Van zeehonden en dolfijnen

Enkele weken geleden waren mijn vrouw Anneke en ik met onze Drascombe Cruiser Longboat in de gelegenheid om een paar dagen mee te doen aan de door de Nederlandse Kring van Drascombe Eigenaren georganiseerde Hemelvaartwaddentocht vanuit Den Oever. Ik had mijn echtgenote van te voren verteld over de schoonheid van deze laatste wildernis van Nederland, over eidereenden, scholeksters en over zeehonden die vlak naast de boot zouden opduiken.

Onze waddenervaring bestond tot die tijd voornamelijk uit het zeilen in betond vaarwater in het westelijk deel van de Waddenzee. In een vorig leven ben ik stuurman geweest op de grote vaart en als zodanig opgeleid om o.a. te voorkomen dat het schip, waarop ik was belast met de zorg voor een veilige en economisch verantwoorde vaart, aan de grond zou lopen. Het naderen van ondiepten werd altijd als iets zeer bedreigends ervaren, daar moest je vooral vrij van blijven. Sinds 1997 zeilen wij in onze trailing sailing yawl Ichthus, van meren en plassen naar IJsselmeer, naar het wad! Ik heb natuurlijk inmiddels alle boeken van Hans Vandersmissen en Maurice Griffiths gelezen, over rommelende midzwaarden en sturen op de riem.

Maar toch klopte m'n hart in m'n keel toen ik vorig jaar samen met een vriend voor de eerste keer mijn schuitje twee uur voor laag water bewust liet vastlopen op het Balgzand. Eerste droogvalling, eerlijk gezegd een hele ervaring: de eenzaamheid, de stilte, prachtig! Anker uit gelegd naar diep water, capucijners met spek, biertje en een sigaar (normaal gesproken roken wij niet, maar dat schijnt erbij te horen), nog prachtiger. Precies op tijd volgens de berekening weer vlot gekomen, helemaal prachtig!

Na een aantal voorbereidende gesprekken dit voorjaar, vond ik mijn vrouw bereid om in te schepen voor de Hemelvaartwaddentocht 2003. Na dagen lang zeeklaar maken van de boot (ook al leuk) onder de carport en proviandering is het zover, op naar de helling van Den Oever. Daar ligt al een hele vloot Drascombes ten anker in de baai voor de marina, veel Hollandse driekleuren aan de gaffels, een Tricolore en een Red Duster. Internationaal konvooi, kennismaking, leuk!

Gezamenlijk door de sluis, achter vast houden, ja heel goed, geen krassen, lovende woorden van publiek boven op de sluismuur, de nacht valt inmiddels. Na enig gezoek blijkt er in de nieuw aangelegde havenkom pal ten noorden van de brug, aan een drijvende kade met gemeerde viskotters ruimte te zijn om bij elkaar vast te maken. Geen probleem met aanpassen van de trossenlengte gedurende de nacht, de hele boel gaat op en neer met het tij. Biertje in de kuip en te kooi. Nou ja zo snel gaat dat natuurlijk niet. Het valt niet mee om gezamenlijk te manoeuvreren in een ruimte ter grootte van die onder onze keukentafel. Rustige nacht, althans voor mijn vrouw, zij slaapt als een roos in de geruststellende zekerheid dat zij is getrouwd met een professional, die andere schippers zijn toch eigenlijk maar amateurs, ja toch, en die gaan ook, nou dan!

Persoonlijk slaap ik wat minder, probeer mij voor te stellen hoe het zal gaan tijdens het oversteken van ondiepten. Volgens mij werd op hogere zeevaartscholen daar nooit aandacht aan besteed. Ik herinner mij in Zeemanschap voor de GHV slechts één plaatje van een reddingsloep die achterwaarts door de branding naar het strand gaat. Op dat plaatje ging het wel goed, geloof ik.

O, ja aangezien wij door gezinsomstandigheden maar twee dagen mee kunnen met deze tocht, moet ik vrijdag vanaf waar wij ons dan zullen bevinden, en het is maar zeer de vraag waar dat dan zal zijn, op eigen houtje terug zien te komen in Den Oever, bij de trailer en de auto.
Wat is die matras dun! Had ik altijd al van die uitsteeksels aan mijn bekken? Volgende week ga ik de bilge schoonmaken. Hoe zou dat gaan, dat sturen op de riem? Huh!, is't al zes uur?

