Verslag van het Traditionele winter Weekend 1997

Donderdag 30 oktober 1997
HW Kornwerderzand 98:24   Harlingen 08:44
LW Cudeschild 13:41   Harlingen 16:16

Omdat de gebroeders Antoine en Michel Maartens al tijden naar een mogelijkheld zochten om het vaarseizoen zo lang mogelijk te laten voortduren werd rap na de aanschaf door Michel van de Coaster Yraida in 1992 het zogenaamde Traditionele Winter Weekend bedacht. De spelregels hiervan zijn simpel: er word het eerste volle weekend van november gevaren, liefst op het wad (met het lJsselmeer als mogelijk alternalief), weer of geen weer, slechts zware ijsgang kan de gebroeders van hun hertstige waddenliefde afhouden.

Zo kon het gebeuren dat na de eerste tocht vanuit Makkum in 1994 via Harlingen, het Kimstergat, de Oostermeep en lup Terschelling op de terugweg, kruisend in het lnschot, de zwaardtalie brak en in harde tot stormachtig aanwakkerende wind de terugtocht voortgezet diende te worden. In 1995 - wederom vanuit Makkum - wegens geen wind en zware regen slechts de haven van Harlingen kon worden opgezocht (-2°C ‘s nachts) en in 1996 wegens fysieke problemen in de kniegewrichten de tocht zelfs diende te worden afgeblazen.

Maar dit jaar verheugden we ons er zo op dat zelfs derden van de plannen gewaar werden en wat mondelinge invitaties de ronde deden. Helaas, zoals gebruikelijk ‘in the good old Drascombe way’ te laat of te vaag, in ieder geval werd eind oktober duidelijk dat dit keer zelfs twee sohepen het TWW zouden proberen te volbrengen: Olle met aan boord schipper Chris van den Broek en Yraida met Antoine en Michel. Voor Chris was dit zijn tweede wadden tocht na een letterlijk ijzige Hemelvaart ervaring eerder dit jaar. Gelukkig hadden we Chris toen en ook op de 10/30 meeting op de Solent deze zomer als ervaren sohipperaar (mast op zee onvrijwillig naar beneden gekomen en later klauwvoet atgebroken tijdens vaart, zwaard dat zichzelf vast wrikt wegens opgepropte schelpen etc. etc...) en navigator leren kennen zodat zijn plan (toen zijn opstapper het op het allerlaatste moment liet afweten) om de TWW tocht alleen te varen slechts met enthousiasme begroet werd.

Om zoveel mogelijk te genieten van de vier dagen die we hadden bevochten stond Yraida al woensdagavond ‘ready to go’ op de trailer te Edam. De weersverwaohtingen leken koud maar ideaal - dus droog -, hoewel er van wind geen sprake zou zijn, maar ach, op het wad staat er altijd twee punten meer dan over land. Vroeg uit de veren en na vijf broden bij de Edamse bakker te hebben ingeslagen reden we echt om 07:30 met een prachtige zonsopgang over West Friesland richting Makkum alwaar we tussen 09:00 en 10:00 met Olle hadden afgesproken.

De WSV Makkum heeft daar vlak aan de Makkumervaart op het terrein van toeristen park 'De Holle Poarte' een gratis helling met goede, en alweer gratis, parkeergelegenheid. Hoewel de hele Randstad, zoals gebruikelijk rond dit tijdstip, vast liep, bleek er op dit trajekt absoluut geen file of wat voor oponthoud dan ook te bekennen zodat Olle en Yraida elkaar zelfs al voor negenen konden begroeten. Het was erg koud met een graad of nul, maar zonnig en de wind zuchtte Z2, 1032 Mb.

Onder een stralend blauwe hemel wisten we aldus twee uur later de trossen te Iossen en onder het genot van de eerste koffie op ruime windse koers rustig richting Kornwerderzander Lorentzsluizen te glijden.

