Zo, de zomer kan beginnen
Verslag van de Westelijke Smiscruise 2015


 Klik voor vergroting

Kent u dat tevreden gevoel, beste lezer? De Smiscruise zit er op, materiaal en opvarenden hebben zich weer prima gehouden, het gevoel dat er al een compleet vaarseizoen op zit en het gelukzalige besef dat het vaarseizoen nog bijna helemaal voor de boeg ligt, strijden om de eerste plaats. Vanaf nu hoeft niets meer en kunnen alle aanvullende tochten - waar ik vroeger als huurder slechts van kon dromen - alleen maar bijdragen aan een nog geslaagder zeilseizoen. Zo verdient het eigen schip zichzelf terug, dus laat die zomer maar komen!

Maar laten we bij het begin beginnen. Begin mei vertrek ik met de Cornelia Dionisia vanuit Almere voor de Prefeeder. Deze tocht, onder aanvoering van Zandloper is weer heerlijk relaxt. Een afgebroken klauw op het IJsselmeer doet daar niks aan af, want deze wordt snel en vakkundig gelast door de plaatselijke smid van Wijdenes. Wat nu breekt, kan tijdens de Smiscruise niet meer breken!


 Klik voor vergroting

Halverwege de week, als de wind wat al te uitbundig wordt, vervolgen we onze weg door de binnenwateren van Friesland, die de gewenste beschutting bieden. Tijdens de passage van het eerste wantij van dit seizoen op weg naar Terschelling, lijkt het zowaar wel zomer! Na aldaar toch weer een dag verwaaid te hebben gelegen, nemen we afscheid van de verder om de Oost varende groep. Maar Ultreia, Sevenster en Cornelia Dionisia varen in een spontane Feeder via Kornwerd terug naar Den Oever, waar ik me aan zal sluiten bij de Westelijke Smiscruise.

En zo kruist op woensdagavond voor Hemelvaart een vloot bestaande uit een Longboat, zes Coasters en een gehuurd schip - waarvan het type me even ontschoten is, maar laten we haar de werknaam Argo2 geven - het Visjagersgaatje op, de Texelstroom in op weg naar het strand, iets ten westen van de Mokbaai. Cornelia moet nog even de KMJC in Den Helder aandoen, om de bemanning aan boord te nemen. Onbewust zoek ik de zuidwest hoek van de marina op en meer af vlak bij de voormalige box van Pride of the Fleet. Het voelt als een ode aan de naamgever van deze cruise.


 Klik voor vergroting

Klaas, de bemanning, is netjes aangemeld bij de bewaking, zodat hij keurig op tijd het terrein op kan draaien. We hebben elkaar 15 jaar niet gezien, maar hebben redelijk wat gemeenschappelijke mijlen op de teller staan en hij was het, die mij ooit de argumenten heeft aangedragen om een Drascombe aan te schaffen. Met bij elkaar opgeteld zo’n 120 jaar levenservaring - waaronder ca. 100 zeilseizoenen - een goede reden voor een uitnodiging voor de ‘cruise voor gevorderden’. Het is hartverwarmend om te zien hoe mijn gast - zelf ‘helaas’ in het bezit van een ‘comfort container’ - zich meteen thuis voelt aan boord. Zo, nu eerst een biertje om bij te praten en vast wat speculeren over de plannen van de admiraal.

De volgende morgen echter, bij het palaver op de Razende Bol, blijkt dat we het bij het verkeerde eind te hebben. Het voorstel is niet om deze plaat te ronden, maar om te pogen de Slufter op Texel te verkennen. Een minstens zo ambitieus plan. Omdat er op de ondiepten voor het voormalige Molengat nog geen brekers lijken te staan, besluiten we een lange slag naar buiten te maken om daar de vloedstroom onder de lijboeg op te pikken. De deining loopt hier al wel wat verder op en met een nagenoeg woordeloze communicatie komen de life-lines te voorschijn en gaan de luikjes er in. Wonderlijk hoe je na 15 jaar nog steeds op eenzelfde golflengte zit.


 Klik voor vergroting

We mompelen iets over de schoonheid van massief water die de horizon doet verdwijnen, zeewaardigheid van kleine bootjes met wadlatjes in het algemeen en lieve echtgenoten die ons deze ervaringen allemaal best gunnen en het helemaal niet erg vinden om er een keertje niet bij aanwezig te kunnen te zijn.

