Zeemanspot assisteert op NKDE Zomerbijeenkomst

Zeemanspot op de Noordzee. Klik voor vergroting

Van de schipper van motorreddingboot Zeemanspot (ex KNZHRM station Stellendam) ontvingen we de aanbieding om met zijn legendarische schip aanwezig te zijn op de Zomerbijeenkomst. Het spreekt vanzelf dat daar niet lang over nagedacht hoefde te worden.

De imposante verschijning van de Zeemanspot wordt ingezet als start/finish schip bij de halve mijl Gig roeien en als alternatief om een mogelijk surplus aan opstappers toch de Drascombes onder zeil te kunnen laten zien.

De Zeemanspot zal in de loop van vrijdag 10 september in Huizen arriveren.

Nog meer 'groot' nieuws. De twee dit jaar in Nederland gearriveerde 25 voet lange open Drascombe Gigs Isle of Dogs en City of London zullen beide aanwezig zijn op het Zomerweekend.

NKDE
Redactie ElectroBaD

Gig City of London. Klik voor vergroting  


Ankeren kun je op verschillende manieren....

Seanymph voor windanker bij Texel. Klik voor vergroting

Je kunt zo'n onhandig zwaar ding aan een stuk ketting overboord laten zakken (het zogenaamde ‘anker’);

je kunt ook een grote zak (niet je zeilmaat!) aan een lijn overboord zetten (het zogenaamde ‘zee-anker’);

maar met een Drascombe als mijn Seanymph kun je natuurlijk ook gewoon de allergemakkelijkste weg kiezen en alle zeilen bij laten staan.

Zou ik nu een nieuw soort anker (‘wind anker’) hebben uitgevonden? Voor de zekerheid maar even patent op aanvragen!

De EletroBaD is natuurlijk al lang verreweg de mooiste site van het hele internet, maar de bijgevoegde foto kan er misschien toch nog wel ergens bij.

Foto genomen op zaterdag 14 augustus 2004, locatie Marsdiep/strand van Texel.

Met vriendelijke groet,

Roel Smidt
Drascombe Coaster Seanymph
Den Helder



Klik voor vergroting

Eens wat andere Drascombe plaatjes

Geachte Redactie,

De foto's op de site zijn altijd van de meest gangbare types Drascombe zoals de Coaster, Cruiser en Longboat. Hierbij eens wat plaatjes van een weinig voorkomende Drascombe, de zes meter Peterboat.

Geschoten op een mooie rustige zeildag op de Friesche meren.

Met vriendelijke groet,
Wilco Westerduin en Floor Vercauteren
Drascombe Peterboat Sperwer
Blankenham


Klik voor vergroting
Klik voor vergroting


Van Botter tot Drascombe

Tantra II voor de aanpassingen. Klik voor vergroting

De Octopus was 12 meter lang! Toen die te zwaar werd overgestapt op de zeepunter Tantra van 9 meter. Met de jaren werd ook dat te veel. Het eindpunt is een Longboat Cruiser. Michel had er een in de aanbieding. Die staat nu in de achtertuin. De naam wordt: Tantra II.

Ben bezig met aanpassingen. Alle navigatielichten er af gesloopt. Ook een elektrische log en dieptemeter. Een bamboestokje van 1,5 meter en een langere bootshaak is voldoende. Tegen de kajuit op het voordek een balkje gemonteerd waar een doorgezaagde jerrycan op vast zit. Het anker zit klem tussen kajuit en jerrycan. De ketting met 20 meter lijn in de jerrycan. Daar komen ook 2 landvasten bij. De ankertros kan je altijd verlengen (komt zelden voor). Een tros van 60 meter zit zo in de war. De kajuitingang 2 x 7 cm smaller gemaakt en de bovenluiken vervangen door deurtjes. Veel gemakkelijker.

De bergruimte voorin onder het kussen is voor een gasstel en pannen. Ook voorin een paar planken voor boeken, kaarten en allerhande. Aan weerskanten van de deurtjes een bakje voor kijker en Aldislamp. Verder alleen een ankerlicht op petroleum. Ik blijf verre van de grote vaart, zeker in het donker! Een paar extra klampen in de midscheeps (voor in de sluis) en in de boeg zijn gemakkelijk. De roeiriemen 60 cm verlengd. Ik denk dat ik er nog 2 dollen bij maak. Kan je met 4 riemen roeien.

