We hebben veel gevaren op het Wad – helaas…


 Klik voor vergroting

Door dat “helaas” lijkt het een rare titel voor een stukje dat is geschreven door een Drascombe-varende. Maar het gaat hier dan ook niet om “gevaren” als voltooid deelwoord van ons onvolprezen tijdverdrijf maar om “gevaren” in de betekenis van zaken die onze delicate Drascombes kunnen beschadigen.

Het Wad is een heel mooi vaargebied en we mogen ons hier in Den Helder gelukkig prijzen dat we “de Poort van de Waddenzee” zijn. Aan de overkant hebben we een eiland met schapen en eigen bierbrouwerij, als we bakboord uit gaan dan liggen de Razende Bol en de Noordzee voor de boeg en als we stuurboord uit gaan dan is daar het water van de Waddenzee. Nou ja, water…. Niet altijd overal en niet altijd evenveel natuurlijk. De afstand tussen de bovenkant van de zeebodem en de onderkant van je schip kan er behoorlijk krap zijn. Ondieptes dus.

Ook als je geen cursus Vaarbewijs hebt gehad snap je wel dat je in ondiep water eerder aan de grond kan lopen dan in diep water. Het wordt pas echt vervelend als er in dat ondiepe water ook allerlei obstakels uit de bodem omhoog kunnen steken (misschien is “obstekels” dan een beter woord?). Een stalen schip kan wel een stootje (deukje) hebben maar een kleine boot met een dunne polyester huid is kwetsbaar. En datzelfde geldt voor “de blote poten van mensen met kleine boten”.


 Klik voor vergroting

Het mooie van het Wad vond ik altijd dat je met laag water zo lekker door het zand/slik/prut kon lopen baggeren. Als je tot je knieën in de blauwzwarte klei wegzakt dan geeft dat een bijna geestverruimende ervaring. Er stijgen dan heel “aardse” geuren op (gewone mensen noemen het stank). Maar tegenwoordig ben ik voorzichtiger op dat Wad. En dat komt door een venijnig beest. Hij heet Crassostrea gigas of in gewoon Nederlands “Japanse Oester”. Hij is bloedlink. Dat komt door zijn vlijmscherpe randen. Een ontmoeting met zo’n oester kan pijnlijke vleeswonden veroorzaken die als extraatje ook nog een vrijwel altijd beginnen te etteren. Je hebt er dus dagenlang “plezier” van.

Zwemschoenen zijn er nauwelijks tegen bestand en er is zelfs een melding bekend dat een oester door een klomp was heen gedrongen. Met blote voeten zomaar even overboord stappen is dus tricky business geworden. Ook bij het wandelen over het wad kun je de blik beter gericht houden op de tenen die nu nog aan je voeten zitten dan op de weidse horizon.

De Japanse oester is niet alleen gevaarlijk voor mensenvoeten en –handen. Ook voor “Seanymph” zelf is het oppassen. Een oesterbank is namelijk een soort rif dat kan worden vergeleken met een veld in beton gegoten verfschrapers.



 Klik voor vergroting

Als je daar met je bootje overheen stuitert dan is schade aan je dure antifouling wel het minste wat je kunt verwachten. Met wat meer pech heb je diepe krassen in het polyester van je onderwaterschip. De Latijnse naam voor oester is “Ostrea” en het is toch op z’n minst opvallend dat de Japanse oester als “Kras-ostrea” wordt uitgesproken.

Een mogelijke oplossing voor het probleem van de Japanse-Oesterriffen is om ze op te eten. Daar is wel wat doorzettingsvermogen voor nodig. Linda en ik zijn dit jaar al aan een rifje begonnen maar we vinden ze toch wel behoorlijk zwaar op de maag liggen. Na met gevaar voor eigen voetzolen en handen een stel van die beesten te hebben verzameld, opengewrikt en opgeslurpt, houden we het na een oestertje of 3, 4 wel voor gezien. En als we dan vanuit de kuip van ons bootje nog uitkijken op vele honderden vierkante meters oester-rif dan valt het niet altijd mee om optimistisch te blijven.

De Japanse oester kun je bijna overal tegenkomen. In de havens tegen palen en beschoeiing, aan de randen van diepe geulen of op de bodem van dat watertje waar jij nog net doorheen dacht te kunnen varen.

De riffen zijn niet terug te vinden op de normale zeekaart maar (soms) wel op satellietfoto’s van Google Earth.

De meest recente foto’s van de omgeving van Den Helder geven een scherp beeld van de Waddenzee bij laag water en daar kun je óók de oesterbanken op terugvinden. Zoals deze aan de rand van een geul.


