Drascombetorial

22 november aan boord. De laatste logaantekening dateerde van 12 oktober. Deze betrof een prachtige, maanbeschenen tocht naar het Posthuiswad en een vorstelijk zonnig bezeilde terugreis naar Den Helder. Sindsdien waren er slechts hockey-zaterdagen voor de kinders, jaarbijeenkomsten van verenigingen, concerten van Jeannettes koor, HBS-reünie en een verjaarsfeestje van schoonzus geweest. Alsof de hele wereld slechts één doel had: mij in die heerlijke herfst van zeilen af te houden.

Maar goed, eind november mogen we eindelijk en nu hangt een penetrante grauwsluier over het Wad. Ik wil Pride voor de winterrust naar Harlingen halen. Na een ochtend regen enige opklaring rond theetijd en dus trossen los te 1535 uur. Veel te laat; het is donker vóór we de Texelstroom uit zijn. Matige zuiden koelte, geen maan maar goed zicht. Rond de klok van 2100 uur tijd om het aanlopen van de Dodemansbol voor te bereiden. Alleen het cavalerie schietkamp (CSK) en het vuurduin zijn verlicht. Stuur noord-ten-oosten recht op het Vuurduin af. Met het CSK pal west ga ik noordwest sturen. Op die wijze omzeilen we de verkwelderende uitloper onder Kroons polders. Meen vaag de contouren van het donkere bomen bos tussen Posthuis en Dodemansbol te onderscheiden, maar kan de afstand niet schatten. In het aardeduister besluit ik in vier palmen water te ankeren en eens rustig te kijken waar we liggen. Dat blijkt op nauwelijks 20 meter te zijn van het bord dat maant tot rust voor eidereenden bij hoogwater. Exact waar we wezen wilden. Dat is toch weer zo’n voordeel van het niet aan boord hebben van een betweterige GPS. Zo, tastend in het duister, geniet je tenminste het gevoel van trots dit helemaal zelf gedaan te hebben.

Zondagochtend vijf uur wakker. ‘Kan me beter nog eens omdraaien’, denk ik knorrig, ‘want het is zó stil, er is nog geen water’. Vind dat toch raar en probeer het om half zes nog eens. Een fijne miezer verkilt mijn tronie in het duister. Er staat bijna al een meter spiegelglad water,. Snel op, met de jol naar de wal om Rataplan uit te laten en te 0615 uur ankerop in wat verder van het eiland af een lichte noordelijke koelte blijkt te zijn. Ideaal. Terwijl het uiterst geleidelijk min of meer licht wordt glijden we genietend voort. Rond de klok van 10 krijgen we onder Griend de eb tegen. Stuur in de ruimende wind de Blauwe Slenk over naar de banken noord van de Pollendam, waar we van de stroom geen last hebben. Als we te 1223 uur Harlingen aanlopen is de wind noordoost. Precies goed gegaan. Prachtige finale grosso van een gevarieerd zeiljaar, tussen de uitersten Noorpolderzijl in het oosten en Lowestoft in het Westen. Pride qua patet mare Frisionum.

Rond de Friese zee

Langzamerhand heb ik rond de 40 boeken op mijn kerfstok, maar als ik een jachthaven aanloop en mensen zeggen: ik heb je boek gelezen’ dan bedoelen ze die ene jeugdzonde. Het was echter al jaren uitverkocht en datzelfde gold voor Wadverhalen en Gezinsverhalen. Door onmin met de uitgever was het niet tot herdruk gekomen. In het kielzog van verkoop van Hollandia aan Gottmer Becht Aramith –uitgever van drie niet over boten handelende werkjes van me- is besloten een nieuw boek uit te geven: Rond de Friese zee, zeilverhalen en scheepshistorie voor kustzeilers. Het zal vóór de Hiswa verschijnen –heb de opgemaakte proef nu op mijn bureau.

Anders dan in de periode waarin ik Kustzeilen enz. schreef, heb ik nu niet het gevoel gehad mensen te moeten vertellen hoe ze moeten zeilen. Dat moet je niet uit een boek leren maar met je poten aan de helmstok. Heb, deels door het herschrijven van reeds bekende verhalen, zoveel mogelijk opgelepeld uit de indrukwekkende beerput met Smissiaanse missers. Dat maakt de tekst minder belerend, wel vrolijker. De closet kluns komt uit de kast.


