De tocht van het jaar

Het lezen van oude logboeken is soms een merkwaardige vorm van geheugentraining. Er staan tochten in beschreven die ik me zelfs met stijf aangedraaide duimschroeven niet meer herinner. Toch heb ik ze gevaren, immers ze staan beschreven in een handschrift dat onmiskenbaar van mij is. Maar er staan ook verslagen in die doorleefde journaals, die bij het herlezen onmiddellijk veel oproepen uit de krochten van mijn geheugen.


Klik voor vergroting

Sommige van die vaartochten zijn ook veel uitgebreider beschreven en die doen het water weer door de gangboorden schuimen. Of de vallende sterren langs de hemel schieten, zoals tijdens een bijna windstille nachttocht in augustus 1988. Ook mijn eerste tocht in het zeegat van Schiermonnikoog kwam weer helemaal terug; bij in een iets te frisse, aanschietende wind en in een pittige golfslag heb ik daar met veel zweten een rif gestoken. Beginners bibberbenen kreeg ik ervan. Sindsdien weet ik wat forse bries tegen een pittige stroom in kan doen.

Toch maak ik elk jaar wel een tocht die helemaal perfect is. Die zo in een lijstje kan. De tocht van het jaar. Ik kan per seizoen een toptien samenstellen, maar er is altijd ÚÚn onbetwiste winnaar. Dat hoeft echt geen hero´sche tocht te zijn, waarin de elementen onverschrokken werden getrotseerd. Wel is het zo dat er meestal in de tocht van het jaar een aantal gelukkige omstandigheden voorkomen die elkaar versterken. Het meevarend gezelschap, of het ontbreken daarvan kan al heel bepalend zijn. Natuurlijk de wind, die voor zeilers een alles bepalende factor is, al hoeft er geen drie beaufort te staan bij een strak blauwe hemel om de tocht van het jaar te varen.

Soms is de vaartocht op zich middelmatig, maar blijk je aan het eind op een onvergetelijke ankerplaats te liggen. Weer een andere tocht van het jaar werd zelfs goeddeels op de motor gevaren, vanwege het ontbreken van wind, maar wel vlak langs het strand waar ik als kind zo vaak hunkerend naar de onbereikbare, voorbijvarende bootjes keek met de antieke Zeiss verrekijker van mijn vader stijf tegen mijn ogen gedrukt. Deze maal bekeek ik Egmond aan Zee vanuit het toen gedroomde standpunt.

Het afgelopen seizoen was het weer eens een solotocht die boven in de toptien kwam. Op weg naar Harlingen, na een nachtje achter mijn anker in Lelystad, ging vroeg het anker omhoog. De sluis had ik vlak voor zonsondergang de avond ervoor al gepasseerd. De zon scheen, maar verder wees er niets op een memorabele zeildag. Er stond een drollenwindje uit het oostzuidoosten, dat me net genoeg vaart gaf richting de Friese kust die in het hei´ge zonlicht lang onzichtbaar bleef.

Na een paar uur kwam Urk voorbij, en in het zelfde gezapige tempo schoof de Rotterdamse Hoek langs. Vlak bij Stavoren trok de wind aan en werd pal oost. Het zicht werd ook veel beter. Nu kwam de gang er lekker in. Het water bleef door de aflandige wind lekker vlak. Dat had ik langs de Friese kust, een beruchte lagerwal, wel anders meegemaakt. Op weg naar Kornwerderzand, bij de zelfde vier beaufort, maar dan uit het zuidwesten, ontstaan er daar al snel kuilen in het water waar ik niet blij van wordt. Maar deze keer was het echt top.

Op rompsnelheid, met een wit, glinsterend, schuimend kielzog achter ons, zag ik Stavoren snel kleiner worden op de horizon. Voor dat ik er erg in had was Hindelopen ook achterlijker dan dwars. Workum en Makkum dito. Bijna teleurgesteld bereikte ik de sluis van Kornwerd. De ankerplaats ten zuidoosten van de sluis was goed bezet, maar er was nog ruimte om bijliggend met stijf aangehaalde druil en bak staande fok het grootzeil op te binden. Rustig voer ik de sluis in, het tij was gunstig voor de laatste dagetappe naar Harlingen. Die was rustig op, het saaie af, omdat de wind was ingedut.

Het maakte niet uit. De tocht van het jaar was die middag al gevaren.

Ton Wegman