Ze vonden het niet de moeite waard om terug te zwaaien. Om zes uur afgemeerd in de jachthaven Interster van Stettin. Eén koud getapt pilsje, en dan een tukkie onder de bomen. De temperatuur was opgelopen tot 35 graden in de schaduw!

Woensdag 22 juli 1/2B Z.O. 20>35 gr. Hittegolf!
In de nacht de beloofde westenwind en onweer. Maar nu schijnt de zon weer volop, en komt de wind weer uit zuid-oost. 00.50 Overal, en na het ontbijt opstap voor wat verse victualiën. Op praktisch elke hoek van de straat zijn hier wel kleine winkeltjes, die ‘s morgensvroeg om zes al open zijn. Ze zijn moeilijk te missen, want bij elk winkeltje staan er wel een paar mannen, met een halve liter bier in de hand te ontbijten en gezellig te keuvelen over de dagelijkse problemen. De mensen zijn hier reuze vriendelijk en behulpzaam, maar van het Pools is werkelijk geen woord te verstaan. Gelukkig spreken ze ook allemaal redelijk goed Duits.

Tegen negen uur was de start van de eerste motordag. De masten had ik gisteravond al laten zakken, want er waren bruggen bij waar Wallie in zijn volle glorie niet onder-door kon. De tocht door de grote havenstad Stettin was interessant. Veel werven waar vlijtig ge- en verbouwd werd. En hoewel er in de oorlog veel was plat gegooid waren er nog veel oude gebouwen en kerken te zien.

‘s Avonds tegen vijf uur, na een prachtige tocht door een bijna verlaten omgeving, afgemeerd in Schwed. De stad Schwed ligt alweer op Duitse bodem. Het Poolse intermezzo was dus van korte duur geweest. De ontvangst van de Duitse douane was onvriendelijk. Ze vielen over het feit dat de nationaliteitsvlag bijna niet te zien was, hij zat namelijk om de gaffel van de achtermast gerold, en die was naar beneden. Nee, dan waren de Poolse jongens, ondanks de vele formulieren en stempels, een stuk vriendelijker.

Donderdag 23 Juli l.bew. 2 B Z.O. 20>35 gr. Hittegolf!
Het beloofde weer een zomerse dag te worden, hoewel de wind wat koeler lijkt. Het is inmiddels 17.50. geworden, de dag is weer gelopen. We liggen achter de éérste sluis op het Oder-Havel kanaal. De sluiswachter had niet zo’n goed bericht voor ons. De schepenlift, die ± 15 km.verder op ligt en ons 38 meter omhoog moet brengen, was defect. En de dubbele pech is dat in het oude uitwijkkanaal één van de in totaal veertien sluizen sinds 1992 buiten functie is. Dat kan dus een lange wachttijd worden. Een van de wachtende schippers informeerde met zijn handy hoe lang het kon gaan duren? Ze waren de zaak aan het demonteren. Op zijn vroegst morgen konden ze zeggen hoe lang het ging duren. Als het lang gaat duren hebben we twee opties. We kunnen terug over de Oostzee. Of we gaan stroomopwaarts over de Oder naar Berlijn, en dan verder over de Berlijnse kanalen en binnenmeren naar de Mecklenburger-seeën. Eerst maar afwachten en een fris getapt pilsje op de wal halen.

Na zonsondergang het dorpje Hohensaaten verkend en me voor het beloofde pilsje neergelaten op het terrasje van het plaatselijke kroegje. En warempel, (in deze uithoek) kennis gemaakt met twee rasechte Groningers. Ze hadden tevergeefs geprobeerd om naar Polen te reizen. Een van beide woonde al 10 jaar in Portugal en had geen Hollands paspoort mee. Alleen een soort pasje waarop stond dat hij als Nederlander in Portugal woonde. Dat was te moeilijk voor de douane, ze kwamen er dus niet in. Het was jammer voor ze, want ze wilde een broer bezoeken die in Polen een groot boerenbedrijf had opgebouwd. Ze probeerde me nog zo gek te krijgen om ze met mijn boot over de Oder te zetten. Nou had ik wel een stevig biertje op, maar zò gek kregen ze me toch ook weer niet. Het werd een grote verbroederingsavond tussen de Hollanders en de plaatselijke inboorlingen. Het geestrijk vocht vloeide rijkelijk.

Zaterdag 25 Juli onbw. 0 B. 12>32 gr. Hittegolf!

Het is frisjes, maar het belooft een mooie dag te worden. Aandachtige lezers zullen bemerken dat er één dag ontbreekt. Dat klopt. Na het grote feest van donderdag avond, met tamelijk veel alcoholische versnaperingen, werd de vrijdag in totale stilte doorgebracht. Het lichaam was in absolute nulconditie. Maar nu ben ik weer fit en kan bergen verzetten.