De titel is ontleend aan de Angelsaksische kroniek Historia Brittonium, waarin de Noordzee Mare Frisionum heet. Dit vanwege de bloeiende Friese zeehandel, die tussen de 7e en 11e eeuw met een wijd vertakt handelsnet de basis legde voor de Noordduitse hanze. Getrouw aan wat Elisabeth Spits in het Tijdschrift voor Zeegschiedenis schreef bij de bespreking van mijn tekst in de catalogus bij de tentoonstelling ‘150 jaar Watersport in stijl’: (hij) begint nog net niet met de oerknal, maar legt wel moeiteloos een verband tussen de roeiende Atheners (van Themistocles) en de roeiende Rotterdammers die de basis legden voor de oprichting van ‘De Maas’) krijgen historische scheepstypen ruimschoots aandacht. Die informatie verruimt het inzicht in hoe scheepsvormen in bepaalde zeeschappen voor bepaald gebruik ontstaan, en soms is het gewoon leuk om er over te schrijven.

In feite lijkt mijn leven nogal op dat van Oxbridge Dons, wier statistisch vier jaar langere leven dan normale Britten genieten, onlangs in The Economist werd verklaard: zij werken in eigen tempo aan het onderwerp dat hen het meest interesseert, met tijd voor lichaamsbeweging in een mooie omgeving, voortreffelijk eten en drinken, en met stimulerende collegae, dat alles gefinancierd door een reeds lang overleden filantroop. Vervang filantroop door een mager schrijversloon en je hebt mijn werk beschreven. Aangezien je het oudst wordt op een menue van bijna honger, is dat mager loon wellicht een zegen. Bovendien blijkt uit onderzoek onder Spaanse monniken, die meestal doorwerken tot de rigor mortis dat onmogelijk maakt, dat zij veel minder neurologische problemen ontwikkelen, zoals dementie, dan normale mensen. Leve het pensioengat.

Terug op de Breeveertien

In 2002 vierden we een weekje vakantie in Engeland, met de auto. Kon het niet laten de lui een paar van die heerlijke modderrivieren te laten zien waar Pride en pa vroeger zo hebben genoten. Dat had ik beter niet kunnen doen. Wilde het eigenlijk weer. In de winter werden de navigatielampen dus weer opgelapt, een overzeiler en een Reeds’s gekocht, maar een besluit was nog niet genomen. Dat viel tijdens twee autotochtjes: één na het Heerendiner van ‘De Maas’, tamelijk slaperig vanuit Rotterdam naar Witmarsum, en één besprongen door verzenuwde kamikaze-rijders rond Amsterdam, gevolgd door een speedmarch van de Prins Hendrikkade naar de Raad voor de Scheepvaart, waarbij stoned ontheemden met dreigende tronies de weg markeerden. Dit was gevaarlijker dan het oversteken van de Noordzee in een Drascombe! Een moment van onachtzaamheid in een auto of een mataglape junk met broodmes en je bent de pijp uit of invalide. Op zee is het veilig zolang je geen al te domme dingen doet.


We lagen bij Vlieland. Cathelijne moest over een week op ponykamp, het gezin wilde iedere dag van het Posthuiswad naar het strandje bij de jachthaven, vanwaaraf de dames wat gemakkelijker bij de manege konden komen. De rest van de dag zaten de neuzen in strip- en puzzleboekjes. De laatste dag vóór de wind naar noordoost zou draaien had niemand zin verder naar het oosten te zeilen. De fut was eruit. Maar ik wilde, vóór die heerlijke noordooster, naar Engeland. Jeannette herkende de cumulus nimbus escapus in het smissiaans gemoed feilloos. Ze stelde het zelf voor.

Heb het gezin in Den Helder gedebarkeerd en ben, voor het eerst in 21 jaar, westwaarts gevaren. Het werd een heerlijk retourtje Lowestoft, weekje uit en thuis, bruinvissen, prachtige zons- en maans- opkomsten en ondergangen incluis, om de obligate postduiven niet te noemen. Genoot zo verschrikkelijk dat ik op de terugweg over de Breeveertien keihard aria’s uit die Zauberflöte heb staan zingen. Zarastro klonk op de Noordzee beter dan hij in de badkamer ooit heeft geklonken!