Het gat van de bun met een stuk drijver van de jachthaven dichtgemaakt, wel zo dat het leeg kan lopen. Een mooie bergplaats voor touwwerk, een anker en stootwillen. Bovendien meer lift in een achter op lopende golf!

Een voor mij belangrijk hulpmiddel zijn twee zware stukken ketting aan een tros. Ideaal om af te remmen. Als één niet genoeg is gaat de 2e ook overboord. In tegenstelling tot Hans ben ik vrijzinnig, zodat ik op motorboten kan parasiteren als mij dat goed uitkomt. Zo’n ketting is dan onmisbaar. Met de punter ging het ook prima. We lagen een keer voor een brug te wachten met wind achter. Twee schepen op mijn ketting.

De wrikdol zat helemaal aan stuurboord. Ik kan niet op z’n Engels wrikken. Heb er nu ook een in het midden.
En nu maar wachten op het voorjaar!

J. van Boven
Schiermonnikoog


Akka ahoy

De Akka, Klik voor vergroting

Toen mijn zoon zijn ouders uitnodigde voor een weekeindje zeilen in Zeeland herinnerde ik mij een paar brieven uit de ElectroBaD: de Akka-kronieken. Fluks het Register geraadpleegd en de noodzakelijke gegevens uit het hoofd geleerd.

Aan boord van de Sailhorse van junior biechtte ik op wat mijn diepste wens was: Akka zoeken. Zoonlief (ooit ook WEG van Drascombe, maar nu ook in het bezit van een Saluki, de verrader) zette onmiddellijk koers naar Den Osse en had al gauw het gezochte schip gevonden (hij kan zoiets erg goed). De schipper was aan het knutselen, en reageerde hoogst verbaasd toen ik hem bij zijn naam groette. Na verteld te hebben hoe ik hem scheen te kennen was alle ijs grondig gebroken, en een uitnodiging om eens mee te varen was het gevolg. De volgende ochtend ……
waren we in Den Osse, waar het regende en waar een dikke 0 Beaufort stond. Gevlucht naar het restaurant in Scharendijke werd genoten van koffie en kout, onderwijl starend naar de vlaggen die om de beurt even uitwoeien. Moet toch eens aan Helga van Leur vragen hoe dat kan… Het was inmiddels wel droog geworden.

Na een paar uur genoeglijk te hebben doorgebracht (wat is de heer KL een aangenaam verteller) besloten we dat het die dag niets zou worden, en maakten we een principeafspraak voor “de volgende keer”.

Twee weken later waren we volgens de definitieve afspraak weer in Zeeland, en we konden dus de Grevelingen op. Zoonlief-plus voer met zijn Sailhorse kringetjes rond de Longboat zodat we over en weer foto’s konden maken en dat ook deden. Bij 3 à 4 zie je duidelijk het verschil tussen zeilen en varen. Geef mij maar dat laatste!

De heer KL te Z demonstreerde de mogelijkheden van de Dras, en het effect van de stand van het midzwaard was werkelijk verbluffend. Nog enthousiaster dan tevoren staat nu mijn besluit nagelvast: ik ook een Dras! Ook een open versie (Lugger of Longboat) maakt kans, de kajuit is wel een groot obstakel op het dek. Later zou ik de voordelen van de Drifter leren kennen, waarover ik graag wat vertel bij voldoende belangstelling.

De kennismaking was wederzijds dermate geslaagd dat een volgende trip al bijna werd vastgesteld.
Klaas: enorm bedankt voor een geweldige zeildag, en hopelijk tot spoedig!
Jammer dat de winter voor de deur staat.