Gisteravond kwam de sluismeester nog vertellen dat de schepenlift weer werkt. Tegen zeven uur gaan de landvasten los en glijden we de nevel in. De opkomende zon laat het water dampen, prachtig. Nog een laatste blik op het grote landhuis, waarop de schoorsteen familie ooievaar woonde Een ouderpaar en drie jongen. Jammer dat ik geen camera aan boord heb. Ooievaars zijn hier niet zeldzaam, ik had ze al een paar maal gezien.

±10.00 Afgemeerd aan de wachtsteiger van de lift, waar we anderhalf uur moesten wachten. Vervelen deed ik me niet, want ik werd overvallen door een horde stink vervelende wespen. De kajuit dicht, de vuilniszak dicht gebonden en een natte dweil er over. En dan maar meppen met de vliegenmepper. Oorlog! De lift is een indrukwekkend geval. Het is gebouwd in het jaar 1924, uit 13.800 ton staal. Het bouwwerk is 94 meter lang, 12 meter breed, en 60 meter hoog. De bak met water weegt 4300 ton, en is door 256 bovenarm dikke staalkabels met tegengewichten verbonden. De kabels lopen over 5 ton zware rollen van 3,5 meter doorsnee. En in vijf minuten brengt hij je comfortabel achtendertig meter omhoog. Dat is wat anders dan veertien sluizen afwerken.

Het is inmiddels 18.30 geworden, en we liggen achter de eerste sluis op het korte Malzer-kanaal. De 35 saaie kilometers op het Oder-Havelkanaal met beroepsvaart, liggen achter ons. Van hier uit tot aan de Elbe komt er rust over ons. We liggen ± 2 km voor het plaatsje Liebenwalde. Daar zullen we morgen een kijkje nemen.

Zondag 26 Juli onbew. 0 B. 12>32 gr. Hittegolf!
Het begin van de kleine en grote Mecklenburger-seeën ligt nu voor ons. Een wonder mooie omgeving, en genoeg mogelijkheden om te zeilen. We zullen zien. Het is nu 19.35, en de dag is weer bijna gelopen. Ik ben niet verder dan Zeldenick gekomen, een kilometer of 15 verder op de Havel, een gekanaliseerde stroom. Er was hier namelijk een jachthaven met goede verzorgingsmogelijkheden. Dus werd er een douche en wasdag ingelast. ‘s Avonds werd er een wandeling door het aardige plaatsje gemaakt. Je kon wel zien dat de watersport, en de toeristen hier wel wat welvaart gebracht hadden. Veel restaurants en cafés en ook de winkels waren goed uitgerust.

Maandag 27 Juli z. bew. 2/3 no. 15>20 gr.
Het mooie weer lijkt weer voorbij, het heeft vannacht flink geregend. Na victualiën inslaan en benzine tanken waren we om elf uur startklaar. Lijnen los en ploffen maar weer. De Havel is een mooi vaarwater. Onze Vecht lijkt er wel wat op. Alleen is het hier ‘natuur’ puur. Nergens protserige optrekjes, en bordjes met verboden toegang en verboden aan te leggen. Hier zie je af en toe een vervallen en buiten gebruik zijnde steenbakkerij tussen de bomen staan. Met kleine haventjes, waar het goed overnachten is. En dan is er natuurlijk wel wat verkeer van sportboten. Het is tenslotte een watergebied in de buurt van Berlijn. Ik werd ook hier overal zeer gastvrij onthaald. Ze waren over het algemeen zeer verrast om een Nederlandse vlag te zien. In Waren haalde ik zelfs de plaatselijke krant.

± 18.30 Voor anker op de Stolpsee, de eerste van de vele die nog komen moeten. We liggen inmiddels precies 49 m. en 90 cm boven de zeespiegel. De plek die ik uitgezocht had bleek een geliefd plekje te zijn. Want binnen de kortste keren, lagen er vier andere boten praktisch boven op mijn anker. Op mijn protest, dat ik nu geen zwaairuimte meer had, werd geen acht geslagen. Op de manier waarop ze de ankers hadden ‘uitgesmeten’ bleek ook overduidelijk dat het amateurs op huurboten waren. Anker omhoog en een nieuw stekkie opgezocht. Ditmaal op ± anderhalve voet water. Hier blijven we zeker alleen. Tot laat in de avond buiten gezeten, en onder het genot van een biertje en kruidenbittertje, genoten van de ondergaande zon, de stilte, en de zuivere lucht die hier is. Wat kan een mens dan tevreden en gelukkig zijn.

