Herfsttocht 2014 op “Vänern”

Vänern is groot water. Het is ruim drie keer zo groot als het IJsselmeer en het Markermeer samen. De gemiddelde diepte is 27 m, de grootste diepte is 106 m. Dus groot. In Vänern liggen vele eilandengroepen (skärgård) die alle een meerdaagsbezoek waard zijn. Om te ankeren, te wandelen en in te rommelen. Op midzomer-kanotochten heb ik in vroegere jaren met vrienden de Lurö-archipel bezocht, Kållandsö, de Djurö-archipel en de Mariestad skärgård. En ooit heb ik met familie een paar weken gekampeerd op Hällekis-camping en toen een goede trailerhelling gezien. Dat is ook blijven hangen.


 Klik voor vergroting

Interessante geologische gebieden zijn Hindensrev, Halleberg en Kinnekulle. Op Kållandsö is Läcko-slot een trekpleister. 's Zomers ligt het vikingsschip “Sigrid Storråda”, dat haar thuishaven heeft in Blomberg-hamn, een paar km zuidelijk van Hällekis.

Hällekis ligt aan de noordrand van het plateau Kinnekulle, een soort tafelberg van sediment gesteente, vooral kalksteen en zandsteen. Mooie wandelpaden. Bijzondere natuur. 306 m boven zee, 262 m boven Vänern. Deze plaats maakt met Trollhättekanal en Götakanal deel uit van de vaarroute Kattegat-Oostzee.

Dit jaar wilde ik Vänern wel eens met mijn Coaster bezoeken. Weliswaar iets verder weg, een kleine 300 km. Maar met nieuwe banden op de trailer ter vervanging van de meer dan 17 jaar oude banden moest dat te doen zijn. Het werd een herfsttocht van 23 tot 29 september.


 Klik voor vergroting

Het loopt al tegen vieren als ik via de borden “Ramp” bij de haven van Hällekis aankom. Ik kan zelfs kiezen tussen twee hellingen. Anderhalf uur later ligt de Swarte Swan zeilklaar en staan auto en trailer gestald onder de rook van Svenska Foder. Aan boord eten en drinken voor een week, boeken (anderhalf ongelezen zweedse detectives), warme kleren en een opgewaardeerde telefoon. En een winterslaapzak, niet te vergeten!

De oostenwind is al bijna gaan liggen, ik zeil langzaam langs de betonning naar buiten en roei een uurtje later de eerste baai in. Achterin zie ik door de rietkraag nog net de haven. De fabriek is nog wel te horen maar is niet hinderlijk. Eerder slaapverwekkend. De zon gaat 19.00 uur onder. Het thuisfront gebeld voor weerbericht en als levensteken. En dan vroeg in de warme slaapzak. Een paar keer hoor ik een trein langs komen.


 Klik voor vergroting

De volgende ochtend, woensdag, is er nog weinig wind, het miezert een beetje, het is nevelig. Een visser, op weg naar zijn netten, stoomt langs. Ik besluit een noordelijke koers te varen: doel nog onzeker: ofwel de eilanden voor Mariestad, ofwel Djurö. Het gaat kruipend langzaam. Ik kijk voortdurend naar verre horizonten en mogelijke ankerplaatsen. De windstilte vroeg in de middag gebruik ik om een potje warm eten te koken, al drijvend op het wijde water. Het baken op Dagskärs-grund verandert nauwelijks van plaats.

Tegen het eind van de middag wordt me duidelijk dat ik vandaag geen van de doelen kan bereiken. De motor moet bij. Zuinig varend, het volle inbouwtankje is alles wat ik aan benzine heb, stuur ik op de dichtsbij-lijkende oever aan. In de noordelijke baai met vele rotsen gaat het anker overboord. Na bestudering van de kaart moet dat bij Onsö zijn. Het 19.00 uur-telefoontje met thuis geeft voor later in de week een harde windwaarschuwing! Een stormachtige wind uit het westen! Dus niet naar Djurö maar bij Torsö blijven.


 Klik voor vergroting

's Nachts is het weer rustig, 's ochtends miezert het lichtjes. Paraplu boven de kajuitingang, dat is afdoende. Net heb ik een kopje thee klaar en de thermoskan gevuld met heet water als ik plotseling word opgeschrikt door een windvlaag. De paraplu waait neer, het opgebonden grootzeil gaat heftig klapperen en het begint te regenen.

Ik moet weg van lagerwal met deze windvlagen! Snel de motor gestart, het anker op, de baai uit en als het zwaard naar beneden kan verder op fok en druil.