Jaap “Drasloos” Simons



Freya op de Oosterschelde

Klik voor vergroting Klik voor vergroting
Klik voor vergroting Klik voor vergroting

Per Longboat driftend naar Jamaica

Sail south till the butter melts

In verschillende eind zeventiger jaren door het toenmalige Honnor Marine uitgegeven Drascombe handleidingen The Drascombe Owners Handbook, how to get the best from your boat schrijft John L. Watkinson in zijn inleiding onder meer over de tocht in een Longboat van Engeland naar Jamaica. Er leek over die reis, in tegenstelling tot over de tochten van Ken Duxbury, Webb Chiles en David Pyle echter nimmer iets gepubliceerd te zijn. Dat was ook zo totdat de redactie van de ElectroBaD recentelijk per e-mail werd benaderd door Geoff Stewart.

Stewart blijkt de koene schipper te zijn die toendertijd – we schrijven 1973 – vanuit Newhaven het zeegat koos om, eigenlijk in een organisch proces, richting het Caraibisch gebied te verdagen. Hij heeft zijn avontuur nu beschreven in Sail south till the butter melts.

De tocht lijkt hem echter meer te overkomen dan dat er sprake is van een bewust uitgestippelde marsroute, maar dat kan ook aan de vrij ruwe, logboekachtige schrijftrant van de auteur liggen. Hoewel, wekenlang alleen op zee, ook ‘s nachts tijdens storm er samen met je Open Longboat voor staan dwingt in ieder geval mijn respect af. Op een gegeven moment beschrijft Stewart een nachtelijke situatie waar zijn schip met zo’n kracht bijna verticaal een freak wave afdendert, haar boeg zich ingraaft en secondenlang niet meer boven lijkt te komen dat de koude rillingen je werkelijk over de rug lopen.

We volgen de Mk1 Longboat Donna Elvira (naar de opera persoonlijkheid) op haar tocht over Het Kanaal, via de Franse kanalen, langs de Middellandse Zee kust van Marseille naar Gibraltar. In Het Kanaal praait Stewart ‘s nachts het lichtschip Sandettie om van de bemanning (na een paar ‘Scotches’) zijn positie en de juiste koers richting Franse kust te vernemen. Eindelijk nabij Calais neemt de schipper de havenlichten als rood aan sb en groen aan bb waar maar realiseert zich net op tijd dat hij al ruim voorbij de pier en bijna op het strand naast de haven aanloop vaart...

Na groot onderhoud vertrekt Stewart van Gibraltar naar Gran Canaria. Vanaf daar treedt Geoff de tocht over de Atlantische Oceaan onbevangen tegemoed. Zijn schip is uitstekend voorzien van reserve orderdelen – ‘two of everything’ - Donna Elvira wordt zelfs met twee roeren gevaren. De interne mens is echter beduidend minder goed bedeeld. Afgezien van een ongelukkige Dorade wordt bij tijd en wijle zelfs uitsluitend met uien ontbeten terwijl het bloed dat uit zijn tandvlees loopt (scheurbuik?) met vitaminepillen wordt gestelpt – bepaald onprettig. Na aan de hand van passerende schepen, langsdrijvend spul, sextant werk en de duiding van overkomende vliegtuigen eindelijk Barbedos te peilen eindigt de trip op donker Jamaica.

Sail south till the butter melts is zeker voor de eigenaar van een Longboat interessante lectuur. Met name de aanpassingen aan Donna Elvira later in de tocht zijn lezenswaardig. Vraag me echter af of de schipper wel van zijn reis heeft genoten of dat het meer een persoonlijkheids vormende queste was. Dat geldt zeker voor het deel na Gibraltar wanneer gedurende de eigenlijke oversteek herinneringen aan schelmstreken, minaressen en wilde-jongens-avonturen een prominente plaats in het boek innemen. Deze avonturen en de beschrijving ervan staan bepaald niet op Ik Jan Cremer niveau.

Anno 2004 leeft Geoff Stewart als gegoed huisvader en eigenaar van een interim management bureau in Melbourne, Australië. Hij zeilt nog steeds maar heeft Donna Elvira toendertijd verkocht in de Carieb. Wat er van haar is geworden, is onbekend.

Een boek dat via internet verkrijgbaar is op: www.sailsouthtillthebuttermelts.com
of bij voldoende belangstelling per e-mail via het NKDE secretariaat E-mail: nkde@drascombe.nl

Redactie (Electro)BaD