De Akka kronieken

Klaas Lubbers is de schipper van Longboat Akka. Na 86 zomers zonder Longboat besloot hij vorig jaar dat het er toch maar van moest komen. Daarom nam hij Sil over van de in zijn ogen piepjonge, 76 jarige, eigenaar. In de Akka Kronieken beschrijft Klaas hoe hij Akka onder de knie krijgt en onder de duim houdt.

1. Onder zeil.

St. Janssloot, Klik voor vergroting Gistermiddag heb ik mijn eerste zeiltochtje met mijn nieuwe Longboat Akka (voorheen Sil) gemaakt. Prachtig weer, matige wind, enigszins variabel, precies van pas voor een 'proefvaart'. Het was fantastisch!!! Wat een mooie zeiler! Ik heb er echt tegenop gezien, want het is tenslotte 27 jaar geleden dat ik voor het laatst heb gezeild en dan nog wel in een grote zeeschouw.

Direct buiten de havenmonding begon de les... Eerst alleen met het grootzeil en al gauw werd een eigenaardigheid duidelijk, die me karakteristiek lijkt voor een Longboat. Het schip wilde niet door de wind, zodat ik genoodzaakt was om te gijpen, wat niet moeilijk is met een losse broek. Dit verschijnsel was me bekend van de Korte Metten, een open vissermanschouw met midzwaard. Dat betekent, dat een Longboat duidelijk eigenschappen van een platbodem heeft. Dat had ik direct al gehoord, de golfslag bonkt tegen het onderwaterschip ongeveer ter hoogte tussen mast en midzwaard, een typisch schouwgeluid. Toch kreeg ik niet de indruk dat dit remmend werkte op de voortgang. Vervolgens de fok bijgezet, wat is een rolfok prettig voor een solozeiler. Het schip begon direct te lopen, door de wind gaan was geen probleem meer, mits fok bak gehouden wordt, als op een platbodem, dus zeer vertrouwd. Toen was ik toe aan de druil en dat was het begin van de trimcursus, waarin ook aandacht werd gegeven aan de stand van het midzwaard.

Na een half uur had ik het door en toen kon Akka het alleen wel af, zonder stuurman. Dat gaf mij de gelegenheid voor een kop koffie met krentenbol! Conclusie: Akka is een bijzonder gevoelig scheepje dat, mits goed getrimd, uitstekend zeilt.. Ze loopt niet hoog aan de wind en dat is voor echt varen zeer geriefelijk. De grootschoot moet met een beetje ruimte worden gevaren, dat doet het schip beter lopen en het gaat niet meteen op zijn kant als er een vlaag invalt. Deze platbodemtrekken duiden op grote handzaamheid, vooral bij toenemende wind. Ik herhaal: het was fantastisch! Als je echt wilt zeilen... Koop een Drascombe!.

Bij deze oefentocht kreeg ik te maken met een weerbarstige gaffel. Ik had gisteren, alvorens weg te varen, aan de steiger alle zeilen zo langs de mast opgebonden, dat ze direct konden uitwaaieren na verwijdering van een paar bandjes. Het grootzeil was gehesen en tegen de mast gebundeld. Toen ik buiten de havenkom in de wind ging varen, begon de gaffel schrikbarend te schudden, omdat de wind vat kreeg op een strookje zeil dat direct achter de gaffel als een vlag ging fungeren. Ik moest me dus wel een beetje haasten met dat zeil! Terug aan de steiger heb ik het grootzeil met de gaffel in de kuip laten zakken en onder het kuipkleed geborgen. Dat beperkt de bewegingsvrijheid zodanig, dat ik vandaag het grootzeil weer heb gehesen en daarna zo strak mogelijk om de mast heb gerold en er speciaal op gelet heb dat de gaffel geen bewegingsvrijheid kan krijgen door het achterlijk juist bij de gaffeltop strak te trekken bij het rollen. Volgens de foto's op de ElectroBaD blijven alle gaffels in de top, maar hoe worden die geborgd?