Geolied continuebedrijf

Een deel van de kick van het zeevaren met je eigen kleine, gezellige bootje is dat je, met je billen op zeehoogte, de zee meer beleeft dan in welke comfort-container ook. Bruinvissen komen echt op armlengte langs en afwassen doe je direct overboord. Het was goed weer mee te maken hoe Pride op Noordzeegolven eigenlijk veel beter is dan op die van de Waddenzee, bizar droog varend in gespierde kruiszeeën en hoog aan de wind goed voortmakend in een aantrekkende frisse bries. Het was merkwaardig om te merken dat ik binnen vier uur in mijn oude ritme zat, van suffen als er tijd was, om wakker te zijn als er stress in de tent zou komen, zoals een aanschuimende containerbak.


Al zijn we allebei een beetje ouder geworden, toch waren Pride en ik in enkele opzichten beter geëquipeerd dan vroeger. Allereerst is daar het mooie, zeer accurate Walker log, cadeautje van Bernard van Liemt, en een sextant, al is daar nog niet zo veel mee gespeeld. Beetje mus doodschieten met een kanon ook, want er staan vooral in het oostelijk deel van het traject zoveel offshore eilanden dat je gewoon kan zien waar je zit. Maar dat log was, zeker in het westelijk deel, erg nuttig. Voorts hebben we een beter heklicht: messing, 5" en stormvast, al is het van Franse makelij. Vroeger hadden we een perfect DHR 5" tweekleurenlicht voorop (dat is nu bijna doorgeroest doch gereanimeerd en brandde prima) maar het heklicht was altijd behelpen.

Op dinsdag 15 juli na de lunch juichend het Helders zeegat uit. Matige oosten koelte in de rug. Log uitgezet bij de SB6. Prachtige avond in het Helderveld, korte nacht waarin zonlicht steeds de einder blijft verlichten, veel maan, schitterende zonsopkomst.... Genieten. Waarom heb ik dit 21 jaar lang niet meer gedaan? Het antwoord daarop kan ik nuanceren als rond woensdagnoen de wind wegvalt. Blaartrekkend blak geklapper. Na vier uur een zuidwesten koelte met voorspelling voor hard. Feest. Krijg donderdag te 0240 EET een groepschitter vier recht vooruit in zicht: Southwold. Daar wil ik ook naar toe, maar de gierende eb zal daar zeker nog tot 0630 uur naar buiten trekken. Heb geen zin in deze bewogen zee, op van de slaap, daar op te wachten. Besluit in arren moede naar het veel minder charmante Lowestoft te gaan. Loop daar te 0550 uur in frisse bries binnen. Voor dat half uurtje...

Nou ja, het belooft wel gezellig te worden want het eerste dat ik in de jachthaven zie is de motorboot Fram van vriend en reddingbootman Karel. Die sleurt me met regelmaat de yachtclub in. Maak kennis met aardige buren Joke en Lowik met de Dehler Sirius en een lollig stel kinders.


Vrijdag waait de stront van de dijken, maar zaterdag weer terug en andermaal windstilte in de diepwaterroute. Ik merk dergelijke tegenslagen veel filosofischer te nemen dan vroeger. Destijds had ik vaak het gevoel pech te hebben, vooral waar ik zelf blunderde. De ervaringen van het leven beschouwend gebiedt de eerlijkheid langzamerhand te beseffen dat het lot mij vaak zeer wel gezind is.

Inmiddels laat de natuur niets achterwege om haar schoonheid in te wrijven: een vriendelijk postduifje dat een paar uur meevaart, indrukwekkende onweersbuien rondom die het nachtelijk halfduister opfleuren met de prachtigste lichteffecten en, de vreugde van zondagochtend: bruinvissen die om half zes binnen twee meter van de boot langssjezen. Één stuift op ramkoers nader en duikt kort onder de boot. Phfew, gelukkig zijn die beesten te verstandig voor Al Qaïda-acties.

Vergeleken met 21 jaar geleden is het aantal diffuus (dus niet in lanes varende) grote schepen toegenomen, dus minder slapen voor solozeilers. De oplettendheid lijkt echter niet afgenomen. De ene keer dat ik, pakweg, een mijl voor een schip overliep, stuurde het Noorse schip Aasfjord keurig bij. Één keer bezorgde een grote P&O Nedlloyd dozenboot me de gilzenuwen, doordat hij moest kiezen tussen een motorende weifelaar achter me en Pride. Hij ging er keurig tussendoor.

Maandagochtend vroeg anker ik tevreden bij de Razende Bol, om de eb te stoppen en even te slapen. Het Wad lijkt ineens weer zo’n kneuterig poedelbadje, waar milieuayatholla’s zich druk maken over honden die loslopen op lege zandplaten.....

