Klussen op het Ketelmeer

Na een drukke zomer is het gelukt om in de herfstvakantie nog een paar dagen te reserveren in de diverse agenda’s voor een zeiltochtje. Omdat de auto andere verplichtingen heeft, word ik 13 oktober met Andromeda afgezet in de haven van Huizen. Voorspelling is twee dagen harde zuidelijke wind waarna de wind afneemt en ook noord en oost in de voorspelling zitten. Als ik nog even bij Michel wat spullen ophaal, vertel ik enthousiast dat ik hoop het Posthuiswad te halen. Michels subtiele suggestie dat dat misschien wat ambiteus is, pareer ik met die mooie voorspelling….


Paard van Marken. Klik voor vergroting

Als ik om half drie de haven van Huizen uitvaar, merk ik niet veel van de ZW5 (wel van de regen) en na een kwartiertje gaat het rif eruit. Tegen vieren passeer ik de Hollandse Brug en niet veel later gaat op een halve windse koers het gangboord bijna onder water, toch 5 blijkbaar. Voor anker in de ondiepte naast de vaargeul gaat het rif er weer in, onder bezorgde blikken van een jachtje dat de vaargeul nauwkeurig volgt. Als de ondiepte vrij gevaren is, gaat het met een melkmeisje richting Marken. Tegen haf zeven gaat de pikhaak eruit en rol ik de fok een paar slagen in, de druil wordt bijgezet en op de riem loef ik op, in de forse wind haal ik net het strandje niet. Terwijl aan de andere kant de golven in schuim breken op de stenen lig ik hier inderdaad mooi rustig.

’s Ochtends, als de zon net boven de horizon is en vlak voor die weer verdwijnt achter een donker dreigend wolkenpak, ligt Het Paard er prachtig bij. De weersvoorspelling geeft ZW 5-6 aan, later kans op NW 7. Aangezien ook de rest van de week vooral heel harde wind voorspeld wordt, verdwijnt het Posthuiswad uit de plannen. Een beschutte ankerplek in de buurt van Hoorn lijkt een stuk aantrekkelijker! De rest van de dag scharrel ik op (soms gereefde) fok en druil via diverse strandjes langs de Noord-Hollandse kust richting Scharwoude. In een bocht van de dijk wordt een strandje gevonden dat bij winden tussen ZW en NW rustig zou moeten zijn. ’s Middags trekt de wind behoorlijk aan maar doordat hij veel zuidelijker is dan beloofd en de deining met de dijk mee blijkt te lopen, wordt het een onrustig nachtje….

Maandag 15 oktober word ik in een zonnetje en vrijwel vlak water wakker, het KNMI geeft ’s ochtends Z-ZW 4-5 later draaiend Z-ZW 7 ’s nachts mogelijk 8. Ook woensdag en donderdag wordt de wind zuid en hard. Met die wind is het niet aantrekkelijk via Markermeer terug naar Huizen te worstelen, een route via de randmeren ligt meer voor de hand. Om 9.45 gaat het anker op en in een zonnetje richting Enkhuizen. Omdat er niet veel wind lijkt te zijn gaat het rif er snel weer uit. De rest van de dag bestaat uit veelvuldige demonstraties van “Komt eerst regen en dan wind strijk de zeilen dan gezwind”. Een flinke rij van buien verstopt regelmatig de zon, keert een emmer water om en als het droog wordt volgen steevast een paar flinke windvlagen waarin op een ruimewindse koers een borrelend zog onstaat. Aan het eind van de dag is de gemeten maximale snelheid op de GPS 14,5 km/h…..


Klik voor vergroting

Ter hoogte van Wijdenes moet het rif er toch weer in, waarna, als ik om 14.00 uur voor top en takel het naviduct invaar, het eigenlijk nog te hard gaat. Op fok en druil gaat het richting Ketelmeer, na een half uurtje kan het grootzeil gereefd bij en gaat het op een mooie halve windse koers als een trein. De golven bouwen behoorlijk op en flink stuiterend ruim ik het grootzeil weer op. De wind blijft toenemen en de luwte van Flevoland is welkom. Tegen 18.30 uur voor anker op het Ketelmeer aan de zuidkant dicht onder de dijk beschermd door een flink bos.