Een half uur later is het over, het was maar een bui, resulterend in een een mooie regenboog. De wind zwakt weer af tot een lichte koelte uit het NW. Brommösundet kan ik zo niet in een keer bezeilen.

Tegen twaalven kan ik eindelijk op de zuidpunt van Brommö, achter een baken, even ankeren voor de lunch. En dan Brommösundet door, luw in de zwakke NW-wind. Roeiend kom ik voorbij de kabelpont, de vakantiewoningen, een paar boerderijen.


 Klik voor vergroting

Als ik uiteindelijk bij de uitgang van Brommösundet kom, opent zich een grote weidsheid: naar het noorden en westen is niets te zien, alleen water. Ik buig af naar het zuid-oosten, er is weer enige wind, en ik anker een half uur later aan de noordzijde van Fågelö, voldoende beschut tegen toenemende westenwinden. In deze streken is het de komende dagen goed toeven, verwacht ik. Voldoende eten en drinken voor een aantal dagen, en een terugtocht in redelijk beschut water langs de oostkant van Torsö.

's Nachts is het helder met boven me een indrukwekkende sterrenpracht. Over het water enkele rode lichtboeien. En de mummy-slaapzak is heerlijk warm!

Vrijdagochtend voor 08.00 uur zeil ik al weer, met een ruime wind uit het ZW, eindelijk een lekkere snelheid. Zo nu en dan weliswaar even de luwte bij doorgangen en passage van landtongen maar verder gaat het gesmeerd!
 Klik voor vergroting Om 09.15 uur zigzag ik onderlangs Kalvsöarna door de nauwe bebakende vaargeul de Östersund op. Daar neemt de wind duidelijk toe, de golfslag ook. Het grootzeil gaat naar beneden en wordt zo goed mogelijk opgebonden tegen de mast.

Hoe nu verder? Ik kan met ruime koers doorvaren naar de overkant, waar bij Sjötorp de ingang van het Götakanaal is en zeker ligplaatsen zijn. Ik kan ook een ankerplek zoeken, veilig genoeg om de storm langs te laten gaan, lekker in mijn eentje in de natuur.

Ik bestudeer de oostelijke oever van Torsö. Er zijn hoge rietkragen, dus goede ankergrond. Als ik in de buurt kom zie ik een mooie baai, achter een lichtbaken. Ideaal! Goed beschut tegen deining en golven uit het zuidwesten en een ondiep strand met rolstenen biedt mogelijkheden om aan wal te komen. Even voor 11.00 uur gaat het anker overboord. Een klapdregje gooi ik op de stenen langs de oever en dat haakt meteen goed vast: extra zekerheid.

Ik geniet met volle teugen! Ga regelmatig even de wal op, struin rond in het achterland langs de oevers, over heuvelruggen en door de bossen. De harde wind voel ik nauwelijks maar hoor ik wel degelijk, de boomtoppen zwaaien heen en weer en windvlagen jagen over het water.


 Klik voor vergroting

 Klik voor vergroting

Voor zaterdag is ook nog storm voorspeld. In de loop van zondag wordt tot 5 Bft afnemende wind verwacht uit het westen. Geen nood, ik heb nog voldoende lees- en krachtvoer. De zon komt er regelmatig bij en ik zit prinsheerlijk tegen de kajuit geleund, lezend of om me heen kijkend naar wat er langs komt.

Zaterdagochtend hoor ik geblaf in de bossen. Het lijkt me te schel voor een ree. Ineens zie ik een jachthondje langs de oever komen, neus bij de grond, speurend. Mij keurt hij geen blik waardig, mijn boot nog minder. Na een paar slokjes water gedronken te hebben aan de oever verdwijnt hij voorgoed in het bos, zijn neus achterna. Iets later denk ik vanuit een ooghoek een kat aan te zien komen. Snel de camera ingesteld blijkt het een bruin marterachtig dier te zijn dat ongestoord langs huppelt. Vermoedelijk een mink ofwel Amerikaanse nerts.

Een groep zaagbekken zwemt langs achter de rietkraag en vliegt met veel geklapper en geklots op voor de camera.



 Klik voor vergroting

 Klik voor vergroting

Bij uitstapjes aan land van alles te zien, vooral veel paddestoelen, mossen en korstmossen. Een ringslang laat zich een poosje bewonderen voor hij wegglijdt. Ik voel me echt in vakantiestemming, kan dit nog dagenlang volhouden. Eten genoeg tot woensdag, boeken ook. En droog weer.