Dinsdag 28Juli z.bew. 3/4B. nw. 15>22gr. Droog / regen.
06.30 Overal na een rustige ankernacht. De weerberichten geven storm voor het hele Oostzee gebied af. Het is hier ook duidelijk te zien. Naar N.W. gedraaide wind en grauwe wolken. We krijgen eerst nog een kleine twee km. Havel en dan volgt de Schwedsee en het plaatsje Ravensbrueck. Hier stond in de tweede wereldoorlog het vrouwen concentratiekamp Ravensbrueck. Hier werden, lafhartig en moorddadig, 92.000 vrouwen vermoord en hun as in de See gestrooid. Hetzelfde lot trof ook ongeveer 800 kinderen, die in het kamp geboren waren. Dan komt er woede en verdriet in je boven als je aan die verschrikkelijke tijd denkt.

Het is inmiddels alweer 16.45 geworden, en we liggen voor anker in een hoekje van de Labus-see. Op 59 meter boven de zeespiegel. Tijdens het schutten in de laatste sluis werden we verrast door een flinke regenbui en wat gedonder. De eerste de beste beschutte ankerplek op gezocht en voor anker. Kleren uit, en lekker douchen onder het hemelwater. Daarna een flinke duik in het meer. Daar knapt een mens van op. Deze meren zijn ideaal om te zeilen. Tot ± 30 meter diep, en overal langs de oevers mogelijkheden om te ankeren. Allen meren zijn met elkaar verbonden door kanaaltjes, met daar in de nodige vasten bruggen. Met een doorvaart hoogte van vier meter dertig. Dus moet de mast makkelijk strijkbaar zijn, en ook een motor is raadzaam. Omdat mijn voorlopige einddoel de 125 km² grote Müritz-see is, waar mijn vriendin twee weken op bezoek komt, laat ik de grote mast naar beneden.

Ik blijf hier voor de nacht liggen, het is hier goed beschut. Ik lig vlak bij de volgende sluis, die morgenvroeg om zes uur weer gaat draaien. Dan kan ik morgen in de middag op de Müritz zijn. Het is weer genieten van het avondzonnetje, die na de bui weer is gaan schijnen, en van de avondstilte.

Woensdag 29 Juli z. bew. 2/3 B zw. 15>25 gr. dr./re.
06.00h. Overal. Het is eindelijk droog geworden na een nacht vol regen. Lang zal het wel niet duren want de lucht is loodgrijs. Heerlijk weer om je nog eens om te draaien in de zak. Maar kom, we moeten verder. ± 08.00 Anker op en varen maar weer. Een kleine tussenstop in Mirow om te tanken, en dan de laatste sluis in Mirowdorf, met een stijging van drie meter tien. Wat ons op een totaal van zestig meter en vijftig centimeter boven de zeespiegel brengt. Na de laatste brug, voor de kleine Müritz, voor anker in een klein baaitje. Eerst een hap en een slok, en dan de mast weer omhoog. Tegen vier uur waren we zeilklaar, en omdat er op dat moment een lekker briesje uit Z.W. woei en de zon goed scheen, was er niets op tegen om het anker op te halen en de zeilen te hijsen. Ongeveer 15 zeemijl was het tot Waren, in de uiterste N.O. hoek van de Müritz-see. Toch nog een behoorlijke lap water, die volgens de kaart informatie een eigen weerbeeld kan vormen. Bij opkomende onweersbuien zal men zo snel als maar mogelijk beschutting opzoeken. De golven kunnen ras op lopen tot twee meter en meer. En dat is pittig.

Via de kleine kwamen we vlot op de grote Müritz. Wallie liep lekker op de bakstagwind die gaandeweg sterker werd. Na een week lang ploffen was het een verademing om weer te zeilen. Na een halfuurtje nam ik het grootzeil ertussenuit, om zo lang mogelijk van het tochtje te genieten. Het viel op, hoewel het midzomer was, dat het meer zo goed als leeg was. Hier en daar een zeil, maar niet zo overlopen als bij ons. ± Halftien lagen we voor de haven van Waren, en konden we afmeren. 17 DM knoopte ze me af voor één nacht. Schurken zijn het. Voor de schrik maar een tappie gehaald op de wal. Dat word weer veel ankeren.

