SmisCruise 2012 door Elbert de Beus


Schipper Slow. Klik voor vergroting Doordat we al een paar dagen eerder in Lauwersoog liggen en er al een retourtje Schier op hebben zitten beleven we de meest relaxte start ooit. Half vijf schutten en na het gebakken visje gevolgd door palaver schuiven we onder fok en druil tussen de pieren naar buiten en varen bij NW5 voor de vloed naar het oosten. De golven zijn hier vaak wat hoog en steil maar toch lukt het bijliggend het dubbel gereef grootzeil te zetten. De druil wordt gestreken en we stuiven achter de meute aan. Gijs schiet een mooie actiefoto die later in dank ontvangen wordt. Rond schemering ankeren we 2 kabel W van de EB 12. Mooie grond, geen oesters en mosselen, onthouden!

De volgende dag staat vooral in het teken van de ontdekking van de doorbraak onder Simonszand. Zoals een aantal van ons via de site van de Wadvaarders vernamen zou je sinds kort vanuit de Eilanderbalg de Spruit in kunnen varen. Dat moet verkend worden!
Als de eb goed doorstaat vertrekken we halverwege de ochtend met een W4 door de Eilanderbalg. Het is er prachtig en er moet meer genoten worden dus gaan grootzeil en druil eraf om langer te kunnen kijken en foto's van de andere schepen te maken.

Door de afwijkende zeilvoering belanden we tijdens het fotograferen langzaam in de staart van het peloton. We volgen de meute en zien de halve vloot aan bb stranden. Hele bemanningen moeten overboord om de zaak weer drijvend te krijgen en het water is koud! Zelf kunnen we deze zeil aanwijzingen goed gebruiken en houden diep water onder de kiel. Als we daarna aansluitend bij de meer gelukkigen en de weer losgekomen bikkels de plaat opschuiven raken we aan de praat en komen tot de conclusie dat we niet, zoals ik dacht, aan de westzijde van de Eilanderbalg maar tegen de oostkant van het onderste puntje Simonszand keurig met de kop op de wind liggen.


Ten anker. Klik voor vergroting Door het gemakzuchtig volgen was de navigatie verwaarloosd. Als je de lijn tussen EB26 en EB28 doortrekt zie je de SP17 en kan je zomaar denken dat de volgende ton van het vaarwater groen is... Maar we weten nu (mei 2012) in ieder geval dat de nieuwe geul globaal van de EB28 naar de SP17 loopt en flink diep is. Wordt het te ondiep dan zit je te noordelijk. Je vaart van W naar E mooi op zicht om het puntje van Simonszand heen.

Na de lunch volgt een uitgebreid palaver waarin niet alleen de komende dag maar eigenlijk de gehele tocht wordt voorbesproken. Goede planning Cptn. Chris want we zouden het helemaal zo doen! De wind zou die avond/nacht naar de oosthoek draaien en dat resulteert aan het eind van de middag eerst in een drijfpartij en daarna in een avondlijk opkruisen naar de rede van Noordpolderzijl waar om 2145 het anker valt.

Vrijdag belooft een prachtige dag te worden. De toren geeft aan E4/5, later afnemend SE3/4, kans op een bui, goed zicht, in buien matig, actuele wind E5. Om 1130 uur lichten we het anker en bruisen met de eb de Zoutkamperlaag uit op weg naar het zeegat om boven Schiermonnikoog langs te varen en via het onbetonde Plaatgat de westpunt van het eiland te bereiken. Een ruig plan dat ook in de praktijk vrij ruig zal uitpakken.

We zijn om allerlei redenen wat laat ankerop en kiezen voor fok en dubbelgereefd grootzeil. De vloot is ver vooruit. Na enig gepruts krijgen we op het zuidelijk stuk van de Zuidoost Lauwers zowel de fok als het grootzeil uitgeboomd - solo is dat best wel knap. We schieten dan ook lekker op en ik heb visioenen over het voorbijdenderen van de vloot. Voorlopig spuiten we echter alleen langs een Cornish Crabber en die zijn gewoon geen partij.

Om 1230 vangen we een ongewijzigd weerbericht op en schieten we met 7,8 knoop voorbij de ZOL3. We genieten volop van het uitzicht en krijgen langzamerhand Coaster Merlijn in zicht die vast denkt dat ze de laatste van de vloot is. Rottumerplaat ligt prachtig aan stuurboord en blijkt een fors eiland te zijn. Wat zonde dat het daar allemaal verboden gebied is.

Als we verder in het zeegat komen krijgen we weer echte betonning die genummerd is. Waarschijnlijk om bezuinigingsredenen is de nummering op de tonnen in de Waddenzee niet meer leesbaar. Nu ja, we redden ons wel, liefst zelfs zonder betonning. Met de Gronden van de Lauwers aan stuurboord en de ondiepten voor Simonszand aan bakboord genieten we van mooie branding aan weerszijden en stuiven we voort met een melkmeisje, nog steeds onder fok en dubbelgereefd grootzeil.

Om 1415 ontmoeten we Merlijn en wordt het nabij de Regulus kardinaal tijd om te lunchen. De geleende thermoskan mocht alleen gevuld worden met thee en dat blijkt toch een verdomd lekker spul te zijn. Bijliggend wordt een en ander verorberd en daarna koersen we op de wal af en raken weer achterop. Geen probleem, sterker nog ik zou het wel fijn vinden alleen het Plaatgat aan te lopen zonder de schijnzekerheid van een georganiseerde reis.