Er is werkelijk niemand op het water en we worden rap geschut. De trouwe 14 jaar oude Mercury 7.5 Sailpower van Yraida blijkt, eenmaal geschut, op weg van de sluis naar de brug in de Afsluitdijk niet meer te koelen: jammer, afkoppelen maar.

Om 12:05 buiten de pier van de Buitenhaven. Profiterend van de fors doorstaande ebstroom leggen we de koers op ongeveer 240° door de Doove Balg. Doel is zo hoog mogelijk Texel aan te doen en daar ergens onder de kust te kruipen voor de overnachting. Met de koude als excuus beginnen we maar meteen met een van onze liefhebberijen: veel, heel veel eten: het eerste volkorenbrood gaat er, belegd met avocado’s, tomaten, sohapekaas, schoon in en wordt afgeblust met hete kerrie soep. (Eens werd Yraida ergens voor anker tijdens een besloten borrel in Denemarken als ‘het Smulpaleis’ omschreven, maar toen was er een andere kok(kin) aan boord).

Aan het eind van de Doove Balg sturen we een wat westelijker koers waarbij Olle als eerste vastloopt op een naamloos plaatje dat daar onzichtbaar aan het drooggevallen is. Roer er uit, zwaard op de hand, tien voets stuurriem over de Spiegel en het echte wadvaren kan beginnen! Niet voor lang, want als we onder het Robbenzand door daarna het Scheurrak oversteken is het al snel weer diep genoeg voor het roer en moeten we echt meer NW gaan voorliggen omdat de gierende eb ons genadeloos ZW richting Texelstroom sleurt. Daar de zon al om 17:13 in al haar glorie onder gaat wordt de zich eerder al maar scherper aftekenende kustlijn van Texel een steeds vager silhouet waarop we de molen van De Bol nog maar net kunnen ontwaren.

Als de zon even later echt onder is pikken we in de invallende duisternis de eerste staken van de Pan op. Plan is dan droog te vallen ten noorden van het grote eiland op de Vlakte van Kerken, maar besluiten op het laatste moment de ons gunstig gezinde stroom en wind te benutten om nog noordelijker uit te komen. Spiedend door de kijker ontwaren we uiteindelijk het VC baken dat het wantij markeert en volgen de prikken route naar het NW, sturend op de wrikriem richting vuur van Eierland.

We draaien kort west uit, net buiten de staken rij en ankeren daar om 19:00 in drie voet water zodat morgen op tijd verder gevaren kan worden, maar tegelijkertijd ook een rustige nacht gegarandeerd is. Olle komt naast ons liggen; er wordt vervolgens uitgebreid gekookt door Antoine en Chris in de kuip terwijl Michel vanuit de spacious cuddy overbodige aanwijzingen meent te moeten geven.

Zalige maaltijd, Michel aan de afwas als plots de Klu zich weer eens aan de Vliehors meent te moeten vergrijpen. Gierend duiken de straaljagers over ons heen en laten bommen vallen die de Vliehors met een doffe klap verlichten. Dat is niet wat we afgesproken hadden op zo’n prachtige, maanloze nacht op de Vlakte van Kerken. Michel belt met het verkeersleidingscentrum Brandaris waar men van niets zegt te weten en hem doorverwijst naar de luchtmacht, echter, kort daarna stoppen de bombardementen om 22:00. Olle deinst een 25 meter en gaat daar voor anker.

We proberen vroeg op zak te gaan omdat kantoor pikken als wij van de eerder beschreven dag behoorlijk moe zijn geworden. Wat een heerlijke moeheid overigens! Daar we arctische temperaturen verwachten worden donzen leger slaapzakken met binnenzak en legerondergoed geprezen. Vlak voor we de Iichten willen doven raast een speedboot met een noodgang brullend tussen Olle en Yraida door; de bemanning van Yraida wacht op de klap als Olle midscheeps geramd wordt of de idioot achter een ankerlijn blijft hangen, er gebeurt echter niets...

