Het biotoop van de Drascombe

Op het Lauwersmeer, Klik voor vergroting

Het belooft een pittige tocht te worden. Uiteindelijk is het al zeven oktober en dan moet je toch tenminste op enige kou en een kleine herfststorm rekenen. In de waterdichte tassen worden daarom een extra fleeche en isothermisch ondergoed met lange mouwen en pijpen meegenomen. Met de White Seal op de trailer vertrekken schipper/eigenaar Frans Schaake en ik naar Lauwersoog. Had ik in september 2001 al mee mogen maken hoe goed de Drascombe zich hield op de Waal, Maas en IJssel, nu in oktober 2002 zou ik het schip in zijn ware element zien: de Wadden.

Geen mijl op de motor, dwars over alle platen en zandbanken, niks meedrijven met de rivierstroom, maar heersen over wind en tij, dat zal het motto zijn. De White Seal kan in Lauwersoog blijven liggen, want Frans en Margot gaan vrijwel aansluitend nog naar de Jadebussen voor het TWW. Een begrip onder de die-hards met licht masochistische aanleg.

Dinsdagochtend 10.00 uur: Na een rustige nacht achter een boomgroep op het Lauwersmeer varen we naar de sluis. We plukken de sluiswachter achter zijn koffie vandaan en worden geschut. Heerlijk. Het wad. Een zoute lucht, bleek zonnetje, Wind 3 tot 4 aanwakkerend OostZuidOost krimpend naar Oost. Nog een uur oplopend tij. Koers NoordOost. Als doel kiezen we het Simonszand, de zandplaat tussen Schiermonnikoog en Rottum.
Voor de romantische zielen onder U: Het is vannacht nieuwe maan.

Voor de ervaren wadzeiler heb ik hiermee, in feite, het plot van de tocht al verklapt. U hoeft niet verder te lezen, bespaar uzelf ergernis en ons vooral uw gegniffel. Voor de minder ervaren zeebonk zal ik de rest van het verhaal, sober as it is, verder vertellen. Ter lering.

Door de droge oostelijke wind en fletse herfstzon is het zicht subliem en de duintoppen van Schiermonnikoog zijn met het blote oog zichtbaar. In de loop van de middag trekt de wind inderdaad aan. Het Simonszand zal wellicht wat weinig beschutting bieden en mede door mijn gejuich vanwege het in de kijker waargenomen Willemsduin besluiten we daar, op het wantij droogtevallen en de nacht door te brengen. Om 15.30 lopen we op druil en fok met opgetrokken zwaard en roer de mooie vlakke zandplaat onder het Willemsduin aan.
Anker uit, ruim zestig centimer water onder de boot en genieten maar. De wed. J. Joustra wordt in de bekers geschonken en weldra voelen we de zwaardkast op de bodem stoten. Het blijft een lijfelijke ervaring: droogvallen.

Die nacht trekt de Oostenwind aan tot een dikke zes. We slapen overigens uitstekend, mede omdat de boot nauwelijks een uur loskomt en ook niet echt op de golven ligt te 'rijen'. Het weerbericht van Woensdagochtend 9 Oktober geeft zware oostenwind aan. Zeven plus. En omdat wij beiden de leeftijd bereikt hebben waarop wij niemand meer iets hoeven te bewijzen besluiten we te blijven liggen. Dat melden we ook aan het thuisfront met de laatste zucht van de GSM batterijen.


Klik voor vergroting

De volgende ochtend staat er aanzienlijk minder water op het wad dan volgens de getijde-tabellen zou moeten. De speling van zestig centimeter water onder de boot die wij hebben aangehouden blijkt zelfs niet voldoende. De vloedlijn komt met moeite een paar meter voorbij het schip. Bij harde Oostenwind loopt het wad kennelijk verder leeg dan wij als speling hebben genomen. Maar het KNMI geeft goede berichten door: er is een ZuidWesten wind met een kracht van drie tot vier Beaufort onderweg. Een beetje geduld dus.

Natuurlijk weten wij wel dat in de weerberichten van het KNMI de meest NoordOostelijke hoek van Nederland niet voorkomt, maar doorgaans kun je uit de voorspellingen voor de rest van het land toch redelijk goed afleiden wat er zich in de kop van Groningen af gaat spelen. Nou, dit keer niet dus. De gierende Oostelijke Wind van zeker zeven plus blijft rond ons schip loeien. Maar daarom niet getreurd, er zijn depressies opkomst vanuit het ZuidWesten.
En hoe vertrouwd klinkt dat niet? Voor heel Europa nog wel! Eén extra nachtje geduld kunnen wij best nog opbrengen !
Ook donderdag 10 oktober blijft het stevig waaien en wel uit het oosten. En het water komt niet eens meer in de buurt van onze zandplaat. Ik krijg Drascombe theorie les, maar van het graven van een "Smis geul" is geen sprake, laat staan van "Hooykazen".

Dagen lang bespieden wij van onder onze dektent de vogels op het wad. Bergeenden, eidereenden, rotganzen, brandganzen en wolken steltlopers. Woensdag reeds hadden de plevieren als eerste besloten zich niets meer aan te trekken van het bootachtige object dat de slordige tweebeners nu weer tussen hun voedsel hadden laten liggen. Veel leven zat er trouwens toch ook niet in en vanaf donderdag scharrelden ook de kanoeten en zelfs de ganzen tot op enkele meters van de boot. Als je zoals de kanoet-ondersoort canutus in Siberië broedt, in de Waddenzee pleistert en in Mauretanië overwintert, heb je tenslotte wel gekkere dingen meegemaakt.