Nabij de 4-meterlijn gaan we nog meer relaxen, op alleen de druil deinzen we in WNW richting, wordt het lichaam ingesmeerd met zonnebrand, worden boterhammen gesmeerd en nog meer thee verorberd. Aldus relaxend zijn we spoedig alleen. Na enige tijd kruist een Contest vanuit zee onze koers en steek ik een sigaar op om zo relaxed mogelijk over te komen. Ik vermoed namelijk vanwege hun koers die toch behoorlijk op de wal gericht is te moeten concluderen dat ze even poolshoogte komen nemen om te kijken of dat kleine bootje niet verdwaald is. Niets van dat alles, ruim binnen groetafstand passeren ze stoïcijns. Hebben ze ons niet gezien, verwarren ze ons met een kloeke meeuw of hebben ze er inderdaad alle vertrouwen in dat deze Drascombe het hoofd boven water zal houden en haar schipper zeer zeemanschappelijke kwaliteiten heeft?

Na lange tijd doorgenieten gaan we ons toch maar eens oriënteren. Onder fok en druil koersen we naar de wal en daar slaat de stemming rigoreus om. Wat een brekers! Op basis van de kaartgegevens hadden we wel een positie geplot die de ingang van het Plaatgat zou moeten voorstellen maar nu vragen we ons terecht af of een en ander misschien wat verlopen is... Hoe we ook zoeken, we zien geen enkel gat in de brekers voor ons. Zinssnedes uit het boek Familieverhalen (Hans Vandersmissen) schieten voorbij. De meest logische conclusie is dat we inmiddels aan de noordzijde van de Gronden van het Plaatgat zitten. Drie opties dienen zich aan:

Optie 1 kan, maar het is flink om en vanuit het Westgat binnenvaren voor de vloed en tegen de wind betekent ongetwijfeld afzien. Optie 2 werk ik in gedachten niet helemaal uit, kan altijd nog, maar trekt me niet, optie 3 is echt de beste! Daarom verplichten we ons een kwartier om de oost te varen en daarna de wal op te zoeken. De gedachte is strak langs de branding te varen, dan moeten we volgens de kaart wel in het Plaatgat komen... Maar ja, daarnet voeren we ook al langs een branding...

Het kwartier duurt eindeloos en nautisch gezien is het achteraf wat kort maar we gaan overstag en varen op de branding af. Is dit de echte brandig voor de kust of zit het Plaatgat nog achter deze branding? Als we zwemmers zien en hun vrolijke gejoel horen weten we het zeker. We volgen de branding op iets minder dan vier meter diepte en na toch een lange tijd zien we langzamerhand aan stuurboord de brekers ontstaan. Nu weten we zeker dat we goed zitten.
In het Plaatgat zien we dat we te weinig zeil hebben. We varen onder fok en druil en de wind neemt af. De deining komt volgens de toren uit 330 graden en dat klopt: een flinke swell die door de banken wellicht getemperd maar hier in het gat ook behoorlijk steil wordt. We rollen van boord tot boord en het lijkt me niks om nu het grootzeil bij te moeten zetten. En dus varen we tergend langzaam dat Plaatgat in.

Boven het eiland zien we een bui hangen en we vragen ons af of we daar nog van gaan genieten. En als hij komt hoe zal het zicht dan zijn? Ongetwijfeld matig en dat wil ik hier met imposante rollers aan weerszijden niet meemaken. Prettig dat we zo onder de vuurtoren varen, we moeten gezien zijn en als we ze in een bui oproepen zouden we binnengeloodst kunnen worden. Gedachten die weliswaar verstandig zijn maar zeker de spanning verhogen. Ik spreek mezelf vermanend toe: 'Geniet eens even zeg!'

Daar waar het Plaatgat naar SW buigt komt de bui. Zicht genoeg en gelukkig wind! Het op de kaart groen getekende bankje recht vooruit (4 dm droogvallend bij LAT) ziet er dreigend uit: niet zomaar rustig rollende brekers, nee een kokende heksenketel! Die laten we maar aan stuurboord liggen. Als de bui voorbij is zien we de vloot aan de westzijde van de Alexabaai liggen. We sms-en met de admiraal en begrijpen dat ze ankerop zullen gaan richting Paesensrede. De wind valt helemaal weg en we dreigen door de stroom op de west cardinaal Inga gezet te worden. Na zoveel nautische hoogtepunten kan de motor nu wel even aan. In alle rust motoren we een paar mijl om vervolgens weer met de vloed 'zeilend' het Wierumerwad op te drijven. De vloot zien we niet verder komen dan de Moker. Die treffen we morgen wel weer.

De volgende dag staat in het teken van de Alexabaai. Drijvend en af en toe motorend ronden we de Engelsmanplaat aan de westkant. Het gaat allemaal zo tam dat we besluiten ook nog maar even een bad te nemen, best fris en ook verfrissend. Als we uiteindelijk bij de Alexabaai aankomen kunnen we mooi kijken waar de anderen vastlopen om alzo het diepste vaarwater te kunnen vermoeden. Sinds vorig jaar is de aanloop nauwelijks veranderd. Gefilmd door Zwerver en Coaster Brandaen ankeren we naast de laatste en trakteren haar schipper op gebakken ei.

De middag passeert op gepaste wijze. Waar sommigen juist het dorp opzoeken genieten anderen van de rust. Om 2000 uur piept Longboot Brave er tussenuit en volgen wij haar voorbeeld. Een rustig avondtochtje brengt ons in de buitenhaven van Lauwersoog alwaar een plastic zak ons noopt roeiend aan te leggen. Borrel aan boord van Brave, eten, zak lossnijden en peilloos diep ronken... Op zondag verslaap ik me behoorlijk, maar wat maakt het uit. Toch nog net voor de andere Smiscruisers staat Slow als eerste op haar kar.

Elbert de Beus
Coaster Slow