Zaterdag 8 Aug. l.bew. 2 B. zw. 14>23 gr. droog.
We zijn nu tien dagen verder in de tijd. We zijn de tijd zeilend en ankerend door gekomen. Het weer is redelijk tot slecht geweest. De zomer wil dit jaar maar niet goed doorzetten. Het is hier prachtig zeilen, en overal zijn er hoekjes te vinden om goed beschut en ongestoord te ankeren, of af te meren. We liggen nu in een kleine verenigingshaven, genaamd: "De Stille Bucht Von Kamerun". De enigszins vreemde naam schijnt te stammen uit een ver verleden dat Duitsland nog een koloniale macht in Afrika was. De haven ligt in het uiterste noorden van de Müritz, een kwartiertje lopen van Waren. Ik werd hier zeer gastvrij onthaald, en de kosten waren zeven mark per nacht. En dat vond ik een redelijke prijs.

Vandaag komt mijn vriendin Roswitha twee weken op bezoek. Dus word de tijd druk schoonschip makend door gebracht. En het zeldzame toeval wil dat het weerbericht, voor de aankomende week, gunstig tot zeer gunstig is. Het feest kan dus beginnen.

Zaterdag 22 Aug. z.bew. 6/7 B wzw. 16>20 gr. Regen / dr.
Vanmorgen afscheid van de vriendin genomen. Het waren twee mooie weken geweest. Zelfs het weer vierde feest. Twee weken droog, vol op zon en temperaturen tot 30 gr. We zijn de tijd zeilend, met de auto en fiets toerend, en luierend doorgekomen. Rondom de Müritz is, in een prachtige omgeving, een oneindig net van wandel en fietspaden. Bij het plaatsje Wemacker is een oeroud bos, waar nog een handvol eiken staan die een geschatte ouderdom van ± 1200 jaar hebben. De natuur rondom de seeën is werkelijk éénmalig, en gelukkig nog niet zo door toeristen overlopen.

Na het afscheid van de vriendin, werd ik door de havenmeester vriendelijk verzocht om een paar rondjes te zeilen. Hij wou een paar foto’s nemen voor het clubblad, en een bericht in de Müritz-Zeitung. Dus werden de zeilen gehesen en draaide we een paar rondjes. Er stond inmiddels een dikke wind, dus het zullen wel mooie beelden worden. Daarna de hoofdmast laten zakken voor de start naar huis. Een Auf Wieder Sehen naar verschillende mensen, de landvasten los en de ploffer aan. Afscheid van de Müritz-see. Een plek om, misschien in de toekomst, nog eens terug te komen. Allereerst een kleine twee km het Eldenburger-kanaal, en dan de vrij grote Kölpin-see. De koers was pal west tegen de harde westenwind, die op de see voor een korte hoge golfslag zorgde. Er kwam flink wat buiswater over.

Vlak bij de eerste boei wat gepruttel van de motor, en daarna grote stilte. Néé hè, je laat me nu toch niet in de steek? Vlug een haal aan het koord, gelukkig hij liep weer. Maar helaas, slechts van korte duur. Daarna kreeg ik hem niet meer aan de praat. Voor de wind terug het kanaal in, wat spannend verliep. Er was tussen de pieren niet veel ruimte, ik schatte het op een meter of acht-negen, en er liep een flinke zee. Gelukkig wel recht het gat in. Ik zag me al met boot en al op de keien zitten. Maar mijn beschermengeltje was gelukkig wakker en had het goed met me voor. We kwamen veilig in rustiger water.

In een piepklein baaitje tussen de bomen voor anker en eerst maar wat uitblazen met een biertje. Daarna de bougies schoonmaken en starten. Pruttelend kwam hij weer tot leven. Inmiddels liep het al weer tegen zes uur. Dus viel het besluit om hier maar voor de nacht te blijven. We lagen prima beschut tegen de inmiddels loeiharde wind. Door de tegenslag en het weer moeten wennen aan het alleen zijn (vrouwelijk gezelschap is toch wel fijn op z’n tijd) dronk ik mijn laatste vijf blikjes bier leeg en kreeg toen het ‘heldere’ idee om morgen vroeg de masten te-zetten. De les die ik uit deze gebeurtenis geleerd heb is dat je nooit alléén op de motor moet vertrouwen. Vooral niet als er zoveel wind staat. Als ik na de laatste brug gelijk de mast had gezet had ik tenminste zeilvermogen gehad. Als de wind ons niet keurig net de ingang had ingeblazen was de enige optie geweest om op een onplezierige lagerwal te ankeren. En dat is met een dikke zeven Beaufort geen pretje. Maar als er al zes jaar een motor achterop hangt die je nog nooit in de steek heeft gelaten word je wel eens wat gemakzuchtig. En daarin schuilt nu juist het gevaar.

