Verliefd

Ik ben buitengewoon onbetrouwbaar. Mijn liefde is schandalig kortademig. Als ik een nieuwe geliefde veroverd heb, dan blijf ik rusteloos speuren naar ng aantrekkelijkere oogappels. Met mijn hormonen heeft het allemaal weinig te maken. Vrouwen en hun dochters zijn bij mij veilig. Mijn huwelijk is ook niet in gevaar, verre van dat.


Klik voor vergroting

Mijn onbetrouwbaarheid blijkt echter overduidelijk langs en op het water. Als ik een mooi scheepje zie dan ben ik verloren. Als ik een hond was dan zou ik kwispelstaartend tot het likken van het object van mijn begeerte overgaan. Ja zeker, dat gaat ver. En ik schaam me echt voor dit onbehoorlijke gedrag. Immers, ik ben voorzien van een prima scheepje. Mijn Drascombe de Luxe van de buitencategorie brengt me op elke gewenste plek op het wad en vlijt zich gewillig op zandbank en wadplaat voor me neer. Ze gaat zelfs de modder voor me in. Als dank wordt ze door mij vertroeteld en verfraaid, wat mijn banksaldo niet onberoerd laat.

De afgelopen zomer was winderig en de vaartochten regelmatig vochtig. Met onverhulde hebzucht keek ik naar langskomende kottertjes met zon knus stuurhutje. Zie ik zon schatje vervolgens in een haven liggen, dan moet ik er natuurlijk naar toe. Volgt een gesprek met de eigenaar, een paar complimenten over zijn boot en met enig geluk kan ik even later met eigen ogen zien hoe comfortabel de hoekbank achter in de stuurhut is.

Oh baby come sail with me..., fluistert zon liefje me dan in, terwijl ik zie dat ze een praktische kombuis heeft en zon lekker Deens dieselkacheltje om ons in koude nachten te verwarmen. Al snel ben ik helemaal in de ban van haar charmes. De eigenaar gaat er eens goed voor zitten en ik ben als was in zijn handen. Alle deugden van zijn scheepje worden breed uitgemeten; de motor die loopt als een zonnetje, de tochten die ze gemaakt hebben bij vliegende storm en de onverwoestbare constructie.

Hoe diep steekt ze eigenlijk?, vraag ik achteloos nippend aan het tweede aangeboden berenburgertje. Dat had ik beter niet kunnen doen. Omstandig legt de eigenaar uit dat zich nog een meter zestig van haar schoonheid onder de waterspiegel bevindt. Ik verslik me in mij borrel en hoestend stamel ik Een meter zestig? En ineens herinner ik me dat ik voor sluitingstijd van de plaatselijke tagrijn nog een reservekousje voor de olielamp moet halen. Weglopend van kotter en schipper die me gefronst staat na te kijken, bedenk ik me wat een mens zich toch kan vergissen. Voor je het weet dwingt een nieuwe liefde je naar vaargebieden met onpeilbare dieptes, omdat een simpel wantij al te veel is voor haar. Dat nooit!

Ton Wegman