We vallen rond 02:00 zachtjes over bakboord droog om rond 04:00 de vloed lispelend op te horen komen, Michel althans, want aan het gesnor in de stuurboord bunk te horen rust Antoine dit keer eens echt goed uit: het prille vaderschap gaat een mens niet in de koude kleren zitten. Als ik rond 04:45 de druil weer zet is de Vlakte van Kerken één grote spiegel, wat een droom.

Vrijdag 31 oktober 1997
HW Oude Schild 08:00    Harlingen 09:25
LW Oude Schild 14:15    Harlingen 16:50    Vlieland Haven 14:54
HW    Harlingen 21:44    Vlieland Haven 19:57

We zijn al sinds 07:24 aan het teuten en treuzelen met ontbijt, aankleden, scheren etc. Was wel een erg koude nacht buiten de zak - binnen de zak heb ik de temperatuur tot subtropische waarden weten op te jagen, Michel zelfs tot tropische waarden. De legerzak blijkt een prettige zak te zijn. Antoine wast zelfs zijn liezen met het ijskoucle water, verder is het doodstil en stralend blauw. Als we om 09:58 de ankers thuis hieuwen lijkt het of dat tevens het startschot voor de Klu is: ze beginnen weer met hun nep aanvallen op de Vliehors. Echter, ze weten nog niet dat wij er aan komen...

Met een lekkere ebstroom onder de kiel gaat het met voor de- en soms ruime windse heren koersen westelijk door het Vogelzwin, een oostelijke flauwe koelte is ons deel. We proberen vlak onder de droogvallende Ballastplaat te kruipen om aan het begin van het Robbengat, tussen de VC17/V1 en de RG8 noord uit te gaan, een onbeprikt geultje in. We zien het hele wad naar buiten kolken rlchtlng Eierlandse Gronden, het is waterkoud maar stralend weer en de koffie met stroopkoeken smaakt uitstekend hoewel de aangeraden serveer(kamer)temperatuur voor de koeken bij lange na niet gehaald wordt. Klein minpuntje.

Het stroomt als een dolle, en we moeten om het geultje te halen zelfs een streek noordoost maken om zodoende hoogte te winnen. Deze truuk lukt Yraida, maar als we uit de felle hoofdstroom het geultje indraaien, de wrikriem over de spiegel hangen en het roer ophalen zien we Olle de riemen uitbrengen om uit alle macht te trachten niet het Engelschmangat in gezogen te worden. Deze man heeft spleren want uiteindelijk lukt het hem (wat een prachtig gezicht vanaf Yraida oplevert).

We laten de Hengst aan stuurboord Iiggen en varen een noordelijke koers door 60 cm super helder water over prachtige noord-zuid lopende stroomrichels. Al ras ontwaren we de steeds groter wordende Steenplaat waarvan het uiterst westelijke puntje ons (|unch)doel is: tijstoppen op de plek die met Hemelvaart 1996 zo’n fantastische robbenspeeltuin bleek.

Als we om 12:02 de schuit zachtjes op de Steenplaat laten lopen hebben we nog een paar uurtjes te gaan voor het tij keert en we verder richting Posthuiswad kunnen varen. We besluiten de boten nog net over de punt van de plaat heen te brengen om bij het Keren van het tij zeker vlot te zijn. Antoine stapt daartoe over boord en Chris vaart door een voet water op de riem, ankeren om 12:28 net ten zuiden van de VH5 in de geul op het randje van de plaat. Met uitzlcht op de verlatenheid van de Vliehors, het reddinghuisje en observatiepost Cornfield in de verte valt ons plotseling de stilte op: de luchtaanvallen zijn waarschijnlijk met het oog op ‘vrijdagmiddag’ gestaakt.