Zondag 23 Aug. z.bew. 7/8 B. wzw. 12>16 gr.
Tegen 12.00. was Wallie weer zeilklaar. De klus was geklaard in de stromende regen. Op zulke momenten denk ik wel eens bij me eigen stop toch met dat zeilen en ga postzegels verzamelen of zoiets. Maar gelukkig verdwijnen zulke gedachten ook weer snel. Postzegels verzamelen, ik moet er niet aan denken. Dat kan ik nog wel gaan doen als ik honderd ben of zo.

De wind leek op dit moment iets minder, maar in de luwte van het bos kan je daar natuurlijk weinig van zeggen. Het druiltje gereefd en het grootzeil op het derde rif. Op alles voor bereid. Anker uit de grond, en de motor starten. De motor kwam in z’n vrijloop slecht op toeren, maar in z’n vooruit leek er niets aan de hand. Dus gingen we door; Wallie en ik. Dit keer haalden we de tweede boei, pruttel pruttel, en dan grote stilte.

Bijliggend een kort moment van overleg. Optie één was, zeilend verder opboksen tegen de felle wind in. Of optie twee, voor het lapje terug naar ons optimale ankerplekje. Verder zeilen was niet zo aantrekkelijk. Het verbindingskanaal tussen de Kölpin- en Fleesensee lag recht in de wind, daar viel dus niet te zeilen. En de mogelijkheden om aan de andere kant te ankeren waren onbekend, dus onzeker. Buigen voor de windgoden was de beste keus. Een bekend doel is altijd beter dan het onbekende. De fok op stormgrote uitgerold en terug het kanaal in.

Dit alles is geen goed begin van de thuisreis. De laatste mogelijkheid is nu nog om er twee nieuwe bougies in te zetten en kijken of het ijzeren monster dan wat gewilliger wordt. Als hij dan nog niet wil, moeten we terug naar Waren, en moet er een vakkundig oog naar kijken. Maar de twee nieuwe bougies leken het wonder volbracht te hebben. Hij liep nu goed.

Maandag 24 Aug. z. bew. 4/5 zo. >5/6 nw. 15 gr veel regen.
04.00.Overal. De wind was gedurende nacht naar zuidoost gekrompen. Dàt was even boffen. Bezeild tot aan Malchow, in het uiterste zw van de Fleesensee. Na het ochtendritueel in de stromende regen de spijker binnen gehaald en dan op de motor het laatste stukje kanaal uit. Hij bleef nu gelukkig probleemloos lopen.

Op het meer, onder vol voorzeil en druiltje verder. Het weer was slecht, veel regen en een nog sterke vlagerige wind. De ingang naar het kanaal naar de Fleesensee was met een sectorlicht uitgerust dat was dus geen probleem. Het heeft wel iets spookachtigs over zich, om in het halfdonker met zoveel regen en wind, over een totaal verlaten en onbekend meer te zeilen. De heuvelachtige en beboste kustlijn ligt donker en geheimzinnig daar te zijn. "Orm", de onvolprezen stuurman van "Eric de noorman" zou overal Gnomen en Trollen zien. Maar de moderne mens heeft zijn G.P.S.je en keurig op tijd een ton om zijn weg te vinden. En geloofd niet meer in spoken. Eigenlijk jammer.

Tegen acht uur waren we op de Fleesen-see, en tegen elf uur konden we afmeren in Malchow. Tukkie doen, daarna victualiën inslaan en op zoek naar een nieuwe voorraad bougies. ± 15.00 Begon het droog te worden en kon ik eindelijk de mast laten zakken. De wind was weer terug in de noord-westhoek. De weergoden waren me een moment genadig geweest.

Dinsdag 25 Aug. z.bew. 4/5 nw. 12>15gr. dr. / regen.
06.00 Overal, de eerste blik uit het luik vertelde me dat het koud en onplezierig weer was. Vandaag maar weer mijn oude regenpak aan doen. Mijn overleveringspak begint bij zware regenval door te lekken.

07.30 Gaan de lijnen los. De motor een klopje op zijn zwarte ribbenkast gegeven en hem een extra slokje olie beloofd als hij vandaag z’n best blijft doen. Een half uurtje wachten totdat de brug gaat draaien en dan op weg naar de laatste grote see die we over moeten steken. Een kilometertje of zes tot aan de overkant. Tegen elf uur waren we aan de overkant en door de sluis. De eerste van de zeventien tot aan de Elbe.

± 19.00 Lagen we na een mooie tocht voor het plaatsje Parchim. De helft zat erop. De natuur blijft hier mooi, veel bos en, buiten de kleine dorpjes om, onbewoond. Het vaarwater is niet veel breder dan een meter of acht en erg bochtig. Ik blijf steeds nieuwsgierig naar wat er weer voor moois om de volgende bocht ligt. De natuur kon hier de gehele DDR periode z’n gang gaan. Het vaarwater plus sluizen is al die tijd buiten bedrijf geweest.