Dinsdagochtend waait het nog behoorlijk hard met flinke vlagen. Tegen negenen gaat het anker op met als doel via de randmeren een stuk richting Huizen te varen. De wind is Zuid 5-6 zal later ruimen naar ZW. Kruisend op fok en druil gaat het richting sliboog, het is binnen en buiten de vaargeul druk met vrachtvaarders, sleepboten, bakken en baggeraars. Eenmaal uit de luwte bouwen er zefs hier behoorlijke golven op. Na een half uurtje lijkt de druil los te schieten, als ik omkijk wappert die vrolijk rond en loopt de schoot niet meer via de papagaaistok. Het schootoog dat daar normaal zit is verdwenen. Er rest niets anders dan druil weg te nemen waarna de rust enigszins terugkeert.

Onder alleen fok is de stuurboordkant van het sliboog niet bezeild, verleier ik langzaam richting vaargeul. Ankeren midden op het meer is geen goed idee en de bescheiden electromotor gaat me bij deze wind niet redden. Na twee keer vruchteloos proberen overstag te gaan en zo weer richting luwte van de dijk te kruipen rest niets anders dan af te vallen en te proberen aan de lijzijde van het sliboog te komen. Op alleen fok lijkt dat haalbaar, een gaatje tussen de vrachtvaarders biedt een kans de vaargeul over te steken zonder te veel hoogte te verliezen. Na een half uurtje bereik ik de beschutting van eerst de beschoeiing (waar het water vrolijk schuimend overheen klotst) en daarna de rust achter het oog. Veilig voor anker neem ik de schade op. Het schootoog van de druil blijkt aan de schoot te zitten en in zijn geheel uit de papegaaistok getrokken. Een beetje peuren met een zakmes laat zien dat het witte spul dat nog in het zeer ruime gat zit een plug blijkt te zijn…

Hoewel de wind afneemt, durf ik niet zonder druil te proberen de jachthaven te bereiken. Terwijl ik koffiedrinkend bedenk hoe ik dit tijdelijk ga repareren komt een van de sleepduwboten die ik eerder gezien heb polshoogte nemen. Tot mijn verbazing wordt er gevraagd of ik de KNRM al gebeld heb! Naar mijn idee lig ik hier op een mooie ankerplaats in vrijwel vlak water met nog voor drie dagen eten, niet echt een noodgeval…. Vriendelijk bedank ik voor de belangstelling en verzeker nogmaals dat hoewel nog niet alles in orde het wel onder controle is. Hoe overtuigend dat statement was blijkt vrees ik uit het feit dat een uurtje later een patrouilleboot van de politie zich meldt om te informeren of ik in de problemen zit. Geduldig leg ik de uiterst vriendelijke agent uit hoe ik uit Oss via Huizen op het Ketelmeer kom, wat de druil is, en hoe dat met de papegaaistok zou moeten werken en laat ik trots mijn ondertussen provisorisch gerepareerde oog zien. Na voor de zekerheid opnemen van wat gegevens wensen ze me succes en gaan ze verder.


Paard van Marken. Klik voor vergroting

Tegen één uur gaat het anker op en kruis op fok en druil in de vlagerige wind richting Ketelhaven waar volgens mijn Wateralmanak een helling moet zijn. Met het provisorisch gerepareerde schootoog lijkt het met deze voorspellingen niet zo’n goed idee over de randmeren al kruisend naar Huizen te varen. In de haven aangekomen is er inderdaad een helling maar die is zo steil dat een gewone auto daar niets te zoeken heeft. Even later spuit ik nu voor de wind richting Schokkerhaven waar inderdaad een prachtige helling is. Tegen vijven heb ik me aangemeld, heb een ligplaats en zijn alle waardevole spullen achter slot en grendel. Iets minder prachtig is dat de laatste bus om 17.30 uur uit Nagele vertrekt, gelukkig krijg ik een lift naar Kampen waar de treinen wat langer doorrijden…

In de trein, enigszins rozig van de warmte, vraag ik me af of ik er ook zo goed afgekomen zou zijn als ik bij deze wind op het Wad zonder druil verder had gemoeten, deze winter voor de zekerheid maar eens wat schroeven controleren op misplaatste doe-het-zelf oplossingen!

Als ik de volgende dag met de auto Andromeda ophaal in Schokkerhaven staat er een straffe oostenwind, dat zou een mooie tocht geweest zijn…..

Wim Oostra
LBC Andromeda