Wallie - Jeroen Boschma



. Klik voor vergroting In 1988 leerde ik haar op Koninginnedag kennen. Nu reed ik op 30 april met mijn vrouw en zoon van 17 naar het Veerse Meer. We gingen de boot van Reijer kopen en ik ging die samen met mijn zoon naar Weesp varen. Volgens mij heeft hij met Wallie, zoals hij haar liefkozend noemt - de naam is Walvis -, net zolang een relatie als ik met Geke, zo heet mijn vrouw, dat wil zeggen zo noemt iedereen mijn vrouw behalve haar moeder die noemt haar namelijk bij haar naam: Geja.

‘Nou Wallie, het ga je goed’ en toen liep hij over de steiger weg. Hij keek niet om, maar ik weet zeker dat hij tranen in zijn ogen had.

Op papier stond echt dat Wallie nu van mij was, maar het voelde anders. Alles was zoals het was en dat was Reijer. Alle potjes, bakjes, touwtjes en andere dingetjes lagen op vaste plekjes. Plekjes die hij in zijn lange en duidelijke liefdevolle tijd op Wallie had gevonden en bewaard. De eerste mijlen waren tegen een harde noordoosten wind laverend de Oosterschelde op. Daarna binnendoor met de masten naar beneden na drie dagen aankomend op haar nieuwe ligplaats, in de Vecht bij Weesp.

Na de eerste twee jaar in mijn leven zonder boot had ik weer een boot. Een scheepje, een Drascombe, een houten Drascombe. En nu? Ik zag er tegen op om ook maar iets te verplaatsen of te veranderen. Na een week haalde ik de twee roeispanen van boord, Reijer had me verteld dat hij het de moeite niet vond om die steeds te schuren en te lakken en omdat je voor heel weinig wel weer nieuwe kon kopen, dus ze waren verweerd en gescheurd. In de schuur haalde ik ze helemaal kaal, spoot lijm in de scheuren, klemde ze en toen ze droog waren schuurde ik ze opnieuw. Onderweg was me opgevallen dat de hoekige vorm van de bladen vaak bleven steken, achter de overloop of een lijn. De hoeken moesten rond dus, met een blik als mal aftekenen en decouperen. Bijschuren en lakken. Vroeger op mijn Vollenhovense Bol die geheel origineel in visserman uitvoering was waren mijn zwaarden wit op de uiteindes na. Dat besloot ik nu ook met de roeispanen te doen. Het handvat en de laatste 18 centimeter van het blad bleven kaal de rest werd in vier lagen in de hoogglans witte jachtlak gezet. Na het verwijderen van het afplakband werden de kale einden in de lijnolie gezet. Na een week legde ik de riemen weer aan boord, ik zag dat het er mooi uitzag en dacht Reijer zou trots zijn, en waarschijnlijk denken dat ik gek was geworden om een hele week te besteden aan het opknappen van roeispanen.

De riemen zagen er nu beter uit dan het helmstokje. Dus losgehaald uit de gebroken roerkop en met de reserve kop die aan boord lag in het mandje onder het bakboord achterdek in het kistje waar ook de lampenolie, motorolie, bilgeverf en wasbolletje als maatbekertje met zwart streepje voor de hoeveelheid olie per benzine tankje van 5 liter, meegenomen naar de schuur en gaan schuren. Lakken, schuren, lakken schuren, lakken, schuren tot het er uitzag als een vernikkelde hondenkeutel. Meteen ook de speling uit de roerkop gehaald.

Aan boord de helmstok monterend vroeg ik me af waarom er een overloop als struikelblok over het achterdek liep. Als ik die kon vervangen door een soort van vangsheet systeem zoals ik dat vroeger op mijn schakel had dan was dat veel simpeler en konden de overloop, de kukkeltjes waar die mee vast zat, vier harpen, drie touwtjes en een hele grote musketonhaak van boord af. Na een proefvaart met dit veel simpelere grootschoot systeem om Pampus bleek het uitstekend te werken, dus hup, weg met die stang.

Nu na vier weken heb ik alles van boord gehaald en één voor één op plaatsen die mij het handigste lijken terug gelegd. Heb ik alle harpjes los gehad en vervangen of gewoon weer vastgedraaid. Heb ik de boegspriet die nooit gebruikt was en de kluiver die ook nog nooit gebruikt was, weer in gebruik genomen en wordt Wallie steeds vertrouwder en steeds een beetje meer van mij. Helemaal van mij zal ze nooit worden; bij alles wat ik schuur, lak, verplaats of verwijder, bij elke tocht en windvlaag denk ik ‘Reijer het gaat goed met Wallie, echt!’

Jeroen Boschma
Elliott Cruiser Longboat Walvis