Verse groente, klik voor vergroting

Wandelen, een beetje sjokken over het volkomen drooggewaaide wad blijft heerlijk. Elke dag opnieuw. Je onrust verdwijnt en je wordt er warm van.
Donderdagmiddag verzamel ik op zo'n wandeling langs de vloedlijn wier, dat ik voor het gemak maar jonge zeespinazie noem. Verse groente. En ik bedenk dat het na wassen, blancheren in kokend water en bakken met een fijngesnipperd uitje en wat restanten paddestoelen voor Frans tenminste verrassend zal zijn (zie foto).
Jazeker, ik kan het iedereen aanraden. Die champignons moeten trouwens nodig op want echt fris zijn die ondertussen niet meer.

Die nacht droom ik dat het water stijgt en stijgt en blijft stijgen…. De wind wakkert aan en klimt naar minstens negen. Als het licht wordt liggen we bovenop het Willemsduin. Trots verheft de White Seal haar masten naast het Willemsbaken. Torent er hoog boven uit. Het anker stevig in de de duingrond geklemd, en de puts, piesemmer als drijfanker aan de achterkant in het zand.
De zon schijnt bleekjes, en kleurt de ochtend violetpaars. (zie foto)
Dagjesmensen komen onze ligplaats bewonderen en slaan met stokken op de romp van de boot ... ik word wakker. Drank? Voedsel? Paddo's, Zeewier? Psychisch verward geraakt door deze overwintering op NovaZembla? .. de blokken lood waarmee de dektent op zijn plaats wordt gehouden bonken in de wind tegen de huid van de boot en ik kruip dieper in mijn slaapzak.


De droom, klik voor vergroting

Vanuit het KNMI 'nichts neues'. Storm en geen water onder de boot.

We raken wel gewend aan de lage temperatuur maar echt warm wordt het niet. Daarom slaap ik met mijn muts op en lees vrijwel de hele vrijdag door in mijn slaapzak in Geheime kamers van Jeroen Brouwers. We vertellen elkaar eerdere ervaringen met slecht weer: Vier dagen in een piepklein tentje in de Pyreneeën met noodweer, dagen voor anker om regen en storm te laten uitrazen.

Het wordt zaterdag 12 Oktober : Het weerbericht blijft onveranderd ongunstig en onze voorraden, zelfs water en brood, raken op. Dus hangen we een briefje op de deur 'wij zijn boodschappen doen' en vertrekken richting dorp. Twee en een half uur lopen schatten we. Het voelt aan als een dag vakantie.

Op het lijstje staan : naar huis bellen, nieuwe batterijtjes voor de GSM, brood, zes flessen Spa Blauw, een paar droogvoermaaltijden en de beide weduwes (Wed. Joustra en Wed. van Nelle). Als we nu op het Simonszand hadden gelegen was het beslist minder relaxed geweest. We huren zelfs een fiets om de vele kilo's mee terug te kunnen vervoeren.

Bij de fietsenmaker horen we dat door de nog steeds zeer straffe, aanhoudende Oostenwind, windkracht 6 tot 7, onder Schiermonnikoog op dat moment 95 centimeter minder water staat dan volgens de getijdentabellen wordt aangegeven. ("Dus nee, we hadden geen fouten gemaakt met de omrekening van NAP naar LLW niveau! Het was gewoon een abnormale situatie").

Frans neemt op de terugweg nog een elzentak mee om een nieuwe papegaai te snijden, want de met epoxy geplakte oude papegaai was dinsdagmiddag gebroken. Tijd genoeg en pleisters hadden we ook nog voldoende aan boord.

Zaterdagavond weerbericht : de wind gaat naar zuidwest en neemt in kracht af tot drie/vier Beaufort.
Op zondagochtend vroeg breng ik daarom de fiets naar het dorp terug en loop de twee en een half uur door de duinen naar ons 'outstation' in de hoop die middag of in de nacht van zondag op maandag los te komen. Het blijkt ijdele hoop. Opnieuw wakkert de gure Oosten-wind aan en staat er niet meer dan tien centimeter water onder de kiel.
Het kan misschien nog wel enkele dagen duren voor de wind echt draait.

We overleggen. Het comfort aan boord wordt aanzienlijk verhoogd als we de inhoud, het aantal kubieke meters per persoon, van de kajuit verdubbelen. Dan kun je binnen 'leven'. Frans stelt het nuchter aan de orde. Ik sputter tegen en onderbouw de stelling 'samen uit, samen thuis'. Maar ook de drinkwatervoorraad kan dan opnieuw kritisch worden en Frans is wel vaker alleen op de White Seal.

Maandagochtend nemen we afscheid. We hebben het samen prima naar ons zin , maar praktisch gesproken is dit beter. Ik stap overboord en en drie uur later zit ik op de veerboot naar Lauwersoog.

De verdere ontknoping is even verrassend als de tocht zelf.

Maandagnacht gaat de wind liggen, het wad loopt vol, de White Seal komt los en om 05.00 uur motert Frans dwars over alle platen en zandbanken naar Lauwersoog. Om 07.30 is hij ook binnen.

Frans, ik verheug me nu al op onze tocht in het jaar 2003. Kun je in de Oostzee ook droogvallen ?

Je opstapper
Han Warnier