Drascombes naar de Hiswa

De Hiswa 2004 (17 tot 22 februari, dagelijks van 10-18 uur, donderdag en vrijdag tot 2200 uur) wordt dit jaar een Drascombefeest. Michel en Maarten staan met een zalmrode coaster op het Zeehistorisch paviljoen, waar overigens weer de gebruikelijke mix van historie, roeien en wadvaren het beeld bepaalt. Daar staan ook Arend Lambrechtsen en Maarten Meyer met mooie roei- en zeilboten –naast hun wherries de Le Seil, Pirmil en Bel Ami, Franse whitehall en vlet-achtige boten. Voorts kunnen Drascombevaarders hun hart ophalen aan de mooie, door Nigel Irens ontworpen en door Bart Jan Barts voor uitgever Karel Heijnen gebouwde Romilly. Beetje duur, alleen.


Om het voor de echte sportievelingen nog mooier te maken staat op het roeipaviljoen de Finse kerkboot Kirkkovenetta uit Sneek. Deze authentieke vikingnazaat heeft rolbanken en gaat, met 14 roeiers aan de palen, verschrikkelijk hard.

Marinebouw

In het Zeehistorisch Paviljoen dit jaar veel aandacht voor marinebouw: allereerst Michiel de Ruyters beroemde Zeven Provinciën, gepresenteerd door de Bataviawerf. De werf heeft de afgelopen jaren in zwaar weer gevaren maar lijkt de zwaarste zeeën te hebben getrotseerd. De organisatie is onder leiding van de nieuwe directeur Hans Zaadnoordijk drastisch omgespit en met name het bouwproces is niet langer opgehangen aan één bouwmeester maar aan een team van leermeesters onder leiding van Aryan Klein. Bovendien is de inhoudelijke ondersteuning inzake historisch en scheepsbouwkundig onderzoek aanmerkelijk versterkt. Dat bleek nodig toen de interpretatie van de historische bouwmethode van de Zeven Provinciën tot een verkeerde scheepsvorm leidde –zoals dat in de tijden van ambachtelijke bouw wel vaker gebeurde. Nauwkeurige metingen door scheepsbouwkundig bureau SARC bevestigden een vermoeden dat reeds was gerezen op basis van iconografisch onderzoek, met name aan de hand van (pen)schilderijen van Willem van de Velde de Oude: kop en kont waren te schraal en die worden nu afgebroken. Met de te scherpe einden zou het schip nooit goed op zijn merk zijn gekomen en onvoldoende stabiel zijn geweest. Uitgebreide informatie over de buitengewoon interessante aanpak om met behoud van zoveel mogelijk van het bestaande toch tot een verantwoorde historische reconstructie te komen, valt te krijgen op de werf en, voor donateurs, in het Batavia-journaal.


Naast vorderingen in de 18e eeuwse marinebouw, waarvan de bijdrage van de Delft de representant is –ook al een project vol karaktervormende tegenslagen- komt deze keer de 19e eeuw in beeld, met name waar het de ontwikkeling van torpedoboten betreft. Deze superslanke snelle duivels hebben een grote invloed gehad op de jachtbouw, wat in woord en beeld uit de doeken wordt gedaan. Aan het eind van deze ontwikkeling stond de MTB, waarmee ook de Nederlandse marine in de laatste wereldoorlog heldendaden heeft uitgehaald.


De Zwerver


De Zwerver, Klik voor vergroting Prominent zal op het Traditioneel Paviljoen in de Amstelhal staan de Zwerver, in 1956 als laatste houten zeiljacht gebouwd bij de werf ‘De Vlijt’ van gebrs De Vries, superjachtbouwers te Aalsmeer. Ontworpen door Olin Stephens in opdracht van de Rotterdamse reder ir Otto van der Vorm, maakte het jacht furore in RORC-wedstrijden en won in 1961 de Fastnetrace. Navigator was toen Wim Coolhaas, met zijn vader Herri de auteur van de zeezeilbijbel voor (oudere) zeilers, Zeilen op Zee. De Zwerver is prachtig gerestaureerd, vaart zelfs weer wedstrijden (zoals in Waterkampioen 2003/18 van 26 september levendig is beschreven) en is terug onder de Maasvlag. Reken maar dat ik er, net als in de jaren ’60, toen de schoonheid in Zierikzee lag, vaak Pavlovvend omheen zal sluipen. Met de Zwerver varen nu nog drie beroemde Sparkman & Stephens jachten in de Maasvloot: Hestia, Dorade en Baccarat. Overigens kwam Connie van Rietschotens beroemde Flyer I van hetzelfde ontwerpbureau.