Een wandeling door het aardige plaatsje gemaakt, en gelijkertijd de benzine voorraad op peil gebracht. En omdat de tankstations meestal buiten de dorpjes op de toegangswegen liggen, is dat vaak een hele tippel. Maar je hoort me niet klagen, een beetje beweging, na een dag stil zitten, kan geen kwaad.

Woensdag 26 Aug. z.bew. 2/3 zw. 10>15 gr. droog, fris.
06.00 Overal, en start van een nieuwe dag. ± 18.00 Afgemeerd in Eldena. Ik vond het welletjes voor vandaag. Ik had zin in een douche, en wilde de honderdste dag dat we onderweg zijn vieren met een etentje op de wal. En omdat er niemand in de buurt is om me uit te nodigen, moest ik me zelf maar uitnodigen. En zo ging ik na een goed uurtje: schoon gewassen én fris ruikend het dorpje verkennen. Het bleek niet veel bijzonders te zijn. In een kwartiertje was ik er doorheen. Gelukkig was er nog wel een somber ogend gebouw dat bij nadere beschouwing een restaurant bleek te zijn. Binnen tredend kwam me een donkere lege Speisezimmer tegemoet. Mijn eerste impuls was om me om te draaien en weer te verdwijnen. Maar daar was al een alleraardigste dame, die me welkom heette en al snel een vorstelijk getapt pils voor mijn neus zette. Er is niets wat me zó snel zwak maakt als een aardige dame, én een vorstelijk getapt pils. Al met al werd het een gezellige avond. O ja, de reusachtige Kotelett mit Bratkartoffeln smaakte ook voortreffelijk.

Donderdag 27 Aug. z.bew. 6/16gr. 2 B.nw. dr /re koud.
06.00 Overal, en tegen acht uur de start voor het laatste stuk naar Domitz aan de Elbe. Nog zeventien kilometer en drie sluizen. We zijn door de heuvels heen en varen nu door vrij vlak land. Toch nog veel bos, afgewisseld met grasland. De motor begint ook weer kuren te vertonen, hij start nu slecht en de bovenste bougie brand tamelijk vet. Tegen elf uur, voor de sluis naar de Elbe, afgemeerd in de sportboothaven van Domitz. Het geluk zat me mee. Ik trof de buitenboordmotor monteur aan. Als hij klaar was met z’n klus zou hij langs komen. De bougiekabel bleek niet goed aan gesloten te zijn, het koperdraad was los geschoten. Plus dat de stationairschroef wat bijgesteld moest worden. Twee nieuwe bougies er in en nu loopt hij weer als een naaimachientje. Hij wenste me een goede vaart en een behouden thuiskomst. Geld wou hij niet zien. Gastvrijheid en vriendelijkheid is het wat ik hier overal ontmoet heb.

Daarna geschut en afgemeerd in de buitenhaven. Dit hele buitenhavengebied was in de DDR tijd afgesloten voor de normale mens. Hier lagen de boten van de grensbewaking, en werd er van grote uitkijktorens naar de westkant geloerd. Die torens zijn nog overal aanwezig. De rest van de dag werd besteed om de Walvis zeilklaar te maken en victualiën laden. Het is afwisselend droog met een lekker zonnetje en dan weer een flinke bui. Er waait een koude wind uit noordwest.

Vrijdag 28 Aug. z bew, 2/3>5/6B nw. 10/15gr, dr./ regen.
De weerberichten geven voor de Duitse-bocht nw. 7/8 af, maar hier valt het nog wel mee. Hoewel, het ziet zwaar naar regen uit. ± 08.00 Gaan de lijnen los voor de tocht over de Elbe. De wind is pal tegen, dus met zeilen zal het wel niets worden. Eerst een stukje kanaal en dan draaien we stuurboord uit de rivier op. Honderdtwintig kilometer tot de sluis bij Geesthacht, liggen voor ons. De Elbe is hier een prachtige stroom, nog geheel in oorspronkelijke staat. En op het ogenblik, door de lage waterstand, zonder scheepvaart. Een paar maal moest ik zelfs het roer en zwaard omhoog halen, en de motor op de laagwaterstand zetten. Ondanks het slechte weer was het weer genieten geblazen. Ik moest wel secuur sturen en goed, volgens de bakens om van oever te wisselen, varen. In de bochten lagen de zandbanken, sommige totaal droog. Daar kon je beter niet op terechtkomen.

