Vallen door Ton Wegman



. Klik voor vergroting Varen op het getij is als vallen in slowmotion. Vertrekkend met hoog water uit Harlingen en varend richting Terschelling val je bijna twee meter naar beneden. In zes uur tijd, dus gemiddeld val je iets meer dan een halve centimeter per minuut. Het eerste en het laatste uur gaat het natuurlijk langzaam, het derde en het vierde uur een stuk sneller. Je vaart als het ware van een heuvel af. Het vreemde is dat de hele heuvel zich ondertussen met jou verplaatst en lager wordt, als een lawine van zeewater. Al klinkt het helemaal niet leuk, in de praktijk valt het allemaal erg mee. Zolang je maar dezelfde kant uit vaart als de stroom die aan je bootje trekt. Laat je maar meesleuren. Op je GPS zie je dat je snelheden haalt die je in je stoutste dromen niet voor mogelijk had gehouden. Ik kan daar heel vrolijk van worden. Grijnzend kijk ik de boeien na die een schuimend zog achter zich hebben, maar die niet van hun plek willen wijken.

Vorig jaar heb ik Les Iles Chausey in Normandië bezocht. Daar hebben eb en vloed een heel andere betekenis dan bij ons. De eilanden zijn niet meer dan een verzameling onbewoonde rotsen, met uitzondering van het Grand Ile waar het hele jaar door een handje vol inwoners verblijven en zomers gasten welkom zijn. De archipel bestaat uit 365 eilanden. waarvan er bij hoog water maar 52 overblijven. Rotsen in de meest bizarre vormen verschijnen bij eb boven water tussen prachtig wit zand. Grand Ile ligt nog geen tien mijl van het vaste land en is bereikbaar met een veerbootje vanuit die stad. We waren helaas slechts een getij op het eiland. Maar wat voor een getij! Meer dan veertien meter bij springvloed zakt het water gorgelend weg tussen al die rotsen. Als er ergens een monument voor het getij moet worden opgericht, dan is dit de plek. Je ziet het water zakken, het vallen gebeurt daar aanzienlijk sneller dan bij ons.

Bij laag water, tijdens de kentering, zeilde een klein bootje met een roodbruin gaffeltuig de Sound in, zoals het water voor het Grand Ile heet. Ik ben er een kwartier lang jaloers naar blijven kijken in de middagzon, terwijl het klassieke bootje tussen de rotsen en de geankerde schepen door laveerde. Ik had een hoog standpunt, zittend op de steiger van het veerbootje. Die ochtend waren we bij aankomst zo op de kade gestapt. Nu moest ik, geplaagd door hoogtevrees, zo‘n twaalf meter naar beneden langs een glibberige trap om aan boord te komen. Op Chausey kan je diep en hard vallen.