Donderdag 29 mei 2003, Hemelvaartsdag.
06.00 uur overal. Kennelijk zijn wij de enige wakkeren, alle overige bemanningen zijn nog in diepe rust, zo te zien. Toiletteren, ontbijt, slaapzakken stuwen. Papegaaistok en druilschoot inscheren, kaarten gereed leggen, Sestrel in de rubber houder. Wij zijn er klaar voor!

09.00 uur palaver door admiraal Van den Broek, schipper van Coaster Olle op de drijvende steiger. Het blijkt dat de geplande route is verlegd van Noorderhaaks (ongunstige ligging ten opzichte van de heersende windrichting van het beoogde droogvalbaaitje) naar Binnenbreesem. Vanuit Den Oever meteen noord sturen!? Weet je wat, we blijven eerst maar zo'n beetje achter in de vloot, dan kunnen we zien of het onze voorgangers lukt om over de tussenliggende platen te komen.

09.30 uur, we zien dat de meeste boten ontmeren en in de lichte ONO-koelte de haven uitzeilen. Ook wij gooien los en hijsen enigszins gespannen de zeilen, de Yamaha wordt opgeklapt. Wij kruisen langzaam naar de havenuitgang, met zo nu en dan de riemen in de dollen om het manoeuvreren te bespoedigen.

09.55 uur, direct na het ronden van de westpunt van de Leidam, wordt 360 graden gestuurd, Binnenbreesem/Posthuijswad, dwars over alle platen heen! De eb loopt al behoorlijk, de zon schijnt uitbundig, zilvermeeuwen krijsen, zilte lucht, heerlijk!

10.10 uur, mijn vrouw wijst mij op vreemde geluiden in de zwaardkast. Ikzelf hoor niets, 27 jaar straalmotoren en dubbelloops hagelgeweren hebben hun negatieve invloed gehad op het functioneren van mijn gehoororganen. Snel de zwaardtalie doorgehaald, roer uit de bun en geborgd. Drie en een halve meter stuurriem in de hekdol, borglijntje erop, daar gaat ie dan. Nu pas zie ik dat alle collega's ook al op die manier varen.

De ONO-en wind gecombineerd met een uitgaand tij dat al een paar uur loopt (over twee dagen is het springtij) en sterk gereduceerd lateraal oppervlak laten ons met de steven richting Posthuijswad krabsgewijs over de Boereplaat verlijeren, richting Texel. De sluis is kennelijk zojuist leeggelopen, want recht achter ons varen de Comfort Containers in een lange westgaande file door het Visjagersgaatje.

Wijdbeens staand aan de stuurriem, met de rug tegen de druilmast, proef ik nu pas echt het voorrecht van het bezit van een vlot- en toch zeegaande boot. Wat zou ons nog tegenhouden? Ik peil de waterstand met de pikhaak, vijftig centimeter of zo! Je kunt hier gewoon lopen! Zo lang je water ziet kunnen we varen! Mijn vrouw vraagt of hier in dit deel van de Waddenzee ook zeehonden zijn. ‘Ja, ja, zeker, we zullen ze ongetwijfeld nog zien. Reken maar’.

Intussen is het mij opgevallen dat de reeflijn van de rolgenua onklaar over de trommel loopt. Te gehaast de zaak uitgerold? Nu heb ik een probleem, want er blijken verschillende torns reeflijn onder de trommel om het voorstag te zijn geslagen. Pogingen om het zeil in te rollen mislukken jammerlijk. De boel zit muurvast. Ja en zoiets gaat ook niet vanzelf weer over, denk ik.