Welk een toeval: lunohtijd. Aan boord van Olle worden eieren in overvloedige hoeveelheden boter gebakken voor alle drie de opvarenden waarbij (hoe sympa) de vegetariër als eerst bediend wordt voordat de lucht van uitgebakken spek de even daarvoor zo frisse waddenlucht bezoedeld.

Het kwik is binnen inmiddels gestegen tot 13°C: tot 15:02 uur werkelijk niets gedaan behalve eten, het wolkenloos zeeschap bewonderd en wederom van zeker 15 snuivende zeehonden genoten die op vijf tot tien meter van de boten spelen. Even verderop liggen er zeker nog zo’n 50 in alle soorten en maten op de Steenplaat te luieren.

Het is zo lekker in de zon onder de staalblauwe hemel dat de sprayhoeden niet eens opgezet Worden. Michel bereidt zich voor alle mogelijke contingenties (welke zeker niet gaan voorkomen) en lk, ik zit slechts in de zon, uit de wind een beetje weg te dommelen. We sturen Jan-Maurlts de Jonge nog even een SMS berichtje uit deze andere wereld en hopen dat hem dat bereikt tijdens een belangrijke vergadering.

Om 15:17 vertrekken we met een schijnbaar kenterend tij van deze prachtige stek richting Knekelplek, de Dodemansbol. Een bij tijd en wijle zeer drukke overnachtingsplek onder Vlieland ten oosten van het natuurgebied Kroons Polders. De drukte bestaat in mijn ervaring slechts uit Drasoombes van het type Iongboat of kleiner (lees: met minder diepgang). Met de drukte valt het dus eigenlijk wel mee, maar twee boten is al snel een vloot niet?

De kuiken embryo'’s beginnen terug te vechten als er meer en meer gekruisd dient te worden richting Lange Gat, de west-oost liggende geul die diep de Waardgronden onder Vlieland inloopt. Door de kijker observeren we al het schijnbaar nutteloze pantserstaal dat op de Vliehors staat weg te rotten. Het wordt zelfs elk jaar ververst en inderdaad, we zien frisse tanks op oude wrakken gestapeld staan, geflankeerd door raketwerpers, takelwagens en APC's.

Enkele jaren geleden toen ik door een verkeerde inschatting van de hoogte van de volgende vloed aanmerkelijk langer dan gepland op het Keteldiep ten zuiden van de Vliehors bleef steken bleken deze luchtmachtdoelen in gebruik te zijn genomen door allerlei vogels die er nestelden en er rustig(?) hun eieren aan het uitbroeden waren! Die jongen moeten haast getraumatiseerd het eerste levenslicht aanschouwd hebben, of zou het een manier van de ouders zijn ze rap aan het fladderen te krijgen?

Antoine vaart en geniet met volle teugen terwijl ik me weer eens aan nutteloze navigatie plichten meen te moeten wijden. Toch weten we de noordelijke uitloper van het Lange Gat te lokaliseren en vallen af op noordoostelijke koers. Omdat er nog nauwelijks water op de Waardgronden staat pielen we heerlijk met de wrikriem achteruit en zwaard omhoog om zover mogelijk het steeds ondieper wordende geultje op te kunnen varen. Achter ons heeft Olle het een stuk moeilijker: weer vlot komen als je aan de grond zit met het roer er nog in is in je eentje bij deze temperaturen een opgave. Maar Chris bijt door en blijft in zicht. We genieten een lichte tot matige oostelijke koelte als vlak na vijven de koperen ploert sissend doch ijzig achter de duinen in de Noordzee zinkt.

17:24 Ten anker in amper water zo'’n twee mijl uit de wal voor Dodemansbol. We hebben echt heel hard gevaren langs Cornfield en de tanks. Besluiten even op Olle te wachten omdat haar silhouet in last light steeds vager wordt. De barometer geeft 1031Mb aan, het is nieuwe maan en Michel muit over nachttochten...