In het lezingenprogramma zullen 19e eeuwse marinebouw, de historie van de Zwerver en de daarmee verbonden grote namen in de zeezeilhistorie, Frans-Engels-Nederlandse kruisbestuiving in vissersschepen rond Noordzee en Kanaal (kortom: lugger-achtige boten waar Drascombezeilers zich bij thuisvoelen), de historie van de kerkboot, wadvaren en wadboten de boventoon voeren.

Posthuiswad

In een vorige BaD werd de afsluiting van het Posthuiswad gehekeld. De gebiedsafbakening is na overleg met mij to stand gekomen. Er dreigde een ruime afsluiting en die hebben we, in Wadvaardersverband, binnen reële perken gekregen. Eerlijk geschreven weet ik de opties niet meer precies, maar er viel het e.e.a. te ruilen en zoals de afbakening nu gekozen is, sluit deze ook inderdaad de meest voedsel- en dus vogelrijke ‘binnenkant’ van het Posthuiswad af. Bij de Dodemansbol kunnen wij gewoon liggen, terwijl de wulpen, lepelaars, bergeenden, kluten en al die andere gevederde flapperdewappers ongestoord doorschaften.

Betonning

Iets anders is het bezuinigen op betonning dat het tegenwoordig tot armoede vervallen RWS kennelijk van plan is, al ontkende minister Peijs dat in haar brief aan de Tweede Kamer van 9 december jl. in alle toonaarden. Het goede bericht is dat het ons veel rust zal brengen in mooie gebieden. Wie weet hoe de stromen lopen komt, lettend op het water, een heel eind, maar novices zullen er moeite hebben om tussen de steile zandstoepen de diepe stroom te vinden. Met een Drascombe heb je daar nauwelijks last van.

Nog een goed bericht: dankzij de enkele jaren geleden gebouwde stroomgeleidingsdam is het Eierlandse Gat nu zo begaanbaar als de oprijlaan naar paleis Noordeinde (zonder overstekende slagers). De stroom perst zich om de dam naar de punt van het land bij de vuurtoren en daar is het diep, zonder akelige brekers.

PR adviseur

In een vorige BaD werd ik ietwat over-enthousiast‘de PR-adviseur van Damen’ genoemd. Dat was ongetwijfeld lief bedoeld maar onzin. Ik heb wel eens een boekje voor ze mogen schrijven, dat is iets heel anders. Damen heeft een goed geëquipeerde en deskundig geleide PR-afdeling en die draait, zoals alles bij Damen, uitstekend, ook zonder mijn adviezen. Hoe is het mogelijk!

Jarige Trinity

Als laatste het belangrijkste bericht. Zoals alle trouwe leden weten wordt de NKDE al decennia vrijwel single handed draaiend gehouden door voorzitter, secretaris, penningmeester, kortom De Smoking Trinity: Gerard te Kloeze. ‘Draaiend gehouden’ klinkt eigenlijk veel te passief: hij stimuleert tot actie, vult in stilte aan waar gaten vallen en om dat alles tot stand te brengen rijdt hij stad en land af in zijn Mercedes, strooitje onder handbereik, pet op. Gerard begon in Drascombeland door jarenlang regelmatig een nieuwe Drascombe te bestellen. Volgens velen niet omdat’ie nou zo gek was op zeilen, maar om de toenmalige importeur Evecom van een basisinkomen te voorzien. Met enige regelmaat komt Gerard bij ons langs in Witmarsum en blijkt dan altijd precies te hebben bijgehouden hoe wel een ieder vaart. Waar daar bij iemand binnen de NKDE iets aan mankeert zal hij zich zeer inspannen om daar iets aan te doen.

Gerard doet dit al zo lang dat de tijd rondom hem schijnt stil te staan, maar dat is niet het geval: 15 december is hij 70 geworden. Als regelmatig door de Smoking Trinity tot daden geporde scribent wil ik hem vanaf deze plaats, mede namens alle leden toeroepen: Gerard, dank dat je de vaart erin houdt en, met een verwijzing naar de Oxbridge Dons en Spaanse monniken van het begin: ga er nog tenminste 30 jaar mee door, want zonder jou zou er van de NKDE niets geworden zijn.


Hans Vandersmissen