Over de grens
Een historische reis over de rivieren


 Klik voor vergroting

Opeens was daar de Schenkenschans. Ik had er nog nooit van gehoord. Met weerhaakjes zette de naam van die oude vesting aan de Rijn zich vast in mijn geheugen, ik moest er meer van weten. Voor de afdeling collecties van Het Scheepvaartmuseum deed ik onderzoek naar de geschiedenis van de beurtvaart in de Gouden Eeuw. Zo kwam ik er achter dat reizigers uit het Rijnland per beurtschip bij de Schenkenschans de Republiek binnenkwamen. In Amsterdam hadden die zeilende schepen naar Duitse havens aan de Rijn een vaste ligplaats aan de Keulse Kaai, een stukje van de Gelderse Kade.

Een korte scan op internet maakte me wijzer. De Schenkenschanz (inderdaad nu met een z aan het eind) bestaat nog steeds en ligt net over de grens in Duitsland. De schans werd opgeworpen tijdens de tachtigjarige oorlog en al snel raakte de versterking op het eiland Salmorth in de Rijn bewoond. Ik wilde er heen, per boot. Langs de historische route die ook de zeilende beurtvaart gebruikte.


 Klik voor vergroting

Met mijn Drascombe Drifter Grietje gooide ik los in de mooie maand augustus van 2013. De reis werd een openbaring, want onze rivieren zijn prachtig, maar de tocht was ook heel leerzaam; wat een lange weg met hindernissen voor de schippers in het zeilvaarttijdperk. Vanuit Durgerdam was de eerste etappe maar een korte oversteek naar de Vecht in Muiden. Toch hadden de ondiepstekende rivierschepen in de zeventiende eeuw er vaak flinke moeite mee. Als de wind tegen was dan verdaagden ze op de knobbelige Zuiderzee soms tot bij Marken. Ik volgde de Vecht en via Utrecht, waar ik overnachtte in de prachtige binnenstad, bereikte ik de volgende dag de sluis bij Vreeswijk en vervolgens voer ik de Lek op. Er stond geen stroom, door de droge zomer was de rivierstand laag.


De wijdsheid op de Lek is kenmerkend voor de Nederlandse rivieren. Klik voor vergroting

Hengelaars op een krib bij Rhenen. Klik voor vergroting

Links en rechts tussen de kribben lagen uitnodigende zandstrandjes en lokten groene oevers. Helaas stond er weinig wind, maar mijn Grietje werd ooit ontworpen als mini-motorsailer, dus ik pruttelde met mijn aanhangmotortje onbekommerd de kilometerraaiborden voorbij. De eerste nacht op de rivier bracht ik achter het anker door bij het eiland van Maurik, een mooi natuur- en recreatiegebied in een dode arm van de stroom die daar de naam Lek heeft afgeschud en Nederrijn heet. De volgende dag wachtten er enkele stuwen met bijbehorende sluizen op me. Een surrealistische ervaring om alleen in zo’n supersluis te liggen, waar zich met gemak nog vier binnenschepen van de grootste klasse bij hadden kunnen aansluiten. Geen mens te zien.

De sluis naast de stuw werd op afstand bediend en bespied door camera’s werd de boot drie meter opgetild en openden zich de sluisdeuren voor me. Opmerkelijk dat er heel weinig recreatievaart op de rivier voer, de hoge brandstofprijzen houden motorboten kennelijk aan de steigers. Een tussenstop in het mooie Rhenen was welkom, daarna ging het voort richting Arnhem. De passage van de Grebbeberg was een hoogtepunt en on-Hollands door de steile helling vlak naast de rivier. Op het Pannerdenskanaal kreeg ik voor het eerst met fikse tegenstroom te maken. Mijn 6 pk brommertje had er geen moeite mee. Kribbetje varend, om van de neer te profiteren, schoot het lekker op. Niet veel later zag ik Tolkamer op de noordoever van de rivier.


Een van de weinige passanten. Het was héél rustig, midden in het seizoen. Klik voor vergroting

Grietje afgemeerd voor een tankstop in Arnhem. Klik voor vergroting

Totdat de grenzen verdwenen binnen Europa, moesten de binnenvaartschippers daar inklaren. Even later liet ik mijn anker zakken in de Griethauser Altrhein, een oude Rijntak die aan de zuidzijde langs het schiereiland Salmorth loopt. Ik was nu op loopafstand van mijn doel: de Schenkenschanz. De volgende ochtend trok ik er op uit met mijn wandelschoenen aan. In de vesting ligt een klein dorp van 120 zielen, waar ik landgenoten Mark en Marian ontmoet die er een vakantiehuis beheren. Trots liet Marian me haar kelder zien waar nog de oorspronkelijke eeuwenoude gewelven zichtbaar zijn. De kerk van het dorpje is het oudste bouwwerk binnen de Schenkenschanz dat nog in tact is.

De dorpsbewoners zijn trots op hun geschiedenis die uitgebreid wordt verteld in een vitrine en op enkele informatieborden. Jammer dat ik geen tijd had om een fiets te huren en de omgeving te verkennen, want dit gebied leent zich daar uitstekend voor. Die avond meerde ik af bij Segelgemeinschaft Kleve, even verderop in de Griethauser Altrhein. De gastvrijheid is er groot, en voor een paar tientjes kon ik mijn Grietje er een weekje laten logeren. Het werk riep me weer naar huis. De bus uit Kleef (betalen met de chipknip!) bracht me rechtstreeks naar het station in Nijmegen en twee uur later stond ik op het Centraalstation in Amsterdam.

Toen ik buiten kwam keek ik even richting Gelderse Kade achter de Schreierstoren. Mijn bewondering voor de beurtschippers, die geen motortje hadden zoals ik, maar het hele traject zeilend en jagend aflegden was nog groter geworden.

Voor Spiegel der Zeilvaart schrijf ik een serie artikelen over historische vaarwegen. Naar aanleiding van deze tocht verscheen als deel 1, De Keulse Vaart (nummer 1/2014).

Anton (Ton) Wegman