Tenslotte de buitenboordmotor. Ik had enige moeite met de grote zwarte Suzuki 9.9 pk viertakt, maar dat ik die toch heb geaccepteerd om er eerst ervaring mee op te doen. Welnu, die ervaring viel negatief uit voor deze motor. Mijn gevoel van onbehagen werd steeds groter, het ding was heel goed, maar Akka bleef teveel motorboot en te weinig zeilboot. En dan dat gewicht! Na veel wikken en wegen heb ik de Suzuki vervangen door een Yamaha 8 pk tweetakt met behoud van de electrische startinrichting en de afstandsbediening. Het werd een Yamaha, omdat het watersportbedrijf naast de jachthaven, dat heeft gezorgd voor de tewaterlating van Akka, dealer is van dat merk. Dan ben ik dicht bij de service. Die ruil bevalt me heel goed. Ik heb het gevoel, dat de boot nu beter ligt, terwijl ik ruim voldoende kracht heb bij minder gewicht. En, ik heb nu een zeilboot met hulpmotor en zo moet het zijn. Al met al: een bijzonder goed begin met Akka!

2. Onvoorziene gebeurtenissen.

Klik voor vergroting Nu mijn eerste ervaringen met de Drascombe Longboat Akka zijn verschenen in Berichten aan Drascombevarenden lijkt het me goed ook iets te vertellen van mijn tweede zeiltocht, omdat daarin enkele gebeurtenissen plaats vonden die wellicht tot lering en vermaak kunnen dienen. Het was allemaal niet gevaarlijk of opwindend, maar ik vond het wel instructief en in hoge mate karakteristiek voor het varen in een Drascombe.

Volledigheidshalve moet ik eerst vermelden, dat ik zeil op de Grevelingen, vanuit jachthaven Den Osse op Schouwen-Duiveland. Het was prachtig zonnig weer met een stevige NNW-wind, goede omstandigheden voor een verdere kennismaking met Akka. Voor een goed begrip van hetgeen volgde diene de mededeling, dat ik gaffel en grootzeil in de kuip had laten zakken, vanwege harde wind enkele dagen eerder. Dat had ik vroeger ook vaak gedaan in mijn open vissermanschouw.

Verder aan de steiger tuigage en motor vaarklaar gemaakt en toen welgemoed op de koffiemolen de havenkom uit. Na voldoende ruimte te hebben genomen van strekdam en ondiepte heb ik de kop in wind gelegd en gas weg genomen. Eerst de druil er bij, dat ging prima. Toen de fok, ging erg gemakkelijk want het is een rolfok. Ik was blijkbaar niet vlug genoeg met de fokkenschoten, want de kop bleef in de wind en de schoten vlogen me bijna om de oren. Daarbij kreeg ik danig last van gaffel en grootzeil in de kuip, want ik moest noodgedwongen nogal eens van het ene boord naar het andere om naar die fokkenschoten te graaien. Maar opeens werd het toch wel een beetje knijp, het stuurboordswant was losgeschoten en zwaaide langs de mast. Met veel moeite kreeg ik Akka over stuurboord en kon een beetje vaart lopen. Toch heb ik toen de motor weer in het werk gezet, want ik durfde niet over stuurboord te blijven liggen, omdat er toch meer wind stond dan mij op dat moment van pas kwam. Dus weer de kop in de wind, zwanenhals van het want weer door het oog in het gangboord gestoken en geborgd met de daarvoor aanwezige sluiting.

Wat was er gebeurd? De fokkenschoten moeten buiten de stagen worden gevaren en dan vallen ze tussen boord en stag, waar ze klem blijven zitten onder de bout van de sluiting in het oog op het boord. De zwanenhals was geborgd met een sluiting, die met een elastiekje op zijn plaats werd gehouden. De klapperende fokkenschoot aan stuurboord heeft die sluiting van de zwanehals gewipt. Klein kunstje!

Ik was al dat heen en weer springen over die gaffel danig zat, maar heb de impuls om naar de haven terug te gaan bedwongen en heb in plaats daarvan de motor uitgezet en het grootzeil gehesen. Ik heb toen nog gezeild, maar bleef toch het gevoel houden dat het niet lekker liep. Je hebt soms van die dagen dat allerlei kleinigheden samen komen en een vlotte vaart verhinderen. Dat is dan een heel goede oefening voor je incasserings-vermogen en een stimulans ter verscherping van je attentie. Zoiets is in alle opzichten zeer leerzaam. Ik heb nu de zwanenhalzen aan de wanten beter geborgd en bovendien een endje gespannen tussen want en boord, zodat de fokkenschoot daarover heen kan lopen. En ik ga zeker niet weer met gaffel en grootzeil in de kuip varen!