 Klik voor vergroting

De Japanse oester hoort hier trouwens helemaal niet thuis maar is in de jaren ’60 van de vorige eeuw door oesterkwekers naar Nederland gehaald. Niet met de bedoeling om de Waddenzee op te leuken maar met de bedoeling om er een dikke boterham aan te verdienen. De Nederlandse platte oester had namelijk te lijden onder een oesterziekte en de kwekers dachten dat de sterkere Japanse oester veilig kon worden geïmporteerd. Het beest zou zich volgens hen in het koude Nederlandse water niet uit zichzelf gaan voortplanten. De Japanse oester zelf dacht daar toch echt heel anders over en het gevolg is bekend. Oesterriffen die bestaande mosselbanken overwoekeren, vogeltjes die de pest in hebben omdat ze die rot-oesters niet open kunnen krijgen, visserlui met gescheurde netten, wadlopers met bloedende voeten en nu dus ook een Drascombe-schipper met een gelcoat-reparatieklusje op zijn to do-lijstje. De heren en dames ondernemers/wetenschappers worden bedankt….

Marine


 Klik voor vergroting

Dat wij op het wad moeten uitkijken voor alles wat niet voor ons uitkijkt (vissersschepen bijvoorbeeld) was al bekend. En ook die TESO-boten tussen Den Helder en Texel kunnen flinke deuken veroorzaken. Een nieuw gevaar steekt nu echter de kop op: de Koninklijke Nederlandse Marine. En dan met name de merkwaardige afdeling die bestaat uit zee-soldaten (het Korps Mariniers). Als die op zee zitten dan willen ze zo snel mogelijk het land weer op. Vanwege de bezuinigingen zijn de nachtelijke vaar-oefeningen afgeschaft (dat scheelt namelijk in de over-uren). Om toch een beetje het “nacht”-gevoel te kunnen behouden had minister Hennis een low-budget oplossing gevonden: iedereen een blinddoek van de Action. Zo kunnen de Jantjes toch blijven trainen hoe het is om in het donker over het Wad te varen. Het blijkt echter wel een hoog “Ezeltje-Prik-gehalte” te hebben en dat nog niet iedereen de kunst helemaal onder de knie heeft blijkt wel uit dit landingsvaartuig dat eind september bij Breezanddijk de fout in ging. Nou ja, hij was in ieder geval wel “geland”….

Een paar dagen later kwamen we dit landingsvaartuig weer tegen op het Texelstroom. Maar dan wel in de takels…

Wrakken

Wrakken hebben vaak als opvallende eigenschap dat ze niet zo best meer willen drijven. Ze liggen dan ook meestal onder water. En dan kun je ze niet meer zien. Als zo’n wrak in de Marianentrog afborrelt dan is er niet veel risico dat je er bovenop knalt. Maar op de ondiepe Waddenzee is het anders. Soms steekt zo’n wrakje net niet hoog genoeg om boven water te komen maar wel hoog genoeg om op vast te kunnen lopen. In de geul naar de trailerhelling van ’t Kuitje ligt er bijvoorbeeld eentje.

Het wrakje staat als “Obstruction” aangegeven op de 1811.3 en schijnt bekend te staan als het “Puf-wrak”. Er ligt een west-kardinaal wraktonnetje bij maar ook hier kan de satellietfoto van Google een leuke aanvulling zijn. Op die foto zie je duidelijk de contouren van een schip met opbouw!


Ik heb verschillende verhalen gehoord. De één zegt dat het een scheepje is geweest waarin garnalen-afval (“puf”) werd opgeslagen en de ander zegt dat het om een betonnen casco gaat waarin munitie werd bewaard (“Plofschip”). “Plof” zou dan zijn verbastert tot “Puf”. Niemand wil er echter z’n hand voor in het vuur steken. Kortom: wie het weet mag het zeggen.

Zeehonden

Even proeven van het zwemtrappetje, sleepbootje spelen door aan de ankerlijn te trekken en op een gegeven moment hing `ie zowaar aan onze papegaai-stok! En ik die stok maar schuren en lakken elk jaar!

Er blijkt geen enkele watersportverzekering te zijn die zeehonden-vraatschade dekt. Daarom komt er volgend seizoen toch maar een zeehondenknuppeltje aan boord.


Vanwege Europese Dierenbeschermingsregeltjes zijn hardhout, RVS en andere stevige materialen helaas niet toegestaan. Linda is hem daarom nu aan het breien van scheepjeswol.

Roel Smidt
Coaster “Seanymph
Den Helder