Als Chris lichtelijk aangeslagen arriveert en vastmaakt eerst iedereen maar eens flink opgewarmd met koppen soep en vele boterhammen om te soppen. De schepen liggen vreemd scheef op de wind onder invloed van de doorzettende vloed. Ben er nog nooit achter gekomen wat je dan het beste kan doen, druil zetten of opdoeken. Op meer water gewacht dat als altijd vanzelf weer kwam.

Vanavond met de nieuwe maan is het aardedonker als we om 19:28 ankerop gaan en vertrekken naar de lup voor die nacht. Daarbij is het wel zaak vrij te blijven van de hoge bult die ten oosten van Kroons Polders ook steeds verder onder water komt te liggen. Prachtige tocht over deze ondiepe gronden brengt ons onder de Dodemansbol en wel precies op de beoogde plek, onder het hoge duin daar waar het strandje in de dijk over gaat. Het klinkt idyllisch en dat was het ook: het naderende rumoer van de ganzen over bakboord verraad de nadering van Kroons Polders, de grond voelt onder de peilstok steeds slikkiger aan en plots: de zilte duin- en denne lucht van Vlieland.

Hoewel we geen hand voor ogen zien moeten we er nu bijna zijn. Olle is in vlagen zichtbaar door de kijker en doemt zo af en toe weer op als een soort Vliegende Hollander, waarschijnlijk sturend op de Feuerhand die we over Yraida'’s spiegel gebonden hebben. Met een zachte "slurp" lopen we vast in de prut, de spijker gaat de grond in en druilstra draait Yraida nog net met haar kop in het laatste zuchtje wind, het is 20:30.

Natuurlijk wordt er aan boord van het Smulpaleis alsnog uitgebreid voor drie personen gekookt terwijl eerdere NKDE tochten de revue passeren. Zelfs Han van V., schipper van Timshell, belt nog even hoe het er mee staat en nodigt ons grootmoedig uit voor warmte op Terschelling. Uitermate prettig allemaal. Heb het nu ook niet koud meer (zal het bier wel zijn).

Verheug mij op een Iange warme nacht, dit keer met sokken aan. Wat een prachtige dag - stralend weer, heerlijk windje, prettig gezelschap - allemaal erg fijn. Overpeinzingen worden wreed onderbroken door Michel die de binnenkanten van Yraida wederom geisoleerd heeft met dikke zaterdag edities van verschillende couranten (waaronder Intermediair) en mij de kajuit in dirigeert. Het duurt waarlijk niet lang voordat er van beide schepen een uitermate rustgevende sfeer uitstraalt.

Michel’s eigenaardige gewoonte om bij first light altijd even sanitair te ontspannen en dan verder te slapen geeft hem dit keer een prachtig - doch uitermate beperkt - zicht over het dan juist weer onderlopende wad: de temperatuur is echter gedaald tot 4°C in de kajuit en een dikke mist komt over de platen aanzetten, snel terug op zak!

Zaterdag 1 november 1997
HW    Vlieland Haven 08:57    Harlingen 09:44
LW    West Terschelling 15:51    Harlingen 17:29

Als we Iangzaam van warmbloedig in koudbloedig veranderen treffen we een wad vol Witte Wieven aan: mistflarden scheren langs en beperken het zicht tot een meter of 25, de barometer is gekelderd tot 1020Mb. De lucht is vocht en er staat een flauwe koelte variërend uit zuid en zuid westelijke richtingen. We zien af en toe Vlieland (waar we geankerd Iiggen) niet eens. Wachtend tot de eb gaat lopen hebben we de tijd tot een uur of tien en besluiten vooral te proberen bij elkaar te blijven... Olle heeft het anker nog niet gehieuwd of ze is al verdwenen in de soep! Ook op Yraida blijkt het plan om eerst de kustlijn van het eiland te blijven volgen ijdele hoop: binnen luttele seconden is alles wit.