Mijn vrouw onderbreekt haar cruisegevoel en neemt de roertorn over. Op mijn buik op het voordekje, heel ongemakkelijk, daar heb ik, heel scheeps, dwarsscheeps een verticale betingbalk gemaakt met korvijnagels en daarop rust de schacht van het Danforth anker. Met m'n hoofd ondersteboven probeer ik onder de trommel te kijken, maar mijn leesbril zakt steeds richting wenkbrauwen met als resultaat een nogal wazig gezichtsveld, zo dichtbij. Na het geheel uitscheren en opnieuw inscheren van het halende part van de reeflijn functioneert het rolmechanisme weer zoals het hoort. Klus geklaard! Waarom zegt iedereen altijd dat ik zo onhandig ben? Gewoon even nadenken, ja. De zon brandt, de boeggolf bruist, het zog ruist. Ruim een meter, midzwaard neer, roer erbij. Ja, dit is wadvaren!

12.10 uur, het overgrote deel van de zeventien Drascombes heeft kennelijk toegegeven aan de heersende windrichting die inmiddels een streek gekrompen is en zeilt zo te zien vrolijk met ruime wind naar het noordwesten, dat gaat lekker. Zo te zien houden behalve wijzelf alleen de heer Bergsma in Walvis en Antoine Maartens in Navis Longboat zich aan het oorspronkelijke Binnenbreesemplan en knijpen noordwaarts.

12.35 uur, wij praaien Navis Longboat op convergerende koersen en informeren wat nu de bedoeling is. Nou, dat is nog steeds niet erg duidelijk...

13.00 uur, wij zien dat de vloot ergens in het noordwesten alleen nog op de druil zeilt, dat kan toch niet! Waarschijnlijk is men ten anker gegaan. Wij verleggen onze koers en komen te 14.05 uur eveneens ten anker op 1,8 meter water in de nabijheid van de rest van de vloot, een kwart mijl ten westen van de Route over de Bollen. Wij blijken de laatste te zijn, op de Coaster Skua na, die een half uur na ons arriveert.

Wij strekken de moede ruggen en ledematen en gebruiken de lunch in de kuip. De wind is inmiddels toegenomen tot drie à vier en nog verder gekrompen naar het noorden, er begint een knobbelig zeetje te staan. De boot maakt aardige halen. Borden schuiven over het brugdek.

14.30 uur, het tij is gekenterd, de vloedstroom begint te lopen. Op de meeste schepen worden de ankers thuis gehieuwd, knisterend dacron ontrolt zich alom, de vloot gaat kennelijk weer onder zeil. Wij halen ook het Bruce anker uit de grond en zetten de genua bij. Althans dat was de bedoeling. Tijdens het doorhalen van de lij-fokkenschoot loopt de reeflijn weer muurvast onderaan om het stag. Wat een ellende, genua half uit, geen beweging meer in te krijgen. Herhaling van zetten, de buik op de bak, stampend schip. De RVS strip met geleideoog onder aan de reeftrommel blijkt neerwaarts te zijn verbogen en als zodanig het onklaar raken van de lijn te veroorzaken. Het misplaatste geleideoog dwingt de reeflijn feitelijk naast de trommel te lopen. Zonder een operationeel voorzeil kunnen we niet naar het Posthuijswad. Na kort beraad besluiten we naar Oudeschild, als noodhaven, uit te wijken voor reparatie. De vloot verdwijnt in het noordelijke deel van de Texelstroom.

Met veel moeite wordt de genua weer vast gemaakt en heel eenvoudig de motor gestart. 15.50 uur lopen we een overvol Oudeschild binnen. Net nog één ligplaats(je) beschikbaar. Reparatiepogingen leveren geen herstel op, ondanks hulp van naastliggende goed bedoelende schippers. Einde Hemelvaart waddentocht, althans voor zover dat in vlootverband betreft.

Kom op, er zijn erger dingen. Diner in de kuip. Nasi Goreng Speciaal, hoe krijgt ze 't voor elkaar op dat éne pitje van de Waterkampioen-kookkist! Veel bekijks van, en praatjes met wandelende jachthavenbezoekers op de steiger. Zo'n klein, dapper, klassiek ogend bootje, Zaans groen en gelakt teak tussen al die grote witte jachten. ‘Wat leuk zeg, olielampjes’. ‘Waar slapen jullie dan’ en ‘varen jullie daarmee op zee?! Joh!’ Ik voel de neiging opkomen om naast mijn bootschoenen te gaan lopen. Bijtijds te kooi. Ontspannen nacht. Morgen terug naar Den Oever, bezeilde koersen, makkie, ja toch.