Het veld waait gaandeweg echter steeds verder uit elkaar en juist als we ons afvagen of alle plannen nog ongewijzigd zijn, arriveert de elektronische postduif met een SMS van de admiraal, die de aftocht blaast. En dus verleggen we onze koers van aan de wind naar ruime wind. Een grote teleurstelling is dat niet, want het hergroeperen net buiten de branding bij de ingang van de Slufter vormt met het uur een minder aantrekkelijke optie.

Bovendien is het heel aardig om te ervaren hoe het scheepje zich ook op deze ruime koers weer uitstekend houdt. Wel schiet me een terloops gegeven advies van de vorige eigenaar te binnen; “Niet te veel achterom kijken”. Dat doen we natuurlijk wel, al was het alleen maar om te ervaren dat alle literatuur die beschrijft hoe de deining normaal gesproken keurig onder het schip door rolt, het gelijk aan haar zijde heeft. Van de weeromstuit vergeet de bemanning voor te stellen om te kijken hoe dit bootje in deze omstandigheden bijligt. Dat hebben dus nog te goed.


 Klik voor vergroting

Eenmaal terug op het strand nabij de Mokbaai, maakt de admiraal de plannen voor de volgende dag bekend: ‘s nachts verhalen naar dieper water, morgen om een uur of 11.45 uur ankerop, zodat we kort voor HW bij de Scheer kunnen zijn. Om dan ‘s avonds door het Robbengat naar de zuidzijde van de Vliehors te gaan. Een prima plan dat nog juist wat tijd laat voor een avondwandeling over de zuidkust van Texel, al was het maar om de kou te pareren.

De volgende ochtend blijft Butterfly achter wegens andere plannen en bij Oudeschild nemen we afscheid van Zilt, maar verder is het een heerlijk herenkoersje. Alleen de grootschoot wil nog wel eens losschieten, maar ook daar wordt iets op gevonden. Na een korte tijstop bij de Scheer vervolgen we aldus met zes schepen onze rustige, maar daarom niet minder enerverende tocht door het zeegat richting Vliehors, waar we in de avondschemering bij het begin van de eb het anker kunnen presenteren. ‘s Morgens laten we eerst de weidsheid van de schitterende Vliehors tot ons doordringen met een wandelingetje naar het Reddinghuisje.


 Klik voor vergroting

En ‘s avonds moeten we alweer op huis aan; Argo2 terug naar de verhuurder in het Oosten, de overige door het Engelschmangat. Omdat de wind daar de hele dag flink heeft doorgestaan wordt het grootzeil uit voorzorg stijf tegen de mast gebonden. Nadat Olle even poolshoogte in het gat heeft genomen, wordt het berekende vertrek met een uurtje uitgesteld. Het loopt nog net iets te veel naar binnen om boven de ondiepte uit te komen. Maar na een half uur moet het er dan toch van komen. Wij hebben de motor veiligheidshalve zachtjes meedraaien, maar het blijkt allemaal reuze mee te vallen. Ook Andromeda - die het ijzeren zeil moet ontberen - kan zonder problemen de noodzakelijke hoogte maken. Bovendien houdt de admiraal op het cruciale punt al deinzend de ondiepte afgedekt, zodat ook Argo en Enedsea zonder problemen de thuisreis kunnen aanvaarden.

Nu het brekergevoelige gebied eenmaal gepasseerd is, ziet Klaas zijn kans schoon om alsnog te kijken hoe zo’n bootje zich al bijliggend gedraagt. Als een huis dus.
 Klik voor vergroting

We spelen nog wat met de zwaarddiepte en kijken of er een voorkeur voor de ene of de ander boeg valt te bespeuren. Daarna volgt een ontspannend rak richting Den Oever, dat ons langzaam de duisternis in voert. De schutting naar binnen blijkt een ‘lucky shot in the dark’, want officieel behoort dit enige uren van tevoren te worden aangevraagd. Gelukkig was de sluiswachter bij toeval op de Stevincomplex, zodat we deze nacht in de Zuiderhaven vast kunnen bijtanken.

Al met al dus weer een unieke ervaring! Tevens mijn eerste Smiscruise waar het ToDo-lijstje niet korter maar juist langer van is geworden, want die Slufter ligt daar natuurlijk niet voor niets...

Jos Pacilly
a/b van Cornelia Dionisia