En dan nog iets: ik had de helmstok niet voorzien van 'het lijntje van Vandersmisse' en kon dus niet bijliggen op de bekende manier. Omdat ik allerlei dingen tegelijk moest doen, kon ik niet voldoende aandacht aan het roer geven en de motor in het werk maakte het alleen maar moeilijker. Conclusie: je moet niet alleen lezen wat Vandersmisse schrijft, maar ook doen wat hij adviseert!

Tenslotte moet ik vast stellen, dat het in een Drascombe Longboat mogelijk is om een beetje warrig te handelen, zonder het risico van omslaan. Het leek wel of Akka lag te wachten tot de boel weer op orde was. Voor zo'n licht klein scheepje zijn de eigenschappen in bewogen water rustgevend. Je kunt er echt in varen en dat is zeer bijzonder. Voor een goed begrip moet ik opmerken, dat ik verschil maak tussen zeilen en varen. Ik denk dat mijn mede-Drassers wel weten wat ik bedoel.

Klaas Lubbers.

3. Snapsluiting en een kink.

Het was mooi weer en dus ging ik naar Akka voor allerlei kleinigheden die ik belangrijk vond en ook om niets te doen. De wind viel me mee, drie tot vier Beaufort met uitschieters naar vijf. Ik besloot om maar weer eens te gaan zeilen. Dat betekent handelen volgens een vast patroon en daar hoef je niet zo erg bij na te denken. Dus buitengaats kop in de wind en eerst de druil er bij zetten. Nu had ik aan de steiger nogal veel lengte van de bezaanschoot aan dek gebracht bij het insteken van de papegaaistok. Ook had ik deze schoot aan de druil geklikt met de daarvoor aanwezige snapsluiting en daarna het zeil gebruiksklaar opgebonden.

Klik voor vergroting

Toen ik het zeilbandje los maakte en de schoot wilde aanhalen bleek deze klem te zitten en dat had twee oorzaken:

Toen kwam de fok aan de beurt. Het lijntje voor de molen van de rolfok is maar dun en loopt door kleine oogjes aan bakboord. Met de linkerhand het lijntje los maken en vast houden, de stuurboordsfokkeschoot pakken en dan vieren en trekken. Heel eenvoudig, maar omdat ik dat lijntje aan de helmstok had vergeten liep Akka telkens uit het roer. Toen kwam ik een derde hand tekort en in de pogingen om dat met mijn been te compenseren liet ik per ongeluk dat rollijntje los. De fok vloog met geweld voor driekwart uit en toen bleef alles vast zitten. Weer twee oorzaken:

Toen had ik weer wat te doen bij de mast en nog steeds in die uitschieter. Dus naar voren, snapsluiting los gemaakt en daarna naar die kink en dat was een gepruts. Hoe dan ook, uiteindelijk was de boel geklaard en kon ik me gaan beraden over de vraag: grootzeil wel of niet er bij?

Het werd .niet., de wind bleef vlagerig en daar voelde ik me als beginneling in een Longboat niet prettig bij. Dus terug naar de steiger. Ik had weer een goed lesje gehad! Je moet in een boot buitengewoon precies zijn en vooral zorgen dat het lopend want ook inderdaad ongehinderd kan lopen. En dan natuurlijk: de helmstok vast zetten met een lijntje!!!

Tja, hoe kon ik dat vergeten. Ik had er een speciaal eindje voor gekocht in een opvallende dikte en kleur en het lag gebruiksklaar. Ik heb mezelf niets verweten, dat vind ik een nutteloze bezigheid waar je in je leven bijtijds mee moet stoppen. Wat er gebeurde is een onderdeel van een leerproces, dat me bijzonder boeit en waar je in je hele leven actief mee bezig moet blijven. Anders raak je in de dommel voordat je het weet. Maar die snapsluitingen ga ik wel vervangen, of door een gewone sluiting, of door de schoten rechtstreeks aan de zeilen te verbinden.

Klaas Lubbers
Longboat Akka

4. Einde van het zeilseizoen.

Enige maanden geleden heb ik bekendheid gegeven aan mijn eerste ervaringen met mijn Longboat, die voor mij nogal spannend zijn geweest. Nu Akka in de winterberging staat behoort de kroniek te worden besloten met een overzicht van mijn zeilseizoen.