Ook met een bezeilde wind zou het, door het steeds verwisselen van oever, lastig zeilen zijn geweest. Langs de oevers lagen overal hagelwitte strandjes uitnodigend te wachten op ankerende Drascombe’s. Maar nee, we moeten verder. De kilometerborden langs de oever vertelden me dat we met een vaart van 12.5 km per uur liepen. We werden ook goed geholpen door de stroom.

Het weer was inmiddels flink verslechterd, veel regen en aanwakkerende wind. In Bleckede een tussenstop gemaakt voor benzine en dan weer verder tot Lauenburg, waar ik het voor vandaag gezien hield. Afgemeerd in een peperdure jachthaven, 20 DM voor één nacht. Er was gelukkig wel een was- en droogmachine aanwezig. De volgende morgen zat de was dus weer schoon en droog in de plunjezak. ‘s Avonds werd ik uitgenodigd door een zeiler, om bij hem thuis te eten, dàt was aardig. Hij zeilde vaak in verenigingsverband met de vroegere Eendracht.

Zaterdag 29 Aug. z.bew. 2/4 nw. 11>20gr.
Het weerbericht voor de komende dagen is redelijk gunstig. Alleen de wind blijft maar uit de noordwesthoek komen. Jammer, want de rivier begint nu breder te worden en heeft door het stuweffect van de sluis ± 15 km verderop, voldoende water. En kruisen is, door de toename van beroepsvaart, ook niet zo succesvol. Hier bij Lauenburg komen namelijk het Elbe-Lubeck en het Elbe-Seiten kanaal in de Elbe uit. Het laatste kanaal staat weer in verbinding met het Ruhrgebiet en de Rhein. Na de sluis, waar we om 12.45 door heen gingen, waren we weer op getijwater en kon ik de laatste twee uurtjes van de eb mee pikken. Tegen drie uur lagen we in het kleine getijhaventje Zollenspieker, waar we spoedig in de stevige slik droog lagen te vallen. We zijn nog ongeveer 20 km van het centrum van Hamburg af. Morgenmiddag om twaalf uur kunnen we de volle ebstroom pakken. Tot die tijd laten we de gastvrijheid en vriendelijkheid van dit piepkleine haventje over ons heen komen.

Zondag 30 Aug. z.bew. 2/3 nw. 11>18gr. dr. / re, slecht zicht.
06.00 Overal, en na het ochtend ritueel een wandeling over de dijk gemaakt. We lagen vlak bij de steiger van de veerboot. Dat bracht nog wat drukte en gezelligheid mee. Tegen twaalf uur de lijnen los en op de motor de haven uit, zoals gewoonlijk vriendelijk uitgezwaaid door de lokale zeilers. Op zo’n reis als deze maak je vaak, voor een paar dagen of slechts voor een paar uur, goede bekenden of zelfs goede vrienden. En dan weet je bij het vertrek zeker dat je elkaar hoogst waarschijnlijk nooit meer ziet. Als passerende schepen op een grote oceaan.

De tegenwind en het drukke beroepsverkeer maakte het zeilen onaantrekkelijk, dus bleef de motor ploffen. ± 15.00 Konden we in een klein beschut hoekje van de Cityhaven afmeren, redelijk beschermd tegen de voorbij razende rondvaartboten en ander varend gespuis dat voor een flinke deining zorgde. We bleken wel op te vallen tussen de comfortcontainers die hier lagen, want de havenmeester persoonlijk kwam voorbij om mijn boot te bekijken en een babbeltje te maken. Verder de dag doorgebracht met een klein deel van de oude binnenstad te verkennen, en op de lange promenade, onder het genot van een getapt pilsje, het gedoe in de haven aangekeken. De reusachtige rondvaartboten meerden hier af en aan, en zorgden voor een hoop drukte en gezelligheid. Tegen het donker worden aan konden we nog genieten van een vloot, in de meest wonderlijke vormen en kleuren, hete luchtballons die overtrokken.

Maandag 31 Aug. on.bew, mistig, windstil 11>25gr.
De weerberichten zijn gunstig; draaiende wind naar oostnoordoost en zonnig. Dat is een bezeilde koers naar Otterndorf dat nog zo’n vijftig mijl verder in het noordwesten ligt. Klokslag elf uur, tijdpunt van hoogwater, begint de mist op te trekken en komt de zon goed door. Alles keurig op tijd. Lijnen los en afscheid van de havenmeester, die speciaal voorbij kwam, om me een goede vaart en een behouden thuiskomst te wensen. En dan op de motor het havengebied van Hamburg uit.