Op de een of andere manier weten we toch bij elkaar te blijven, af en toe bij Iiggen en wachten, kruisende koersen varen, waarschijnlijk meer geluk dan wijsheid. Bij elkaar in de buurt wisselen we koers ideeën en gegist bestek uit. lk moet toegeven dat het schijnbaar oeverloos oefenen met de simpele Magellan GPS 2000XL nu toch haar vruchten afwerpt. In ieder geval kunnen we nu af en toe peilen of waar we denken uit te hangen ook werkelijk daar in de buurt is of dat we al op de Gronden van Stortemelk verzeild raken. We hebben afgesproken onder de Richel tij te stoppen, te Iunchen, de weerssituatie in ogenschouw te nemen en pas dan verdere plannen te trekken.

Hoe ongelofelijk het ook klinkt, uit de mist doemde ook af en toe een baken op zoals de Vliesloot 32, op koers dus richting Franse Gaatje. Als we de steeksels van het visserij gebied ten zuidwesten van het Franse Gaatje voor de gezochte prikken route aanzien doemen daar uit de mist vagelijk de ons toch bekend voorkomende contouren van een ander schip op. Het blijkt later de Iongboat coaster Skua uit Makkum geweest te zijn, op weg naar het Posthuis wad.

Uiteindelijk ankeren we om 14:15 onder de onzichtbare Richel vlak achter de FG6 waar dan nog een forse ebstroom richting Vlieree trekt. Flensjes met banaan en Remi Martin gaan er in als koek, echter, de diverse baksels geven mij een Iicht topzwaar gevoel rond de toch al geprononceerde adamsappel. Terwijl de Witte Wieven de zaak nog vet in handen hebben luisteren we naar de Brandaris (en horen Jan-Maurits op de voicemail het TWW’98 in zijn agenda blocken).

Zwaar dreunende diesels indiceren onzichtbaar scheepvaartverkeer tussen de Noordzee en Harlingen v.v., zelfs de veronderstelde dikke diesel dampen worden gedempt door de mist. Besluiten toch maar eens een soort radarreflector te hijsen omdat het plan om onder Griend de nacht door te brengen inmiddels met algemene stemmen is aanvaard. Echter, VC Brandaris neemt ons niet waar op haar schermen, jammer, omgekeerd ook niet. Men suggereert in dit geval toch maar de (illegale) handzender/ontvanger te gebruiken, maar verder dan wat uitluisteren komen we niet.

Als, na eerst de kentering te hebben afgewacht, om 16:30 de ankers thuis gehieuwd zijn om op de rug van de nog jonge vloed de Vliestroom over te steken neemt het zicht onder invloed van de invallende duisternis en de nog steeds dikke mist af tot nihil. Het is Ieuk om te merken dat onder deze toch redelijk extreme omstandigheden andere zintuigen het van het zicht over nemen. Vooral je oren spitsen zich en kombineren alle nog aanwezige gegevens tot een plaatsbepaling.

Op mari horen we de snelle veerboot Koegelwiek het zat zijn met een paar onzichtbare jachtjes die de veilige haven van Terschelling proberen te bereiken: "We rossen gewoon door” (de Slenk) nadat Brandaris gewaarschuwd had voor jachtjes in en rond de Slenk. lnmiddels hebben wij klaarblijkelijk de Grienderwaard bereikt en kruisen tussen de rode kant van de geul en de plaat in ondiep water, veilig voor welke tegenligger of oploper dan ook.


 Klik voor vergroting

Zoals konstant genoemd door het VC, Iigt bij de VS16 een grote tjalk met vaag half opgedoekte zeilen spookachtig voor anker. Wij varen er bijna boven op, de (benevelde?) schipper paait Olle als hij denkt dat er één coaster rondjes rond hem vaart, wij zijn met twee coasters! De Schellinger reddingboot Jan van Engelenburg sprint naar Harlingen, slechts z’n boordlichten zijn even zichtbaar, maar dan moet dat gerommel de oplopende Koegelwiek zijn. Als we haar hekgolf over stuurboord horen breken berekenen we dat we ten oosten van de Blauwe Slenk BS4/BS6 in een geultje zitten... Daar duikt de BS12 op uit de mist, we gaan dus duidelijk als een speer!