Vrijdag 30 mei 2003.
Opnieuw stralend weer, stralende douche, straffe NNO-en wind, de windgenerators langszij de haven malen indrukwekkend. Meestal valt het buitengaats wel mee, zegt men. Fietsen gehuurd, 4 1/2 euro, geen geld, terrasje Den Burg, Oosterend, visrestaurant, voorlopig geen eten meer.

Om zoveel mogelijk profijt te hebben van de stroom ontmeren wij ten 15.15 uur. Probleemloos op de motor de box en de haven uit, neergelaten midzwaard helpt enorm tegen de dwarswind.

15.25 buitengaats, zetten het grootzeil bij en gaan zuid voorliggen naar het Gat van de Stier, ruime wind, puntje midzwaard, het laatste restje van de ebstroom trekt nog even lekker mee, behoorlijk grote golven uit het noorden. Zo nu en dan is de horizon weg. Ja, dit is fantastisch, als een zeehond door de haring. Wie zei dat zeezeilen zo duur is? Trouwens, nu je het zegt, waar blijven die zeehonden? In het Malzwin loopt de vloed alweer naar binnen, veel buiswater, tot in het grootzeil, werkend schip. Halverwinds, zwaard half. Boot zeilt redelijk rechtop, en dat zonder ballast. Vette vloedstroom.

17.10 uur in de voorhaven van Den Oever, het barst er van de wachtende en door elkaar manoeuvrerende jachten terwijl alles nog op rood staat. Onze boot heeft maar een dun huidje, wij maken vast aan de wachtsteiger.

17.40 uur, rood/groen, we starten de 4pk viertakt en komen zonder opzet voorin het veld te liggen dat door de brug en in de sluis vaart. Op aanwijzing van de sluismeester (wat ‘klein jachie’!) schuiven wij helemaal naar voren tussen de grote jachten. Wat een drukte, 't is op alle schepen ‘Alle hens aan dek’.

‘Zeg, horen jullie bij die grote groep die we gisteren bij Vlieland zagen?’ ‘Hoeveel diepgang hebben jullie?’ ‘Wat een leuk bootje meneer!’ Publiek, boven op de sluis: thumps up. Ja, ja, bedankt, tot ziens.

18.00 uur gaan de sluisdeuren open en liggen we weer in zoet water, motor zichzelf laten ontzouten. Stomen naar de helling en lopen voorzichtig vast op het zand naast het iele steigertje.

Ichtus in gezelschap. Klik voor vergroting 19.00 uur afgetuigd op de trailer en naar huis. Wat zit onze auto lekker, wat ben jij verbrand zeg. 23.00 uur lekker in ons eigen bed! Waar waren nou die zeehonden van jou? Huh? Eh, ja….zzz.

Zaterdag 7 juni 2003
Weekend zeilen met vrienden op het Sneekermeer, stralend weer. Vertellen over onze waddenreis van vorige week, geven desgevraagd toe dat we geen zeehonden hebben gezien. Zeilen een wedstrijdje tegen onze vrienden met de kottergetuigde zeilsloep Ald Gillus, 30% meer zeiloppervlak dan onze yawl, 80 kilogram lood eronder. Toch ontlopen wij elkaarniet veel. Jaaa, die Drascombes zijn snel jongen. Onze vrienden maken een foto van onze boot onder vol tuig. Juist op dat moment, ja, zij kunnen hun ogen niet geloven, springen er twee dolfijnen tegelijk boven het Friese wateroppervlak uit, vlak naast ons aan bakboord. Geroep, geschreeuw, kijk nou eens! Kennelijk geschrokken van zoveel herrie duiken beide dolfijnen weer onder. We hebben ze niet meer gezien.

Een zeehondenloze Waddenzee en dolfijnen in het Sneekermeer, wie had dat ooit verwacht? De wonderen zijn de wereld nog niet uit: Wonders from the deep!

Jan Best
Cruiser longboat Ichthus