 Klik voor vergroting Voor zondag was er een windverbetering voorspeld dus zit ik 06.30 uur al aan het ontbijt na genoten te hebben van de opkomende zon. Een gekraak en gegrom vanuit het bos zette me op scherp, er komt iets groots aan. Dan zie ik tegen de bosrand de contouren van een eland. Hij ziet of ruikt mij gelijktijdig en loeiend sprint hij (of zij) terug, te snel voor mijn camera.

De wind is inmiddels duidelijk minder vlagerig maar nog steeds vrij krachtig en onder fok en druil koerste ik al vroeg, stampend tegen de golven, richting Mariestad en de Östersundbrug. Voorbij de brug naar Torsö wordt het water ruiger en lijkt de ZW-wind iets toe te nemen. Doorzeilen naar opener water lokt me niet, dus zoek ik een ankerplek aan hoger wal, dus aan de zuidoostelijke oever van Torsö. Ik zie vele rotsen, net boven water (en dus ook net onder het wateroppervlak!). Bij de oever komend lukt het me niet om tegen de wind in roeien, met de motor bij kruip ik naar een open plekje in de rietkraag. Er staat meer deining dan op de vorige ankerplek. Pas de volgende ochtend zie ik dat ik iets verder had moeten doorvaren naar een ruimere baai. Windvlagen jagen weer over het water, slechts een paar grotere zeiljachten wagen het er op.


 Klik voor vergroting

Weer een heldere nacht maar duidelijk meer verlichting door Mariestads-licht.

's Maandags is de wind minder heftig. Het is licht bewolkt, regelmatig zon. Met het zwaard half op vaar ik voorzichtig weg over bakboordboeg, richting Mariestad. De betonning is me niet helemaal duidelijk. Terwijl ik uitkijk naar een volgende boei ver weg, groen of rood, voel ik ineens iets langs de boot glijden, een groene boei. Ik zoek het kennelijk te ver. Voorzichtig verder varend, het zwaard half op voel ik zo nu en dan toch de rotsen. Voor Mariestad wordt een vaargeul zichtbaar evenals de reden voor de betonning. Het blijft uitkijken geblazen. Na een lange slag over stuurboord zit ik weer onder Torsö en durf ik het gereefde grootzeil bij te zetten. En vanaf dan gaat het met een heerlijk vaartje. Geen bakens meer, geen ondieptes.


 Klik voor vergroting

Na een lange slag over bakboord zoek ik een doorgang aan het eind van een baai. Maar die is er niet! Even een kaartje erbij gehaald: ik ben in de luwte van de punt bij Sjöberg aangekomen. Terugzeilen is geen straf, het gaat lekker. Het zonnetje schijnt, loofbomen vertonen prachtige herfstkleuren en de wind is matig.

Na een lunchstop zeil ik door een betonde vaargeul open water op. Kinnekulle wordt steeds duidelijker zichtbaar, het baken op Dagskärgrundet en een klein bebost eiland herinneren aan de heenreis. Even denk ik nog om Dagskär heen te zeilen maar als ik alle rotsen er om heen zie, koers ik toch maar zuid richting Hällekis. Tegen half vier zwakt de wind verder af en gaat het rif uit het grootzeil. Er staat nog steeds een lange deining, waar we rustig tegen op klimmen.

Drie visarenden jagen om elkaar heen buitelend achter een andere vogel aan. Aan de horizon is slot Läckö vaag te zien boven de bebossing.


 Klik voor vergroting

Een half uur later zeilen we de haven van Hällekis in, in de buurt van de vaargeul blijvend. Het laatste stukje op de motor, in de luwte van graansilo's en het fabriekshal van de vroegere cementfabriek.

Terwijl ik de boot klaarmaak voor de terugreis worden gelijkertijd op de andere helling een viertal vissersbootjes op de trailer gezet. Een populaire plek. Ik koop nog wat eten in het dorp, geniet er van op een P-plaats met uitzicht over Vänern. Ik zou hier kunnen overnachten maar begin nog net voor het donker aan de terugtocht. Onderweg de tocht herbelevend heb ik ruim de tijd om plannen te maken voor volgend jaar. Misschien een keer in het voorjaar?

Om 23.00 uur kan ik me thuis melden en verdwijn gelijk in de douche. Voor mij zit het vaarseizoen 2014 er op.

Hovmantorp, november 2014
Jacob van der Schaaf
Coaster Swarte Swan


 Klik voor vergroting