Klik voor vergroting

Welnu, het was prima! Allerlei onwennigheden en malle fouten zijn door de praktijk stap voor stap verdwenen, waardoor mijn overconcentratie op het ‘hoe’ van de bediening van zeilen en motor kon overgaan in ontspannen varen. Ik heb buitengewoon genoten van de zeileigenschappen van dit scheepje. Met een lopende wind van ongeveer drie beaufort kon de trim zo worden geregeld, dat het schip zichzelf stuurde. Dat gaf me inzicht in de eigenaardigheden van een Longboat, die door tussenkomst van de stuurman niet veranderd kunnen worden. Ik doel hierbij in het bijzonder op het aan de wind zeilen. Het type oogt als een scherp jacht, maar zeilt als een platbodem, hoog aan de wind is er niet bij. En toch kom je redelijk hoog uit, maar dan moet je het roer eigenlijk los laten en met de zeilen sturen. Vergeet je eigen wijsheid en vertrouw op de wijsheid van je boot. Het is ‘doen door niet-doen’. Heel leerzaam en erg ontspannend! Toch is het geen ‘oude-heren-boot’, want met windkracht vier tot vijf beaufort moet je zeer actief met zeilen en roer bezig zijn en goed opletten dat het lijboord boven water blijft. Dat zou je dan de sportieve kant van een Drascombe kunnen noemen.

En wat is het een mooi scheepje! Een Longboat is een vertegenwoordiger van de tijd dat ik begon met de zeilerij, de tijd van houten Folkboats, de glorietijd van de scheepsbouwers gebroeders Kroes in Kampen met hun schitterende ontwerpen van overnaadse jachten als de Jupiter, de Boemerang, de Scythe, de Alcedo en de Rivierklasse. Die schepen hadden stuk voor stuk een eigen karakter en schoonheid. Ja, ik word nostalgisch! Daarom ben ik gelukkig met mijn Akka en het is een voorrecht dat ik daarmee kan varen en een beetje rond kan lummelen. Bovendien heb ik een ligplaats gekregen aan een prachtig zeilwater, namelijk in Den Osse aan de Grevelingen op Schouwen-Duiveland. Het is geen getijdenwater en dat geeft me meer vaarmogelijkheden dan met de afhankelijkheid van eb en vloed. Deze plas is zo groot, dat ik in één seizoen nog lang niet alles heb kunnen verkennen. Wel heb ik al kennis gemaakt met niet aangegeven ondiepten, voorzien van grote keien, overigens zonder onaangename gevolgen voor schip en bemanning. Ik moet nog leren hoe het roer opgetrokken moet worden, dat is me nu nog niet duidelijk.

Toen de Akka uit het water kwam was ik verbaasd over de aangroei met schelpdieren en over de vuile donkere laag op de anti-fouling. De werfbaas zei, dat de oorzaak ligt in het hoge zoutgehalte van de Grevelingen. Ook zag ik dat het midzwaard in opgetrokken stand toch niet geheel in de zwaardkast verdwijnt. Dan blijft er altijd een tipje over om de drift tegen te gaan.


Klik voor vergroting

Tevens kan ik verheugd meedelen, dat aan mijn geharrewar met de berging van het grootzeil een einde is gekomen met behulp van een rakbandje aan de gaffel ter hoogte van de bevestiging van de hijs. Toen ik de marllijn van het grootzeil ging vervangen door rakbanden, zag ik in het Handboek, bladzijde 12, op figuur 7 dat bij mij ontbrekend bandje. Dit manco was me nooit opgevallen, waardoor ik op een dwaalspoor ben gekomen. De gaffel glijdt nu verticaal naar beneden en kan stevig tegen de mast worden gebonden en desgewenst worden gestreken.

Ik heb de indruk dat de rakbanden stand en werking van het grootzeil hebben verbeterd. De bolling van het grootzeil is er door versterkt en dat geeft een betere drukverdeling en minder helling. Het lijkt me voor een Longboat niet nodig om het grootzeil zo strak mogelijk langs de mast te voeren, want het is geen scherp jacht.

Als afsluiting van mijn Akkakroniek 2004 meen ik er goed aan te doen daaraan een achtergrond te geven, waar tegen mijn ervaringen gezien moeten worden. Ik heb van 1955 – 1977 gezeild, voornamelijk in schepen van de gebroeders Kroes te Kampen, daarbij, zoals gebruikelijk(!), klein begonnen en groot geëindigd, opeenvolgend drie kieljachten en twee platbodems.

