Nat

Gaan of thuisblijven? De zeilweek was lang van te voren afgesproken; met collega Cees zou ik een zomers rondje IJsselmeer maken. Zonder Alice die zich wegens zesmaandsbuik niet meer zo happy voelde in de smalle gangboorden van de boot.

Maar Cees komt niet, op het laatste moment besluit hij veilig achter Kaap Kont geankerd te blijven. De golfslag van het IJsselmeer zou hem wel eens fataal kunnen worden, hij heeft toch al zo‘n zwakke maag.

Nat

‘Gaan’, zegt Alice, ‘Alleen desnoods, maar gaan! Als je elke dag maar even belt waar je uithangt.’ Dat is, mede met het oog op de baby die haar buik een prachtige welving geeft, een overbodig advies. Een vriendin sprak er schande over dat ik haar bezwangerd aan haar lot had overgelaten. Alsof ik naar de Falklands was vertrokken. Vanuit elke haven langs de oude Zuiderzee kan ik binnen maximaal vier uur naast haar zitten in geval van onverwachte prenatale ontwikkelingen.

Het wordt een ontdekkingsreis die via Lelystad, Zwartsluis, Enkhuizen naar Marken voert. Alleen varen geeft alle handelingen en waarnemingen aan boord van je vertrouwde bootje een ander dimensie. Je zintuigen staan veel meer op scherp dan normaal. Dat is een plezierige ontdekking. Mijn vergevingsgezinde Nemo brengt me elke avond keurig in een nieuwe haven.

Alle vormen van Hollands zomerweer komen die week langs. Varend van Enkhuizen naar Marken is het zicht niet meer dan driehonderd meter en er staat een zwakke wind uit het zuidoosten. Er moet nauwkeurig genavigeerd worden om de invaart van de Gouwzee niet te missen. Zelfs de drift wordt keurig in de te sturen koers verwerkt. De omtrekken van Edam en Volendam als bakens op de horizon zijn onzichtbaar. De wereld rond de boot bestaat slechts uit grijs en water. De voldoening is groot als ik na uren varen keurig midden voor de Gouwzee uitkomt. Geflikt, ik heb het geflikt!

Net op de Gouwzee verdwijnt het laatste zuchtje wind. Door een gordijn van loodrecht op het water uiteenspattende tropische regen tuf ik de haven van Marken binnen. Afmeren in een box is altijd lastiger dan gewoon langszij. Wanneer je alleen bent dan moet je alles extra goed voorbereiden en langzaam aan doen, dan lukt het meestal wel. Deze keer lukt het niet. De lijnen achter om de palen zitten al vast en met de motor langzaam vooruit maak ik een grote stap naar de steiger. Op de kant gaat het mis. Onder het toeziend oog van drie Japanners onder paraplu’s probeer ik de lijn op de kant zo strak mogelijk door te zetten. Ik had de boot achter wat te kort aangebonden en wil het gat tussen wal en schip zo klein mogelijk hebben. Op de spekgladde steiger zet ik me schrap en trek zo hard mogelijk. De boot komt ineens heel snel dichterbij. Ik glij over het natte hout als een gevallen ijsdanser na een mislukte dubbele rietberger en onder het oog van het oriëntaalse publiek kletter ik de haven van Marken in. Rare jongens die Hollanders, hoor ik ze denken.

Ton Wegman