Het zou pure zelfmoord zijn om hier een zeil te zetten. Het was bladstil weer. Maar d’r stond een verschrikkelijke golfslag, die de Walvis tekeer liet gaan als nooit tevoren. Kriskras door elkaar heen jagende sleepboten, rondvaartboten en ander onbekend varend spul zorgde voor dit bijna twee uur durende spektakel. Het leek wel of ze d’r lol in hadden om zo dicht mogelijk langs me heen te jagen. Eindelijk werd het dan wat rustiger en liepen we, stevig geholpen door de vloed, met een vaartje van ± zeven en halve knoop richting "Glueckstadt". De rivier bleef, op een paar momenten na dat het wat rimpelde uit het noorden, spiegelglad. Het werd dus niets met zeilen. Maar het had één voordeel, we konden op één tij Glueckstadt halen, dat zo’n 28 zeemijl verder op lag.

Precies om vier uur meerden we af in de haven, het was inmiddels prachtig weer geworden. Er bleek kermis in de stad te zijn, dus werd de tijd kermis vierend door gebracht.

Dinsdag 1 Sept. l. bew. 2/6 B. ono. 10/20 gr. droog.
Het beloofde een mooie dag te worden. De weerberichten geven oplopende oost-noord.-oostenwind tot zes Beaufort. Een prima bezeilde koers tot Otterndorf. Twintig mijl hebben we nog te gaan, en dan is de kring rond. Otterndorf >> Otterndorf: over de Oostzee, Polen en de Mecklenburger-seeën. Een prachtige reis tot nu toe, en wat hebben we niet allemaal beleefd, Wallie en ik. Foto’s heb ik er niet van (volgende reis toch maar een camera meenemen) maar het zit opgesloten in de grijze hersenpan. En daar kan je, naar believen, uitputten en nagenieten. En het accuraat bijgehouden journaal is daar natuurlijk ook een goed hulpmiddel bij.

Het tijdstip van hoogwater was ongeveer elf uur dertig, dus werd de ochtend zoet gebracht met verse victualiën laden. En wat kletsen met de lokale zeilers. Klokslag halftwaalf waren we de haven uit en onder zeil. Het was een verademing om weer te zeilen, wat een rust. Een motor is eigenlijk een noodzakelijk kwaad. Tenminste als je zulke reizen als deze wilt maken. Ik zette gelijk koers op de westelijke oever om wat meer wind, die nog zwak was, in de zeilen te vangen. Plus dat we aan deze kant de grote drukte bij de Noord-Oostzee sluizen vrij konden varen. De Elbe is hier een razend druk vaarwater, maar als je tussen de hoofd- en Bühnebetonning blijft (ruimte genoeg), is het goed varen.

± Een uur lagen we dwars van de kleine sluis en passeerden we de koerslijn van de heenreis. Een hoeraatje, en een blikje bier, de kring was rond. Nu restte ons nog een goede tien zeemijl naar Otterndorf. Dat bleek een fluitje van een cent op de inmiddels aanwakkerende wind. Iets na drie uur waren we voor de geul naar de haven. Doordat de eb nog liep was de geul prakties zonder water. Zelfs voor een Drascombe! Het anker moest dus over de muur en zijn plicht doen. Na getrakteerd te zijn op een stevige hekgolf van een passerend vrachtschip, bleken we te ondiep te liggen. Wallie bonkte stevig op het zand. Maar wat verhalen naar dieper water.

06.00 was er genoeg water in de geul en konden we roeiend, geholpen door de vloed, de geul en de haven binnen varen. De havenmeester was blij me weer te zien, en trakteerde op een paar rondjes bier vanwege de goede afloop van mijn reis tot nu toe. Het plan om via het wad verder te gaan liet ik het plan. De weerberichten waren weer eens zeer somber voor de aankomende tijd, d’r was een depressiefamilie, op een oostelijke koers, naar hier onderweg, en dan is het op het open Duitse wad niet prettig toeven. En hier wachten, op een gerieflijke wind uit de oostelijke hoek kon wel eens een langdurige zaak worden. Dus gingen de masten naar beneden en was het wachten op morgenochtend om te schutten. Het verdere verloop van de reis ging gepaard met veel slecht weer en regen, en diverse malen dagen lang verwaaid liggen. Uiteindelijk meerden we op de achtentwintigste september af in onze thuishaven Oranjeplaat aan het Veersemeer, en kwam er een einde aan onze honderd en drieëndertig dagen durende tocht. Eigenlijk jammer, ik had er nog wel honderd dagen aan vast willen knopen.

Dit was het verhaal van Reijer Bergsma uit Oost Souburg met zijn houten Drascombe cruiser longboat "Walvis". Zomer 1998