De eerste platbodem was een open schouw met een midzwaard en een kajuit vóór de mast, daarna kwam een kajuitschouw met zijzwaarden. Daardoor heb ik de karakteristieken van scherpe en platte bootstypen leren kennen, in mijn Longboat heb ik daar een mix van gevonden. In die zin kan ik Akka zien als een samenvatting van mijn zeilverleden. Dat zou tevens een verklaring kunnen zijn voor het grote plezier dat deze boot me geeft.

Klaas Lubbers
Longboat Akka

5. Zeilklaar.

Klik voor vergroting

Nummer 4 van de Akkakroniek heb ik afgesloten met de mededeling dat mijn Longboat me verrassend veel zeilplezier heeft gegeven. Dit schreef ik in november 2004 en tot nu toe is dat nog steeds zo. Staande aan het begin van het seizoen 2007 wil ik het begrip 'zeilplezier' uitbreiding geven door daaraan de fase van zeilklaar maken toe te voegen. Natuurlijk weet ik, dat ik daarmee een open deur intrap, maar er is mij bij die werkzaamheden kortgeleden iets opgevallen waarvan ik u deelgenoot wil maken.

Het 'zeilklaar maken' bracht me voor de zoveelste keer tot de erkenning dat mijn geheugen selectief is. Dat kun je hinderlijk noemen (en dat is het ook), want daardoor moet je vaak voor onbenullige dingen het wiel opnieuw uitvinden. Zo ben ik, zelfs bij de simpele tuigage van een Longboat, bijvoorbeeld endjes tegen gekomen die me onbekend voor kwamen en ik dus werd gedwongen tot het aanspreken van mijn inventieve vermogen. Ook heb ik me vaak moeten afvragen: 'hoe zat dat ook al weer?'

Als voorbeeld geef ik 'het bevestigen van twee vlagjes aan een vlaggelijn'. Ik ben me er van bewust dat het te zot is om er over te praten, maar dat werk bevat twee ernstige moeilijkheden. In de eerste plaats sta je voor de keus welke knoop je daarvoor moet gebruiken: een halve steek (2x) of een lus. Kies je voor de lus, dan moet je een goed ontwikkeld voorstellingsvermogen hebben om, ongeacht in welke houding ook, de bocht op de goede manier in het end te leggen. Voor mij werd dat dus trial and error. De tweede moeilijkheid is de keuze van hijs of val voor de bevestiging. Ook dat zag ik pas toen ik begon te hijsen en de vlagjes aan de binnenkant zag verschijnen.


Klik voor vergroting Dit gedoe bracht me tot het inzicht dat een groot deel van het plezier bestaat dank zij de inefficiëntie van mijn handelen. Ik vond dit een geruststellende ontdekking, die naar mijn mening overdenking verdient. Je ontsnapt daarmee aan de gebruikelijke ergernis over domme fouten, die je verhindert om te genieten van simpele dingen. Bovendien begin je dan iets te begrijpen van de schoonheid van het onvolmaakte. Je kunt het ook zien als 'Zen en de kunst van het optuigen van een boot'.

Het zij me vergund melding te maken van een herinnering door het bovenstaande bij mij wakker gemaakt, die tevens kan dienen als achtergrond van dit verhaaltje. Weet u wat 'Stereometrie' is? Hebt u wel eens gehoord van 'Beschrijvende meetkunde'? Dat zijn twee vakken die in de jaren dertig op de HBS tot mijn lespakket behoorden. Je zou het driedimensionale meetkunde kunnen noemen. Ze vroegen een voorstellingsvermogen, dat ten enenmale buiten mijn bereik lag. Vandaar mijn blijdschap over dat inzicht, al is het dan wat laat gekomen. Nu moet ik natuurlijk ook rekening houden met de mogelijkheid dat niemand nog weet wat een HBS was. Deze letters waren een afkorting voor de 'Hogere Burger School', voor zover mij bekend oorspronkelijk bedoeld als een algemene opleiding voor kantoorpersoneel in het vrije bedrijf.

Met groeten vanuit een zeilklare Akka!

Klaas Lubbers
Longboat Akka

Naar de volgende Akkakroniek: 6. Herinneringen