Het is nu letterlijk aarde donker en het plan is rond 18:00 in de Blauwe Slenk ter hoogte van de BS16 een noordelijk koers te volgen en dan zo ver mogelijk onder de Griend de schuiten aan de grond te zetten. Dat doen we dan maar vast ter hoogte van de BS14, we komen precies uit op de rand van het verboden natuurgebied.

Nadat tijdens het strijken Yraida'’s nationale driekleur over boord is gegaan en slechts op het nippertje door een razend snelle actie van Antoine en Chris kan worden geborgen, bereken ik dat we best nog wat verder onder het eiland kunnen kruipen. Hoe minder water, hoe rustiger de nacht tenslotte. Aan elkaar geknoopt vaart Chris de coasters op Yraida'’s fok en druil verder noordelijk tot om 19:00 de spijker er definitief in gaat. Zo kunnen we naar verwachting morgen rond 09:00 richting Harlingen/Kornwerderzand vertrekken.

Michel stort zich op het eten en fabriceert een tahoe-broccoli schotel, Iicht verteerbaar doch zeer voedzaam. Het is werkelijk aarde donker, geen ster, geen maan, geen Iicht te zien en de wind is ondertussen flink aangetrokken. De schepen dansen steeds enthousiaster tot we om 01:30 uiteindelijk droogvallen. Dan is het inmiddels zo koud in mijn Iicht vochtig geworden donzen slaapzak dat ik het opdoeken van de druil aangrijp om de resonantie die de radarreflector door het hele schip zendt definitief uit de lucht te halen. Het is buiten zo vreselijk koud en nat redeneer ik, dat na enige buiten activiteiten het binnen in de zak waarschijnlijk aangenaam warm zal aanvoelen. Gelukkig werkt deze inbeelding en slaap ik daarop tot de eerste golfjes bezit nemen van de Grienderwaard en ik de druil weer zet: we blijken recht voor de ingang van de westelijke baai van het eiland te liggen!

Zondag 2 november 1997
HW  Harlingen 10:25    HW  Kornwerderzand 10:05

Om 07:02 uur ontwaakt. Water om 07:23. Drijven te 07:45 uur en om 08:00 ruimt Michel de klaarblijkelijk toch niet zo warme zak. Hij is wat hypotherm na een reeks overbodige zelfkwellingen: druil verwijderd, ritselende afval zak verplaatst, sanitair ontspannen etc. Dit alles om het zo koud te krijgen dat daarna de koude zak een warme zak zou lijken. Hij meende vibraties waar te nemen die de schuit uiteen leken te rukken. Gelukkig is al dit leed volledig aan mij voorbij gegaan. 08:58 Battle ready bij een flauwe koelte uit het zuid westen, 1017MB, motregen en - wat een verandering - anderhalve mijl zicht.

Wat is die Griend een prachtige plek. De vorige keer dat we eens eind september probeerden het eiland te verkennen lagen hier de collega's ons op te wachten - zonde was dat. We moesten toen zoveel afstand van ons target houden dat we in een harde westen wind en striemende regen droog vielen ver ten oosten van de Griend en zelfs de marine luchtvaart dienst een Orion rondjes over ons liet vliegen tot we ons in goede doen toonden (lagen gewoon lekker te lezen in de spacious cuddy).

Vertrek van Griend om 09:00. Het wordt een prachtige bezeilde tocht met een fantastisch uitzicht op Olle die er geweldig door heen loopt. Chris weert zich wederom fantastisch op zijn eerste solo tocht over het wad. Safety first: telkens heeft hij zijn lifeline vastgeklikt en recldingvest omgegord. Als de Kwiek voorbij komt (met koplampen aan...) verdwijnt Olle volledig achter (en waarschijnlijk in) de hek golf. Moeiteloos gooit zij het schuimende water van haar lijboeg weg. Het wad is daarna weer leeg.

Dertien minuten na hoog water verkennen we om 10:38 de Pollendam waar de stroomrichting rond deze tijd zou keren. Hoewel niet het plan besluiten we toch over de banken naar Kornwerd te varen. Het gaat weer als een speer: halve wind, koers 120° over de Pollen recht op Makkum aan. De wind trekt ondertussen flink aan tot Bft 4 vlagen 5 en Olle zet een rif. Moeten in de Boontjes toch nog over op aan de windse koersen wat in deze druilerige, in eerder genoemde vlagen soms striemende regen een extra vochtig effect geeit.

Duizenden eidereenden op doorreis lijken er een sport van te maken vlak voor ons in zwermen op te stijgen en honderden meters verder weer te landen, tot wij er weer aan komen en het spel zich steeds maar weer herhaalt. Jammer voor de zwakke broeders en zusters die geen kracht niet meer lijken te hebben; zij zullen de reis naar warmer oorden waarschijnlijk niet volbrengen. Ook Olle en Yraida wisselen elkaar af op kop, we komen dicht onder de dijk bij het kerkje van Zurich uit waar de wind op lagervval recht op ons in beukt.

Om 13:20 openen zich de deuren van de Lorentzsluis te Kornwerd weer, nu helaas in de verkeerde richting: terug naar zoet. Skua duikt ook op (dit keer uit de regen) en wrikt met lage gaffel onder de brug door. Zij waren inderdaad de coaster die gisteren opdoemde uit de mist ten zuiden van de Richel. Ze hadden de nacht op de gronden doorgebracht. Schuiten naast elkaar gebonden voor door de sluis en tijdens de lunch, afgemeerd aan een enorme dukdalf vlak na de sluis.

Chris, lets verkleumd na zoveel zout en hemel water geďncasseerd te hebben, met grote hoeveelheden Indiase Patak blikken (onze noodrantsoenen) weer tot leven gebracht, Michel eet toch maar weer een ei, het is tenslotte zondag. Plots valt de wind helemaal weg, zelfs de windmeters staan doodstil en de misthoorns op de aanlopen naar de sluiskommen beginnen naargeestig te Ioeien. Gelukkig is het tegelijkertijd ook droog geworden, maar vreemd voelt het wel, een unheimische sfeer.

Om 15:11 motoren we achter elkaar (Olle trekt Yraida) naar het steigertje aan de zuid zijde van de Makkumervaart, helaas het TWW‘97 is alweer ten einde. Klokke zes vertrekken we in colonne richting fishburgers en shakes bij de afslag Hoorn noord hetgeen als een waarlijke afknapper ervaren wordt. Vier dagen niet van je schip af geweest (!) en dan plotsklaps tussen de TL balken, etenstijd voor noord hollands welvaren.

Enfin, onze conclusie is dat het TWW nu, na drie keer in vier jaar, inderdaad traditioneel genoemd mag worden, maar dat er geen TWW mogelijk is zonder legerondergoed c.q. isotherm kleding, bivakmuts, zaterdag kranten, een Coleman petroleum vergasser, omgekeerde bloempotten (als kacheltje) en nog grotere hoeveelheden warm voedsell

De drie gezworenen nemen al nagolvend afscheid en nog geen twee uur later staat Yraida totaal leeg en tot op het polyester toe onttakeld in Edam op de trailer: klaar voor de winterklussen, een lange zomer en het Traditionele Winter Weekend 1998 dat ijs, doch zeker geen weder, dienende van 5 tot en met 8 november in onze agendas staat gegrift...
lets voor u wellicht? '

Antoine en Michel Maartens, 28 november 1997